Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9083

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
30-01-2002
Datum publicatie
08-02-2002
Zaaknummer
40739 HAZA 00-0506
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Kast heeft een vleugel gehuurd ten behoeve van een openluchtconcert. Door weersonstandigheden blijkt de vleugel op de dag van het concert niet meer te functioneren. Tussenbeslissing: de verhuurder moet bewijzen dat de vleugel kapot is gegaan nadat deze aan De Kast is afgeleverd. Indien hij daarin slaagt, geldt het vermoeden dat de vleugel door toedoen van De Kast kapot is gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
WR 2002, 28

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector handelsrecht

Uitspraak: 30 januari 2002

Zaak-/Rolnummer: 40739/ HA ZA 00-0506

VONNIS

van de enkelvoudige handelskamer in de zaak van:

de besloten vennootschap

ALPHA AUDIO & LIGHT B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur: mr. V.M.J. Both

advocaat: mr. W.J.E. Hendriks te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap

DE KAST B.V. ,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur: mr. G. Rol.

PROCESGANG

De zaak is bij dagvaarding van 5 juni 2000 aanhangig gemaakt. Partijen zijn verschenen. In de procedure zijn de volgende processtukken gewisseld:

* conclusie van eis van de zijde van eiseres (in het vervolg: Alpha);

* conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van de zijde van gedaagde (verder, tevens als eiseres: De Kast);

* conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van de zijde van Alpha;

* akte overlegging productie van de zijde van Alpha;

* conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van de zijde van De Kast;

* akte ter rectificatie van de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van de zijde van Alpha;

* conclusie van dupliek in reconventie van de zijde van Alpha.

Alpha heeft producties overgelegd. Ter zitting van 29 mei 2001 hebben partijen hun standpunten -Alpha mede aan de hand van een pleitnotitie- doen bepleiten door hun advocaat respectievelijk procureur. Ten slotte is door partijen vonnis gevraagd. De rechtbank wijst vonnis op het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier herhaald moet gelden.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. De vordering in conventie en in reconventie

1.1. De vordering van Alpha strekt er toe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- De Kast veroordeelt om aan Alpha tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een

bedrag van ƒ 96.456,92, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van

ƒ 83.875,58 vanaf 24 augustus 1998 tot aan de dag der algehele voldoening;

- De Kast veroordeelt in de kosten van het geding in conventie.

1.2. De Kast heeft tegen de vordering verweer gevoerd met conclusie tot afwijzing van de vordering en tot veroordeling van Alpha in de kosten van het geding.

1.3. In reconventie strekt de vordering van De Kast er toe dat de rechtbank:

- de tussen partijen bestaande overeenkomst ontbindt;

- Alpha veroordeelt om aan De Kast tegen kwijting te betalen een bedrag van

ƒ 1.9870,50 vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom van ƒ 1.726,50 inclusief BTW vanaf 20 augustus tot aan de dag der algehele voldoening;

- Alpha veroordeelt in de kosten van het geding in reconventie.

1.4. Alpha heeft tegen de vordering in reconventie verweer gevoerd met conclusie tot

afwijzing van de vordering.

In conventie en in reconventie

2. Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van de overgelegde producties onder meer het volgende vast:

2.1. Partijen hebben in augustus 1998 een huurovereenkomst gesloten, inhoudende dat Alpha een elektronische Yamaha Disklavier Midi-vleugel (hierna: de vleugel) aan De Kast zou verhuren voor de periode 20 tot en met 21 augustus 1998.

2.2. De overeengekomen huurprijs bedroeg ƒ 1500,= exclusief BTW. De Kast heeft de huurprijs aan Alpha voldaan.

2.3. De Kast heeft de vleugel gehuurd ten behoeve van het door haar op 21 augustus 1998 gegeven openluchtconcert op het strand bij Lemmer. Alpha was hiervan op de hoogte.

2.4. Alpha heeft de vleugel op verzoek van De Kast reeds op 19 augustus 1998 afgeleverd. De vleugel is door Alpha op het voor het concert op het strand opgebouwde, overdekte podium geplaatst. Bij aflevering van de vleugel heeft Alpha geen nadere instructies of waarschuwingen gegeven.

2.5. Alpha heeft de vleugel afgeleverd inclusief een verbindingskabel.

2.6. Op 20 en 21 augustus 1998 heeft het hevig geregend en was er een krachtige wind met windstoten.

2.7. De Kast heeft op de vleugel gerepeteerd.

2.8. Op 21 augustus 1998 heeft De Kast geconstateerd dat er rook uit de vleugel kwam en dat de vleugel niet meer functioneerde.

2.9. Alpha heeft de vleugel op de avond van 21 augustus 1998 weer opgehaald. De piano stond toen ingepakt in een stuk zeil achter het podium. De Kast heeft Alpha er van op de hoogte gesteld dat de vleugel niet functioneerde op het moment dat Alpha de vleugel kwam ophalen.

2.10. Twee uren nadat de vleugel door De Kast aan Alpha ter beschikking was gesteld, heeft Alpha de vleugel daadwerkelijk meegenomen.

2.11. De verbindingskabel bevond zich niet bij de door Alpha opgehaalde vleugel.

2.12. Bij brief van 24 augustus 1998 heeft Alpha De Kast laten weten dat zij De Kast aansprakelijk stelt voor de reeds geconstateerde en nog te constateren schade aan de vleugel alsmede voor eventuele gevolgschade.

2.13. Nadat De Kast de vleugel van Alpha heeft gehuurd, is gebleken dat er schade was aan de elektronica, aan het mechaniek en aan de kast van de vleugel (hierna: de schade aan de vleugel).

2.14. Alpha heeft een tweetal rapporten laten opmaken omtrent de toestand van de vleugel en de kosten van eventuele reparatie (hierna: de reparatiekostenrapporten). Het ene rapport betreft het mechaniek en de kast van de vleugel en is opgemaakt door Oostendorp d.d. 14 oktober 1998. Het andere rapport betreft de elektronica van de vleugel en is opgemaakt door Patch Audio d.d. 20 oktober 1998. De in deze rapporten beraamde reparatiekosten bedragen in totaal ƒ 14.449,15 inclusief BTW.

Beoordeling van het geschil

3. De door Alpha in conventie gevorderde hoofdsom van ƒ 83.875,58 bestaat uit deelbedragen van ƒ 14.449,15 inclusief BTW wegens reparatiekosten, ƒ 632,34 inclusief BTW wegens de ontbrekende verbindingskabel en ƒ 67.500,= exclusief BTW wegens gederfde inkomsten. Daarnaast vordert Alpha buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 24 augustus 1998. Alpha heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de schade is ontstaan doordat De Kast de vleugel in de regen heeft gebruikt dan wel de vleugel niet afdoende tegen de regen heeft beschermd en aldus tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om de vleugel als een goed huurder te gebruiken. De schade aan de vleugel was zodanig dat reparatie noodzakelijk was. Bovendien kon de vleugel geruime tijd niet worden verhuurd, waardoor Alpha inkomsten heeft gederfd. Daarnaast heeft Alpha aan haar vordering ten grondslag gelegd dat De Kast de verbindingskabel niet heeft teruggegeven aan het einde van de huurperiode.

4. De Kast is van mening dat zij niet is gehouden de door Alpha gevorderde bedragen te betalen. Zij betwist dat zij zich niet heeft gedragen zoals een goed huurder betaamt. Volgens De Kast heeft zij de vleugel wel degelijk afdoende tegen regen beschermd en is de schade niet door haar toedoen veroorzaakt. De Kast heeft daartoe aangevoerd dat zij de vleugel na ontvangst in plastic heeft verpakt, dat het podium waarop de vleugel stond geheel overdekt was, dat Alpha de vleugel daar zelf heeft geplaatst en ook geen voorbehoud heeft gemaakt omtrent de locatie. De Kast betwist niet dat er schade aan de vleugel is ontstaan, maar zij stelt zich op het standpunt dat de schade aan de vleugel reeds bestond vóórdat zij de vleugel huurde en zich tijdens de tijd dat zij de vleugel huurde heeft geopenbaard. Voorts heeft De Kast aangevoerd dat Alpha de vleugel direct had moeten laten repareren, om de schade zo beperkt mogelijk te houden. Het feit dat Alpha dat niet heeft gedaan, kan niet voor rekening van De Kast komen, zodat zij niet gehouden is de gederfde huurinkomsten te betalen. Voor wat betreft de ontbrekende verbindingskabel heeft De Kast aangevoerd dat zij de kabel tezamen met de vleugel aan Alpha heeft teruggegeven, doch dat Alpha de vleugel met toebehoren pas twee uur daarna daadwerkelijk heeft weggehaald. Het ontbreken van de verbindingskabel kan derhalve niet aan De Kast worden toegerekend.

In reconventie vordert De Kast ontbinding van de overeenkomst en terugbetaling van de huurprijs door Alpha. Zij voert daartoe aan dat Alpha een gebrekkige vleugel heeft geleverd, die De Kast niet voor het concert heeft kunnen gebruiken. Daardoor is Alpha tekort geschoten in haar verplichting als verhuurder om De Kast een rustig genot van de vleugel te verschaffen.

5. Op grond van art. 7A:1596 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is de huurder verplicht om het gehuurde als een goed huurder te gebruiken. Indien na het einde van de huurperiode blijkt dat er schade aan het gehuurde bestaat, dan wordt deze schade, behalve indien het gaat om brandschade, ingevolge art. 7A:1600 BW vermoed door een toerekenbare tekortkoming van de huurder te zijn ontstaan. Dit is echter alleen het geval, indien het gaat om schade die tijdens de huurtijd is ontstaan. Dat laatste staat in het onderhavige geval niet vast. De Kast heeft dit immers betwist en heeft zich op het standpunt gesteld dat de schade reeds bij aanvang van de huurovereenkomst bestond. Het verweer van Alpha op dit punt, dat bij aanvang van de huurovereenkomst geen beschrijving van de vleugel is opgemaakt, zodat de vleugel op grond van art. 7A:1599 BW moet worden geacht in goede staat aan De Kast te zijn afgeleverd, gaat niet op. Art. 7A:1599 BW ziet op het ten laste van de huurder komende onderhoud. Dat staat in het onderhavige geval echter niet ter discussie.

De rechtbank zal Alpha derhalve toelaten te bewijzen dat de schade aan de vleugel is ontstaan tijdens de periode dat De Kast de vleugel heeft gehuurd. Indien Alpha in het bewijs daarvan slaagt, zal de schade aan de vleugel worden vermoed te zijn ontstaan door een toerekenbare tekortkoming van De Kast en zal De Kast vervolgens worden toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de schade niet aan haar kan worden toegerekend.

6. Voor wat betreft het deel van de vordering van Alpha dat betrekking heeft op de gederfde inkomsten is de rechtbank van oordeel dat dit, ook indien zou komen vast te staan dat de schade aan de vleugel door een toerekenbare tekortkoming van De Kast is ontstaan, niet voor toewijzing in aanmerking komt. De gederfde inkomsten zijn ontstaan doordat de vleugel niet kon worden verhuurd vanwege het feit dat hij niet direct is gerepareerd. Het uitstel van de reparatie is echter niet aan De Kast te wijten. Het had op de weg van Alpha gelegen om de vleugel direct nadat hij niet meer bleek te functioneren te laten repareren, teneinde hem weer geschikt te laten maken voor verhuur en de schade aldus zo beperkt mogelijk te houden. Nu Alpha niet aan deze verplichting heeft voldaan, dienen de gevolgen hiervan voor haar eigen rekening te komen. Het feit dat De Kast geen contra-expertise heeft laten verrichten nadat Alpha de beide reparatiekostenrapporten had laten opmaken, doet daaraan niet af. Het wegens gederfde huurinkomsten gevorderde bedrag zal derhalve worden afgewezen.

7. Voor wat betreft het door Alpha wegens het ontbreken van de verbindingskabel gevorderde bedrag overweegt de rechtbank het volgende. Alpha heeft aangevoerd dat haar werknemers bij het afbreken van de vleugel voor transport constateerden dat de verbindingskabel ontbrak en dat de kabel achteraf, hoewel dit wel door een medewerker van De Kast was meegedeeld, ook niet in de bij de vleugel behorende kisten bleek te zitten. De Kast heeft hier tegen ingebracht dat zij de verbindingskabel, tezamen met de vleugel, wel aan Alpha heeft teruggegeven, maar dat Alpha de goederen twee uren heeft laten staan alvorens tot transport ervan over te gaan. Het risico van wegraken van de kabel komt na teruggave door De Kast voor rekening van Alpha, aldus De Kast. Alpha heeft niet betwist dat de kabel, samen met de vleugel, twee uren voordat zij daadwerkelijk tot transport overging aan haar is teruggegeven. In het verdere verloop van de procedure heeft Alpha voor wat betreft het ontbreken van de kabel volstaan met een herhaling van haar stellingen zoals die hiervoor zijn weergegeven. Die stellingen laten echter ruimte voor hetgeen De Kast heeft aangevoerd. Het feit dat, zoals Alpha stelt, bij het afbreken van de vleugel ter transport werd ontdekt dat de kabel ontbrak en dat deze ook later niet in één van de bij de vleugel behorende kisten bleek te zitten, sluit immers de mogelijkheid niet uit dat De Kast de vleugel inclusief de kabel reeds twee uren daarvóór aan Alpha had teruggegeven. Nu Alpha's stellingen deze mogelijkheid open laten en Alpha dit ook niet heeft betwist, zal de rechtbank als vaststaand aannemen dat De Kast de kabel twee uren voordat Alpha daadwerkelijk tot transport van de goederen is overgegaan aan Alpha heeft teruggegeven.

Met de teruggave van de vleugel en de daarbij behorende kabel door De Kast, aan het eind van de periode waarvoor de huurovereenkomst was aangegaan, is de huurovereenkomst geëindigd en is ook de verantwoordelijkheid voor de vleugel en de daarbij behorende kabel weer overgegaan op Alpha. Het wegens het ontbreken van de kabel door Alpha gevorderde bedrag zal derhalve worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

laat Alpha toe en draagt haar voor zoveel nodig op te bewijzen:

dat: de schade aan de vleugel is ontstaan tijdens de periode dat De Kast de vleugel heeft gehuurd.

bepaalt dat indien bewijs wordt aangedragen door getuigen het verhoor van de getuigen zal plaatsvinden ten overstaan van de rechter mr. U. van Houten, op een door deze nader te bepalen dag en uur in een van de zalen van het Gerechtsgebouw, Zaailand 102 te Leeuwarden;

verwijst de zaak naar de rol van 13 februari 2002 voor opgave van verhinderdata van de procureurs, respectievelijk de advocaten, partijen en de getuigen zulks conform artikel 9.2 van het landelijk rolreglement;

bepaalt dat hoger beroep tegen dit vonnis niet dan tegelijk met dat tegen het te wijzen eindvonnis kan worden ingesteld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 30 januari 2002.

5