Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AD8426

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
24-01-2002
Datum publicatie
29-01-2002
Zaaknummer
17/080279-00vev
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 282, geldigheid: 2002-01-24
Wetboek van Strafrecht 282a, geldigheid: 2002-01-24
Wetboek van Strafrecht 312, geldigheid: 2002-01-24
Wetboek van Strafrecht 312, geldigheid: 2002-01-24
Wetboek van Strafrecht 317, geldigheid: 2002-01-24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 24 januari 2002

Parketnummer: 17/080279-00

Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 21/000202-00.

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in HvB De Karelskamp (PI Almelo).

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 11 januari 2002.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie ter terechtzitting is de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

ONTVANKELIJKHEID OPENBAAR MINISTERIE

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van 11 januari 2002 het verweer gevoerd dat het openbaar ministerie ten aanzien van het onder 4. telastegelegde niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging nu de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM is overschreden. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte aangaande dit feit voor het eerst is gehoord op 27 februari 1998 en vervolgens op 19 maart 1998 en dat de redelijke termijn op eerstgenoemde datum is aangevangen.

De rechtbank is van oordeel dat in casu geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Immers heeft verdachte aan de verhoren op de door de raadsman genoemde data niet in redelijkheid de verwachting kunnen ontlenen dat hij aangaande vorengenoemd feit door het openbaar ministerie zou worden vervolgd. Het overige door de raadsman aangevoerde doet hieraan, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt, niet af. De rechtbank acht derhalve het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn vervolging.

PARTIËLE VRIJSPRAAK

De verdachte moet van het onder 3. telastegelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet bewezen acht.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het onder 1. primair, 2A primair en 2B primair en 4. telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij op of omstreeks 27 december 2000, te Sneek, in de gemeente Sneek, tezamen en in vereniging met anderen, in een woning, gelegen aan de [A-straat] aldaar opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1a], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, met het oogmerk een ander, te weten [slachtoffer 1b], te dwingen iets te doen, te weten een hoeveelheid geld (te weten handelsgeld van en/of bestemd voor het bedrijf (C1000) van voornoemde [slachtoffer 1b]) aan verdachte en/of zijn mededaders af te geven, immers heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededaders, opzettelijk en wederrechtelijk, in voornoemde woning (welke woning men door middel van braak en inklimming was binnengedrongen en in welke woning op dat moment voornoemde [slachtoffer 1a] en [slachtoffer 1b] zich bevonden) - zulks terwijl verdachte en zijn mededaders zichtbaar voor die [slachtoffer 1a] gemaskerd waren en vuurwapens en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich droegen -, die samen met [slachtoffer 1b] in bed liggende [slachtoffer 1a] vastgepakt en/of vastgehouden en vervolgens gedwongen uit bed te komen, en vervolgens weggeleid van die [slachtoffer 1b] en een zak over het hoofd van die [slachtoffer 1a] getrokken en de armen van die [slachtoffer 1a] op de rug gebonden en vervolgens die [slachtoffer 1a] gedwongen in de douche te blijven, en vervolgens die [slachtoffer 1a] gedwongen in de slaapkamer op bed te gaan liggen en te blijven liggen en vervolgens de benen van die [slachtoffer 1a] aan elkaar vastgebonden en aan het ledikant vastgebonden en tape op/over de mond van die [slachtoffer 1a] geplakt en aldus die [slachtoffer 1a] belet zich vrijelijk te bewegen.

2.

A) primair

hij op of omstreeks 27 december 2000, te Sneek, in de gemeente Sneek, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld een persoon genaamd [slachtoffer 1b] heeft gedwongen tot de afgifte van geldcassettes inhoudende telkens geld, toebehorende aan [slachtoffer 1b] en/of [slachtoffer 1a], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededaders, in de woning van voornoemde [slachtoffer 1b] (gelegen aan de [A-straat] aldaar en in welke woning men was binnengedrongen door middel van braak en inklimming) opzettelijk die [slachtoffer 1b] dreigend meerdere vuurwapens en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft getoond en die [slachtoffer 1b] tegen het lichaam heeft geschopt en en gestompt en geslagen en de armen en/of de handen van die [slachtoffer 1b] heeft gebonden en een zak over het hoofd van die [slachtoffer 1b] heeft getrokken en dreigend aan die [slachtoffer 1b] heeft medegedeeld (zakelijk weergegeven) dat ze het geld van zijn bedrijf (C1000) wilden hebben en dat hij moest meewerken en vervolgens die [slachtoffer 1b] een stuk touw om de hals getrokken en vervolgens die [slachtoffer 1b], onder bedreiging van een of meer van de voornoemde vuurwapens en op een vuurwapen gelijkend voorwerp, met een auto heeft vervoerd naar het pand van de C1000, in welk pand voornoemde [slachtoffer 1b] is overgegaan tot bovenomschreven afgifte.

B) primair

hij op of omstreeks 27 december 2000, te Sneek, in de gemeente Sneek, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1b], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededaders, opzettelijk en wederrechtelijk (in de woning van die [slachtoffer 1b], gelegen aan de [A-straat] aldaar) - zulks terwijl verdachte en zijn mededaders duidelijk zichtbaar voor die [slachtoffer 1b] gemaskerd waren en vuurwapens en op een vuurwapen gelijkend voorwerp bij zich droegen -, die [slachtoffer 1b] vastgepakt en vastgehouden en een zak over het hoofd van die [slachtoffer 1b] getrokken en de armen en/of de handen van de [slachtoffer 1b] gebonden en een touw om de hals van die [slachtoffer 1b] getrokken en vervolgens die [slachtoffer 1b], onder bedreiging van voornoemde vuurwapens en op een vuurwapen gelijkend voorwerp, gedwongen in een auto te stappen en vervolgens die [slachtoffer 1b] vervoerd naar het pand van de C1000 (gelegen aan de [B-straat] aldaar) en vervolgens in laatstgenoemd pand de handen van die [slachtoffer 1b] vastgebonden aan een emballagetafel en de voeten en benen van die [slachtoffer 1b] aan elkaar vastgebonden en aldus belet zich vrijelijk te bewegen en vrijelijk voornoemde woning en voornoemde auto en voornoemd pand (C1000) te verlaten.

4.

hij op 5 september 1997 te Marum, in de gemeente Marum, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (Albert Heijn, gelegen aan de [C-straat] aldaar) heeft weggenomen geld en cheques, toebehorende aan het winkelbedrijf Albert Heijn, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4a] en tegen andere in voornoemd winkelbedrijf aanwezige personeelsleden, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit het opzettelijk gewelddadig en dreigend, voorzien van een pistool en een geweer, en terwijl men bivakmutsen droeg, binnendringen van voornoemd pand en uit het opzettelijk dreigend richten en/of gericht houden van voornoemde wapens, op voornoemde personeelsleden en uit het opzettelijk dreigend mededelen aan een of meer van voornoemde personeelsleden (zakelijk weergegeven) dat ze op de grond moesten gaan liggen en uit het opzettelijk gewelddadig slaan van een of meer van voornoemde personeelsleden en uit het opzettelijk dreigend richten en gericht houden van een pistool op voornoemde [slachtoffer 4a] en uit het meermalen opzettelijk gewelddadig slaan met een pistool tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 4a] en uit het meermalen opzettelijk dreigend aan voornoemde [slachtoffer 4a] mededelen (zakelijk weergegeven) dat hij de kluis moest open maken en dat hij, voornoemde [slachtoffer 4a], en/of iedereen anders zou worden doodgeschoten en dat voornoemde [slachtoffer 4a] in zijn been zou worden geschoten.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op de misdrijven:

t.a.v. van het onder 1 primair, 2A primair en 2 B primair telastegelegde:

De voortgezette handeling van:

1. primair:

Medeplegen van gijzeling.

2A primair:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

2B primair:

Medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden.

4.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;

- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, de psychiatrische en psychologische rapportage en het voorlichtingsrapport;

- de gedane erkenning van de verdachte zich nog aan het overige op de dagvaarding genoemde ad informandum gevoegde strafbare feit te hebben schuldig gemaakt, welke zaak derhalve hiermee is afgedaan;

- het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het onder 1. primair, 2A primair en 2B primair, 3. en 4. telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren met aftrek van de tijd die door verdachte reeds in verzekering/voorlopige hechtenis is door gebracht.

Verdachte heeft samen met anderen twee brute overvallen gepleegd. In een geval is men daarbij 's nachts gemaskerd een woning binnengedrongen, zijn bewoners met vuurwapens bedreigd, geboeid en is gijzeling, afpersing en vrijheidsberoving toegepast. Bij deze overval is verdachte bij het plegen van de feiten niet lijfelijk aanwezig geweest. Verdachte is echter zowel in de voorfase, tijdens het plegen van feiten als ook nadien, zo nauw betrokken geweest bij de gepleegde strafbare feiten, dat de rechtbank hem deze ook toerekent.

Ook in het andere geval zijn burgers met wapens bedreigd en hebben zij oprecht gevreesd voor hun levens.

Deze feiten hebben diepe sporen achtergelaten bij de slachtoffers. Uit oogpunt van vergelding en normhandhaving is dan ook een lange vrijheidsstraf geïndiceerd.

Bij de bepaling van de duur van de straf heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte vaker voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld.

INBESLAGGENOMEN GOEDEREN

De rechtbank acht de inbeslaggenomen plattegrond van Sneek vatbaar voor verbeurdverklaring nu met behulp van dit goed het onder 1. primair, 2A primair en 2B primair telastegelegde is begaan.

VORDERING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 7 juli 2000, gewezen door het Gerechtshof te Arnhem, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 22 juli 2000. Bij vordering d.d. 15 mei 2001 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor onder 1. primair, 2A primair en 2B primair bewezenverklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. De rechtbank zal op grond daarvan de tenuitvoerlegging gelasten van de aan verdachte bij voornoemd vonnis van 7 juli 2000 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g (oud), 33, 33a, 47, 56, 57, 63, 282, 282a, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 3. is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het 1. primair, 2A primair en 2B primair en 4. telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen plattegrond van Sneek.

Gelast de teruggave aan [rechthebbende], wonende te [adres rechthebbende] van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven enveloppe van het C.J.I.B. ten name van [rechthebbende].

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 21/000202-00

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van het gerechtshof te Arnhem d.d. 7 juli 2000, te weten: gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.S. Wegener Sleeswijk, voorzitter, mr. H.G. Aaldriks en mr. G.M. Meijer-Campfens, rechters, bijgestaan door mr. R. Baluah, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 januari 2002.

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 17/080279-00

Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 21/000202-00.

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van bovengenoemde rechtbank op 11 januari 2002.

Tegenwoordig:

mr. R.S. Wegener Sleeswijk, voorzitter,

mr. H.G. Aaldriks en mr. G.M. Meijer-Campfens, rechters,

mr. R.G. de Graaf, officier van justitie

en mr. R. Baluah, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in HvB De Karelskamp (PI Almelo).

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen.

....

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 24 januari 2002 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.