Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2002:AD8344

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
22-01-2002
Datum publicatie
22-01-2002
Zaaknummer
17/080276-01von
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VONNIS

Uitspraak: 22 januari 2002

Parketnummer: 17/080276-01

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting De Wieling, gevangenis De Marwei te Leeuwarden, Holstmeerweg 7.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 17 januari 2002 en 18 januari 2002.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

VRIJSPRAAK

De verdachte moet van het onder 1. primair, subsidiair en meer subsidiair, 2. primair, subsidiair en meer subsidiair, 3. primair, subsidiair en meer subsidiair telastegelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet bewezen acht.

BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde partij] heeft zich, wettelijk vertegenwoordigd door haar moeder [moeder benadeelde partij] voor wie [gemachtigde] als gemachtigde is opgetreden, ter terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2. telastegelegde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard nu verdachte voor dit feit wordt vrijgesproken.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1. primair, subsidiair en meer subsidiair, 2. primair, subsidiair en meer subsidiair, 3. primair, subsidiair en meer subsidiair is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij], wettelijk vertegenwoordigd door haar moeder [moeder benadeelde partij], niet ontvankelijk is in de vordering.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. S.M. van der Schenk en mr. M.C. van der Mei, rechters, bijgestaan door mr. H.A. Attema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2002.

Mr. Van der Mei is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.