Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AD6413

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
29-11-2001
Datum publicatie
03-12-2001
Zaaknummer
17/080209-01vev
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 302
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 29 november 2001

Parketnummer: 17/080209-01

Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/020417-00.

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

thans gedetineerd in PI De Wieling, locatie De Marwei te Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 15 november 2001.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.F. Rouwé-Danes, advocaat te Leeuwarden.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

PARTIËLE VRIJSPRAAK

De verdachte moet van het onder 2. telastegelegde worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet bewezen acht, nu zich in het proces-verbaal van politie geen verklaring bevindt van een gebruiker omtrent de aard van hetgeen is verkocht op of omstreeks 18 augustus 2001, er door de politie geen cocaïne is aangetroffen en ook overigens geen zekerheid kan worden verkregen over de middelen die door verdachte die dag zijn verkocht.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het onder 1. primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 18 augustus 2001 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet in de onmiddellijke nabijheid van die [slachtoffer] met een mes heeft gezwaaid en stekende bewegingen met een mes in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] heeft gemaakt en die [slachtoffer] met een mes in een arm heeft gestoken en die [slachtoffer] op/tegen het hoofd heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

1. primair

Poging tot zware mishandeling.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het onder 1. primair en onder 2. telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden alsmede verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen mes.

Verdachte [verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door bij een ruzie om drugs een ander te lijf te gaan met een mes en hem een schop tegen het hoofd te geven. Dergelijk geweld is niet toelaatbaar. In het voordeel van [verdachte] spreekt dat hij de confrontatie niet heeft gezocht.

[verdachte] is reeds enkele malen wegens geweldsdelicten veroordeeld en hij was nog maar kort op vrije voeten. Het onderhavige strafbare feit werd gepleegd in de proeftijd. Gelet op de harddrugsverslaving van [verdachte] moet voor herhaling worden gevreesd.

Alles overwegende zal de rechtbank aan [verdachte] een gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis. Daarnaast zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op het feit dat een eerder aan [verdachte] opgelegde werkstraf is mislukt en voorts op het gevaar van herhaling, zal - mede uit een oogpunt van bescherming van de maatschappij - niet worden ingegaan op het namens [verdachte] gedane aanbod tot het verrichten van onbetaalde arbeid.

INBESLAGGENOMEN GOEDEREN

De rechtbank acht het inbeslaggenomen voorwerp vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu met betrekking tot dit voorwerp het feit is begaan en deze van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

VORDERING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 13 februari 2001, gewezen door de meervoudige strafkamer van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 februari 2001. Bij vordering d.d. 12 november 2001 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

Het hiervoor onder 1. primair bewezenverklaarde feit is door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. De rechtbank zal op grond daarvan de tenuitvoerlegging gelasten van de aan verdachte bij voornoemd vonnis van 13 februari 2001 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14g, 36b, 36c, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2. is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 102 DAGEN.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen klapmes.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 17/020417-00

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer in de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden d.d. 13 februari 2001, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van VIJF MAANDEN.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Daan-van Brink, voorzitter, mr. A.H.M. Dölle en mr. S.M. van der Schenk, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 november 2001.

Arrondissementsrechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Parketnummer: 17/080209-01

Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 17/020417-00.

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van bovengenoemde arrondissementsrechtbank op 15 november 2001.

Tegenwoordig:

mr. C.E.M. Daan-van Brink, voorzitter,

mr. A.H.M. Dölle en mr. S.M. van der Schenk, rechters,

mr. O.F. Brouwer, officier van justitie

en D.P. Postma-Westerhof, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI De Wieling, locatie De Marwei te Leeuwarden.

Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J.F. Rouwé-Danes, advocaat te Leeuwarden.

De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaats vinden ter terechtzitting van 29 november 2001 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.