Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AD5271

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
17-10-2001
Datum publicatie
07-11-2001
Zaaknummer
47250
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN

sector familie en jeugdrecht

Uitspraak 17 oktober 2001

Rekestnummer 1186/01

Zaaknummer 47250

CURATELE

BESCHIKKING

van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:

[verzoekster 1] en

[verzoekster 2],

wonende te Leeuwarden en te Dronrijp,

procureur mr M.D. Kalmijn.

PROCESGANG

Op 20 juni 2001 is bij deze rechtbank ingediend een verzoekschrift met bijlagen, strekkende tot ondercuratelestelling van [naam curanda], curanda, met benoeming [verzoekster 1] en [verzoekster 2] beiden tot curatrice.

Voorts bevindt zich bij de stukken een medische verklaring met betrekking tot de curanda.

De curanda is op 6 augustus 2001 gehoord.

Behandeling vond plaats ter terechtzitting met gesloten deuren van deze enkelvoudige kamer op 20 september 2001.

RECHTSOVERWEGINGEN

Uit de stukken is genoegzaam gebleken, dat curanda voornoemd wegens een geestelijke stoornis niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen.

De rechtbank acht het verzoek voor wat betreft de ondercuratelestelling, gelet op het voorgaande, op de stukken en op het ter zitting verhandelde, als op de wet gegrond en voldoende toegelicht, voor inwilliging vatbaar, zodat zij zal beslissen als na te melden.

Ten aanzien van het verzoek van verzoeksters om tezamen tot curator over hun beider zuster te worden benoemd overweegt de rechtbank het volgende.

Uitgangspunt is de regel in art. 1:383 BW dat slechts één curator kan worden benoemd. Achtergrond daarvan is dat onenigheid tussen curatoren, die slechts ten nadele van de curandus zou kunnen werken, moet worden voorkomen. In zijn uitspraak van 1 december 2000 heeft de Hoge Raad op grond van art. 8 EVRM een uitzondering op deze regel toegelaten in een geval waarin ouders via curatele hun ouderlijke verantwoordelijkheid over hun verstandelijk gehandicapte kind wilden laten voortduren. Verzoeksters beroepen zich kennelijk impliciet op deze uitspraak. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter de relatie van zusters onderling niet gelijkgesteld worden aan de relatie tussen ouders en kind, welke laatstbedoelde relatie immers gedurende de minderjarigheid van een kind niet alleen de gevoelsmatige maar ook de formele verantwoordelijkheid van de ouders voor het kind omvat. Hoezeer een relatie tussen zusters ook gevoelsmatige verantwoordelijkheid voor de gehandicapte zuster kan inhouden, rechtens valt zij niet met die tussen ouders en kind te vergelijken nu de formele

verantwoordelijkheidsverhouding daarin ontbreekt.

Voorzover dan ook toepassing van de regel van art. 1:383 BW een inmenging in het familieleven van verzoeksters en curanda inhoudt kan de rechtbank niet tot het oordeel komen dat die inmenging in dit geval, gezien bovengenoemde achtergrond van de regel dat slechts één curator wordt benoemd, ongerechtvaardigd is. Derhalve acht de rechtbank in dit geval de benoeming van twee personen tot curator niet toelaatbaar. Gelet op de subsidiair door verzoeksters uitgesproken wens om dan verzoekster [verzoekster 1] tot curatrice te benoemen zal de rechtbank daartoe overgaan.

BESLISSING

De rechtbank:

stelt [naam curanda], geboren op [geboortedatum curanda],

onder curatele op grond van een geestelijke stoornis, waardoor zij niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen;

benoemt tot curatrice [naam verzoekster 1] wonende te [adres verzoekster 1];

bepaalt dat deze uitspraak bekend moet worden gemaakt in de Nederlandse Staatscourant, de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad;

verstaat dat de kosten van de voorgeschreven publicaties van deze beschikking ten laste komen van verzoeker, ook indien deze publicaties door de rechtbank worden verzorgd;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr J.D.S.L. Bosch, lid van de kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.