Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AB1484

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
04-05-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
01/97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank Leeuwarden

Korte Gedingen

Uitspraak: 4 mei 2001

Kort-geding-nummer: 01/97

VONNIS

van de president van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

de besloten vennootschap VAN DER WERF'S BOUWBEDRIJF B.V.,

gevestigd te Sint Nicolaasga,

eiseres, hierna mede te noemen: Van der Werf,

procureur: mr. O.A. van Oorschot,

tegen

1. de besloten vennootschap AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ FRISO B.V.,

gevestigd te Sneek,

2. de besloten vennootschap

BOUW- EN AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ NOPPERT B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

3. de besloten vennootschap JORRITSMA BOLSWARD BEHEER B.V.,

gevestigd te Bolsward,

gedaagden, hierna afzonderlijk mede te noemen: Friso, Noppert en Jorritsma,

procureur: mr. R.S. van der Spek.

PROCESGANG

Van der Werf heeft gedaagden in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 24 april 2001. Ter zitting heeft Van der Werf haar - ten opzichte van de aankondiging in de dagvaarding gewijzigde - eis aldus geformuleerd dat de president bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

primair gedaagden, allen in hun hoedanigheid van vennoot van de vennootschap onder firma "Projectgroep de Fûgelkrite V.O.F.", gebiedt de onderhandelingen met betrekking tot de exploitatieovereenkomsten met de gemeente Bolsward aangaande fase III, indien deze van start gaan, - alsmede fase IV indien de onderhandelingen voor deze fase van start gaan - van het bestemmingsplan de Fûgelkrite te Bolsward, voort te zetten in het voltallige samenwerkingsverband de Fûgelkrite V.O.F. - waaronder Van der Werf -, totdat in een eventuele bodemzaak definitief is beslist althans totdat de vennootschap op rechtsgeldige gronden is beëindigd;

subsidiair gedaagden gezamenlijk en ieder voor zich gebiedt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, Van der Werf te betrekken in de onderhandelingen met betrekking tot de exploitatieovereenkomsten met de gemeente Bolsward aangaande de ontwikkeling van fase III, indien deze van start gaan - alsmede fase IV indien de onderhandelingen voor deze fase van start gaan - van het bestemmingsplan de Fûgelkrite te Bolsward;

primair en subsidiair op straffe van verbeurte van een dwangsom van f 25.000,00 per dag met een maximum van f 1.000.000,00 ten laste van elk van de gedaagden en ten gunste van Van der Werf, indien gedaagden weigerachtig zijn om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan dit gebod te voldoen en met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun procureurs, die beiden mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd, waarbij gedaagden hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Van der Werf met veroordeling van Van der Werf in de proceskosten. Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht. Na voortgezet debat, waarbij de procureur van Van der Werf wederom aan de hand van een pleitnotitie het woord heeft gevoerd, hebben partijen vonnis gevraagd. De president doet heden uitspraak op basis van het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. Binnen het kader van dit kort geding zijn onder meer de navolgende feiten als vaststaand tussen partijen komen te gelden. Deze feiten zijn vastgesteld op grond van stellingen van partijen of ook op grond dat ze blijken uit de tussen partijen onomstreden gebleven inhoud van overgelegde schriftelijke stukken. Uit stellingen van partijen moeten feiten als vaststaand worden afgeleid als ze door de ene partij zijn gesteld en vervolgens door de andere partij zijn erkend of door die partij niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken.

Overigens draagt de vaststelling van feiten in een kort geding noodgedwongen een voorlopig karakter, omdat de gelegenheid om getuigen te ondervragen en deskundigenbericht in te winnen dan pleegt te ontbreken.

2. Aldus gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

2.1. Medio juni 1993 heeft de gemeente Bolsward diverse bouw- en aannemingsbedrijven, waaronder partijen, een brief gestuurd waarin zij laat weten dat de gemeente plannen heeft voor een nieuwe woonwijk met de naam Fûgelkrite. Aan die brief is een ontwerpbestemmingsplan "De Fûgelkrite" gehecht. Dit ontwerpbestemmingsplan heeft (onder meer) de volgende inhoud: "Het plan Fûgelkrite biedt plaats aan ongeveer 500 woningen. (...) Omdat het bouwtempo, afhankelijk van de vraag, niet geheel duidelijk is, zal de fasering uiterst belangrijk zijn. Daartoe zijn twee faseringsmodellen ontwikkeld die nog in studie zijn." Eind juni 1993 heeft een raadvergadering over deze plannen van de gemeente plaatsgevonden alwaar met geïnteresseerden is gesproken over de visie van de gemeente Bolsward over de gewenste participatie in het plan "De Fûgelkrite". Tot de belangstellenden voor het plan behoorde een op de vergadering nadrukkelijk aanwezig groot bouwbedrijf uit het westen van het land. Ook partijen waren op die raadsvergadering aanwezig.

2.2. Bij notariële akte van 23 maart 1994 zijn partijen met elkaar een vennootschap onder firma aangegaan onder de naam: Projectgroep "De Fûgelkrite", hierna ook wel te noemen de VOF. In het tweede lid van artikel 1 van de notariële akte staat vermeld dat de VOF ten doel heeft het gezamenlijk en voor gemeenschappelijke rekening drijven van een projectontwikkelingsmaatschappij, welke zich bezig houdt met het ontwikkelen, aan- en verkopen van onroerend goed projecten. Het tweede lid van de vennootschapsakte bepaalt dat de VOF voor onbepaalde tijd is aangegaan en door ieder der vennoten door opzegging bij deurwaardersexploit of aangetekend schrijven kan worden beëindigd, met inachtneming van een termijn van tenminste zes maanden.

2.3. Op 11 april 1994 heeft de VOF met de gemeente Bolsward een exploitatieovereenkomst gesloten ten aanzien van het gebied zoals dat op de aan de exploitatieovereenkomst gehechte kaart is aangegeven. In de exploitatieovereenkomst staan ook de kadastrale gegevens van het gebied vermeld. De exploitatieovereenkomst ziet (onder meer) op de bouw van circa 100 tot 140 woningen in de woonwijk Fûgelkrite.

2.4. Op enig moment heeft de gemeente Bolsward besloten de woonwijk Fûgelkrite aan te leggen in vier fasen.

2.5. In 1996 is de VOF met derden een VOF aangegaan, welke laatstbedoelde VOF een exploitatieovereenkomst heeft gesloten met de gemeente Boarnsterhim ten aanzien van het project De Boarnstee te Akkrum. Daarnaast hebben partijen afzonderlijk met derden (exploitatie)overeenkomsten gesloten.

2.6. Op 29 juni 1999 heeft de VOF met de gemeente Bolsward wederom een exploitatieovereenkomst gesloten, nu voor de realisatie van de tweede fase van de woonwijk Fûgelkrite.

2.7. Thans is de gemeente Bolsward bezig met de oriëntatie op de derde en de vierde fase van de aanleg van de woonwijk Fûgelkrite.

2.8. Friso, Noppert en Jorritsma hebben de gemeente desgevraagd laten weten dat zij gedrieën - dus zonder Van der Werf - belangstelling hebben om de derde en vierde fase te realiseren.

2.9. Op 14 februari 2001 heeft Jorritsma aan Van der Werf een brief geschreven met onder meer de volgende inhoud: "Wellicht ten overvloede attenderen wij u nogmaals op de aanleiding tot ons besluit om acquisitie, ontwikkeling en realisatie van projecten in o.a. de gemeente Bolsward, niet voort te zetten in het samenwerkingsverband Fûgelkrite vof."

2.10. Op 11 april 2001 hebben gedaagden Van der Werf uitgenodigd voor een op 19 april 2001 te houden vennotenvergadering van de VOF onder meer omtrent de wenselijkheid dat de VOF meedingt naar het verwerven van de opdracht voor de realisatie van de derde en vierde fase van het project De Fûgelkrite. Van der Werf heeft gedaagden laten weten slechts onder de voorwaarde dat het eerder genomen besluit dat de VOF niet verder gaat met de realisering van de woonwijk Fûgelkrite, wordt ingetrokken.

2.11. Op 17 april 2001 heeft Van der Werf de dagvaarding doen betekenen die het onderhavige kort geding inleidt.

2.12. Op 19 april 2001 heeft de aangekondigde vennotenvergadering van de VOF plaatsgevonden, waar Van der Werf niet en Friso, Noppert en Jorritsma wel zijn verschenen. Op die vennotenvergadering is besloten dat de VOF zich niet zal inschrijven en dus niet zal meedingen naar het verwerven van de opdracht voor de aanleg van de derde en vierde fase van de woonwijk Fûgelkrite.

Het geschil en de beoordeling daarvan

3. Van der Werf vordert als vennoot van de VOF van de overige vennoten van de VOF, samengevat, nakoming van het vennootschapscontract. Van der Werf wil dat de VOF - en dus niet Friso, Noppert en Jorritsma gedrieën zonder Van der Werf - met de gemeente Bolsward in onderhandeling treedt over de realisatie van de derde en de vierde fase van de woonwijk Fûgelkrite.

4. Gedaagden voeren allereerst tot hun verweer aan dat Van der Werf niet-ontvankelijk in haar vorderingen moet worden verklaard omdat die vorderingen afgeleid zijn van een vermeende vordering die de VOF jegens Friso, Noppert en Jorritsma zou hebben.

Dit niet-ontvankelijkheidverweer moet worden verworpen. Naar het oordeel van de president kan een vennoot in rechte tegen medevennoten optreden teneinde nakoming van hun verplichtingen tegenover de vennootschap af te dwingen. Anders dan gedaagden menen staat dit oordeel niet haaks op het oordeel van de Hoge Raad in het arrest van 17 december 1993, gepubliceerd in NJ 1994/301. De Hoge Raad heeft in dat arrest alleen de vraag of een vennoot tegen een medevennoot een vordering kan instellen die strekt tot een rechtstreekse "verrekening", ontkennend beantwoord. De onderhavige vordering van de ene vennoot tegen de overige vennoten is evenwel ten behoeve van de vennootschap ingesteld.

5. Van der Werf stelt dat het samenwerkingsverband van de VOF de vier vennoten tot exclusieve samenwerking verplicht om de opdrachten voor de realisatie van de gehele woonwijk Fûgelkrite trachten te verwerven en dus (ook) die ten aanzien van de derde en vierde fase van het plan. Volgens gedaagden is de VOF alleen aangegaan om met de gemeente Bolsward de exploitatieovereenkomst voor de eerste fase van de realisatie van de woonwijk Fûgelkrite te sluiten.

6. De president stelt vast dat vennootschapsakte over dit geschilpunt van partijen geen enkele duidelijkheid schept. In de vennootschapsakte staat slechts vermeld dat de VOF ten doel heeft het gezamenlijk en voor gemeenschappelijke rekening drijven van een projectontwikkelingsmaatschappij, die zich bezig houdt met het ontwikkelen, aan- en verkopen van onroerend goed projecten. In dit kort geding staat vast dat partijen naast het samenwerkingsverband in de VOF ook afzonderlijk met derden (exploitatie)overeenkomsten sluiten.

7. Om te kunnen vaststellen wat partijen overeengekomen zijn komt het dus aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Als door Van der Werf gesteld en door gedaagden niet (voldoende) gemotiveerd betwist staat in dit kort geding vast dat partijen tot samenwerking zijn overgegaan nadat en omdat op de raadsvergadering eind juni 1993 duidelijk werd dat een groot bouwbedrijf uit het westen van het land haar oog op de realisatie van de woonwijk Fûgelkrite had laten vallen, welk groot bouwbedrijf partijen door middel van samenwerking in de VOF wilden beconcurreren.

Omdat toen bekend was dat het om een project van 500 woningen zou gaan en dit aantal de gehele woonwijk Fûgelkrite betreft, acht de president aannemelijk dat partijen hebben beoogd samen te werken om de opdracht(en) voor de realisatie van de gehele woonwijk Fûgelkrite binnen te krijgen. De naam van de VOF, Projectgroep "De Fûgelkrite", duidt daar ook op. Hoewel partijen toen ook wisten dat een fasering ingevoerd zou worden, was nog onduidelijk hoe aan die fasering invulling gegeven zou worden omdat de gemeente alleen nog maar had laten weten dat op dat moment twee faseringsmodellen nader werden bestudeerd.

8. Gedaagden hebben hun standpunt dat de VOF alleen voor de realisatie van de eerste fase is aangegaan daarentegen niet aannemelijk weten te maken. Partijen zijn een klein jaar na de raadsvergadering van eind juni 1993, namelijk bij akte van 23 maart 1994, het samenwerkingsverband aangegaan. De VOF heeft op 11 april 1994 haar eerste exploitatieovereenkomst met de gemeente Bolsward gesloten. In de exploitatieovereenkomst van 11 april 1994 staat niet expliciet vermeld dat de overeenkomst op de realisatie van de eerste van de vier fasen van de woonwijk Fûgelkrite ziet. In dit kort geding is onduidelijk gebleven wanneer de gemeente heeft besloten het plan in vier fasen te gaan ontwikkelen.

Gelet enerzijds op de directe aanleiding om tot samenwerking over te gaan, en anderzijds op het feit dat noch in de vennootschapsakte, noch in de exploitatieovereenkomst van 11 april 1994 met een woord over - één van de - vier fasen wordt gerept, acht de president de stelling van gedaagden dat partijen de VOF slechts ten aanzien van de eerste fase zijn aangegaan, onaannemelijk. Met die door gedaagden verdedigde opvatting strookt ook niet het feit dat de VOF eind juni 1999 met de gemeente Bolsward een exploitatieovereenkomst voor de tweede fase van de realisatie van de woonwijk Fûgelkrite heeft gesloten zonder daartoe een ander samenwerkingsverband aan te gaan. Deze handelwijze bevestigt veel meer de juistheid van het standpunt van Van der Werf dat partijen een samenwerking hebben beoogd voor de realisatie van de gehele woonwijk Fûgelkrite, in dat verband dus voor 500 woningen. Daarnaast acht de president het standpunt van Van der Werf aannemelijk dat de samenwerking voor het realiseren van de in de eerste fase voorziene bouw van 100 tot 140 woningen, gelet op het relatief lage aantal commercieel niet interessant is. De feiten dat de gemeente voor elke fase een nieuw bestemmingsplan opstelt en dat het de gemeente bij elke fase opnieuw vrij staat om met derden te onderhandelen over het sluiten van een exploitatieovereenkomst, zeggen niets over de interne rechtsverhouding tussen partijen.

9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat gedaagden zich hebben gecommitteerd uitsluitend ten behoeve van de VOF met de gemeente te onderhandelen over de verwerving van alle opdrachten voor de realisatie van de woonwijk Fûgelkrite, en dus ook die ten aanzien van de derde en vierde fase van de woonwijk Fûgelkrite. Van het aangaan van nieuwe verplichtingen is derhalve geen sprake.

10. Gedaagden voeren verder tot hun verweer aan dat de VOF op 19 april 2001 rechtsgeldig heeft besloten niet mee te dingen naar de derde en vierde fase van de woonwijk Fûgelkrite. Ook dit verweer kan gedaagden niet baten. Partijen gaan er van uit - en zo oordeelt ook de president - dat voor dit besluit de instemming van alle vennoten vereist is. Gedaagden voeren wel aan dat Van der Werf tijdig en deugdelijk voor de vergadering is opgeroepen en dat haar niet-verschijnen voor haar rekening en risico komt, maar gedaagden wisten al voordat de vergadering werd gehouden dat Van der Werf het met dit besluit niet eens was. Vanwege die wetenschap konden gedaagden in redelijkheid niet menen dat zij, terwijl hen de onderhavige kort-geding-dagvaarding al was betekend, gedrieën rechtsgeldig anders konden besluiten.

11. Gedaagden hebben ten slotte nog tot hun verweer aangevoerd dat de vorderingen moeten worden afgewezen omdat van onderhandelingen tussen hen en de gemeente Bolsward vooralsnog geen sprake is. De president verwerpt ook dit verweer omdat in dit kort geding vast staat dat tussen de gemeente Bolsward en gedaagden, al dan niet zijdelings, is gesproken over de fasen drie en vier van de woonwijk Fûgelkrite hetgeen in ieder geval als een aanzet tot onderhandelingen kan worden gekwalificeerd. Gedaagden brengen naar het oordeel van de president terecht naar voren dat verschillend kan worden en ook door partijen wordt gedacht over de reikwijdte van het begrip onderhandelingen en dat als zodanig zowel het primair als het subsidiair gevorderde gebod dermate ruim is geformuleerd dat toewijzing daarvan naar verwachting executieproblemen met zich brengt. De president vindt aanleiding de vordering van Van der Werf aldus toe te wijzen dat de president gedaagden, op straffe van verbeurte van een dwangsom, verbiedt om, anders dan als vennoot van de VOF met de gemeente inhoudelijk contact te hebben over de derde en vierde fase van de woonwijk Fûgelkrite. De president neemt bij deze formulering in aanmerking dat het gedaagden niet kan worden verweten dat de gemeente met hen contact opneemt. Het staat gedaagden op grond van het op te leggen verbod evenwel niet vrij om het vervolgens (nadat de gemeente dus contact heeft opgenomen) buiten Van der Werf om inhoudelijk met de gemeente over de derde en vierde fase te hebben.

12. De president zal een maximum aan de te verbeuren dwangsommen verbinden. Dit laat uiteraard onverlet, dat bij voortgaande overtreding van dit kort-geding-vonnis oplegging van hogere dwangsommen kan worden gevorderd dan wel hernieuwde oplegging van dezelfde dwangsommen.

Het bedrag van zowel de dwangsom als het maximum staat in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.

13. Gedaagden moeten als de hoofdzakelijk in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De president, rechtdoende in kort geding:

1. verbiedt Aannemingsmaatschappij Friso B.V., Bouw- en aannemingsmaatschappij Noppert B.V. en Jorritsma Bolsward Beheer B.V. ieder om, anders dan als vennoot van de VOF (Projectgroep: de Fûgelkrite) met de gemeente Bolsward inhoudelijk contact te hebben over de derde en vierde fase van de woonwijk Fûgelkrite;

2. bepaalt, dat zo Aannemingsmaatschappij Friso B.V. niet aan deze veroordeling voldoet, zij aan Van der Werf's Bouwbedrijf B.V. een dwangsom verbeurt van ƒ 25.000,00 (vijfentwintigduizend gulden) voor iedere dag dat zij het verbod onder 1. overtreedt;

3. verbindt aan de aldus onder 2. te verbeuren dwangsommen een maximum van ƒ 1.000.000,00 (één miljoen gulden);

4. bepaalt, dat zo Bouw- en aannemingsmaatschappij Noppert B.V. niet aan deze veroordeling voldoet, zij aan Van der Werf's Bouwbedrijf B.V. een dwangsom verbeurt van ƒ 25.000,00 (vijfentwintigduizend gulden) voor iedere dag dat zij het verbod onder 1. overtreedt;

5. verbindt aan de aldus onder 4. te verbeuren dwangsommen een maximum van ƒ 1.000.000,00 (één miljoen gulden);

6. bepaalt, dat zo Jorritsma Bolsward Beheer B.V. niet aan deze veroordeling voldoet, zij aan Van der Werf's Bouwbedrijf B.V. een dwangsom verbeurt van ƒ 25.000,00 (vijfentwintigduizend gulden) voor iedere dag dat zij het verbod onder 1. overtreedt;

7. verbindt aan de aldus onder 6. te verbeuren dwangsommen een maximum van ƒ 1.000.000,00 (één miljoen gulden);

8. veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Van der Werf begroot op ƒ 525,55 aan verschotten en ƒ 1.550,00 aan salaris procureur;

9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

10. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, fungerend president, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 mei 2001.

fn 100

Uitspraak: 4 mei 2001

Kort-geding-nummer: 01/97 6