Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AB1479

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
08-05-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
17/085016-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 8 mei 2001

Parketnummer: 17/085016-01

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op 1963 te [geboortegemeente],

wonende te [adres en woonplaats].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 26 april 2001.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie ter terechtzitting is de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het onder primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 5 januari 2001, nabij Damwoude, in de gemeente Dantumadeel, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig een personenauto van het merk Opel en type Astra en voorzien van het kenteken [kentekennummer], daarmede rijdende over de weg, te weten de Lauwersseewei komende vanuit de richting Oentsjerk/Aldtsjerk en gaande in de richting van Dokkum, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

- te rijden op/over de Lauwersseewei aldaar na voorafgaand inwendig gebruik van alcoholhoudende drank en

- tijdens het besturen van dat motorrijtuig zulks terwijl het op dat moment buiten donker was en er geen openbare straatverlichting ter plaatse aanwezig was en het licht regende en aldus het zicht beperkt was zijn aandacht te hebben en te houden bij zijn autotelefoon, en

- een sturende manoeuvre naar links te maken en

- vervolgens in plaats van de voor hem, verdachte, bestemde rechterzijde van de rijbaan van die weg op normale wijze te blijven volgen, de voor het hem, verdachte, tegemoetkomende verkeer bestemde rijbaanhelft geheel of ten dele te gaan berijden en onvoldoende alert te zijn op het hem -over de linker rijstrook- tegemoetkomend motorrijtuig, te weten een personenauto van het merk Suzuki en type Alto Max en voorzien van het kenteken [kentekennummer], (mede) waardoor hij met dat door hem bestuurde motorrijtuig decentraal frontaal is gebotst tegen dat hem, verdachte, tegemoetkomend motorrijtuig, waardoor laatstgenoemd motorrijtuig van de weg is geraakt en in de naast de berm gelegen sloot terecht is gekomen, waardoor andere personen genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en laatstgenoemdes ongeboren levensvatbare kind, welke gezeten waren in voornoemd hem, verdachte, tegemoetkomend motorrijtuig, werden gedood.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

Primair overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, meermalen gepleegd.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het primair telastegelegde tot 21 maanden gevangenisstraf, alsmede drie jaar ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, met aftrek van de periode waarin het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest.

Op 5 januari 2001 heeft verdachte een ernstig ongeval veroorzaakt, waarbij twee volwassenen, waarvan één zwanger was van een baby van zeven maanden, om het leven zijn gekomen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat verdachte zeer onverantwoord heeft gereden. Hij heeft, terwijl het zicht, onder andere door regenval, beperkt was en hij pal achter een vrachtwagen reed, zijn aandacht gericht gehad en gehouden bij zijn autotelefoon, waardoor hij op de linkerweghelft is gekomen. Een frontale aanrijding was het gevolg met eerder genoemde dramatische gevolgen.

Dit is een zeer ernstig feit, waarvoor verdachte geheel verantwoordelijk is.

Ook is ter terechtzitting gebleken dat verdachte voordat hij is gaan rijden alcoholhoudende drank heeft genuttigd. Deze omstandigheid zal echter voor de op te leggen straf slechts een zeer ondergeschikte rol spelen, nu, naar het oordeel van de rechtbank, de mate van alcoholgebruik onvoldoende kon worden vastgesteld.

In de strafmaat zullen voorts verdachtes persoonlijke omstandigheden, zoals deze onder meer zijn gebleken uit het omtrent verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport, worden meegewogen.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak een werkstraf van maximale duur dient te worden opgelegd, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur. Daarnaast zal een deels onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een werkstraf, bestaande uit het verrichten van 240 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van vier maanden zal worden toegepast.

Een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van twee jaar.

Bepaalt, dat van deze bijkomende straf een gedeelte, groot één jaar, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde vóór het tijdstip waarop de uitspraak voor wat betreft de bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J.Y.B. Jansen en mr. S.M. van der Schenk, rechters, bijgestaan door mr. A.S. Venema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2001.