Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0569

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-02-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
01/148 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

(Aankondiging van) verkoop opgeslagen inboedel behelst een vorm van parate executie.

Brief van verweerder dat binnen 14 dagen zal worden overgegaan tot verkoop van de opgeslagen inboedel. Naar voorlopig oordeel bevat deze brief geen bestuursrechtelijk appellabel besluit. De verkoop van verzoekers inboedel behelst een vorm van parate executie op grond van art. 5:30 Awb.

Het gaat derhalve om feitelijk handelen.

Het college van burgemeester en wethouders van Bolsward, verweerder.

mr. P.G. Wijtsma (president)

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 5:30, geldigheid: 2001-02-16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN

Sector Bestuursrecht

Uitspraak ex artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht

Reg.nr.: 01/148 BESLU

Inzake

A, wonende te B (Schotland), verzoeker,

gemachtigde: mr. R.J. Wevers, advocaat te Bolsward,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van Bolsward, verweerder.

Procesverloop

Op 16 februari 2001 is namens verzoeker bezwaar gemaakt tegen een brief van verweerder, gedateerd 7 februari 2001. Op dezelfde dag is namens verzoeker per fax een verzoek gericht aan de president van de rechtbank om op grond van het bepaalde in art. 8:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken toegezonden per fax.

Behandeling van het verzoek op een zitting is gelet op art. 8:83 lid 3 Awb achterwege gebleven.

Motivering

Art. 8:81 lid 1 Awb bepaalt dat de president van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voorzover de beoordeling van het verzoek met zich brengt dat het geschil in de hoofdzaak wordt beoordeeld heeft het oordeel van de president daaromtrent een voorlopig karakter.

Na de ontruiming van de door verzoeker bewoonde woning aan de […] 17 te X is de inboedel van verzoeker op straat gezet. Deze inboedel is op last van de gemeente weggehaald en opgeslagen in een loods van Transportbedrijf […] te X. In de bestreden brief wordt aangekondigd dat, omdat de kosten van deze opslag oplopen, de gemeente binnen 14 dagen na dagtekening zal overgaan tot verkoop van de opgeslagen inboedel. Uit de opbrengst hiervan kan dan een deel van de inmiddels gemaakte kosten worden voldaan. In de brief is verder vermeld dat hiertegen binnen 14 dagen een bezwaarschrift kan worden ingediend en dat zonodig de bestuursrechter kan worden gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

De brief van 7 februari 2001 bevat naar het voorlopig oordeel van de president geen bestuursrechtelijk appellabel besluit. Op grond van art. 1:3 Awb is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Naar het oordeel van de president behelst de verkoop van verzoekers inboedel echter een vorm van parate executie op grond van art. 5:30 Awb. Het gaat derhalve om feitelijk handelen dat niet ter beoordeling van de bestuursrechter staat.

Het bezwaar tegen de brief van 7 februari 2001 zal naar het voorlopig oordeel van de president niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat derhalve geen ruimte. In de omstandigheid dat in de brief van 7 februari 2001 ten onrechte is aangegeven dat daartegen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen kunnen worden aangewend ziet de president aanleiding om verweerder op na te noemen wijze te veroordelen in de proceskosten en de gemeente Bolsward, gelet op het bepaalde in art. 8:82 lid 4 Awb, op te dragen het griffierecht van ƒ 225,= aan verzoeker te vergoeden.

Op grond van art. 8:75 juncto art. 8:84 lid 4 Awb veroordeelt de president verweerder in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht bedragen de proceskosten van verzoeker ƒ 710,= terzake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (verzoekschrift 1 punt; gewicht van de zaak: gemiddeld; waarde per punt ƒ 710,=). De president wijst de gemeente Bolsward aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Beslissing

De president van de rechtbank:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat het griffierecht ten bedrage van ƒ 225,= door de gemeente Bolsward aan verzoeker wordt vergoed;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van ƒ 710,=, aan verzoeker te vergoeden door de gemeente Bolsward.

Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, fungerend president, in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2001 in tegenwoordigheid van F.P. Dillingh als griffier.

w.g. F.P. Dillingh w.g. P.G. Wijtsma

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Schriftelijke uitspraak verzonden op: 16 februari 2001