Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0082

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
14-02-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
H 98-1132
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak: 14 februari 2001

Rolnummer: H 98-1132

VONNIS

van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, meervoudige handelskamer, in de zaak van:

[naam architect],

handelend onder de naam Architectuur Ir. [naam architect] BNA, wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur: mr. V.M.J. Both,

tegen

1. [GEDAAGDE SUB 1],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap BOUWBEDRIJF SIEMENSMA B.V.,

gevestigd te Surhuisterveen,

gedaagden,

procureur: mr. W. Voorthuijsen.

PROCESGANG

De zaak is bij dagvaarding van 20 november 1998 aanhangig gemaakt. Partijen zijn verschenen. In de procedure zijn de volgende processtukken gewisseld:

conclusie van eis van de zijde van eiser (in het vervolg: [naam architect]);

conclusie van antwoord van de zijde van gedaagden (verder: [gedaagde sub 1] en Siemensma);

Na conclusie van antwoord heeft de rechtbank bij vonnis van 7 april 1999 een comparitie van partijen gelast. Op 28 september 1999 heeft deze comparitie van partijen plaatsgevonden. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt, waarvan de inhoud als hier herhaald geldt.

conclusie van repliek van de zijde van [naam architect];

conclusie van dupliek van de zijde van [gedaagde sub 1] en Siemensma.

Partijen hebben de zaak op 30 november 2000 doen bepleiten door hun procureurs. Ten slotte is door partijen vonnis gevraagd op basis van het griffiedossier, waarvan de inhoud als hier herhaald geldt.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. De vordering

1. De vordering van [naam architect] strekt er toe dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. [Gedaagde sub 1] en Siemensma hoofdelijk veroordeelt des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan [naam architect] ten titel van schadevergoeding te betalen een bedrag van ƒ 3.525,00, althans een door de rechtbank ex aequo et bono te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 maart 1994, althans vanaf 17 juni 1997, althans vanaf 20 november 1998 tot aan de dag van uiteindelijke betaling;

b. [Gedaagde sub 1] en Siemensma beiden veroordeelt om binnen een bij vonnis te bepalen termijn ten overstaan van een daarbij te benoemen rechter-commissaris aan eiser rekening en verantwoording af te leggen met betrekking tot de door [gedaagde sub 1] en Siemensma ten gevolge van de inbreuk op eisers auteursrecht, namelijk het maken van bouwtekeningen voor, respectievelijk het bouwen van een woning aan [adres] te [plaatsnaam], genoten winst met de bepaling dat, indien [gedaagde sub 1] en Siemensma in gebreke mochten blijven op de door de rechter-commissaris bepaalde dag te verschijnen of rekening te doen, of de aan de rechter-commissaris overgelegde rekening binnen de daarvoor bepaalde termijn aan [naam architect] te betekenen, zij daartoe gedwongen kunnen worden door inbeslagneming en de verkoop van hun goederen tot een bedrag van ƒ 25.000,00 waar het [gedaagde sub 1] betreft en tot een bedrag van ƒ 50.000,00 waar het Siemensma betreft; voorts het door [gedaagde sub 1] en Siemensma aan [naam architect] verschuldigde bedrag vast te stellen en [gedaagde sub 1] en Siemensma te veroordelen tot betaling aan [naam architect] van een zodanige som, als aan deze blijkens de rekening en verantwoording zal toekomen, met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der voldoening;

c. [Gedaagde sub 1] en Siemensma veroordeelt in de kosten van de procedure.

1. [Gedaagde sub 1] en Siemensma hebben tegen de vordering verweer gevoerd met conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser althans tot afwijzing van de vordering en tot veroordeling van [naam architect] in de kosten van het geding.

1. De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de niet-betwiste inhoud van de overgelegde producties onder meer het volgende vast:

2.1 [naam architect] is architect BNA en maker van bouwtekeningen van woningen, onder andere van het type "Starwoodhome". Verscheidene van deze woningen zijn gebouwd.

2.2 [S.] heeft bij aannemer [Z.] een offerte gevraagd voor de bouw van een "Starwoodhome"-huis, [S.] en [Z.] zijn het uiteindelijk niet eens geworden over de prijs.

2.3 Aan de hand van een brochure met schetsen van de "Starwoodhome" heeft [S.] een schets gemaakt. Vervolgens heeft [S.] aan bouwbedrijf Siemensma b.v. de opdracht gegeven naar aanleiding van deze schets een huis te bouwen. Op basis van deze schets heeft [gedaagde sub 1] een tekening gemaakt. Siemensma b.v. heeft in opdracht van [S.] vervolgens naar aanleiding van de tekening van [gedaagde sub 1] een huis gebouwd te [plaatsnaam] aan het adres [adres].

2.4 [S.] heeft voorafgaand aan de bouw aan Siemensma en [gedaagde sub 1] gevraagd of er auteursrechtelijke problemen zouden zijn.

De standpunten van partijen

3.1 [naam architect] stelt dat de door hem vervaardigde bouwtekeningen met betrekking tot woningen van het type "Starwoodhome" werken zijn in de zin van artikel 10 lid 1 onder 8 van de Auteurswet. Deze tekeningen komen voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking omdat zij getuigen van een eigen persoonlijk karakter en als zodanig het stempel van de maker dragen. [naam architect] is derhalve auteursrechthebbende terzake van deze tekeningen. Het door Siemensma voor [S.] gebouwde huis is een openbaarmaking in de zin van de Auteurswet van de tekeningen van de "Starwoodhome", waarvan [naam architect] auteursrechthebbende is. De schade van [naam architect] bestaat onder meer uit het door hem gemiste honorarium. Deze schade bedraagt volgens de normale normering bij BNA-architecten ƒ 3.525,00. Daarnaast heeft [naam architect] recht op afdracht aan hem van de door [gedaagde sub 1] en Siemensma genoten winst, welke zij ten gevolge van de inbreuk op [naam architect]’ auteursrecht hebben gemaakt en op het afleggen van rekening en verantwoording met betrekking tot die winst.

3.2 [naam architect] is van mening dat bij de vraag of er sprake is van een dusdanige mate van overeenstemming dat van ontlening moet worden gesproken, naar beide ontwerpen als geheel moet worden gekeken. In casu gaat het met name om de combinatie van de diagonale schoorsteen, het uitspringende driehoekige balkon en de diagonaal uitspringende aangeblokte serre. Deze combinatie maakt [naam architect]’ werk uniek.

3.3 [naam architect] stelt dat, nu vaststaat dat [S.] aan [gedaagde sub 1] en Siemensma heeft gevraagd of er auteursrechtelijke problemen zouden bestaan bij de bouw van zijn woning, zij niet meer kunnen stellen dat zij niet hebben geweten dat de schets van [S.] was gebaseerd op een tekening van [naam architect] en zij derhalve geen schuld hebben aan de inbreuk op het auteursrecht van [naam architect].

4.1 [Gedaagde sub 1] en Siemensma betwisten dat er sprake is van een verveelvuldiging van een werk van [naam architect]. Het ontwerp van [naam architect] heeft niet als voorbeeld gediend van de gebouwde woning, er zijn geen nieuwe of oorspronkelijke elementen van een door [naam architect] ontworpen woning gebruikt. [Gedaagde sub 1] en Siemensma hebben een woning gebouwd naar aanleiding van een schets en aanwijzingen van [S.]. [Gedaagde sub 1] en Siemensma kenden het ontwerp van [naam architect] niet, zij kunnen niet op grond van de Auteurswet aangesproken worden. [Gedaagde sub 1] en Siemensma stellen evenmin op grond van artikel 6:162 BW aangesproken te kunnen worden nu zij te goeder trouw zijn afgegaan en mochten afgaan op een derde.

4.2 [Gedaagde sub 1] en Siemensma betwisten voorts dat aan een aangeblokte serre, een gedraaide schoorsteen en een uitspringend balkon auteursrechtelijke bescherming toe zou komen. Zowel afzonderlijk als in combinatie kan dit niet worden beschermd. Elke ontwerper zoekt aansluiting bij een bepaalde stijl, dat is in casu ook gebeurd.

4.3 [Gedaagde sub 1] en Siemensma stellen geen winst te hebben behaald uit de overneming van tekeningen. [Gedaagde sub 1] heeft gewerkt op basis van door Siemensma aangereikte plattegrondschetsen. Siemensma heeft [gedaagde sub 1] betaald voor zijn werkzaamheden. Siemensma heeft slechts een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten op basis van een door [gedaagde sub 1] gemaakt ontwerp. Er is geen verband tussen de geclaimde winstafdracht en de gestelde inbreuk op een auteursrecht van [naam architect].

Beoordeling van het geschil

5. De rechtbank is van oordeel dat woningen en bouwtekeningen voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen, omdat zij getuigen van een eigen persoonlijk karakter en als zodanig het stempel van de maker dragen. Er is sprake van een inbreuk op dit auteursrecht indien er sprake is van een dusdanige nabootsing dat het nieuwe bouwwerk kan worden aangezien voor een geesteskind van de collega-ontwerper. Bij de beoordeling of daarvan sprake is moeten de ontwerpen in hun geheel worden bekeken. De rechtbank overweegt dat een diagonale schoorsteen, een uitspringend driehoekig balkon en een diagonaal uitspringende aangeblokte serre op zichzelf geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Het is echter de nabootsing van de combinatie van deze stijlelementen die maken dat het ontwerp van het huis van [S.] een inbreuk vormt op het "Starwoodhome"-ontwerp van [naam architect]. De rechtbank is van oordeel dat indien men de ontwerpen van [naam architect] en [gedaagde sub 1] in hun geheel met elkaar vergelijkt er sprake is van ontlening. Nu het huis van [S.] dezelfde stijlelementen draagt en ook de maatvoering grotendeels overeenkomt kan voor een derde de indruk ontstaan dat het huis van [S.] een ontwerp van [naam architect] is. [Gedaagde sub 1] en Siemensma hebben aangevoerd dat zij niet wisten dat de schets van [S.] gebaseerd was op het ontwerp van [naam architect]. De rechtbank overweegt echter dat uit de vraag van [S.] aan [gedaagde sub 1] en Siemensma of er auteursrechtelijke problemen zouden kunnen ontstaan reeds blijkt dat zij niet te goeder trouw waren. Immers, uit het stellen van deze vraag volgt dat [gedaagde sub 1] en Siemensma bekend moeten zijn geweest met het feit dat het schetsje van [S.] is gebaseerd op een tekening van [naam architect]. Overigens kan ook uit de omstandigheid dat de bouwtekeningen van [naam architect] en [gedaagde sub 1] zeer sterke overeenkomsten met elkaar vertonen worden afgeleid dat [gedaagde sub 1] gebruik heeft gemaakt van het ontwerp van [naam architect].

6. Nu de rechtbank van oordeel is dat de door [gedaagde sub 1] ontworpen en door Siemensma gebouwde woning van [S.] een inbreuk vormt op het auteursrecht van [naam architect] moet de vraag worden beantwoord in hoeverre de vorderingen van [naam architect] toewijsbaar zijn.

De rechtbank overweegt dat een redelijke uitleg van artikel 27a Auteurswet meebrengt dat niet meer kan worden toegewezen dan een bedrag gelijk aan het grootste van die beide bedragen (zie NJ 2000/489). Dit brengt met zich dat met betrekking tot [gedaagde sub 1] alleen de gevorderde schadevergoeding kan worden toegewezen. Immers, de gevorderde schadevergoeding is gelijk aan het honorarium waarop [naam architect] recht zou hebben gehad; de door [gedaagde sub 1] genoten winst gaat dit bedrag niet te boven. Met betrekking tot Siemensma is evenwel onduidelijk wat zijn winstaandeel is. De rechtbank zal bij Siemensma de schadevergoeding eveneens toewijzen. Om de genoten winst vast te kunnen stellen en te beoordelen of deze de gevorderde schadevergoeding te boven gaat zal de rechtbank een comparitie gelasten van Siemensma en [naam architect]. Siemensma zal daarbij uiterlijk een week voor de comparitie bewijsstukken, welke betrekking hebben op de genoten winst, aan de rechtbank en aan [naam architect] moeten doen toekomen.

7. [Gedaagde sub 1] en Siemensma zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partijen in de tot op heden gemaakte proceskosten worden veroordeeld. Omtrent de door [naam architect] en Siemensma nog te maken proceskosten zal de rechtbank in een later stadium een beslissing nemen.

BESLISSING

De rechtbank

veroordeelt [gedaagde sub 1] en Siemensma des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan [naam architect] te betalen een bedrag van ƒ 3.525,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 maart 1994 tot aan de dag van uiteindelijke betaling;

veroordeelt [gedaagde sub 1] en Siemensma in de kosten van het geding, tot aan het moment van deze uitspraak aan de zijde van [naam architect] begroot op f 730,00 voor verschotten en f 2.920,00 voor salaris procureur;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat partijen Siemensma en [naam architect], vergezeld van hun raadslieden zullen verschijnen voor de rechter mr. U. van Houten in het Gerechtsgebouw aan het Zaailand 102 te Leeuwarden voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking;

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 28 februari 2001 voor uitlating overeenkomstig 9.2 van het rolreglement;

houdt de beslissing aan met betrekking tot de van Siemensma gevorderde winstafdracht en de verder nog door [naam architect] en Siemensma te maken proceskosten;

gelast Siemensma om uiterlijk een week voor de comparitie van partijen aan de rechtbank en aan [naam architect] bewijsstukken toe te zenden met betrekking tot de aan de bouw van de woning aan [adres] te [plaatsnaam] gerelateerde winst;

wijst af het meer of ander gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door de rechters mrs. U. van Houten, als voorzitter, A.T. Vos en C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op14 februari 2001.

fn 296