Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AA9608

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
23-01-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
17/085383-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 23 januari 2001

Parketnummer: 17/085383-00

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op 1941 te [geboortegemeente],

wonende te [woonplaats en adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 9 januari 2001.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. Doornbosch, advocaat te Drachten.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie ter terechtzitting is de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 16 januari 2000, te [plaatsnaam], in de gemeente [naam gemeente], aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam als (ervaren) sportschutter en in strijd met de strekking van zijn verlof tot het voorhanden hebben van schietwapens met een kogelgeweer in een achtertuin, gelegen in een woonwijk, dat geweer uit de daarvoor bestemde opbergplaats heeft gehaald en dat geladen geweer naar de tuin heeft overgebracht en al dan niet gewild een kogel heeft afgevuurd, waarbij een vrouw, die over de (nabijgelegen) Woudweg fietste, in haar been werd geraakt door voornoemde kogel, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die vrouw (genaamd [naam slachtoffer]) zodanig lichamelijk letsel heeft bekomen dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze is ontstaan.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

Aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zodanig lichamelijk letsel bekomt waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van haar ambts- of beroepsbezigheden ontstaat.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;

-de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Verdachte is met een geladen geweer zijn woning uitgegaan met de kennelijke bedoeling vogels af te schrikken. Buiten is volgens verdachte per ongeluk het vuurwapen afgegaan. Een passerende vrouw op de fiets is door de kogel in haar been getroffen. Zij heeft hierdoor letsel in haar bovenbeen opgelopen en is tijdelijk arbeidsongeschikt geraakt. Als ervaren sportschutter moet verdachte bekend zijn met de risico's die verbonden zijn aan het voorhanden hebben van een vuurwapen. Verdachte wist bovendien dat het geweer in kwestie gemakkelijk afgaat. Daarom had van verdachte mogen worden gevergd dat hij met extra voorzichtigheid met zijn wapen was omgegaan. Naar het oordeel van de rechtbank is door de verdachte niet alleen strijdig met de hem verleende vergunning, maar ook aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam gehandeld. Verdachte ziet dit ook zelf in, zoals ter zitting is gebleken. Vanwege de ernst van het feit zou volgens de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet misplaatst zijn. Gelet op de omstandigheden van verdachte, te weten het feit dat hij door deze gebeurtenis niet alleen zijn geweer maar ook zijn aanzien in de wereld van sportschutters is kwijtgeraakt en tenslotte het gegeven dat hij vanaf het begin zeer veel(vuldig) contact met het slachtoffer heeft opgenomen en vrijwillig de schade van het slachtoffer geheel heeft vergoed, zal de rechtbank volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 308 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van DRIE MAANDEN.

Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. L.A.D. Lindenbergh en mr. H.R. Bax, rechters, bijgestaan door D.P. Postma-Westerhof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 januari 2001.

Mr. Bax is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.