Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2000:AA9129

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
21-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
17/080033-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 21 december 2000

Parketnummer: 17/080033-00

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op 1975 te [geboortegemeente],

wonende te [woonplaats en adres],

thans gedetineerd in gevangenis De Marwei te Leeuwarden.

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 7 december 2000.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

NADERE BEWIJSOVERWEGING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld, gelet op de navolgende vastgestelde feiten.

Nadat verdachte de confrontatie met [slachtoffer] was aangegaan en hij bemerkte dat het door hem toegepaste geweld geen indruk op het slachtoffer maakte, heeft hij zich aan de confrontatie onttrokken en is hij naar de kofferbak van zijn auto gelopen, heeft de kofferbak geopend en heeft daaruit de honkbalknuppel gepakt. Daarmee is hij weer naar [slachtoffer] gelopen en heeft hij deze nagenoeg onmiddellijk tweemaal met de knuppel geslagen, de tweede maal hard op het hoofd van [slachtoffer].

Aldus heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank gehandeld in een situatie welke valt onder 'voorbedachte rade' zoals bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

primair

hij op 10 februari 2000 te Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een honkbalknuppel eenmaal met kracht tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

primair Poging tot moord.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en de voorlichtingsrapportages;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het primair telastegelegde tot zes jaar gevangenisstraf.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot moord, het zwaarste strafbare feit uit het Wetboek van Strafrecht. Het slachtoffer is daarbij zeer ernstig gewond geraakt en er moet ernstig voor worden gevreesd dat van volledig herstel geen sprake zal zijn. Deze aspecten zullen in de op te leggen straf dienen te worden meegenomen.

In het onderzoek naar dit feit, zowel vooraf aan de terechtzitting als op de terechtzitting zelf, is getracht te achterhalen hoe verdachte tot zijn daad is kunnen komen.

Vast is komen te staan dat de verdachte zich in bijzondere mate heeft geërgerd aan de bemoeienis van het slachtoffer [slachtoffer] op een aantal momenten waar verdachte terzake verkeersovertredingen werd geverbaliseerd en dat hij vanuit die ergernis contact heeft gezocht met [slachtoffer].

Ook verdachte heeft in eerste instantie aangegeven niet te begrijpen hoe deze achtergrond heeft kunnen leiden tot zijn uiteindelijke daad en heeft aangegeven te willen meewerken aan een nadere psychiatrische rapportage.

In het door de psychiater uitgebrachte rapport komt deze tot het oordeel dat het er naar uitziet dat er bij de verdachte sprake is van een narcistische krenkbaarheid welke tot uiting komt in situaties waarin hij geen grip meer heeft op hem kleinerende invloeden door derden. Hij kan zulks dan niet naast zich neerleggen en hij moet dat dan terstond ongedaan maken. Naar het oordeel van de psychiater bergt een en ander gevaren in zich voor de toekomst en teneinde hierover meer duidelijkheid te verkrijgen adviseerde hij een observatie in het Pieter Baan Centrum.

Deze observatie is ook door de rechtbank bevolen, maar verdachte heeft om hem moverende redenen geweigerd hieraan mee te werken, zodat dit niet heeft geleid tot een afgeronde rapportage.

Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat met betrekking tot de op te leggen straf slechts in beperkte mate rekening gehouden kan worden met de persoon van verdachte, met dien verstande dat de rechtbank op grond van de wel aanwezige rapportage, alsmede gelet op het feit dat verdachte eerder terzake een geweldsdelict is veroordeeld, van oordeel is dat er, in ieder geval op termijn, sprake is van gevaar voor herhaling.

Het voorgaande dient mee te brengen dat alleen een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals deze ook door de officier van justitie is gevorderd, recht doet aan het bewezenverklaarde feit.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van ZES JAREN.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. I.M. Dölle en mr. B. Hiemstra, rechters, bijgestaan door mr. I. de Bruin, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december 2000.

Mr. Hiemstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.