Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2000:AA7091

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
13-09-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
36819
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK LEEUWARDEN

Uitspraak 13 september 2000

Rekestnummer 1625/99

Zaaknummer 36819

ALIMENTATIE

BESCHIKKING

van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:

[naam vader],

wonende te Sneek,

hierna ook te noemen de vader,

procureur mr W.A. Veenstra,

tegen

[naam dochter]

wonende te Sneek,

hierna ook te noemen de dochter,

procureur mr J.M.C. van den Bosch-Scholts.

PROCESGANG

Bij beschikking van deze rechtbank van 28 juni 2000 -waarvan de inhoud als hier ingelast geldt- is de zaak verwezen naar een nadere terechtzitting.

Behandeling vond pro forma plaats ter terechtzitting met gesloten deuren van deze enkelvoudige kamer op 28 juli 2000.

Bij de stukken bevindt zich een brief d.d. 18 juli 2000, van mr. W.A. Veenstra.

RECHTSOVERWEGINGEN

Gelet op de aanwezige bescheiden overweegt de rechtbank het volgende.

Partijen twisten omtrent de wijze waarop de alimentatiebehoefte van de dochter moet worden bepaald. De maximale door de Informatie Beheer Groep voor haar berekende toelage bedraagt blijkens de stukken / 1.104,= per maand. Feitelijk ontvangt de dochter / 938,= per maand, omdat zij heeft afgezien van het afsluiten van een lening. Naar het oordeel van de rechtbank moet de dochter in ieder geval behoeftig worden geacht tot het verschil tussen genoemde bedragen. De vraag is of zij naast dit bedrag nog alimentatiebehoefte heeft. Gelet op de door de dochter opgevoerde lasten moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. Weliswaar zou -naar de vader naar voren heeft gebracht- de dochter wellicht haar lasten enigszins omlaag kunnen brengen, met name wat betreft de huur ad / 400,= per maand en de verzekering ad / 84,= per maand, maar er is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding zulks van de dochter te vergen, nu deze lasten niet bovenmatig voorkomen. Daarbij overweegt de rechtbank dat het niet onredelijk is dat de dochter haar behoefte mede afleidt van het netto inkomen van de vader (van ruim / 3.700,= per maand) en haar welstandsniveau daarop afstemt.

Gelet op het bovenstaande en op de stukken, alsmede gelet op de wettelijke maatstaven, zal de rechtbank de alimentatiebehoefte van de dochter thans naar redelijkheid en billijkheid begroten op een bedrag van / 300,= per maand.

Gezien het bovenstaande is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de bij beschikking 11 februari 1998 aan de vader ten behoeve van de dochter opgelegde alimentatiebijdrage door nadien opgetreden wijziging van omstandigheden heeft opgehouden te voldoen aan de wettelijke maatstaven en is zij van oordeel dat genoemde bijdrage moet worden gesteld op het hieronder in het dictum vermelde bedrag.

De dag van indiening van het verzoekschrift zal als te doen gebruikelijk worden aangemerkt als ingangsdatum, nu geen bijzondere feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen die aanleiding geven anders te beslissen.

BESLISSING

De rechtbank:

wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 11 februari 1998 aldus, dat de daarbij aan de vader ten behoeve van de dochter [personalia dochter] opgelegde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding -thans de kosten van levensonderhoud en studie- met ingang van 1 oktober 1999 wordt gesteld op een bedrag van / 300,= (driehonderd gulden), telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de dochter;

bepaalt dat de executiekosten ten laste komen van de vader, voor het geval deze door hem zijn veroorzaakt;

wijst af het meer of anders verzochte;

compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr J.D.S.L. Bosch, lid van de kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.

(cc: 18)

Van deze beschikking kan binnen 2 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!

De griffier.