Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6791

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
16-08-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
00-189
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 16 augustus 2000

Kort-geding-nummer: 00-189

VONNIS

van de president van de arrondissementsrecht-bank te Leeuwar-den, in het kort geding van:

[ ] [eiser],

wonende te [woonplaats], gemeente [woonplaats],

eiser,

hierna mede te noemen: [eiser],

procureur: mr. S.A. Roodhof,

tegen

1. de besloten vennoot-schap

DE FRIESE PERS B.V.,

gevestigd te Leeuwarden, gemeente Leeuwarden,

2. [M.],

wonende te [appellant], gemeente [woonplaats],

gedaagden, hierna mede te noemen: De Friese Pers en [M.],

advocaat: mr. W. Sleijfer te Leeuwarden

PROCESGANG

[eiser] heeft De Friese Pers en [M.] in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 2 augustus 2000.

[eiser] heeft toen op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd dat de president bij vonnis - zo veel mogelijk uit-voerbaar bij voorraad -:

- De Friese Pers en [M.] veroordeelt om de volgende door [eiser] gewenste rectificatie, te plaatsen binnen zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis in de eerst uit te geven zaterdageditie van de Leeuwarder Courant, op de voorpagina van de regiokatern, op straffe van verbeurte van een dwangsom van f. 10.000,-- voor iedere dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat zij in gebreke zal blijven aan het bevel in het ten deze te wijzen vonnis te voldoen, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van f. 250.000,--. De rectificatie zou er als volgt uit moeten zien:

RECTIFICATIE OP LAST VAN DE PRESIDENT VAN DE RECHTBANK TE LEEUWARDEN

Reclameadviesbureau T&M Productions en [] [eiser] vals beschuldigd door de Leeuwarder Courant

In de edities van de Leeuwarder Courant van 24 juni, 11 juli en 13 juli 2000 zijn berichten verschenen over [] [eiser] en zijn bedrijf, het reclameadviesbureau T&M Productions te Leeuwarden. Door de Leeuwarder Courant is beweerd dat T&M Productions kaarten door scholieren huis aan huis laten verkopen. De opbrengst van de verkoop zou niet voor het goede doel, namelijk dierenasiels en kinderafdelingen in ziekenhuizen worden gebruikt, maar geheel of ten dele ten eigen bate van T&M Productions of [] [eiser] worden aangewend. Dit is onjuist. T&M Productions ziet als één van haar activiteiten de colportage van onder andere ansichtkaarten en doet dit al geruime tijd. T&M Productions heeft overeenkomsten gesloten met de Stichting Adoptie Dierenasiels en de Stichting Kind en Ziekenhuis. T&M Productions is uit hoofde van deze overeenkomsten verplicht om grote bedragen te betalen aan die Stichtingen onafhankelijk van de vraag of de verkoop van de ansichtkaarten daarvoor voldoende is. T&M Productions heeft bij de eerder genoemde Stichtingen bedongen dat het geld voor het goede doel wordt aangewend, aan welke voorwaarden de Stichtingen hebben voldaan. De beschuldiging van de Leeuwarder Courant van misbruik van gelden is derhalve onjuist. Bovendien heeft de Leeuwarder Courant de privacy van [eiser] geschonden door persoonlijke gegevens te vermelden, die niet nodig waren voor de aanwending van gelden zoals hiervoor bedoeld.

De Leeuwarder Courant biedt [eiser] excuses aan voor de onjuiste en onnodige grievende berichtgeving.

Deze rectificatie wordt geplaatst op last van de President van de Arrondissementsrechtbank te Leeuwarden uit krachte van diens vonnis van … juli 2000.

- De Friese Pers en [M.] veroordeelt om aan [eiser] te betalen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, een bedrag van f. 5.000,-- als voorschot om de door hem te vorderen schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het ten deze te wijzen vonnis tot die der algehele voldoening, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten;

- De Friese Pers en [M.] veroordeelt in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun advocaten, de advocaten hebben mede aan de hand van pleitnotities het woord gevoerd. De Friese Pers en [M.] hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van [eiser].

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen de stukken - waarvan de inhoud als hier ingelast geldt - overgelegd voor vonnis.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

1. Binnen het kader van dit kort geding zijn onder meer de navolgende feiten als vaststaand tussen partijen komen te gelden. Deze feiten zijn vastgesteld op grond van stellingen van partijen of ook op grond dat ze blijken uit de tussen partijen onomstreden gebleven inhoud van overgelegde schriftelijke stukken. Uit stellingen van partijen moeten feiten als vaststaand worden afgeleid als ze door de ene partij zijn gesteld en vervolgens door de andere partij zijn erkend of door die partij niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken.

Overigens draagt de vaststelling van feiten in een kort geding noodgedwongen een voorlopig karakter, omdat de gelegenheid om getuigen te ondervragen en deskundigenbericht in te winnen dan pleegt te ontbreken.

2. Aldus gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

- [eiser] exploiteerde en exploiteert ook thans nog een éénmanszaak onder de naam T&M productions, welk bedrijf zich toelegt op de distributie van kaarten en kalenders, alsmede op de exploitatie van een reclameadviesbureau.

- Op 26 oktober 1999 heeft [G.] bij akte een Stichting opgericht onder naam ‘Stichting Adoptie Dierenasiels’ (ook wel genoemd ADA) gevestigd te Leeuwarden met als doelstelling ‘het financieel ondersteunen van Dierenasiels in Friesland en aanliggende provincies door het werven van fondsen, verkrijgen van subsidies, het werven van donateurs, enz….’. Tot heden is [G.] de enig bestuurder van deze stichting. Op 29 mei 2000 heeft [G.] bij akte, andermaal een stichting opgericht onder de naam ‘Stichting Kind en Ziekenhuis’ gevestigd te Leeuwarden met als doelstelling: ‘het werven van fondsen voor het periodieke doneren aan de kinderafdelingen in diverse ziekenhuizen in Nederland, enz….’. [G.] is tot heden enig bestuurder van deze stichting.

- [G.] is en was woonachtig aan de [eiser] te [woonplaats], alwaar ook de beide stichtingen zijn gevestigd. Tot voor kort was op dit adres tevens [eiser] woonachtig. [eiser] onderhield met [G.] een affectieve relatie; deze relatie is inmiddels beëindigd.

- [eiser] heeft op 27 oktober 1999 een overeenkomst gesloten met de op 26 oktober 1999 door [G.] opgerichte stichting Adoptie Dierenasiels, waarbij deze stichting aan [eiser] ‘het recht’ verleende om gedurende de looptijd van de overeenkomst ansichtkaarten of geschreven stukken huis aan huis te verkopen, waarbij de naam en het logo van de stichting gebruikt mochten worden. Deze overeenkomst werd aangegaan voor de duur van maximaal 8 maanden vanaf 27 oktober 1999. Voor het aan [eiser] verleende ‘recht’ werd aan de stichting een vast bedrag van f 7.500,-- toegezegd, te ontvangen binnen één maand na afloop van de overeenkomst (bij succesvol verloop van de actie zou dit bedrag door [eiser] eenzijdig kunnen worden verhoogd met maximaal nog een bedrag van f 7.500). Partijen noemden deze overeenkomst een ‘sponsorovereenkomst’, terwijl [eiser] en zijn bedrijf in de overeenkomst als ‘sponsor’ werden betiteld.

- Na het sluiten van deze overeenkomst, bracht [eiser] de kaarten door middel van daartoe via advertenties ingehuurde scholieren en studenten bij wijze van huis aan huis verkoop aan de man, zowel binnen als buiten de provincie Friesland; pakjes van 5 ansichtkaarten werden aldus te koop aangeboden voor de prijs van f 9,95. Bij het aanbieden/aanprijzen van de kaarten verwezen de scholieren naar ‘het goede doel’ (i.e. om het leven van dieren in dierenasiels aangenamer te maken). Bij deze actie mochten de scholieren zelf ongeveer 40% van de kaartopbrengst als verdienste houden, terwijl [eiser] 60% van deze opbrengsten ontving. Het is niet bekend welke omzet [eiser] met deze actie genereerde. [eiser] heeft deze omzet ook niet bekend willen maken of daarvoor verantwoording willen afleggen. Nadat in de LC van 24 juni 2000 deze activiteiten aan de kaak waren gesteld, betaalde [eiser] op 10 juli 2000 het met de stichting Dierenasiel overeengekomen bedrag groot f 7.500,--; dit geschiedde dus nog binnen de contractueel overeengekomen termijn. Van een tweede betaling groot f 7.500,-- (tot betaling waarvan [eiser] bij succes van de actie had kunnen besluiten) is niet gebleken.

- Nadat deze actie kennelijk succesvol was verlopen sloot [eiser] wederom een contract van dezelfde inhoud en met dezelfde bedoeling als het contract met Stichting Dierenasiels, ditmaal met de ‘Stichting Kind en Ziekenhuis’, gevestigd te Leeuwarden en wel twee dagen na haar oprichting, onder beding van betaling van een bedrag groot f 20.000,-- (eventueel door [eiser] eenzijdig bij succes te verhogen tot f 40.000,--).

De actie werd door [eiser] op dezelfde wijze gevoerd als de vorige; de scholieren “legitimeerden” zich aan de bezochte huisadressen met een “pasje”’, waarop hun foto en de navolgende tekst:

‘Hierbij verklaart T&M dat …. gerechtigt is om drukwerk te verkopen. Deze actie wordt georganiseerd en gecoördineerd door T&M in opdracht van Stichting Kind en Ziekenhuis.’

- Voor de huis aan huis verkoop van de kaarten had [eiser] geen vergunning in de zin van artikel 5.2.2 of 5.2.1 (model) Algemene Plaatselijke Verordening (APV), waarvan de tekst in de plaatselijke verordeningen van bijna alle gemeenten in Nederland zijn opgenomen.

- Op 24 juni 2000 verscheen in de LC een redactioneel artikel onder de titel “[woonplaats] misbruiken goed doel” en met een inhoud als in kopie aan dit vonnis gehecht. Op 11 juli 2000 verscheen in de LC opnieuw een redactioneel artikel onder de titel ‘Politie waarschuwt voor venten zonder vergunning’, waarvan eveneens de inhoud aan dit vonnis is gehecht. Op 13 juli 2000 verscheen in de LC een redactioneel artikel onder de titel “Valse venters ook actief in Stiens”; de inhoud van dit artikel is aan dit vonnis gehecht.

Het geschil en de beoordeling daarvan

3. Naar het voorlopig oordeel van de President zijn de acties van de heer [eiser] en de wijze waarop de twee door [G.] opgerichte en bestuurde stichtingen daarbij zijn betrokken van een uiterst bedenkelijke aard. Wanneer immers bewoners aan de deur worden geconfronteerd met het aanbod ten behoeve van een “goed doel” kaarten (of andere zaken) te kopen dan zullen ze mogen verwachten, dat de opbrengst daarvan geheel aan het goede doel ten goede komt, onder aftrek van kosten. Ook lijkt het logisch dat jongeren die dit aanbod doen, zich belangeloos voor dit “goede doel” inzetten. Niets blijkt hier minder waar: de opbrengst gaat (na aftrek van de provisie aan de colporterende schoolkinderen en studenten en de productiekosten van de kaarten) geheel naar de heer [eiser], die daarvan een vast bedrag afdraagt aan de Stichting, bestuurd door zijn (ex-)vriendin. Hoe meer kaarten er worden verkocht, hoe meer de ingezette jongeren en de heer [eiser] verdienen. Het “goede doel” - gepersonifieerd in de stichtingen opgericht en bestuurd door [G.] - wordt gebruikt (de LC schrijft terecht: misbruikt) als verkoopargument. De stichting, die zich daarvoor leent en aan deze “colportage” meewerkt, krijgt een vast bedrag voor het gebruik van haar naam.

4. Nu [eiser] geen vergunningen bezat in de zin van artikel 5.2.2 (huis aan huis verkoop) of artikel 5.2.1 (inzamelen van geld) APV binnen de gemeenten waarin de kaarten te koop werden aangeboden, was deze huis aan huis verkoop naar het voorlopig oordeel van de president in strijd met de betreffende bepalingen uit de plaatselijke verordeningen.

5. Hierbij valt het op, dat [G.] als bestuurder van de beide stichtingen geen enkel dierenpension of (kinder)ziekenhuis heeft kunnen noemen, waaraan een bijdrage in het vooruitzicht is gesteld of die zulk een bijdrage zou willen accepteren. Ook blijken de stichtingen van [G.] niet voort te komen uit acties vanuit de dierenasiels, (kinder) ziekenhuizen of erkende charitatieve instellingen.

6. De heer [eiser] beklaagt zich in dit kort geding over de inhoud van de in de LC verschenen artikelen van 24 juni, 11 juli en 13 juli 2000. Naar het voorlopig oordeel van de President zijn de klachten van [eiser] tegen de publicaties echter ongegrond. Hieronder zullen deze klachten afzonderlijk worden behandeld:

Ten aanzien van de publicatie van 24 juni 2000:

a. [eiser] acht de zinsnede in het artikel van 24 juni 2000 “….schadelijke activiteiten van [eiser] ([leeftijd]) en [G.] ([leeftijd])” onnodig grievend en onjuist. Uit de vastgestelde feiten is onder meer duidelijk geworden, dat [eiser] heeft beoogd de doelstellingen van de twee door [G.] opgerichte en bestuurde stichtingen te gebruiken (naar de LC terecht stelt: misbruiken) om zoveel mogelijk kaarten te verkopen. Burgers zijn door de door [eiser] gevoerde acties bewogen aan hun deur kaarten te kopen, die zij zonder de verwijzing naar “het goede doel” niet zouden hebben aangeschaft. Zij werden misleid omdat zij uit de wijze van aanbieden mochten afleiden dat hun aankoop rechtstreeks aan het goede doel ten goede zou komen (hetgeen in feite niet het geval blijkt te zijn). De LC noemt dergelijke activiteiten met recht “schadelijk”. Uit het bijgevoegde materiaal blijkt hen pas na de aankoop, dat het hier ging om een commerciële actie en de aanbiedende scholier er 40% aan heeft verdiend (!), terwijl niet wordt vermeld dat de afdracht aan het goede doel niet is gerelateerd aan de opbrengst van de actie.

b. Ook [eiser] acht de passage “Tot nu toe heeft geen enkel asiel een cent van ADA gezien, geeft [eiser] toe” juist. Immers, de contractuele termijn van betaling was nog niet afgelopen. Dit punt behoeft dus geen nadere bespreking.

c. Volgens [eiser] zijn de woorden “Wij hebben f 7.500,-- opgehaald, dat geld ligt nog steeds bij ADA. Wij zoeken een dierenpension in een heel klein dorpje.” ten onrechte in zijn mond gelegd. Hij stelt slechts te weten dat de Stichting Adoptie Dierenasiels op zoek is naar een bestemming. Hoe dit zij, de mededeling dat het geld nog niet daadwerkelijk aan een dierenasiel ten goede is gekomen is niet onjuist. In dit opzicht is de publicatie dus niet onrechtmatig jegens [eiser].

d. [eiser] stelt, dat hij de woorden “Wij hebben drie ziekenhuizen in Friesland, Drenthe en Groningen op het oog” niet kan hebben gezegd, evenmin dat hij daarbij het Medisch Centrum Leeuwarden heeft genoemd. Hij stelt, dat de stichting Kind en Ziekenhuis over de besteding van de gelden gaat. Of het citaat nu wel (rechtstreeks) of niet van [eiser] afkomstig is, doet niet erg terzake, nu deze berichtgeving niet onrechtmatig of schadelijk is te achten.

e. [eiser] acht de zinsnede “Er is geen enkel zicht op wat er met het geld gaat gebeuren” onjuist. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken, hoe juist deze berichtgeving van de LC is geweest: door of namens de beide stichtingen is geen enkel dierenasiel genoemd, dat een bijdrage heeft ontvangen of daarvoor in aanmerking zou willen komen, evenmin bleek enig zicht op de vraag welke kinderafdelingen van ziekenhuizen van de actie voordeel zouden trekken of willen trekken.

f. [eiser] is van mening dat de vermelde privé-gegevens (relatie en adres) niets van doen hebben met de zaak en vermelding daarvan achterwege had moeten blijven. De vraag is natuurlijk hoe de pers met privé-gegevens mag omgaan. Wanneer echter dergelijke gegevens voor het onderwerp van de berichtgeving relevant zijn is dat geen juridisch, hoogstens een ethisch/journalistiek punt. Naar het voorlopig oordeel van de president zijn de gepubliceerde gegevens (die niet onjuist blijken) in het kader van de onderhavige berichtgeving niet irrevelevant te noemen. Zij geven immers de context weer, waarbinnen de bedenkelijke wijze van zakendoen door [eiser] zich heeft afgespeeld.

g. [eiser] stoort zich aan de kwalificatie “slimme constructie”, de betiteling van [G.] en hem als “zakenpartners” en de mededeling dat [G.] en hij ongestraft kunnen schuiven met de gelden, die zij innen. Volgens [eiser] zou de onjuiste suggestie worden gewekt, als zou hij “geld in zijn eigen zak steken”. Deze suggestie is in zoverre meer dan waar, dat [eiser] door de inderdaad slimme constructie (namelijk het gebruik maken van de doelen van de beide stichtingen) zijn omzet uit kaartverkoop aanzienlijk wil verhogen en daarvan de winst inderdaad zelf toucheert. Immers de stichtingen ontvangen een vast bedrag voor hun “medewerking”, terwijl de winst van de acties aan [eiser] toevloeit. Op zichzelf is er niets mis mee, dat een zakenman winst wil maken, maar de pers valt terecht over de wijze waarop [eiser] dat wil doen door met verwijzing naar goede doelen zijn omzet te vermeerderen, terwijl de meerdere opbrengst niet ten goede daarvan komt. [eiser] valt verder over de in het artikel gebezigde term “zakenpartners”. Het is onduidelijk wat [G.] met haar rol in deze affaire beoogt, maar aan [eiser] kan toch een puur zakelijke inslag niet worden ontzegd. [eiser] kan dus moeilijk tegen de kwalificatie “zakenpartner” bezwaar maken. De omstandigheid, dat [eiser] zich door een accountantskantoor laat controleren zegt in dit opzicht niets. De accountant zal ongetwijfeld de behaalde winsten op een verantwoorde wijze in jaarstukken van de privé-onderneming van [eiser] boekstaven. De accountant controleert niet de wijze waarop deze winst wordt behaald. Over dat laatste valt de LC echter terecht.

Wanneer de LC schrijft over een “slimme constructie” dan is dat feitelijk niet onjuist. Evenmin kan de LC er een verwijt van worden gemaakt, dat zij schrijft dat er “met geld wordt geschoven”. Immers door de slimme constructie is dat schuiven zelfs niet nodig, nu voor de stichtingen en hun goede doelen slechts een vast bedrag wordt gereserveerd, terwijl iedere meeropbrengst aan [eiser] toevalt. Wanneer de actie van T & M Productions daarover duidelijk zou zijn, was er niets aan de hand behalve dat er dan waarschijnlijk weinig kaarten zouden worden verkocht. Het kwalijke van de zaak is juist hierin gelegen, dat bij de kopers van kaarten ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat hun bijdrage rechtstreeks aan het goede doel ten goede komt. Zou de koper de “slimme constructie” kennen dan zou hij zich bewust zijn dat het er voor het goede doel niet toe doet of hij de kaarten nu wel of niet koopt.

Ten aanzien van de publicatie van 11 juli 2000:

a. [eiser] stelt dat de LC ten onrechte schrijft, dat T & M Productions een ventvergunning nodig heeft en dat de scholieren een geldboete riskeren. Bij de verkoop van de kaarten zou het gaan om gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard in de zin van artikel 7, eerste lid van de Grondwet. Dit zou door artikel 5.2.2 APV worden toegestaan. Naar het voorlopig oordeel van de president vallen ansichtkaarten niet onder de vrijheid van meningsuiting, zoals deze door artikel 7 lid 1 Grondwet wordt beschermd. De begeleidende tekst, die blijkbaar op de enveloppe (waarin de verkochte kaarten worden uitgereikt) is aangebracht is evenmin een zodanige tekst. Van deze tekst kan de koper overigens pas kennis nemen, nadat hij de kaarten heeft gekocht.

b. [eiser] valt over de mededeling dat een “onbekend deel” van de opbrengst ten goede zou komen aan dierenasiels of kinderafdelingen. Zoals hierboven reeds overwogen is het aan de kopers niet duidelijk, dat slechts een vast bedrag aan de goede doelen ten goede komt. Het is aan hen volstrekt onduidelijk dat geen vast percentage van de betaalde koopprijs bij het goede doel terecht komt. De tekst van het artikel is dus zeker niet als onjuist op te vatten.

c. Tenslotte stelt [eiser] dat er ten onrechte melding van wordt gemaakt, dat T & M onlangs in Enschede zou zijn geverbaliseerd. [eiser] stelt geen kaarten in Enschede te verkopen. De Friese Pers en [M.] hebben gesteld, dat deze mededeling berust op informatie uit de plaatselijke pers. Nu de verkoopactie (zonder vergunning) in strijd is met de bepalingen van de APV is een dergelijk bericht niet onwaarschijnlijk en handelde de LC niet onrechtmatig door het over te nemen, zeker nu de mededeling in de “conditionel” is gesteld.

Ten aanzien van de publicatie van 13 juli 2000

De klachten van [eiser] over dit berichtje zijn evenmin ongegrond. Het bericht, dat op 12 juli in Stiens onder valse voorwendsels kaarten voor een goed doel (Kind en Ziekenhuis) zijn verkocht, heeft de LC ontleend aan de website van de regiopolitie.

7. Op de bij pleidooi door de raadsman van [eiser] nog geuite klachten over de publicaties van de LC in de krant van 19 juli en 29 juli zal hier niet worden ingegaan. Aan de inhoud van deze publicaties (die overigens niet door [eiser], maar waarvan de beide artikelen van 29 juli wel door de Friese Pers en [M.] zijn overgelegd) zijn door [eiser] geen rechtsgevolgen verbonden.

8. Ten aanzien van met name de publicaties van 29 juli beklaagt [eiser] zich er over, dat hij dienaangaande niet is gehoord. De Friese Pers en [M.] hebben echter onbetwist gesteld, dat de conceptteksten zijn toegezonden, maar dat daarop geen commentaar is gegeven. Ook de klacht van [eiser], dat hem niet om informatie is gevraagd, is onjuist nu schriftelijk aan hem een aantal vragen zijn gesteld en de LC zich bij brief van 10 juli bereid heeft verklaard tot overleg. De betreffende redacteur en [eiser] zijn het toen over een datum niet eens kunnen worden.

Slotsom

Op grond van hetgeen hierboven is overwogen dient de vordering aan [eiser] te worden ontzegd.

[eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De president, rechtdoende in kort geding:

1. weigert de gevraagde voorzieningen;

2. veroordeelt [eiser] in de kosten van dit kort geding, tot deze uitspraak aan de zijde van De Friese Pers en [M.] begroot op / 400,-- voor verschotten en /1.550,-- voor salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. Vos, fungerend president, en in aanwezigheid van de griffier uitgespro-ken ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2000.

c. 296

Leeuwarder Courant 24 juni 2000:

[woonplaats] misbruiken goed doel

LEEUWARDEN - De [woonplaats] [] [G.] en [] [eiser] zijn opnieuw in opspraak gekomen met hun omstreden verkooppraktijken. Ditmaal misbruikt het duo de naam van de vereniging Kind en Ziekenhuis, om onder het mom van een goed doel zoveel mogelijk ansichtkaarten te slijten. Hun verkopers zijn opgedoken in Zwolle, Meppel, Heerenveen en Leeuwarden.

Afgelopen voorjaar klaagde de Dierenbescherming al over de schadelijke activiteiten van [eiser] ([leeftijd]) en [G.] ([leeftijd]). De stichting Adoptie Dieren Asiels (ADA) stuurde toen jongeren langs de deuren om prentbriefkaarten voor f. 10 per pakje te verkopen. De opbrengst zou deels ten goede komen aan een dierenasiel. Tot nu toe heeft geen enkel asiel een cent van ADA gezien, zo geeft [eiser] toe.

Voorzitter [K.P.] van de Leeuwarder afdeling van de Dierenbescherming deed aangifte bij de politie. “Al zou er van elke gulden ook maar een cent naar een goed doel gaan, dan staan wij al voor grote bewijsproblemen”, liet een rechercheur destijds weten.

[eiser] weigert nog steeds te zeggen hoeveel van ieder verdiend tientje naar de toegezegde doelen gaat. “We hebben f.7500 opgehaald, dat geld ligt nog steeds bij ADA. We zoeken een dierenpension in een heel klein dorpje”.

Inmiddels hebben de partners zich geworpen op de kinderafdelingen van ziekenhuizen. “We hebben drie ziekenhuizen in Friesland, Drenthe en Groningen op het oog”. [eiser] schermt onder andere met de naam van het Medisch Centrum Leeuwarden.

Het MCL heeft niks met deze actie te maken, laat woordvoerder [F.M.] weten. [B.v.R.] van de landelijke vereniging Kind en Ziekenhuis klaagt over de verdachte kaartenactie. “Er is geen enkel zicht op wat er met het geld gaat gebeuren”. [v.R.] is bang dat zijn organisatie er schade van ondervindt.

[G.] en [eiser] deelden tot voor kort de woning [eiser]. Nu hun relatie is beëindigd, woont [eiser] in de Kruisstraat, zo vertelt hij. Hun zakelijke relatie is echter nog steeds intact. [G.] is het enige bestuurslid van de stichting Kind en Ziekenhuis, die sinds 29 mei bij de Kamer van Koophandel staat geregistreerd.

Zij huurt het reclamebureau T en M van [eiser] in voor de verkoopactiviteiten. Dankzij deze slimme constructie kunnen de zakenpartners ongestraft schuiven met de gelden die ze innen. Zo kan de politie moeilijk achterhalen hoeveel de fondswervers daadwerkelijk hebben uitgegeven aan onkosten.

LC 11 juli 2000:

Politie waarschuwt voor venten zonder vergunning

LEEUWARDEN - Wie zonder ventvergunning mapjes prentbriefkaarten langs de deuren verkoopt riskeert een geldboete. De politie in Leeuwarden en Groningen wil op grond van de algemene plaatselijke verordening optreden tegen dergelijke colportage, waarvoor veelal scholieren worden ingezet.

Bij de afdeling Bijzondere wetten van de Leeuwarder politie hangen de laatste tijd regelmatig ouders aan de telefoon van kinderen, die een zakcentje willen verdienen door kaarten te verkopen voor het bedrijf T en M.

De kinderen mogen 40 procent van de verkoopprijs voor zichzelf houden. Een onbekend deel van de opbrengst van deze verkoop zou ten goede komen aan dierenasiels of kinderafdelingen van kinderziekenhuizen. Zowel de Dierenbescherming als de ziekenhuizen distantiëren zich echter op voorhand van de actie.

De politie geeft de ouders een negatief advies, aldus een woordvoerder. “Die kinderen riskeren een flinke geldboete als ze zonder ventvergunning met de kaarten op pad gaan.” T&M zou onlangs in Enschede zijn geverbaliseerd.

T en M betwist bij monde van eigenaar [] [eiser] dat de kaartverkoop vergunningplichtig is. “Wij verkopen gedrukte stukken waarin een mening is verwoord. Dat valt niet onder de vergunningplicht die geldt voor collecteren en colporteren.”

LC 13 juli 2000:

Valse venters ook actief in Stiens

STIENS - In Stiens zijn gisteren onder valse voorwendsels kaarten voor een goed doel verkocht. Bewoners uit de omgeving van [ ] meldden dat er voor Kind en Ziekenhuis kaarten werden verkocht.