Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5749

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
10-05-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
37275
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN

Uitspraak: 10 mei 2000

Rekestnummer: 99-1799

Zaaknummer: 37275

EENPERSOONSADOPTIE

BESCHIKKING

van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te Heerenveen

hierna te noemen de man,

en

[verzoekster],

wonende te Heerenveen,

hierna te noemen de moeder,

procureur mr. J. Nijenhuis.

PROCESGANG

Verzoekers hebben zich tot de rechtbank gewend met een verzoekschrift, ertoe strekkende dat de adoptie zal worden uitgesproken van de minderjarige [personalia kind], door de man. Zij wensen dat de minderjarige voortaan de geslachtsnaam van de man zal hebben.

Behandeling vond plaats ter terechtzitting met gesloten deuren van deze enkelvoudige kamer op 20 januari 2000 en op 20 april 2000.

De biologische vader van de minderjarige, [naam vader], heeft op 20 januari 2000 geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid om zijn mening kenbaar te maken. Bij de stukken bevindt zich een schriftelijke akkoordverklaring van hem, d.d. 9 oktober 1999.

RECHTSOVERWEGINGEN

Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld en de inhoud van het dossier, overweegt de rechtbank het volgende.

Uit een eerder huwelijk van de moeder met [naam vader] is op [datum] geboren [naam kind]. Dat huwelijk is op 20 november 1992 ontbonden.

Verzoekers zijn op 11 maart 1993 in de gemeente Heerenveen met elkaar gehuwd en zij hebben tijdens hun huwelijk gezamenlijk het kind verzorgd. Dit huwelijk is op 18 maart 1997 ontbonden.

Op 17 januari 2000 heeft de procureur van verzoekers de rechtbank schriftelijk bericht, dat verzoekers weer een gezamenlijke huishouding voeren.

Tijdens het verhoor ter terechtzitting is gebleken, dat de minderjarige waarschijnlijk wel weet dat de man niet zijn biologische vader is. Verzoekers hebben de minderjarige echter niet verteld wie dit dan wel is; zij vinden dat dit moment nog niet is aangebroken, omdat het kind hier nog niet aan toe is. De man stelt geen prijs op aanhouding van de beslissing om verzoekers in de gelegenheid te stellen het kind alsnog in te lichten over zijn afstamming.

De vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming heeft vervolgens geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

De rechtbank overweegt het volgende.

Uitgangspunt voor de rechtbank is in zijn algemeenheid, dat elk kind er recht op heeft om zijn of haar ouders te kennen. Voor adoptiekinderen kan dit recht alleen een werkelijk recht zijn, als zij op een bepaald moment op de hoogte worden gebracht van het feit dat de adoptie-ouder(s) niet hun biologische ouder(s) is/zijn (statusvoorlichting) en van de identiteit van hun biologische ouder(s) (afstammingsvoorlichting). Door deze voorlichting kan worden voorkomen dat deze kinderen later in een identiteitscrisis komen te verkeren.

Hoe belangrijk kennis van het verleden van het kind kan zijn is ook in de rechtspraak naar voren gekomen. Zo kan een goede voorlichting over de biologische afstamming het kind de vereiste kennis verschaffen over de voor hem/haar van belang zijnde medische aspecten zoals erfelijke ziekten. Ook juridische, sociaal-pedagogische en genealogische aspecten spelen een rol, zoals bijvoorbeeld een huwelijksverbod bij nauwe bloedbanden, de verzorgings- en opvoedingssituatie van het kind voor de adoptie en de kennis wie tot de oorspronkelijke familie van het kind behoorden.

De rechtbank ziet in het bovenstaande aanleiding om de zaak te verwijzen naar een nadere terechtzitting met een verzoek aan de raad zoals hierna, onder de beslissing, staat vermeld.

De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden in afwachting van rapportage door de raad.

BESLISSING

De rechtbank:

verwijst de zaak naar de terechtzitting van de enkelvoudige familiekamer van 12 oktober 2000 op een nader te bepalen tijdstip;

stelt de stukken in handen van de raad voor de kinderbescherming te Leeuwarden met het verzoek een onderzoek in te stellen of het belang van de minderjarige [personalia kind] zich verzet tegen afstammingsvoorlichting

en de rechtbank dienaangaande uiterlijk twee weken voor voormelde terechtzitting te rapporteren en te adviseren, althans bericht te doen over de voortgang van het onderzoek;

houdt de beslissing voor het overige aan.

Deze beslissing is gegeven te Leeuwarden door mr. A.H.M. Dölle, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 10 mei 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.

(cc: 20)

Van deze beschikking kan binnen 2 maanden hoger beroep worden inge-steld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!

De griffier.