Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5746

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
10-05-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
37111
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EB 2000, 50

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN

Uitspraak: 10 mei 2000

Rekestnummer: 99-1733

Zaaknummer: 37111

HOOFDVERBLIJFPLAATS

BESCHIKKING

van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:

[de man],

wonende te Harlingen,

hierna ook te noemen de man,

procureur mr. T.H. Pasma

tegen

[de vrouw],

wonende te Harlingen,

hierna ook te noemen de vrouw,

procureur mr. H.N.M.M. van Wilgenburg,

advocaat mr G.R. Dorhout-Tielken, kantoorhoudende te Soest.

PROCESGANG

Bij beschikking van deze rechtbank van 15 maart 2000 is onder meer de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De beslissing over de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding is aangehouden.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 20 april 2000.

RECHTSOVERWEGINGEN

Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld en op de inhoud van het dossier, overweegt de rechtbank het volgende.

Naar voren is gekomen dat partijen niet goed met elkaar kunnen praten en dat er veel strijd tussen hen is. Dit brengt onrust en instabiliteit in het leven van de minderja-rigen. Voor hen kan het ernstige gevolgen hebben als de verhouding tussen de ouders zo blijft. De minderjarigen hebben er dan ook groot belang bij, zowel voor nu als voor de toekomst, dat partijen als verantwoor-delijke ouders in staat zijn zonder strijd en op behoorlijke wijze met elkaar over hen te overleggen. Het is aan partijen zich daartoe tot het uiterste in te spannen.

Ter zitting hebben partijen de bereidheid uitgesproken zich te wenden tot het maatschappelijk werk.

Gelet hierop zal de rechtbank de zaak wat betreft de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen verwijzen naar een nadere terechtzitting, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om met hulp van het maatschappe-lijk werk hun onder-linge communicatie te verbeteren met het oog op de belangen van de minderja-rigen en daarbij met elkaar in gesprek te komen omtrent de verblijfplaats en zo mogelijk ook over een omgangsregeling.

De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden in afwachting van nader bericht door partijen.

Beslissing

De rechtbank:

verwijst de zaak wat betreft de verblijfplaats van de minderjarigen [personalia kinderen] en de kinderalimentatie naar de terecht-zitting van de enkelvoudige kamer van deze recht-bank van 10 augustus 2000 , op een nog nader te bepalen tijdstip;

draagt partijen op om met hulp van het maatschappe-lijk werk hun onder-linge communicatie te verbeteren met het oog op de belangen van de minderjarigen en daarbij tenminste met elkaar in gesprek te komen omtrent de verblijfplaats van de kinderen en de rechtbank dienaangaande uiterlijk twee weken voor voormelde zittings-datum via hun procureurs te berichten;

bepaalt, dat partijen de rechtbank een pro forma afdoening mogen vragen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. A.H.M. Dölle, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 10 mei 2000 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken.

(cc: 20)