Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:1999:AA4730

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
15-12-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
36158
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Noot: Bijstandsverhaal. De gemeente, die de verstrekte bijstandsuitkering wenste te verhalen op de onderhoudsplichtige, heeft te lang gewacht met het inschakelen van de rechter. Het verzoek van de gemeente wordt afgewezen.

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN

Uitspraak 15 december 1999

Rekestnummer 1321/99

Zaaknummer 36158

BIJSTANDSVERHAAL

BESCHIKKING

van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige familiekamer, in de zaak van:

DIENST SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID NOARDWEST FRYSLâN,

zetelend te Franeker,

hierna ook te noemen de gemeente,

gemachtigde R.J. van der Linden-Ceasar,

tegen

[A],

wonende te Stiens,

hierna ook te noemen [A] ,

niet in rechte verschenen.

PROCESGANG

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 oktober 1999, waarvan de inhoud als hier overgenomen en ingelast dient te worden beschouwd, is de behandeling van de zaak verwezen naar een terechtzitting voor een mondelinge behandeling.

Behandeling vond plaats ter terechtzitting met gesloten deuren van deze kamer op 16 november 1999.

RECHTSOVERWEGINGEN

1. Naar aanleiding van het ter terechtzitting verhandelde en gelet op de aanwezige bescheiden overweegt de rechtbank als volgt.

2. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken staat in deze procedure het navolgende vast.

2.1 Bij beschikking van deze rechtbank van 15 november 1995 is tussen [A] en [B] de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 4 januari 1996 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2 De gemeente heeft over de periode 21 juli 1995 tot 1 september 1996, krachtens de Algemene Bijstandswet een uitkering verstrekt aan [B] naar de norm van een één-oudergezin ten behoeve van [B] en de kinderen [C, D en E].

2.3 Bij brief van 21 juli 1995 heeft de gemeente [A] aangeschreven en hem medegedeeld dat hij onderhoudsplichtig is ten opzichte van zijn voormalige echtgenote en zijn kinderen.

Bij brief van 25 september 1995 heeft de gemeente [A] medegedeeld dat onderhoudplicht ten behoeve van zijn voormalige echtgenote en zijn kinderen met ingang van 21 juli 1995 tot 11 september 1995 wordt gesteld op / 433,28 per maand en met ingang van 11 september 1995 op / 243,06 per maand.

Bij brief van 11 maart 1997 heeft de gemeente aan [A] medegedeeld dat de uitkering aan zijn voormalige echtgenote is beëindigd per 1 september 1996.

Bij brief van 1 december 1997 is door de gemeente aan [A] medegedeeld dat het totaal van de onderhoudsbijdrage, rekening houdend met hetgeen door [A] is voldaan, is vastgesteld op een bedrag van / 1.575,10.

2.4 [A] is niet tot betaling van dit bedrag overgegaan.

3. De gemeente heeft nog gesteld dat in 1997 met [A] een betalingsre-geling is overeengekomen. In september/oktober 1998 heeft nog een heronderzoek plaatsgehad en in juli 1999 is aan [A] nog een aanmaning gezonden.

4. Door [A] is geen verweer gevoerd.

5. De gemeente heeft bij brief van 1 december 1997 aan [A] medegedeeld dat het totaal van de onderhoudsbijdrage, rekening houdend met hetgeen hij reeds had voldaan, is vastgesteld op een bedrag van / 1.575,10.

[A] heeft deze bijdrage niet voldaan.

In september/oktober 1998 is vervolgens een heronderzoek gedaan en in juli 1999 is nog een aanmaning verzonden.

Uit de omstandigheid dat de door gemeente vastgestelde bijdrage door [A] niet is voldaan, had de gemeente kunnen afleiden dat [A] blijkbaar niet kon instemmen met de stellingname van de gemeente.

Nu alleen de gemeente en niet de andere partij de rechter terzake kan inschake-len heeft dit tot gevolg dat de gemeente zodra blijkt dat de wederpartij door niet te betalen blijkbaar niet instemt met de vastge-stelde verhaalsbijdrage van de gemeente, met de nodige voortvarendheid de rechter dient in te schakelen, bij gebreke waarvan het redelijk kan zijn de terugwerkende kracht te beperken.

De gemeente heeft in casu de verhaalsbijdrage op 1 december 1997 vastgesteld, in september/oktober 1998 heeft een heronderzoek plaatsge-vonden en in juli 1999 is nog een aanmaning verzonden. De gemeente had na verloop van enige maanden, maximaal zes maanden, na 1 december 1997 verdere vertra-ging moeten voorkomen door het geschil aan de rechter voor te leggen.

Nu het verzoek van de gemeente eerst op 25 augustus 1999 ter griffie van deze rechtbank is ingekomen, zal het verzoek van de gemeente, gelet op het voorgaande, dan ook worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

wijst af het verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr J.D.S.L. Bosch, lid van de kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.

(cc: 19)

Van deze beschikking kan binnen 2 maanden hoger beroep worden inge-steld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!

De griffier.