Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:CA1150

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-10-2012
Datum publicatie
27-05-2013
Zaaknummer
15/800877-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de opzettelijke invoer van circa 3.009,8 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat slechts een gevangenisstraf als passende straf in aanmerking komt. Bij het bepalen van de duur van deze straf neemt de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking dat verdachte samen met zijn broer op Schiphol is opgetreden als afhaler van een drugskoerier en aldus een zodanige rol heeft vervuld in een organisatie die zich bezighoudt met de handel in verdovende middelen, dat hij zelf niet het grootste risico heeft gelopen. De geraffineerde wijze waarop de invoer van de verdovende middelen plaatsvond, bestaande uit het misbruik maken van de Schipholpas en de bedrijfskleding van zijn op Schiphol werkende broer acht de rechtbank bijzonder laakbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800877-12

Uitspraakdatum: 31 oktober 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Suriname),

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag Hoorn, locatie Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Ok en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.S.L. Leeflang, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 06 juli 2012 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 6 juli 2012 is [medeverdachte 1] vanuit (Suriname) aangekomen op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. In de handbagage van [medeverdachte 1] zijn vier toffeezakken aangetroffen.2 De verpakking van elke toffee uit de vier zakken is verwijderd en elke toffee bevatte een slikkersbol. Het nettogewicht van de stof die in de slikkersbollen is aangetroffen, is bij benadering 3.009,8 gram.3 Van de aangetroffen stof zijn monsters genomen en ter analyse aangeboden aan het Douane Laboratorium te Amsterdam. Uit nader onderzoek door het Douane Laboratorium is gebleken dat alle toegezonden monsters cocaïne bevatten.4

Voordat [medeverdachte 1] vanuit Suriname naar Nederland zou reizen is zij door een man, [betrokkene 1], benaderd om een koffer mee te nemen. Op de dag van vertrek zijn er foto's gemaakt van [medeverdachte 1] en verstuurd naar degene die de verdovende middelen zou overnemen op Schiphol. [betrokkene 1] heeft tegen [medeverdachte 1] gezegd dat zij zich niet druk hoefde te maken, want voor ze haar koffer zouden scannen, zouden ze de cocaïne er uit halen en degene die dat zou doen werkt bij de Douane. Na de controle op Zanderij kreeg [medeverdachte 1] twee tassen en tegen haar is gezegd dat in één tas cocaïne zou zitten en in de andere tas groenten.5 [medeverdachte 1] heeft op Zanderij een telefoon en een simkaart gekregen, zodat zij haar afhaler kon bellen als zij was aangekomen met de drugs. Het telefoonnummer stond in de telefoon en zij moest bellen als ze was aangekomen en in de slurf stond. Dat heeft [medeverdachte 1] ook gedaan.6

Ten tijde van de voorgeleiding in verband met de aanhouding van [medeverdachte 1] verklaarde zij dat zij de drugs moest overdragen aan iemand op Schiphol bij de McDonald's, dat zij niet wist hoe deze persoon er uit zag, dat zij gebeld zou worden door haar afhaler en dat zij wilde meewerken aan het onderkennen van haar afhaler. Vervolgens werd gezien dat er gebeld werd naar de mobiele telefoon van [medeverdachte 1]. Nadat [medeverdachte 1] het telefoongesprek had beëindigd vertelde zij dat zij gebeld was door de man die de drugs kwam afhalen, dat de man bij de McDonalds wachtte en dat hij had gevraagd of [medeverdachte 1] naar de McDonalds wilde komen. Diezelfde dag, omstreeks 13:30 uur, is een observatie gestart waarbij het volgende is gezien. [medeverdachte 1] liep richting 'Lounge 3' en hield meerdere malen haar telefoon tegen haar oor. Ze nam enige momenten later plaats aan een tafel bij McDonald's in Lounge 3. Een man, naar later bleek te zijn, [medeverdachte 2] nam plaats aan dezelfde tafel. Er werd een gesprek tussen beiden gevoerd en [medeverdachte 1] pakte een gele plastic tas met opschrift 'Jumbo' uit haar koffer. Zij overhandigde de gele plastic tas aan [medeverdachte 2], die hem in zijn zwarte schoudertas stopte. Na enige minuten verliet [medeverdachte 1] de McDonald's, na enige tijd gevolgd door [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] werd bij de personeelsdoorgang die toegang geeft tot het airside-gedeelte van de luchthaven Schiphol aangehouden. Op landside, tegenover de security uitgang waar [medeverdachte 2] was aangehouden, stond een man, naar later bleek, [verdachte]. Hij liep zenuwachtig heen en weer en was druk met zijn telefoon bezig. [verdachte] liep uiteindelijk via draaideur B naar buiten en bracht zijn telefoon naar zijn oor. Op dat moment werd de telefoon die [medeverdachte 1] bij zich had gebeld. Toen [verdachte] werd aangesproken door verbalisanten stond zijn Blackberry-telefoon op een ping-gesprek met een persoon genaamd [naam] met nummer [telefoonnummer]. Vervolgens is [verdachte] aangehouden.7

[medeverdachte 2] was ten tijde van zijn aanhouding in het bezit van een legitimatiebewijs van een particuliere beveiligingsorganisatie G4S Avitation Security B.V. en een Schipholpas op zijn naam.8 De bijnaam van [medeverdachte 2] is "[naam]". Op 6 juli 2012 was [medeverdachte 2] werkzaam als medewerker van de parketpolitie bij de rechtbank Amsterdam. Hij is in de pauze rond 12.15 /12.30 uur, samen met zijn broer [verdachte], naar de luchthaven Schiphol gereden om daar spullen van een vrouw op te halen. [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn omstreeks 13.15/13.30 uur bij de luchthaven aangekomen. [medeverdachte 2] is ook op de luchthaven werkzaam als beveiligingsmedewerker9/visiteur welke werkzaamheden bestonden uit het op airside beoordelen van x-raybeelden, visiteren van bagage en fouilleren van passagiers, zowel bij de filters als aan de gate. Een dienst bestond uit minimaal vier uren.10 Uit de analyse van het gebruik van de Schipholpas van [medeverdachte 2] bleek dat deze pas om 13:40 uur werd aangeboden bij de personeelsdoorgang in Vertrek/Lounge 3 om zo airside te betreden, hetgeen plaatsvond acht minuten voordat [medeverdachte 2] werd aangehouden.11 Het tijdstip van aanbieden van de Schipholpas door [medeverdachte 2] werd bevestigd door de camerabeelden waarop is te zien dat verdachte om 13:39 uur in de richting van personeelsdoorgang 3 loopt.12

In de telefoon (Vodafone met nummer [telefoonnummer]) die onder [medeverdachte 2] in beslag is genomen staat een ontvangen sms d.d. 6 juli 2012 12:01 uur van het nummer [telefoonnummer] (welk nummer behoort bij een telefoon die onder [medeverdachte 1] in beslag is genomen) met de tekst: "Goedemorgn k ben net geland".13

Uit camerabeelden is gebleken dat [verdachte] op 6 juli 2012 om 13:46 uur in de winkelstraat van 'Aankomst 4' loopt richting 'Aankomst 3', waarbij hij een zwarte Blackberry-telefoon in zijn hand houdt. Om 13:57 uur wordt [verdachte] gezien met de Blackberry-telefoon in zijn hand, ontgrendeld en met het beeldscherm aan. Er wordt gezien dat [verdachte] in 'Aankomst 3' de lift in stapt, naar 'Vertrek 3' gaat en vervolgens terug naar 'Aankomt 3' gaat. [verdachte] loopt 'Aankomt 4' door en staat stil voor een draaideur. Hij pakt om 14:05 uur zijn Blackberry-telefoon uit zijn broekzak. 14

Uit analyse van de telefoongegevens komt het volgende naar voren. In de bij [verdachte] aangetroffen Blackberry-telefoon zijn twee foto's van [medeverdachte 1] aangetroffen. Tevens blijkt dat met de onder [verdachte] aangetroffen telefoon Samsug GT-E1180 op 6 juli 2012 zeven keer is gebeld met de zwarte Samsung telefoon die bij [medeverdachte 2] is aangetroffen. Ook is één gesprek ontvangen van voornoemd toestel van [medeverdachte 2] door voornoemd toestel van [verdachte].15

Er is eveneens onderzoek gedaan naar ping-berichten op het Blackberry-toestel dat onder [verdachte] is aangetroffen. Hieruit komt naar voren dat er diverse berichten zijn gestuurd tussen dit Blackberry-toestel en een contact '[naam]'. Zo vraagt de gebruiker van de Blackberry onder meer: "hoe laat vertrek", waarop [naam] antwoordt: "Half 11". Vlucht PY 994 waarmee [medeverdachte 1] aankwam in Nederland had een gepland vertrek om 22:29 uur vanuit Suriname. Om 08:00 uur worden door contact [naam] foto's en personaliagegevens van [medeverdachte 1] verzonden naar de Blackberry van [verdachte]. [naam] vraagt om 13:00 uur aan de gebruiker van de Blackberry: "Heeft ze al gebelt?" waarop de gebruiker van de Blackberry antwoordt: "Weet niet ik ben buiten". Ook wordt om 13:04 uur door [naam] geïnformeerd naar de controles op de luchthaven, waarop de gebruiker van de Blackberry antwoordt: "Weet ik niet volgens hem we'll zowel eerste alds tweede".16

3.3. Bewijsoverweging

Namens verdachte is vrijspraak bepleit. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen opzet heeft gehad op het medeplegen van de invoer van verdovende middelen. Verdachte heeft tijdens zijn verhoren bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat hij samen met zijn broer [medeverdachte 2] naar de luchthaven Schiphol is gereden, omdat zijn broer daar iets moest ophalen. Toen zijn broer langer weg bleef dan verwacht, heeft hij diverse malen telefonisch contact met hem proberen te krijgen en is hij, toen dit geen resultaat had, zijn broer gaan zoeken. Verdachte ontkent evenwel dat hij opzettelijk betrokken is geweest bij de invoer van cocaïne en beroept zich overigens hoofdzakelijk op zijn zwijgrecht.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe het volgende. Uit bovenstaande redengevende feiten en omstandigheden komt naar voren dat verdachte met zijn broer [medeverdachte 2] naar de luchthaven Schiphol is gereisd met het doel verdovende middelen op te halen. Terwijl [medeverdachte 2] op het airside-gedeelte van de luchthaven Schiphol was om de drugs van [medeverdachte 1] in ontvangst te nemen, heeft verdachte op het landside-gedeelte contact gehouden met de kennelijke opdrachtgever door gebruikmaking van zijn Blackberry-telefoon. De verklaring van verdachte dat hij geen weet had van de invoer van de cocaïne, is in het licht van de bewijsmiddelen volstrekt ongeloofwaardig.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzet heeft gehad op het medeplegen van de invoer van cocaïne.

3.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 juli 2012 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig (36) maanden met aftrek van het ondergane voorarrest.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de opzettelijke invoer van circa 3.009,8 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat slechts een gevangenisstraf als passende straf in aanmerking komt. Bij het bepalen van de duur van deze straf neemt de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking dat verdachte samen met zijn broer op Schiphol is opgetreden als afhaler van een drugskoerier en aldus een zodanige rol heeft vervuld in een organisatie die zich bezighoudt met de handel in verdovende middelen, dat hij zelf niet het grootste risico heeft gelopen. De geraffineerde wijze waarop de invoer van de verdovende middelen plaatsvond, bestaande uit het misbruik maken van de Schipholpas en de bedrijfskleding van zijn op Schiphol werkende broer acht de rechtbank bijzonder laakbaar.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47 van het Wetboek van Strafrecht;

2 en 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde feit oplevert;

verklaart dit feit strafbaar;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ZESENDERTIG (36) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mr. S.C.A. van Kuijeren en mr. H.A. Stalenhoef, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. S.J. de Vries en mr. M.M. Kuipers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2012.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal (van observatie) d.d. 6 juli 2012, voorgeleidingsproces-verbaal verdachte, blz 1. en proces-verbaal d.d. 10 juli 2012 (proces-verbaal raadkamer I, dossierpagina 22) en proces-verbaal (relaas) (proces-verbaal raadkamer I, dossierpagina 4).

3 Proces-verbaal van onderzoek van verdovende middelen d.d. 10 juli 2012 (proces-verbaal raadkamer I, dossierpagina's 46-62).

4 Een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport van het Douane Laboratorium d.d. 13 juli 2012, met kenmerk A065.2.048744 en laboratoriumnummer 7233 X 12 (los opgenomen).

5 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 7 juli 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierbijlage 0.3, blz.5-6).

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierbijlage 2.0, blz. 2-3).

7 Proces-verbaal (van observatie) d.d. 6 juli 2012, voorgeleidingsproces-verbaal verdachte en proces-verbaal d.d. 10 juli 2012 (proces-verbaal raadkamer I, dossierpagina 22).

8 Proces-verbaal van onderzoek paspoort en reisbescheiden [medeverdachte 2] d.d. 11 juli 2012 (proces-verbaal raadkamer I, dossierpagina 64).

9 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 7 juli 2012 (proces-verbaal raadkamer I, dossierbijlage 0.5).

10 Proces-verbaal van verhoor [getuige], d.d. 24 juli 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierbijlage 1.4).

11 Proces-verbaal van analyse Schipholpas en roostergegevens d.d. 7 augustus 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierparagraaf 1.7).

12 Proces-verbaal (van analyse camerabeelden) d.d. 6 augustus 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierparagraaf 1.6).

13 Proces-verbaal van analyse mobiele telefonie d.d. 16 augustus 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierparagraaf 2.2).

14 Proces-verbaal (analyse camerabeelden) d.d. 6 augustus 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierparagraaf 1.6).

15 Proces-verbaal van analyse mobiele telefonie d.d. 16 augustus 2012 (proces-verbaal raadkamer II, dossierparagraaf 2.2).

16 Proces-verbaal van onderzoek ping-berichten d.d. 7 juli 2012 (proces-verbaal nummer 12-048743-1).