Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ5192

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-07-2012
Datum publicatie
22-03-2013
Zaaknummer
15/741361-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op juwelier. Bewijsoverweging ten aanzien van de bedreiging met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/741361-11

Uitspraakdatum: 3 juli 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 juni 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] (Irak),

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag Hoorn, locatie Zwaag te Zwaag.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 juni 2011 te Krommenie, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en/of andere goederen van zijn/hun gading (met een totale waarde van ongeveer 32.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (juwelier) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een of meermalen:

- voornoemde juwelierszaak is/zijn binnengelopen (terwijl een of meerdere verdachte(n) op dat moment (een) bivakmuts(en), althans (deels) gezichtsbedekkende kleding, droeg(en)) en/of

- op die [slachtoffer 2] is/zijn afgelopen en/of

- een of meerdere vitrine(s) heeft/hebben stukgeslagen en/of

- die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en/of beetgenomen en/of

- aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben getrokken en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd (als gevolg waarvan die [slachtoffer 2] ten val is gekomen) en/of

- die [slachtoffer 2] (op/tegen het hoofd) heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en geschopt en/of

- die [slachtoffer 2] een bijtend(e) middel/stof (pepperspray) in de ogen heeft/hebben gespoten.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die hij reeds heeft doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de onder verdachte in beslag genomen boksbeugel en de navulsprayflacon te onttrekken aan het verkeer en de overige onder verdachte in beslag genomen voorwerpen verbeurd te verklaren.

4. Bewijs

4.1. Partiële vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte geweld tegen personen heeft gepleegd bij de overval op juwelier [slachtoffer 1], maar niet dat daarbij sprake is van medeplegen. Van dat laatste moet verdachte derhalve worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe dat de medeverdachten geen geweld tegen personen hebben gebruikt en niet aanwezig waren bij het plegen van het geweld door verdachte. Verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben allen verklaard dat vooraf was afgesproken geen geweld te gebruiken bij de overval en in geval van weerstand direct te vluchten. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank deze verklaringen niet ongeloofwaardig, mede gelet op het feit dat het slachtoffer het busje pepperspray pas buiten zag, toen zij de politie probeerde te bellen, op welk moment zij ook daadwerkelijk door verdachte met de pepperspray bespoten werd en er verder ook geen sprake is geweest van tegen haar met wapens gebruikt geweld. Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben voorts verklaard niet te hebben gezien dat een van de medeverdachten een busje pepperspray bij zich had en op grond van het dossier kan ook niet worden vastgesteld dat zij wisten van de aanwezigheid en het gebruik van de pepperspray.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen dat de medeverdachten (voorwaardelijk) opzet hebben gehad op het gebruik van geweld tegen personen, zodat medeplegen van het door verdachte gepleegde geweld niet kan worden bewezen en verdachte van dat onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen:

* de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik heb tezamen en in vereniging met anderen op 21 juni 2011 de juwelier [slachtoffer 1] te Krommenie overvallen. Ik ben tezamen met twee anderen de winkel binnen gegaan, en heb, terwijl de beide anderen de vitrines met hamers insloegen, ook enige tableaus met sieraden weggenomen. Ik ben de persoon die de aangeefster in haar aangifte aanduidt als “dader 1”, en die haar met pepperspray heeft bespoten om haar te beletten te bellen.

Vervolgens heb ik als bestuurder van de scooter de beide anderen achterop genomen en ben ik naar de gereedstaande vluchtauto gereden. De overval was tevoren door mij en de medeverdachten beraamd. Ik heb na verkoop van de sieraden € 2.800,- aan opbrengst gekregen;

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 23 juni 2011 (dossierparagraaf AZ 1-1, pagina 002 e.v.), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Juwelier [slachtoffer 1] is gevestigd op de [a-straat] te Krommenie. Ik ben eigenaresse en run de zaak. Op 21 juni 2011 zag ik dat er drie personen naar binnen kwamen. Ik dacht al dat het niet goed zat. Ik ben toch de winkel ingelopen en zag dat de eerste persoon in de richting van mij kwam lopen. Op het moment dat dader 1 op de hoek van de toonbank kwam, begonnen de andere twee jongemannen de ruiten van de vitrines aan de straatzijde in te slaan. Ik ben vervolgens de winkel uitgevlucht via de achterdeur. Buiten ben ik gaan bellen. Ik zag dat dader 1 ook naar buiten liep. Hij liep in de richting van een scooter totdat hij mij zag, waarna hij in mijn richting kwam lopen. Ik probeerde te bellen, maar dat lukte niet omdat de jongeman al bij mij was. Hij had een zwartkleurig busje spray in zijn rechterhand. Hij wilde mijn telefoon afpakken. Hij heeft aan mij getrokken en in de richting van mijn telefoon geslagen. Ik werd op mijn hoofd geslagen. Hierna probeerde hij mij met de spray onder te spuiten. Ik heb mij verzet, maar er is toch iets in mijn ogen gekomen. Ik ben op de grond terecht gekomen. De jongeman liep naar de scooter en probeerde deze te starten. Ik probeerde weer te telefoneren. Toen hij dat zag, kwam hij weer in mijn richting. Hij pakte mij weer vast en sprayde mij opnieuw. Ik was inmiddels opgestaan en werd weer tegen de grond gewerkt.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] d.d. 27 oktober 2011 (dossierparagraaf AZ 1-2, pagina 008 e.v.), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

De overval werd door drie daders uitgevoerd. Twee daders kwamen met gezichtsdekking de winkel ingelopen en sloegen gelijk de vitrines stuk. De derde man had geen gezichtsbedekking en liep naar achter de toonbank. Daarna is deze derde man snel naar buiten gegaan waar een scooter bromfiets klaarstond. Deze man spoot ook met een bijtend middel twee keer in mijn gezicht. Ik kwam met deze man in aanraking toen ik de achterdeur uitvluchtte op het moment dat de andere twee daders nog binnen waren. Er ontstond ook een soort van handgemeen met deze man. Ik werd door hem getrokken en geduwd waardoor ik ten val kwam.

Er zijn door de daders diverse plateaus met sieraden weggenomen nadat zij de vitrines hadden stukgeslagen. De schade bedraagt tussen de 30.000 en 32.000 euro.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 21 juni 2011 (dossierparagraaf Y 13, pagina 049), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik was vandaag, 21 juni 2011, als klant aanwezig in het kantoor van Univé, gelegen tegenover de juwelier. Op enig moment hoorde ik glasgerinkel. Ik zag toen twee mannen in de juwelierszaak die met hamers de vitrines aan het stuk slaan waren en spullen uit de vitrines weg graaiden. Eén man had een bivakmuts op en de andere een sjaal om zijn gezicht. Ik schrok van de overval en ben achter het bureau van de heer [betrokkene] van Univé gaan staan, omdat ik mij zo veiliger voelde.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 23 juni 2011 (dossierparagraaf Y 15, pagina 055 tot en met 058), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende als haar verklaring:

Er kwam een vrouw aanlopen. De dader liep naar de vrouw en greep haar bij haar armen. De vrouw verweerde zich en belandde aan de overkant van de straat. De vrouw werd op de grond gegooid. De dader duwde haar. De vrouw deed haar handen voor haar gezicht en bleef op de grond zitten.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 21 juni 2011 (dossierparagraaf Y 16, pagina 061), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende als haar verklaring:

Eén jongen bleef met de scooter staan. De andere twee gingen de hoek om. Er kwam een vrouw aan. Jongen 1 liep naar de vrouw toe en gaf haar een aantal klappen in het gezicht. Hij hield haar in een soort houtgreep vast. De vrouw viel en bleef liggen.

* het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 15 december 2011 (dossierparagraaf B-011, pagina 44), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende als zijn verklaring:

De andere dader heeft de kassa-lade meegenomen. Na de overval in de auto zag ik de kassa-lade in de tas zitten.

4.3. Bewijsoverweging ten aanzien van de bedreiging met geweld

Verdachte heeft bekend dat hij met twee medeverdachten de juwelierswinkel is binnengelopen. Uit het dossier blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] daarbij zijn gezicht gedeeltelijk had bedekt en medeverdachte [medeverdachte 2] een bivakmuts droeg. Verdachte zelf is in de winkel direct op het slachtoffer afgelopen en op datzelfde moment zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met hamers de vitrines in gaan slaan. Het slachtoffer is daarop direct de winkel uitgevlucht. In zeer korte tijd werden op deze wijze een hoop sieraden buit gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank waren deze handelingen van verdachte en zijn medeverdachten in onderling verband en samenhang bezien naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op het mogelijk maken en vergemakkelijken van de diefstal van de sieraden en het voorkomen dat zij daarbij belemmerd zouden worden door personeel van de juwelierswinkel of eventuele andere aanwezigen. Mede in aanmerking genomen dat het een feit van algemene bekendheid is dat overvallen op juweliers vaak gepaard gaan met fors geweld tegen personen, waarbij met enige regelmaat - ernstig - letsel aan slachtoffers wordt toegebracht of slachtoffers zelfs komen te overlijden, is de rechtbank van oordeel dat de hiervoor beschreven handelingen van verdachte en zijn medeverdachten voor het slachtoffer bedreigend zijn geweest. Zij is niet voor niets direct de winkel uitgevlucht. Dat het bedreigend was, blijkt ook uit de verklaring van getuige [getuige 1]. Het kan niet anders dan dat verdachte en zijn medeverdachten zich ervan bewust zijn geweest dat zij door aldus te handelen bedreigend op het slachtoffer en eventuele omstanders zouden overkomen, zodat er sprake is van opzet op de bedreiging met geweld. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de door verdachte en zijn medeverdachten gepleegde diefstal is voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

hij op 21 juni 2011 te Krommenie, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en andere goederen van hun gading met een totale waarde van ongeveer 32.000 euro, toebehorende aan juwelier [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 2] om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of (één van) zijn mededaders:

- voornoemde juwelierszaak zijn binnengelopen terwijl meerdere verdachten op dat moment een bivakmuts, althans deels gezichtsbedekkende kleding droegen en

- op die [slachtoffer 2] is afgelopen en

- meerdere vitrines hebben stukgeslagen

en

welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en

- aan die [slachtoffer 2] heeft getrokken en die [slachtoffer 2] heeft geduwd, als gevolg waarvan die [slachtoffer 2] ten val is gekomen en

- die [slachtoffer 2] tegen het hoofd heeft geslagen en

- die [slachtoffer 2] een bijtende stof (pepperspray) in de ogen heeft gespoten.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

eendaadse samenloop van:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal, gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sancties

7.1. Hoofdstraf

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en het aldaar besproken reclasseringsadvies over verdachte d.d. 24 april 2012, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de ochtend van 21 juni 2011 samen met anderen schuldig gemaakt aan een brutale overval op een juwelier waarbij vitrines met hamers zijn stukgeslagen en voor een bedrag van ongeveer € 32.000,- aan sieraden en de kassa met geld is buitgemaakt. Door aldus te handelen is het in de juwelier aanwezige personeelslid bedreigd met geweld. Voorts heeft verdachte tijdens deze overval het slachtoffer onder meer geslagen en met pepperspray in haar gezicht gespoten om te voorkomen dat zij de politie zou bellen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich louter heeft laten leiden door geldelijk gewin en zich geen enkele rekenschap heeft gegeven van de mogelijke gevolgen van deze voor het slachtoffer emotioneel zeer ingrijpende gebeurtenis. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan langdurig de psychisch nadelige gevolgen kunnen ondervinden. Daarnaast brengen brutale overvallen als deze gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg, te meer daar de overval op klaarlichte dag heeft plaatsgevonden en er meerdere getuigen van waren. Al zou verdachte de pepperspray vanwege de adrenaline, ontstaan door het plegen van de overval in het gezicht van het slachtoffer hebben gespoten, zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard, maakt dat het feit niet minder ernstig. Verdachte is degene die ervoor gekozen heeft de overval te plegen, hij heeft op twee verschillende momenten, zoals uit de aangifte blijkt, pepperspray in het gezicht van het slachtoffer gespoten. De tweede keer vond plaats nadat verdachte terug was gelopen naar de scooter, maar bemerkte dat het slachtoffer nog een keer probeerde te bellen. Daarbij komt dat verdachte het slachtoffer ook vastgepakt en geslagen heeft, met alle grote gevolgen voor het slachtoffer van dien. De rechtbank rekent hem dit zwaar aan.

Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte blijkens zijn justitiële documentatie niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat slechts een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur passend is. De strafeis van de officier van justitie is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding daarvan af te wijken.

7.2. Algemene opmerking ten aanzien van het beslag

De rechtbank heeft geconstateerd dat de op de tweede plaats delict (de plaats waar de vluchtauto gereed stond en verdachten spullen hebben weggegooid) aangetroffen voorwerpen abusievelijk zowel op de beslaglijst van verdachte als op die van zijn medeverdachte [medeverdachte 1] terecht zijn gekomen, ook in het geval deze niet aan een van beide verdachten toebehoren. De rechtbank heeft op basis van de resultaten van het DNA-onderzoek en de verklaringen van verdachten de voorwerpen, indien mogelijk, aan de juiste verdachte gekoppeld. Voor zover de op de beslaglijst van verdachte vermelde voorwerpen niet aan hem toebehoren, maar aan medeverdachte [medeverdachte 1], zal de rechtbank daarover in dit vonnis dan ook geen beslissing nemen.

7.3. Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de zwarte winterjas, de handschoen met kenmerk AAAY1458NL en de handschoen met kenmerk AAAY1459NL, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de voorwerpen aan verdachte toebehoren en het bewezen verklaarde feit met behulp van die aan verdachte toebehorende voorwerpen is begaan.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst van verdachte vermelde en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de trainingsbroek en de Nike schoen, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de voorwerpen toebehoren aan medeverdachte [medeverdachte 2], het strafbare feit met behulp van deze voorwerpen is begaan en medeverdachte [medeverdachte 2] bekend was met het gebruik in verband met het strafbare feit.

7.4. Maatregel

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst van verdachte vermelde en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de twee hamers, de paarse navulsprayflacon en de boksbeugel, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van de eerstgenoemde twee voorwerpen is begaan en het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet of het algemeen belang. De boksbeugel is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit waarvan verdachte werd verdacht. Dit voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Het ongecontroleerde bezit van dit inbeslaggenomen voorwerp is in strijd met de wet of het algemeen belang.

7.5. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven t-shirt dient te worden teruggegeven aan verdachte. Niet gebleken is dat het bewezen verklaarde feit met behulp van dit t-shirt is begaan.

De rechtbank is van oordeel dat het op de beslaglijst van verdachte vermelde en niet teruggegeven aardappelschilmes dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, aangezien tot nu toe geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikel 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 55 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit de hierboven onder 5. vermelde (eendaadse samenloop van) strafbare feiten oplevert.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

* 1.00 STK Jas Kl: zwart winterjas AAAY1455NL

* 1.00 STK Broek Kl: zwart trainings AAAY1457NL

* 1.00 STK Schoeisel Kl: blauw NIKE AAAY1456NL

* 1.00 STK Handschoen Kl: zwart AAAY1458NL

* 1.00 STK Handschoen Kl: zwart AAAY1459NL.

Onttrekt aan het verkeer:

* 2.00 STK Hamer Kl: zwart BENSON

* 1.00 FLA Gasfles Kl: paars AAAY1454NL, betreft een navelsprayflacon

* 1.00 STK Boksbeugel Kl: zwart AAAy1461NL.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

* 1.00 STK Shirt Kl: blauw B.a.1.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

* 1.00 STK Mes Kl: zwart AAAY1454NL, betreft een aardappelschilmes.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. Burgers, voorzitter,

mr. I.H. Lips en mr. J.A.M. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.C.C. Kaal,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 juli 2012.