Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ2250

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-12-2012
Datum publicatie
25-02-2013
Zaaknummer
15/740294-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promisvonnis. Meervoudige strafkamer. (Poging) diefstal in vereniging en opzetheling. Deels vrijspraak wegens onvoldoende wettig bewijs.

Gevoerde verweren met betrekking tot de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van het bewijs, alsmede het standpunt van de verdediging dat verdachte (ten aanzien van opzetheling) geen wetenschap had van de voorwerpen en niet wist dat de voorwerpen van misdrijf afkomstig waren, worden door de rechtbank verworpen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan één inbraak in een woning tezamen met een ander tijdens de voor de nachtrust bestemde uren, waarbij een grote hoeveelheid goederen is weggenomen, twee pogingen tot inbraak in een woning, eveneens tijdens de voor de nachtrust bestemde uren en tezamen met anderen, en opzetheling van een drietal goederen. Bij beide pogingen tot woninginbraak heeft een confrontatie met één van de aanwezige bewoners plaats gevonden.

De rechtbank houdt er bij haar strafoplegging rekening mee dat verdachte niet alleen materiële schade heeft toegebracht maar ook bij hen gevoelens van grote onrust heeft veroorzaakt, geen openheid van zaken heeft gegeven en het laakbare van zijn handelen niet lijkt in te zien, als ook de omstandigheid dat verdachte vele malen eerder voor vermogensdelichten is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van vijftien maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740294-12

Uitspraakdatum: 3 december 2012

Tegenspraak

Promisvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 november 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1979 te Beni Touzine (Marokko),

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres ([adres en woonplaats]

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag-Hoorn, locatie Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C. Vos en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 april 2012 tot en met 24 juni 2012 te Uitgeest en/of Heemskerk en/of Krommenie en/of Overveen en/of Haarlem en/of Beverwijk (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (al dan niet in de voor de nachtrust bestemde tijd) (telkens) heeft weggenomen een of meerdere (goed)eren van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- (zaak 2)

op het adres [adres 1] te Uitgeest weggenomen een kluisje met inhoud en/of een of meerdere hoeslakens en/of sieraden en/of muntgeld en/of een of meer andere goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1]; en/of

- (zaak 3)

op het adres [adres 2] te Heemskerk weggenomen een of meerdere laptop(s) en/of sieraden en/of een hoeveelheid geld en/of een of meer andere goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2a] en/of het [benadeelde partij 2b]; en/of

- (zaak 6)

op het adres [adres 3] te Krommenie weggenomen een fototas en/of een of meerdere fotocamera('s) en/of een of meerdere fotolenzen en/of een broche en/of een hoeveelheid geld en/of een balansbord en/of een of meer andere goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3]; en/of

- (zaak 8)

op het adres [adres 4] te Overveen weggenomen een laptop en/of een Ipad en/of twee Ipods en/of een hoeveelheid geld en/of meerdere gouden munten en/of meerdere horloges en/of sieraden en/of parfum en/of een of meer andere goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4a] en [benadeelde partij 4b]; en/of

- (zaak 16)

op het adres [adres 6] te Beverwijk weggenomen een kluis (met daarin onder meer meerdere bankpasjes (waaronder een Rabobankpas met rekeningnummer [nummer] en/of een Eurocross Assistance verzekeringspas en/of meerdere gouden ringen en/of een of meer andere goed(eren) van zijn/hun gading), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6];

en/of

hij in of omstreeks de periode van 20 februari 2010 tot en met 27 juni 2012 te Amsterdam en/of Castricum en/of Krommenie en/of Uitgeest en/of Haarlem en/of Assendelft en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een fotocamera (merk Sony Cybershot) (zaak 5) en/of - een navigatiesysteem (merk Snooper, type S7000 Truckmate) (zaak 10) en/of

- een navigatiesystysteem (merk Tom Tom) (zaak 13),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn/mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goed(eren) wist(en) of had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 mei 2012 tot en met 19 mei 2012 te Santpoort-Noord en/of Heemskerk, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen (gedurende voor de nachtust bestemde tijd), een of meerdere goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- (zaak 7) op het adres [adres 8] te Santpoort-Noord getracht een keukendeur en/of raam van een woning open te breken waardoor schade is ontstaan aan de keukendeur en/of het raam;

- (zaak 9) op het adres [adres 9] te Heemskerk een voordeur opengebroken waardoor schade is ontstaan aan de deur;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 3

hij op of omstreeks 18 juni 2012 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (vanaf de Rabobankrekening van [benadeelde partij 6] met rekeningnummer [nummer] heeft weggenomen een geldbedrag van 550 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of diens mededader(s) middels een wederrechtelijk weggenomen pinpas met bijbehorende pincode van voornoemde rekening 550 euro opgenomen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 ten aanzien van zaak 6 ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1 (behalve zaak 6), 2 en 3 ten laste gelegde feiten.

3.2. Vrijspraak

Ten aanzien van feit 1

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten aanzien van de zaken 2, 3, 6 en 8 ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Aan verdachte is een groot aantal inbraken, dan wel pogingen daartoe, in woningen, al dan niet tezamen met de medeverdachten [B.] en [C.], ten laste gelegd. Uit de zaaksdossiers 2, 3, 6 en 8 blijkt dat de auto waarvan verdachte (mede) gebruik maakte (de BMW en later de Audi), op enig moment in de periode waarin de inbraken blijkens de aangiften hebben plaatsgevonden, in de directe omgeving is geweest van de woningen waar is ingebroken. Blijkens de aangiften hebben deze inbraken echter steeds plaatsgevonden in een periode die meerdere uren dan wel dagen bestreek, zodat het exacte tijdstip van de inbraken niet voldoende concreet aan de bakengegevens kan worden gekoppeld en niet kan worden uitgesloten dat de inbraak heeft plaatsgevonden op een ander tijdstip dan het tijdstip waarop de auto in de omgeving van de woningen was. Tevens blijkt uit de bakengegevens dat de auto onderweg meerdere keren stopte, waardoor niet kan worden uitgesloten dat er mensen in of uit de auto zijn gestapt, terwijl evenmin in alle gevallen vaststaat dat verdachte op dat specifieke moment ook daadwerkelijk in de betreffende auto heeft gezeten. Daarbij komt nog dat directe bewijsmiddelen voor de aanwezigheid van verdachte in de betreffende woningen ontbreken, waarbij de rechtbank tevens meeweegt dat er ook geen goederen uit deze woningen bij verdachte zijn aangetroffen. Gelet op het vorenstaande laten de bewijsmiddelen de mogelijkheid open dat een ander dan verdachte de inbraken dan wel de pogingen daartoe, heeft gepleegd. Wegens gebrek aan voldoende wettig bewijs om met zekerheid vast te kunnen stellen dat verdachte degene is geweest die heeft ingebroken, zal de rechtbank verdachte van deze zaken vrijspreken.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte ook dient te worden vrijgesproken van het onder 3 (zaak 16) ten laste gelegde feit omdat zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt waaruit kan worden afgeleid dat verdachte betrokken is geweest bij deze diefstal.

3.3. Verweer m.b.t. rechtmatigheid van bewijs

De raadsman heeft betoogd dat de resultaten van de peilbakens en de cameraobservaties dienen te worden uitgesloten van het bewijs omdat er onvoldoende redelijk vermoeden van schuld was om tot de inzet van deze opsporingsmethoden over te gaan. Volgens de raadsman vermeldde het proces-verbaal bij de aanvraag voor de inzet van deze opsporingsmethoden enkel de CIE-informatie en geen concrete gegevens dat de in deze informatie genoemde personen [verdachte] en medeverdachten [B.] en [C.] betroffen.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, bevat het proces-verbaal aanvraag bevel stelselmatige observatie (methodiekendossier, pagina's 67-69) naast de CIE-informatie van 27 februari 2012 ook de namen, de geboortedata en de adressen van [B.], [verdachte] en [C.] en de tenaamstelling van de personenauto, welke gegevens uit het naar aanleiding van de CIE-informatie ingestelde onderzoek naar voren zijn gekomen. De rechtbank is van oordeel dat deze informatie een voldoende onderbouwing is om tot afgifte van het bevel tot de inzet van de genoemde opsporingsmethoden over te kunnen gaan. De rechtbank ziet derhalve geen reden om de resultaten van de inzet van de peilbakens en de cameraobservaties uit te sluiten van het bewijs.

3.4. Redengevende feiten en omstandigheden1

Ten aanzien van feit 1

Zaak 16

Tussen 16 juni 2012 en 19 juni 2012 is ingebroken in de woning van [benadeelde partij 6] aan de [adres 6] te Beverwijk. Het raam van de keuken was kapot gemaakt en de voordeur was aan de binnenkant geforceerd waarbij het kozijn was ontwricht en er moeten zaten in het kozijn. Uit de woning was onder andere een kluis weggenomen met daarin een langwerpige portemonnee, diverse pasjes waaronder een Rabobankpas met rekeningnummer [nummer], een reserve autosleutel en sieraden, waaronder diverse gouden ringen.2

Uit analyse van het geplaatste baken onder de personenauto van het merk Audi voorzien van kenteken [kenteken], op naam van [B.] welke wordt gebruikt door [verdachte] (hierna: de Audi) en de camerabeelden gemaakt van de trapopgang van het adres [woonadres verdachte en medeverdachte C.] te Assendelft is het volgende gebleken.

Op 16 juni 2012 om 21.45 uur verlaten [verdachte] en [C.] kort na elkaar het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft. Om 21.48 uur verlaat de Audi het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft en gaat richting Heemskerk waar deze zich op verschillende locaties ophoudt en vervolgens om 22.32 uur aan komt op de [adres 6 (zonder huisnummeraanduiding)] te Beverwijk. Om 22.59 uur, derhalve 27 minuten later, vertrekt de Audi naar Amsterdam. Om 23.39 uur vertrekt de Audi vanuit Amsterdam naar het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft waar deze om 23.55 uur aan komt. Om 23.56 uur komen [verdachte] en [C.] aanlopen op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft.3

Op 18 juni 2012 om 16.34.33 uur loopt [verdachte] naar de ondergrondse vuilcontainer welke alleen te gebruiken is door bewoners van het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)]. Deze bewoners hebben een pas waarmee zij de vuilcontainer kunnen openen waarna zij hun vuilnis in de container kunnen deponeren. Vervolgens is op de camerabeelden te zien dat [verdachte] iets in zijn handen heeft wat lijkt op een mapje waarin vermoedelijk diverse pasjes zitten. Op een gegeven moment zijn enige op pasjes gelijkende voorwerpen te zien. Omstreeks 16.34.52 uur is te zien dat [verdachte] iets tegen de vuilcontainer houdt. Vervolgens bekijkt [verdachte] de op pasjes gelijkende voorwerpen en deponeert deze vervolgens met zijn rechterhand in de container. De rechterhand van [verdachte] is beschermd met een sok, handschoen of een want. Gedurende het weggooien van de voorwerpen kijkt [verdachte] een aantal malen om zich heen. Hierna loopt [verdachte] weg.4 Om 17.06 uur loopt een andere bewoner van het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] naar de container die, nadat hij zijn vuil in de container heeft gegooid, naar beneden kijkt, bukt en iets van de straat opraapt wat lijkt op een pasje. Na dit voorwerp bekeken te hebben, legt hij dit op de container en vertrekt. Diverse bewoners die langslopen of iets deponeren in de vuilcontainer bekijken het voorwerp. Op een gegeven moment lopen er twee meisjes langs waarvan er één het voorwerp mee naar huis neemt.5

Uit onderzoek is gebleken dat het meisje dat het voorwerp mee naar huis neemt, de dochter van mevrouw [N.] is, die eveneens op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] woont. Mevrouw [N.] heeft het voorwerp, wat inderdaad een pasje bleek te zijn, aan de politie overhandigd. Het pasje bleek een verzekeringspasje van Eurocross Assistance te zijn op naam van [benadeelde partij 6].6 [benadeelde partij 6] heeft desgevraagd verklaard dat bij de inbraak in haar woning een bruin lederen mapje met daarin diverse pasjes waaronder een verzekeringspasje was weggenomen en dat deze haar eigendom was.7

Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat niet duidelijk is wanneer de inbraak is gepleegd en wie de inbraak heeft gepleegd. Voorts is ook niet zeker of verdachte degene is geweest die het pasje heeft weggegooid. Verdachte dient derhalve van deze zaak te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Op de camerabeelden is te zien dat verdachte op 18 juni 2012 bij de container een mapje met op pasjes gelijkende voorwerpen (hierna: pasjes) voorhanden heeft. Hij gooit diverse van deze pasjes weg, waarbij hij om de hand waarmee hij die pasjes weggooit, een handschoen, sok of want draagt. Een half uur later vindt een andere bewoner een pasje op naam van aangeefster [benadeelde partij 6] bij de container. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte bij het weggooien van de andere pasjes het verzekeringspasje op naam van [benadeelde partij 6] op de grond moet hebben laten vallen en verdachte dus in het bezit is geweest van dit pasje. Nu dit pasje zich volgens aangeefster bevond in een mapje met daarin verschillende andere pasjes en op de camerabeelden is te zien dat verdachte een mapje met pasjes voorhanden heeft, concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat verdachte het mapje dat bij de inbraak is weggenomen, voorhanden heeft gehad.

Gelet op het feit dat verdachte in het bezit is geweest van goederen die zijn weggenomen uit de woning van [benadeelde partij 6], welke goederen hij heeft weggegooid met een hand met daarom een handschoen, want of sok vermoedelijk om vingerafdrukken op de pasjes te vermijden, terwijl hij tijdens het weggooien van de pasjes een aantal keren om zich heen kijkt, gelet ook op het feit dat verdachte op 16 juni 2012 - welke datum is gelegen in de periode waarin blijkens de aangifte in de woning van [benadeelde partij 6] is ingebroken - in de directe omgeving van deze woning is geweest, en gelet op het feit dat verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht ten aanzien van de vraag waarom hij op 16 juni 2012 daar was, is de rechtbank van oordeel dat verdachte degene is geweest die heeft ingebroken in de woning van [benadeelde partij 6]. De rechtbank merkt daarbij nog op dat zij het uitgesloten acht dat verdachte slechts de heler van de pasjes is geweest. Verzekeringspasjes zoals het aangetroffen pasje worden doorgaans immers niet geheeld. Het weggooien van dergelijke pasjes, waarbij ook nog eens een handschoen of sok om de hand die de pasjes weggooit, wordt gedragen, kan niet anders worden uitgelegd dan te zijn bedoeld om eventuele sporen naar verdachte als de inbreker uit te wissen. Het is voorts logischerwijs aan de inbreker om een selectie te maken tussen goederen die hij wenst te behouden en goederen waarvan hij zich wenst te ontdoen.

Zaak 5 (heling)

Bij doorzoeking van de woning aan het [woonadres verdachte en medeverdachte C.] te Assendelft, zijnde de woning van [verdachte] en [C.], werd in een witte handtas van [C.] een paars/roze fotocamera van het merk Sony, type Cybershot, aangetroffen.8 Uit onderzoek is gebleken dat op de geheugenkaart die zich in deze camera bevond onder andere een overlijdensakte van [naam 1] stond. [naam 1] bleek getrouwd te zijn geweest met [naam 1].9 [naam 2] heeft op 29 januari 2012 aangifte gedaan van een inbraak in haar woning waarbij onder andere een camera van haar dochter is weggenomen.10 Haar dochter had een foto gemaakt van de overlijdensakte van [naam 1].11

Bewijsoverwegingen

De rechtbank is, in tegenstelling tot de raadsman, van oordeel dat nu uit onderzoek gebleken is dat het geheugenkaartje eigendom was van de familie [naam 1]/[naam 2] en dit in een paars/roze camera zat waarvan [naam 2] aangifte van diefstal had gedaan, deze camera afkomstig is van de diefstal uit de woning van die [naam 2].

De raadsman heeft voorts betwist dat verdachte wist dan wel moest vermoeden dat dit voorwerp van diefstal afkomstig was.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt. Gelet op het feit dat de camera in de tas van zijn vrouw is aangetroffen, welke tas blijkens de camerabeelden overigens ook met enige regelmaat door verdachte wordt gebruikt, en verdachte ter zitting heeft verklaard dat zijn vrouw de camera cadeau heeft gekregen, maar op verdere vragen over de herkomst van de camera zich beroept op zijn zwijgrecht, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat de camera in zijn woning aanwezig was en deze van misdrijf afkomstig was.

Zaak 10 (heling)

Bij doorzoeking van de woning aan het [woonadres verdachte en medeverdachte C.] te Assendelft, zijnde de woning van [verdachte] en [C.], werd een navigatiesysteem van het merk Snooper, type S7000 Truckmate aangetroffen. In het geheugen van het navigatiesysteem stond onder andere het adres [adres 11] te Uitgeest.12 [benadeelde partij 11] heeft op 12 maart 2012 aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres 11] te Uitgeest waarbij onder andere een Navigatiesysteem van het merk Snooper, type 7000 Truckmate, is weggenomen.13

Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van deze zaak moet worden vrijgesproken omdat verdachte niet wist dan wel moest vermoeden dat het navigatiesysteem afkomstig was van diefstal. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit navigatiesysteem door een persoon die bij hem in huis had verbleven, eveneens genaamd [voornaam, idem aan verdachte], zou zijn achtergelaten.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft tot aan de zitting niets verklaard over de herkomst van het navigatiesysteem. Ter terechtzitting komt hij plotsklaps met het verhaal dat er een andere persoon, eveneens genaamd [voornaam, idem aan verdachte], bij hem zou hebben verbleven en dat het navigatiesysteem van hem zou zijn. Uit niets blijkt echter van het bestaan van deze persoon. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte dan ook onaannemelijk en is van oordeel dat verdachte deze verklaring enkel heeft afgelegd om de waarheid te bemantelen, te weten dat verdachte wist dat het navigatiesysteem van diefstal afkomstig was.

Zaak 13 (heling)

Bij doorzoeking van de woning aan de [woonadres medeverdachte B. en diens ouders] te Amsterdam werd in de personenauto op naam van [A.], de vader van [B.] en [C.], een TomTom aangetroffen.14 [A.] heeft verklaard dat hij de TomTom van [verdachte] heeft gekregen.15 Ook [B.] heeft verklaard dat [verdachte] een TomTom aan zijn schoonvader, de vader van [B.] en [C.], cadeau had gegeven.16 Uit onderzoek naar de TomTom is gebleken dat als thuisadres stond vermeld: [adres 12] te Haarlem.17 [benadeelde partij 12] heeft op 22 februari 2010 aangifte gedaan van inbraak in haar auto welke geparkeerd stond op het parkeerterrein achter haar woning aan de [adres 12] te Haarlem. Daarbij was een navigatiesysteem van het merk TomTom weggenomen.18

Bewijsoverweging

Verdachte heeft verklaard dat hij niets met deze TomTom te maken heeft gehad. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig nu zowel [B.] als [A.] hebben verklaard dat [A.] de TomTom van [verdachte] heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte deze verklaring enkel heeft afgelegd om de waarheid te bemantelen, te weten dat hij wist dat deze TomTom van diefstal afkomstig was en hij deze aan [A.] heeft overgedragen.

Ten aanzien van feit 2

Zaak 7

Op 15 mei 2012 omstreeks 22.30 uur was aangeefster [benadeelde partij 8] thuis met haar man in de woning aan de [adres 8] te Santpoort-Noord. Ongeveer vijftien minuten nadat zij naar bed waren gegaan, hoorden zij dat er aan het slot van de keukendeur werd gerommeld. De man van [benadeelde partij 8] is uit bed gesprongen en naar de keuken gelopen. De man zag vervolgens twee jongemannen in de tuin staan. De man schreeuwde iets in de trant van: "Wat moet dat? Opgesodemieterd". Hierop zijn de twee jongemannen hard weggelopen. Een van de jongemannen ging nog aan de brandende buitenlamp hangen, waardoor deze afbrak en het licht doofde. De jongemannen hadden met een koevoet geprobeerd het keukenraam open te breken.19

Uit analyse van het geplaatste baken onder de personenauto van het merk Audi voorzien van kenteken [kenteken], op naam van [B.], welke wordt gebruikt door [verdachte] (hierna: de Audi) en de camerabeelden gemaakt van de trapopgang van het adres [woonadres verdachte en medeverdachte C.] te Assendelft is het volgende gebleken.

Op 15 mei 2012 om 14.46 uur respectievelijk 14.48 uur verlaten [verdachte] en [C.] kort na elkaar het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft. Om 14.49 uur vertrekt de Audi vanaf het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] naar Amsterdam waarna deze zich op verschillende locaties in Amsterdam en Haarlem ophoudt. Om 22.26 uur vertrekt de Audi vanuit Haarlem naar de [adres 8 (zonder huisnummeraanduiding)] te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, waar de Audi om 22.32 uur aankomt en om 22.33 uur parkeert in een zijstraat van die laan, de [naam zijstraat]. Negen minuten later, om 22.42 uur en derhalve omstreeks het tijdstip waarover aangeefster verklaart dat haar man de twee jongemannen ziet, vertrekt de Audi weer naar Amsterdam en op 16 mei 2012 om 00.29 uur komt de Audi weer aan op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)]. Vervolgens komen [verdachte] en [C.] blijkens de camerabeelden om 00.32 uur aan op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft.20

Bewijsoverweging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken omdat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte betrokken is geweest bij deze poging tot inbraak.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat nog geen seconde nadat [verdachte] en [C.] op 16 mei 2012 in de middag het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] verlaten, ook de Audi het parkeerterrein verlaat. Op 16 mei 2012 komt de Audi om 00.29 uur weer aan op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] en 3 seconden later is op de camerabeelden te zien dat [verdachte] en [C.] komen aanlopen. Gelet op deze feiten acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij op 15/16 mei 2012 geen gebruik heeft gemaakt van de Audi volstrekt onaannemelijk. De rechtbank stelt ook de verklaring van verdachte terzijde dat ook anderen gebruik maken van de Audi, temeer nu verdachte enkel stelt dat ook anderen de Audi gebruiken, maar niet concreet aangeeft wie dan op 15/16 mei 2012 in de auto zou hebben gereden.

Nu de Audi via Amsterdam - waar hij dus een mededader heeft kunnen ophalen - naar Haarlem is gereden en zich ten tijde van de poging tot inbraak bevond in de directe omgeving van de woning waar is geprobeerd in te breken, terwijl de auto direct na het moment waarop de daders van de poging inbraak worden betrapt weer vertrekt, en verdachte geen verklaring geeft waarom hij daar aanwezig was, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich tezamen met een ander schuldig heeft gemaakt aan een poging tot inbraak.

Zaak 9

[benadeelde partij 9] bevond zich op 19 mei 2012 in zijn woning aan de [adres 9] te Heemskerk. [benadeelde partij 9] lag samen met zijn vriendin in bed. [benadeelde partij 9] was op een gegeven moment wakker geworden, naar het toilet gegaan en hoorde toen hij terugkwam in zijn slaapkamer een geluid. Daarop hoorde de vriendin van [benadeelde partij 9] stemmen. Vervolgens ging de deur van de slaapkamer open en zag [benadeelde partij 9] een man. Deze man was ongeveer 1.70 meter lang, had kort haar en was donker gekleed. [benadeelde partij 9] is uit bed gesprongen en er achteraan gegaan. Er werd op dreigende toon tegen [benadeelde partij 9] gezegd: "we zullen jullie eens even ... ". Toen [benadeelde partij 9] achter de man aan ging, zag hij dat er twee mannen waren. Beide mannen renden de trap af en gingen via de voordeur naar buiten. De poort van de achtertuin bleek opengebroken te zijn en er is getracht een raam open te krijgen. Voorts bleek de hele voordeur vernield en opengebroken te zijn. Een en ander vond plaats omstreeks 22.40 uur die avond.21

Uit analyse van het geplaatste baken onder de personenauto van het merk Audi voorzien van kenteken [kenteken], op naam van [B.], welke wordt gebruikt door [verdachte] (hierna: de Audi) en de camerabeelden gemaakt van de trapopgang van het adres [woonadres verdachte en medeverdachte C.] te Assendelft is het volgende gebleken.

Op 19 mei 2012 om 21.47 uur verlaten twee personen kort na elkaar het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft. Deze personen worden door de verbalisanten herkend als [B.] en [verdachte]. Om 21.48 uur vertrekt de Audi vanaf het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] te Assendelft en gaat richting Heemskerk. Om 21.59 uur komt de Audi aan op De Velst te Heemskerk. De Velst bevindt zich op korte afstand van de [adres 9] te Heemskerk. Om 22.41 uur verlaat de Audi De Velst te Heemskerk en vertrekt naar Amsterdam waar deze zich op verschillende locaties ophoudt. Op 20 mei 2012 om 00.51 uur vertrekt de Audi naar Assendelft waar deze om 01.05 uur aankomt op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)]. Om 01.06 uur komen twee personen aanlopen op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)]. Deze twee personen zijn herkend als [B.] en [verdachte].22

Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van deze zaak moet worden vrijgesproken omdat uit het dossier niet valt af te leiden dat verdachte bij deze poging tot inbraak betrokken is geweest.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe als volgt. Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen het moment waarop [B.] en [verdachte] samen het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] hebben verlaten (21.47 u.) cen het moment waarop de Audi zich verplaatst (21.48 u.) - gecombineerd met het zeer korte tijdsverloop tussen het moment waarop de Audi op het [woonadres verdachte en medeverdachte C (zonder huisnummeraanduiding)] terug komt en het moment waarop [B.] en [verdachte] samen weer in beeld komen, kan het niet anders dan dat [B.] en [verdachte] zich die avond verplaatst hebben in de Audi. Nu de Audi voorafgaand aan de inbraak enkel Heemskerk aan doet en [verdachte] en [B.] gezamenlijk vertrekken en terugkomen, acht de rechtbank het evenmin waarschijnlijk dat [verdachte] op enig moment elders dan in Heemskerk uit de auto is gestapt. Gelet op het feit dat aangever [benadeelde partij 9] aangeeft dat de twee personen omstreeks 22.40 uur in zijn woning waren, terwijl de Audi om 22.41 uur vanuit Heemskerk vertrekt, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat de twee mannen in de woning van aangever [B.] en [verdachte] zijn geweest.

3.5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 (zaken 16, 5, 10 en 13) en 2 (zaken 7 en 9) ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

feit 1

hij op 16 juni 2012 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de voor de nachtrust bestemde tijd heeft weggenomen, goederen van zijn gading, toebehorende aan een ander dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, immers heeft verdachte

- (zaak 16)

op het adres [adres 6] te Beverwijk weggenomen, een kluis met daarin onder meer meerdere bankpasjes, waaronder een Rabobankpas met rekeningnummer [nummer] en een Eurocross Assistance verzekeringspas, en gouden ringen en andere goederen van zijn gading, toebehorende aan [benadeelde partij 6];

en

hij op tijdstippen in de periode 20 februari 2010 tot en met 27 juni 2012 te Assendelft, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

- een fotocamera, merk Sony Cybershot, (zaak 5) en

- een navigatiesysteem, merk Snooper, type S7000 Truckmate, (zaak 10) en

- een navigatiesysteem, merk TomTom, (zaak 13),

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist(en) dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen;

feit 2

hij op 15 mei 2012 en 19 mei 2012 te Santpoort-Noord en te Heemskerk, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om telkens tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen, gedurende voor de nachtrust bestemde tijd, een of meerdere goed(eren) van hun gading, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen door middel van braak, immers heeft verdachte

- (zaak 7) op het adres [adres 8] te Santpoort-Noord met zijn mededader heeft getracht een keukendeur en raam van een woning open te breken waardoor schade is ontstaan aan het raam;

- (zaak 9) op het adres [adres 9] te Heemskerk met zijn mededader een voordeur heeft opengebroken waardoor schade is ontstaan aan de deur,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

(medeplegen van) opzetheling, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1 (behalve zaak 6), 2 en 3 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 4a] toe te wijzen voor een bedrag van € 18.309,10 met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij [benadeelde partij 2a] niet ontvankelijk te verklaren.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

6.3. Hoofdstraf

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan één inbraak in een woning tezamen met een ander tijdens de voor de nachtrust bestemde uren, waarbij een grote hoeveelheid goederen is weggenomen, twee pogingen tot inbraak in een woning, eveneens tijdens de voor de nachtrust bestemde uren en tezamen met anderen, en opzetheling van een drietal goederen. Bij beide pogingen tot woninginbraak heeft een confrontatie met één van de aanwezige bewoners plaats gevonden.

De rechtbank acht dit zeer ernstige feiten en tilt er zwaar aan dat verdachte en zijn mededaders deze misdrijven kennelijk puur uit financieel gewin hebben gepleegd. De rechtbank neemt het verdachte ook kwalijk dat hij en zijn medeverdachten door hun handelen naast het veroorzaken van materiële schade en overlast, een ernstige inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners, hetgeen bij hen gevoelens van onveiligheid en meer in het algemeen onrust in de samenleving heeft veroorzaakt.

De rechtbank houdt tevens ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en daarmee het laakbare van zijn handelen niet lijkt in te zien.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 8 november 2012, waaruit blijkt dat verdachte reeds vele malen eerder ter zake van vermogensdelicten tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist, nu de rechtbank een kleiner aantal feiten bewezen acht dan waar de officier van justitie vanuit is gegaan bij het bepalen van haar eis.

7. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij 2a] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.593,20 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten aanzien van zaak 3 ten laste gelegde feit heeft geleden.

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 ten aanzien van zaak 3 is ten laste gelegd, kan de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

De benadeelde partij [benadeelde partij 4a] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 9.659,10 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten aanzien van zaak 8 ten laste gelegde feit heeft geleden. Ter terechtzitting heeft [benadeelde partij 4a] de vordering vermeerderd met een bedrag van € 8.650,-, hetgeen betrekking heeft op de geschatte waarde van de ontvreemde erfstukken.

Nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 ten aanzien van zaak 8 is ten laste gelegd, kan de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

45, 47, 57, 63, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 ten aanzien van de zaken 2, 3, 6 en 8 en onder 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte onder 1 ten aanzien van de zaken 16, 5, 10 en 13 en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 4a] en [benadeelde partij 2a] niet ontvankelijk in hun vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J. Kronenberg, voorzitter,

mr. J.A.M. Jansen en mr. C.G. Beyer-Lazonder, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.M.A. Richelle,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 december 2012.

Mr. Beyer-Lazonder is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.