Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY7053

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
15/996542-06
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2015:656
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Klimop. Vastgoedfraude. De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van valsheid in geschrift, passieve niet-ambtelijke omkoping en deelneming aan een criminele organisatie.

Overwegingen ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Strafmaatoverweging. Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/996542-06

Uitspraakdatum: 21 december 2012

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 maart 2012, 9 maart 2012, 16 oktober 2012, 1 november 2012, 2 november 2012,

6 november 2012, 9 november 2012, 13 november 2012 en 7 december 2012 in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboortedatum],

wonende te [adresgegevens].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 14 maart 2011, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

(PROJECT EUROCENTER):

Hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 25 oktober 2004 te Hoevelaken en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ongedateerde (aannemings)overeenkomst tussen [vennootschap 5] en

Bouwfonds Ontwikkeling BV (D-1069/D-2949)

en/of

vijf, althans een of meer, factu(u)r(en) van [vennootschap 5] (telkens) gericht aan Bouwfonds Ontwikkeling BV ten bedrage van in totaal circa Euro 2.100.000,- (exclusief btw) (D-1093/D-2248 en/of D-1094/D-2249 en/of D-1095/D-2247 en/of D-1096/D-2250 en/of D-1097/D-2251),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die (aannemings)overeenkomst opgenomen dat [vennootschap 5] voorbereidende werkzaamheden en/of grondwerkzaamheden en/of sloopwerkzaamheden en/of waterbouwkundige werkzaamheden uit zal gaan voeren ten behoeve van het bouwrijp maken van een bouwterrein met opstallen in erfpacht uitgegeven aan Stichting Philips Pensioenfonds aan de Boelelaan te Amsterdam, belendend aan het Holiday Inn Hotel alsmede het verrichten van werkzaamheden ter bescherming van de bedrijfsvoering van het Holiday Inn Hotel tegen betaling van een aannemingssom van Euro 2.368.000,- (exclusief btw), althans woorden van die aard en/of strekking,

terwijl in werkelijkheid die in die (aannemings)overeenkomst genoemde werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door of namens [vennootschap 5] zijn/zouden worden verricht ten behoeve van/voor Bouwfonds Ontwikkeling BV en/of die in die aannemingsovereenkomst genoemde aannemingssom geen, althans niet in zijn geheel, betrekking heeft op die in die (aannemings)overeenkomst genoemde werkzaamheden en/of diensten en/of die aannemingssom van Euro 2.368.000,- niet (geheel) ten goede is/zal (ge)komen aan [vennootschap 5], maar in die aannemingssom een vergoeding van Euro 2.100.000,- ten behoeve van Rooswyck Properties Services BV en/of Rooswyck Properties Services NV en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 16] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 6] en/of [vennootschap 25] en/of [betrokkene 4] en/of Geuzenvloot BV en/of Beagle Management Consultancy Services BV en/of [medeverdachte 3] was begrepen

en/of

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door of namens [vennootschap 5] werkzaamheden en/of diensten zijn verricht ten behoeve van/voor Bouwfonds Ontwikkeling BV, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door of namens [vennootschap 5] zijn verricht ten behoeve van/voor Bouwfonds Ontwikkeling BV

en/of

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld die/dat in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Feit 2:

(PROJECT EUROCENTER):

Hij op of omstreeks 30 oktober 2003 te Hoevelaken en/of Haelen en/of Roermond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

een (namens Bouwfonds Ontwikkeling B.V. ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling B.V. aan [medeverdachte 23] gedateerd 30 oktober 2003 (D-0620),

zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers hebben/heeft hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

in die brief D-0620 (onder meer) vermeld, althans doen of laten vermelden -zakelijk weergegeven- dat de afspraken die in de brief van 23 mei 2000 (D-0032) afkomstig van [medeverdachte 23] staan vermeld ten behoeve van de samenwerking voor het project Eurocenter, in ruil voor welke samenwerking en inspanningen Bouwfonds Ontwikkeling B.V. een vergoeding aan [medeverdachte 23] verschuldigd was van 25% van de vastgestelde projectwinst, welke brief van 23 mei 2000 destijds namens Bouwfonds Ontwikkeling B.V. voor akkoord was getekend en aan [medeverdachte 23] was geretourneerd, gezien de gewijzigde situatie opnieuw met elkaar zijn bekeken en dit heeft geresulteerd in de afspraak dat de vergoeding van 25 % van de projectwinst van Bouwfonds Ontwikkeling B.V. aan [medeverdachte 23] in zijn geheel vervalt en Bouwfonds Ontwikkeling B.V. een aanbreng- en verkoopcourtage verschuldigd is aan [medeverdachte 23] voor de door [medeverdachte 23] verrichte bemiddeling en activiteiten op het gebied van de ontwikkelingsovereenkomst en verhuur, ter hoogte van 2.000.000,- euro exclusief btw,

terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet, althans niet in zijn geheel door (of namens) [medeverdachte 23] zijn verricht, althans dat bedrag voornoemd in werkelijkheid niet betrekking had op de in voornoemde brief van 30 oktober 2003 vermelde werkzaamheden,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 3:

(PROJECT EUROCENTER):

Hij in of omstreeks de periode van 11 februari 2004 tot en met 3 mei 2004 te Muiderberg en/of Tilburg en/of IJsselstein en/of Rosmalen en/of Hoevelaken, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een raamovereenkomst betreffende de ontwikkeling en realisatie kavel 8&9 Drentepark te Amsterdam tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV als opdrachtgever en [vennootschap 6] en Drentepark VOF als opdrachtnemer(s) (D-0061)

en/of

een deelovereenkomst tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV als opdrachtgever en Drentepark VOF als opdrachtnemer betreffende het Project Ontwikkeling en Realisatie kavel 8&9 Drentepark, Fase I, II (deels), III en IV (D-0016),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die raamovereenkomst (D-0061) vermeld dat de herontwikkeling van kavel 8&9 Drentepark te Amsterdam (ook bekend onder de projectnaam "Eurocenter"), zal worden uitgevoerd door [vennootschap 6] en/of Drentepark VOF tegen een (maximale) opdrachtsom van Euro 53.986.000,- (exclusief btw), althans woorden van die aard en/of strekking,

terwijl in werkelijkheid die opdrachtsom van Euro 53.986.000,- voor de herontwikkeling van kavel 8&9 Drentepark te Amsterdam niet geheel als tegenprestatie voor de werkzaamheden als omschreven in de overeenkomst is overeengekomen/kan gelden en/of niet (geheel) als opdrachtsom ten goede is/zal (ge)komen aan [vennootschap 6] en/of Drentepark VOF, maar in die opdrachtsom een vergoeding van circa Euro 4.036.547,- ten behoeve van [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 5] (ten bedrage van circa Euro 1.450.000,-) en/of [medeverdachte 23] en/of [medeverdachte 9] (ten bedrage van circa Euro 2.586.547,-) was begrepen

en/of

in die deelovereenkomst (D-0016) vermeld dat naast de werkzaamheden zoals genoemd in de raamovereenkomst (D-0061) Drentepark VOF eveneens zorg zal dragen voor de financiële afwikkeling van (bouw)claims die derden pretenderen te hebben jegens de opdrachtgever op (delen van) kavel 8&9 Drentepark (ook bekend onder de projectnaam "Eurocenter"), althans woorden van die aard en/of strekking,

terwijl in werkelijkheid geen (bouw)claim(s) van (een) derde(n) aanwezig was/waren op (delen van) kavel 8&9 Drentepark (ook bekend onder de projectnaam "Eurocenter"),

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Feit 4:

(PROJECT EUROCENTER):

Hij op of omstreeks 8 april 2004 te Hoevelaken en/of Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een (namens Bouwfonds Ontwikkeling BV ondertekende en/of [vennootschap 6] (mede)ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV gericht aan [vennootschap 6], althans een overeenkomst tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV en [vennootschap 6] (D-0035),

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die brief, althans die overeenkomst, vermeld dat naast de werkzaamheden, zoals vermeld in de raamovereenkomst D-0061 (te weten sloopwerkzaamheden en asbestsaneringswerkzaamheden), [vennootschap 6] tevens zal worden belast met het verrichten van bemiddelingswerkzaamheden ten behoeve van de financiële afwikkeling van (bouw)claims en het betalen van die claims die derden jegens de opdrachtgever pretenderen te hebben en dat [vennootschap 6] voor al deze werkzaamheden (te weten sloop- en asbestsaneringswerkzaamheden alsmede het afwikkelen van bouwclaims) een extra budget krijgt van maximaal Euro 3.891.000,- , althans woorden van die aard en/of strekking,

terwijl in werkelijkheid geen (bouw)claim(s) van (een) derde(n) aanwezig was/waren op het project Eurocenter en/of er geen bemiddelingswerkzaamheden ten behoeve van de financiële afwikkeling van (een) bouwclaim(s) behoefden te worden verricht en/of die sloop- en/of asbestsaneringswerkzaamheden grotendeels al waren gedaan voor een bedrag van circa Euro 311.480,- en/of dat budget van Euro 3.891.000,- niet geheel ten goede is/zal (ge)komen aan

[vennootschap 6], maar voor een bedrag van circa Euro 2.841.000,- ten goed is/zal (ge)komen aan [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 5], althans een vergoeding betrof voor [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 5], en/of in dat bedrag van Euro 3.891.000,- een (extra) vergoeding van circa Euro 750.000,-, althans enig geldbedrag, voor [vennootschap 6] en/of hem, verdachte, was begrepen,

zulks met het oogmerk op dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Feit 5:

(PROJECT EUROCENTER):

Hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2004 tot en met 1 april 2005 te Hoevelaken, in elk geval in Nederland, anders dan als ambtenaar, immers als adjunct-directeur Kantoren in dienstbetrekking bij Bouwfonds Ontwikkeling BV, in elk geval als werknemer in dienstbetrekking bij Bouwfonds Ontwikkeling, naar aanleiding van hetgeen hij verdachte in zijn dienstbetrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift en/of een belofte heeft aangenomen, namelijk - zakelijk weergegeven-

een lening (onder niet zakelijke voorwaarden) ten bedrage van Euro 800.000,- van [medeverdachte 13] aan hem, verdachte, vastgelegd in een tussen [medeverdachte 13] en hem verdachte gesloten overeenkomst van geldlening d.d. 20 mei 2004 (D-2962) en/of de uitbetaling van een of meer geldbedrag(en) aan geld tot een totaalbedrag van Euro 800.000,- door [medeverdachte 13] aan hem, verdachte, ter voldoening van de verplichting op grond van die overeenkomst van geldlening (D-0192 en/of D-0193 en/of D-0194 en/of D-0195 en/of D-0196)

en dit aannemen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgever.

Feit 6:

(PROJECT EUROCENTER):

Hij in of omstreeks de periode van 3 november 2003 tot en met 3 augustus 2004 te IJsselstein en/of Hoevelaken, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een (namens [medeverdachte 4] voor akkoord ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV gericht aan [medeverdachte 4] d.d. 3 november 2003 inzake het project Eurocenter (D-1013)

en/of

een (namens [medeverdachte 4] voor akkoord ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV gericht aan [medeverdachte 4] d.d. 3 augustus 2004 inzake het project Eurocenter (D-2935),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die brief D-1013 vermeld dat gedurende 2002 en 2003 zowel de opzet van de ontwikkeling als het volledige ontwerp van de 3 gebouwen enkele keren fundamenteel is aangepast en/of dat tevens de laatste maanden, op aangeven van Schootse Poort en Welstand, de gevels en de constructie van de kantoorgebouwen meerdere keren opnieuw zijn gewijzigd en ontworpen en/of daarnaast het woongebouw, toen het DO (definitief ontwerp) bijna gereed was, volledig opnieuw is uitgelegd en ontworpen naar aanleiding van de gewijzigde wensen van Schootse Poort en/of dat deze kosten vallen buiten de oorspronkelijke opdracht en/of dat [medeverdachte 4] genoemde meerkosten voor ontwikkeling, ontwerp en management (welke worden begroot) ten bedrage van Euro 1.900.000,- per 1 november 2003 aan Bouwfonds Ontwikkeling BV mag factureren en/of

dat het bestek door de aannemer zal worden uitgewerkt en dat [medeverdachte 4] dat contractueel zal vastleggen met de beoogde bouwcombinatie en tevens de bijbehorende kosten zal verrekenen met deze bouwcombinatie en/of dat in opdracht van [medeverdachte 4] de detailengineering door de bouwcombinatie zal worden uitgewerkt en/of dat daarvoor een budget is gereserveerd van in totaal Euro 2.545.000,- en/of

dat [medeverdachte 4] vanaf het moment waarop de bouwcombinatie de uitwerking van het DO (definitief ontwerp) naar een bestek ter hand neemt nauwelijks invloed meer op de ontwikkeling van de resultaten van het project heeft en Bouwfonds Ontwikkeling BV daarom met [medeverdachte 4] is overeengekomen om het winstrecht van [medeverdachte 4] af te kopen tegen een eenmalige afkoopsom van Euro 1.750.000,- (exclusief btw) te betalen bij datum start sloop bestaande opstallen

en/of

in die brief D-2935 vermeld dat Bouwfonds Ontwikkeling BV met [medeverdachte 4] een eenmalig en verhoogd winstaandeel voor [medeverdachte 4] is overeengekomen van Euro 500.000,- (exclusief btw),

terwijl die werkzaamheden vermeld in die brie(f)(ven) in werkelijkheid niet, althans niet in zijn geheel, door of namens [medeverdachte 4] en/of haar adviseur(s) zijn verricht en/of die werkzaamheden in werkelijkheid niet voor die/dat bedrag(en) door of namens [medeverdachte 4] en/of haar adviseur(s) zijn verricht en/of terwijl die/dat bedrag(en) in werkelijkheid niet, althans niet geheel, betrekking had(den) op die werkzaamheden en/of terwijl dat/die bedrag(en) voor de afkoop van het winstrecht en/of het aanvullende winstrecht niet, althans niet geheel, ten goede van [medeverdachte 4] is/zijn gekomen en/of zal/zullen komen, maar bedoeld was/waren om te worden doorbetaald, althans dat in dat/die bedrag(en) een vergoeding was begrepen voor "JON", zijnde [voornaam] [medeverdachte 1], [voornaam] [medeverdachte 3] en [voornaam] [medeverdachte 16],

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Feit 7:

(PROJECT EUROCENTER):

Hij in of omstreeks de periode van 21 mei 2003 tot en met 26 september 2003 te Hoevelaken en/of Muiderberg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een Kosten Baten Analyse (KBA) met de projectnaam Kavel 8 & 9 Drentepark te Amsterdam (ook bekend onder de projectnaam Eurocenter) (D-4178/D-3322)

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die Kosten Baten Analyse (KBA) de totale bouwkosten begroot op een bedrag van circa Euro 62.910.000,-, terwijl in werkelijkheid die bouwkosten waren begroot op een bedrag van tussen de circa Euro 49.950.000,- en circa Euro 53.274.918, althans in werkelijkheid lager waren dan die circa Euro 62.910.000,-,

en/of

in die Kosten Baten Analyse (KBA) een vergoeding/courtage van Euro 2.000.000, opgenomen ten behoeve van [medeverdachte 23] ter zake bemiddelingskosten bij verwerving, althans woorden van die aard en/of strekking, terwijl in werkelijkheid [medeverdachte 23] geen (bemiddelings)werkzaamheden en/of diensten inzake het project Eurocenter heeft verricht en/of zou gaan verrichten,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Feit 8:

(PROJECT EUROCENTER/PHILIPS):

Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 13 november 2007 te Eindhoven en/of Hoevelaken en/of Hoofddorp en/of Heemstede en/of Weert en/of Haelen en/of Roermond en/of Tilburg en/of Aerdenhout en/of Bloemendaal en/of Rosmalen en/of Den Bosch en/of Den Haag en/of Bilthoven en/of Haarlem en/of Aplhen aan den Rijn en/of Capelle aan den IJssel en/of IJsselstein en/of Waddinxveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in verengiging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen heeft deelgenomen aan een organisatie,

te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of rechtspersonen, bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 16] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 3] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 17] en/of [betrokkene 5] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 19] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] en/of [vennootschap 34] en/of [vennootschap 35] en/of [vennootschap 36] en/of [medeverdachte 20] en/of [medeverdachte 21] en/of [medeverdachte 22] en/of [medeverdachte 15] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 14] en/of [vennootschap 33] (van 29 januari 2001 tot 10 april 2006 optredend onder de handelsnaam [vennootschap 2]) en/of [medeverdachte 4] en/of [vennootschap 5] en/of [vennootschap 6] en/of een of meer andere(n) (rechts)perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk onder meer:

-oplichting van Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Bouwfonds (artikel 326 WvSr);

-verduistering in dienstbetrekking bij Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV en/of Bouwfonds (artikel 322 WvSr);

-valsheid in geschrifte (artikel 225 WvSr);

-niet ambtelijke actieve en/of passieve omkoping (artikel 328ter WvSr);

-witwassen (artikel 420bis/420quarter WvSr);

bestaande die deelneming onder meer uit:

het bedenken en/of plannen en/of voorbereiden van vorenbedoelde misdrijven

en/of

het uitdenken en/of vastleggen van constructies waarop de met vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden worden verdeeld en/of aan het zicht worden onttrokken van derden

en/of

het ten behoeve van vorenbedoelde misdrijven oprichten van vennootschappen en/of aangaan van samenwerkingsverbanden en/of inrichten van de (eigendoms)verhoudingen binnen vennootschappen en/of op andere wijze betrekken van derden

en/of

het ten behoeve van vorenbedoelde misdrijven doen van giften en/of beloften aan andere deelnemers van die organisatie en/of aan anderen in ruil voor medewerking

en/of

het verzwijgen tegenover de werkgever (Bouwfonds en/of Stichting Philips Pensioenfonds en/of Philips Real Estate Investment Management BV en/of Schootse Poort Onroerend Goed Beheer BV) van (deze) giften en/of beloften

en/of

het aanwenden en/of gebruik maken van de positie en/of specifieke kennis en/of vaardigheden van (een) andere deelnemer(s) van de organisatie en/of van anderen

en/of

het voor rekening van en/of op naam van de werkgever (doen of laten) aangaan van valse of vervalste en/of onzakelijke overeenkomsten

en/of

het ten behoeve van het aangaan van valse of vervalste overeenkomsten overleggen van valse of vervalste KBA's en/of notities en/of andere stukken

en/of

het (doen of laten) verrichten van (frauduleuze) betalingen aan de contractpartijen ter uitvoering van valse of vervalste overeenkomsten

en/of

het (doen of laten) verstrekken van geheime of vertrouwelijke informatie aan andere deelnemers van de organisatie en/of aan anderen

en/of

het (doen of laten) opnemen van valse of vervalste overeenkomsten en/of facturen en/of brieven in bedrijfsadministraties (van de werkgever)

en/of

het (doen of laten) opmaken en/of samenstellen van valse of vervalste facturen en/of overeenkomsten en/of brieven ten behoeve van de verdere doorgeleiding van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen (frauduleuze) gelden

en/of

het doen of laten beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden door andere deelnemers van de organisatie en/of het beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden voor andere deelnemers van de organisatie

en/of

het (doen of laten) beheren van de door middel van vorenbedoelde misdrijven verkregen gelden middels buitenlandse vennootschappen en/of buitenlandse bankrekeningen

en/of

het beleggen of bijwonen van bijeenkomsten en/of vergaderingen met de andere deelnemers van de organisatie, zulks ten behoeve van besluitvorming over vorenbedoelde misdrijven

en/of

het werven en/of selecteren en/of opleiden en/of coachen van huidige leden en/of nieuwe leden van de organisatie

en/of

het feitelijk leiding geven aan vorenbedoelde misdrijven.

2. Voorvragen

2.1. Geldigheid van de dagvaarding en bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

2.2. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De verdediging heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe heeft de raadsman allereerst herhaald hetgeen hij eerder ten grondslag heeft gelegd aan het namens zijn cliënt ingediende bezwaarschrift tegen de inleidende dagvaarding voor de terechtzitting van 2 juli 2010, namelijk dat het Openbaar Ministerie in de fase van het gerechtelijk vooronderzoek ten onrechte de zaak heeft "weggedagvaard", zoals bedoeld in artikel 258, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De raadsman stelt dat dit een schadelijk effect heeft gehad op de waarheidsvinding. Er zijn volgens de raadsman getuigen aanwezig geweest bij terechtzittingen, terwijl zij nog gehoord moesten worden, getuigen zijn beïnvloed door berichtgeving in de media, en verdachte heeft niet, althans onvoldoende, de mogelijkheid gehad om ontlastend bewijsmateriaal naar voren te brengen teneinde een lichtvaardige dagvaarding te voorkomen. Ten tweede heeft de raadsman herhaald hetgeen hij op de terechtzittingen in februari 2011 bij wijze van "preliminair verweer" met betrekking tot de voorfase van het strafrechtelijk onderzoek heeft aangevoerd, dat er - zakelijk weergegeven - in de kern op neerkomt dat doelbewust strafrechtelijk onderzoek is verricht onder het mom van belastingcontrole, waardoor de belangen van verdachte ernstig zijn geschaad.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Vooropgesteld wordt dat voor niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie als door de verdediging bepleit, alleen plaats kan zijn in uitzonderlijke gevallen, namelijk ingeval sprake is van een ernstige schending van de beginselen van een goede procesorde, door met opsporing of vervolging belaste ambtenaren, waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak wordt tekortgedaan (HR 19 december 1995, NJ 1996, 249).

De rechtbank is van oordeel dat de waarheidsvinding door het vroegtijdig beëindigen van het gerechtelijk vooronderzoek niet negatief is beïnvloed. De later gehoorde getuigen hebben - zoals ook in de pleitaantekeningen van de raadsman is verwoord - bij hun verhoren duidelijk aangegeven wanneer zij dachten niet uit eigen wetenschap te verklaren maar beïnvloed te zijn door mediaberichtgeving. Dit maakt een juiste waardering van de getuigenverklaringen mogelijk. Voorts heeft de verdediging tijdens de diverse terechtzittingen een veelheid aan onderzoekswensen naar voren kunnen brengen, welke ook grotendeels zijn gehonoreerd. De verdediging heeft aldus (alsnog) voldoende gelegenheid gekregen om ontlastend materiaal onder de aandacht van de rechtbank te brengen. Dat het Openbaar Ministerie lichtvaardig tot vervolging van verdachte is overgegaan, is voorts niet gebleken. Bij beschikking van 2 juli 2010 is het bezwaarschrift tegen de inleidende dagvaarding ongegrond verklaard.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het (weg)dagvaarden voor de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek - een mogelijkheid die de wet ook in de onderhavige situatie kent - geen vormverzuim oplevert. Het betoog van de verdediging dat de rechtbank hieraan consequenties zou moeten verbinden in de vorm van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of strafvermindering, gaat dan ook niet op.

Wat betreft het gestelde omtrent het vooronderzoek, heeft de verdediging hetgeen eerder als preliminair verweer is aangevoerd, gehandhaafd. Dit preliminaire verweer is door de in een andere samenstelling fungerende rechtbank bij beslissing van 28 februari 2011 gemotiveerd verworpen. Bij beslissing van 9 maart 2012 is door de rechtbank in de huidige samenstelling geoordeeld dat de beslissingen op de preliminaire verweren in stand blijven. Nu de raadsman thans geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd ter (nadere) onderbouwing van het eerder gevoerde verweer, volstaat de rechtbank met verwijzing naar hetgeen in de beslissing van 28 februari 2011 is beslist en overwogen, met welke beslissing en onderliggende overwegingen de rechtbank zich verenigt.

Gelet op het vorenstaande wordt het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie verworpen. De door de verdediging aangevoerde argumenten kunnen noch individueel, noch in onderling verband en samenhang bezien, tot de conclusie leiden dat met opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

De rechtbank heeft ook overigens geen redenen gezien die moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, het Openbaar Ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.

2.3. Schorsing van de vervolging

De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten, in al hun onderdelen.

3.2. Overwegingen omtrent het bewijs1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Algemeen

Verdachte is met ingang van 1 januari 1998 in dienst getreden bij Bouwfonds Vastgoedontwikkeling als projectontwikkelaar.2 Met ingang van 1 januari 2002 is verdachte benoemd tot Adjunct-directeur kantoren.3 Per 1 januari 2003 is verdachte, als gevolg van een aantal integraties binnen Bouwfonds, werkzaam bij Bouwfonds Ontwikkeling, bedrijfsonderdeel Commercieel Onroerend Goed.4 Het dienstverband van verdachte bij Bouwfonds is per 1 april 2005 beëindigd.5

In de periode van 1 januari 1998 tot 1 augustus 2001, althans (formeel) 1 oktober 2001,6 was (mede-)verdachte [medeverdachte 1], in zijn functie van statutair directeur van Bouwfonds, de leidinggevende van verdachte.7 Na diens vertrek kwam er een directie met daarin (onder andere) [medeverdachte 7].8 Verdachte is ná het vertrek van [medeverdachte 1] bij Bouwfonds, contact met hem blijven houden, waarbij ook over zaken en projecten van Bouwfonds werd gesproken.9

In de woning van verdachte is een hangmap aangetroffen met daarop de aantekening "Projectoverleg JvV".10 Uit de inhoud van deze map kan worden afgeleid dat deze betrekking heeft op de periode van (omstreeks) oktober 200111 tot september 2003.12 Deze hangmap bestaat uit diverse grotendeels getypte pagina's, bijna alle gedateerd, met daarop telkens een overzicht van verschillende projecten. Bij de getypte tekst op de pagina's zijn vaak handgeschreven 'aantekeningen' gemaakt. Boven een aantal pagina's is "Agenda JvV-DL" vermeld.13 Verder is op één van de pagina's bijgeschreven "boven agenda volgende keer".14

Als projectontwikkelaar had verdachte vanaf zijn komst naar Bouwfonds het project Eurocenter onder zich. Volgens verdachte heeft [betrokkene 31] deze functie in de loop van 2003 van hem overgenomen.15 Volgens [betrokkene 31] was dit vanaf september of oktober 2003.16 Nadien bleef verdachte, in zijn functie van Adjunct-directeur, betrokken bij het project Eurocenter.17

Het project Eurocenter was een samenwerkingsproject tussen Stichting Philips Pensioenfonds (Philips) en Bouwfonds.18 Binnen dit project was [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) door Bouwfonds aangesteld als gedelegeerd projectontwikkelaar.19

Feit 2

Bij brief van 7 juni 2000 stuurt [medeverdachte 9], namens [medeverdachte 23], een bijgevoegde brief van 23 mei 2000 aan Bouwfonds, ter attentie van [medeverdachte 1], met het verzoek, als de inhoud van deze laatste brief de instemming van [medeverdachte 1] heeft, deze voor akkoord te tekenen en terug te sturen. Bijgevoegde brief van 23 mei 2000 betreft een brief van [betrokkene 1], namens [medeverdachte 23], gericht aan Bouwfonds, ter attentie van [medeverdachte 1], betreffende "Herontwikkeling de Boelelaan te Amsterdam".20 Deze brief houdt onder meer in:

"Aangaande opgemeld project hadden wij de afgelopen periode diverse gesprekken.

Naar aanleiding hiervan bevestigen wij hieronder de terzake overeengekomen afspraken.

(...)

Bij de oplevering van het project zal de gerealiseerde projectwinst worden vastgesteld.

(...)

Op het moment dat de projectwinst is vastgesteld zal het Bouwfonds een vergoeding aan ons verschuldigd zijn ter grootte van 25% van de vastgestelde projectwinst.

(...)

Onze diensten zullen hoofdzakelijk bestaan uit activiteiten op het gebied van de coördinatie en verhuur van het project. Alle kosten die verder nog door ons worden gemaakt worden geacht in genoemde vergoeding te zijn begrepen."

Deze brief is door [betrokkene 1] ondertekend en door [medeverdachte 1] voor akkoord getekend.

Ruim drie jaren later, op 30 oktober 2003, stuurt verdachte, namens Bouwfonds Ontwikkeling BV (gevestigd te Hoevelaken), een brief aan [medeverdachte 23] (gevestigd te Haelen), ter attentie van [medeverdachte 9], met onder meer de volgende inhoud:21

"Naar aanleiding van onze diverse gesprekken inzake het project Eurocenter, bevestigen wij hierbij graag de tussen ons gemaakte afspraken.

In uw brief d.d. 23 mei 2000, die wij destijds voor akkoord hebben ondertekend en geretourneerd, staan tussen ons overeengekomen afspraken vermeld ten behoeve van onze samenwerking voor het project Eurocenter, destijds nog genaamd herontwikkeling Boelelaan te Amsterdam. In de brief staat vermeld dat in ruil voor de samenwerking en uw inspanningen op dit project Bouwfonds Ontwikkeling een vergoeding verschuldigd is aan [medeverdachte 23] van 25% van de vastgestelde projectwinst.

In de tussenliggende tijd heeft de herontwikkeling van dit project onze voortdurende aandacht gehad. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe herontwikkelingsovereenkomst tussen Bouwfonds en haar opdrachtgever waarin een nieuwe opzet en een definitieve start van de herontwikkeling is geregeld. Deze nieuwe overeenkomst heeft een (positief) gewijzigde opzet ten opzichte van de oorspronkelijke afspraken, aangezien de opdrachtgever nu een groot gedeelte van het huurrisico voor haar eigen rekening neemt.

Gezien deze gewijzigde situatie hebben wij de afspraken tussen [medeverdachte 23] en Bouwfonds Ontwikkeling, zoals verwoord in voornoemde brief, opnieuw met elkaar bekeken en het volgende afgesproken.

- [medeverdachte 23] draagt de verdere werkzaamheden en activiteiten inzake verhuur en coördinatie geheel over aan Bouwfonds Ontwikkeling;

- De vergoeding van 25% van de projectwinst van Bouwfonds Ontwikkeling aan [medeverdachte 23] vervalt in zijn geheel;

- Bouwfonds Ontwikkeling is een aanbreng- en verkoopcourtage verschuldigd aan [medeverdachte 23] voor de door haar verrichte bemiddeling en activiteiten op het gebied van de ontwikkelingsovereenkomst en verhuur ter hoogte van € 2.000.000,= exclusief BTW (...) te betalen bij start bouw (= start sloop van de bestaande opstallen) van het project. (...);

- Na betaling van de voornoemde courtage hebben partijen geen verplichting jegens elkaar en verlenen elkaar terzake over en weer finale kwijting."

Bij factuur van 16 januari 2004 heeft [medeverdachte 23], onder verwijzing naar deze brief van 30 oktober 2003, het afgesproken bedrag van € 2.000.000,- (exclusief 19% BTW) bij Bouwfonds in rekening gebracht. Deze factuur, die, blijkens een daarop geplaatst stempel, door verdachte is gezien, is voldaan.22

In de hiervoor vermelde, in de woning van verdachte aangetroffen, hangmap "Projectoverleg JvV" komt op diverse pagina's de naam [medeverdachte 23] voor. Zo staat op de pagina gedateerd 12 maart 2003 "brief [medeverdachte 23]", op de pagina's gedateerd 9 mei 2003 en 19 mei 2003 "Winstaandeel [medeverdachte 23]" en op een ongedateerde pagina, die, blijkens de structuur van de hangmap, van latere datum moet zijn, "[medeverdachte 23] conceptbrief".23 Op de achterzijde van laatstgenoemde pagina is "Concept [medeverdachte 23]" geschreven met daaronder achtereenvolgens de navolgende opmerkingen: "volgende afgesproken", "winstrecht wordt courtage", "bemiddelaar i.p.v. participant", "eerste paal" en "brieven schrijven heen-en-weer".24 Op de pagina gedateerd 11 september 2003 staat "Brief [medeverdachte 23]" met daarbij geschreven "brief betaling start sloop".25

Op de computer van verdachte is een conceptversie van de brief van 30 oktober 2003 aangetroffen. Deze conceptversie, gedateerd 13 augustus 2003, was gericht aan [betrokkene 1] in plaats van [medeverdachte 9].26 Voorts is tijdens het onderzoek een fax aangetroffen met eveneens een conceptversie van deze brief.27 Uit deze fax kan in ieder geval worden afgeleid dat deze op 8 oktober 2003 vanaf het woonadres van verdachte is verzonden en aan [medeverdachte 9] en [medeverdachte 5] is (door-)gestuurd. Op deze fax staat bijgeschreven: "Met deze tekst kan worden ingestemd, R'mond, 21/10-03 (...) [medeverdachte 9]". Verdachte kent deze fax.28 Twee weken hiervoor, op 6 oktober 2003, had [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 9] een memo gefaxt met onder meer de volgende inhoud: "Na overleg met Jan kan ik je mededelen dat het concept tussen [medeverdachte 23] en Bouwfonds conform jouw aantekeningen zal worden gewijzigd. Ik zal je zo spoedig mogelijk een nieuw exemplaar toe laten komen, met aan jou het verzoek, indien akkoord, mij zo spoedig mogelijk een door (de) directie van [medeverdachte 23] getekend exemplaar te retourneren."29 De brief van 30 oktober 2003 komt qua inhoud precies overeen met de door verdachte op 8 oktober 2003 per fax verzonden conceptversie van deze brief. Uit onderzoek van PricewaterhouseCoopers blijkt dat voorafgaand aan de verzending van de brief van 30 oktober 2003, deze op 27 oktober 2003 naar Rooswyck, ter attentie van [voornaam medeverdachte 16] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 16]), is verstuurd.30

Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 5], voornoemd, een notitieboek bijhield. In dit notitieboek staat bij (naar de rechtbank begrijpt) 7 augustus 2003, onder het kopje "Boelelaan", - zakelijk weergegeven - dat vastgelegd moet worden dat Bouwfonds aan [medeverdachte 23] een betaling van € 2.000.000,- zal doen bij de start van de bouw (= slaan van eerste paal) en dat het winstrecht van [medeverdachte 23] alsdan komt te vervallen. Daarbij is vermeld dat verdachte deze overeenkomst maakt.31 Bij (naar de rechtbank begrijpt) 28 oktober 2003 is in dit notitieboek vermeld dat de overeenkomst tussen Bouwfonds en [medeverdachte 23] is getekend door verdachte.32

Tijdens het omvangrijke onderzoek Klimop zijn geen documenten aangetroffen waaruit blijkt van concrete bemiddelings- en/of andere activiteiten van [medeverdachte 23] op het gebied van de hier bedoelde ontwikkelingsovereenkomst en verhuur. Ook verdachte heeft geen enkele activiteit van [medeverdachte 23] waargenomen.33

Volgens [medeverdachte 1] kwam het project Eurocenter niet van de grond totdat [betrokkene 1] hem in 1999 het aanbod deed "om de deur bij Philips Pensioenfonds voor hem te openen". [betrokkene 1] wilde daar 25% van de projectwinst voor hebben. [medeverdachte 1] is op dit aanbod ingegaan. Volgens [medeverdachte 1] was het geen gekke vraag dat iemand zo'n groot deel van de winst wilde. "Er had ook een factuur van 5 miljoen kunnen komen omdat iemand één telefoontje had gepleegd", aldus [medeverdachte 1].34

Welke activiteiten [betrokkene 1] heeft verricht, wist [medeverdachte 1] niet, hij had geen flauw idee. "Ik vond dat hij instrumenteel was en moest verdienen aan het project. Dat heb ik bewaakt, ook na mijn vertrek bij Bouwfonds", aldus [medeverdachte 1]. Volgens [medeverdachte 1] dekte de overeenkomst van 23 mei 2000 op voorhand de lading niet. Er moest iets op papier worden gezet, de bewoordingen interesseerden [medeverdachte 1] niet.35

Dat het winstrecht van 25% is omgezet in een vast bedrag heeft [medeverdachte 1] tussen verdachte en de partijen geregeld. Daarbij hadden [medeverdachte 9] en [medeverdachte 5] volgens hem ook betrokkenheid.36

Op grond van het bovenstaande staat voor de rechtbank vast dat de inhoud van de brief van 30 oktober 2003 vals is. Er zijn door [medeverdachte 23] geen bemiddelings- en/of andere activiteiten op het gebied van de ontwikkelingsovereenkomst en verhuur verricht. Uit de aangehaalde verklaring van [medeverdachte 1] leidt de rechtbank af dat het hier in wezen ging om het betalen van zogeheten smeergeld.

Verdachte heeft bevestigd dat hij met [medeverdachte 1] over - zakelijk weergegeven - de afwikkeling van het winstrecht van [medeverdachte 23] heeft gesproken, hetgeen ook uit de meergenoemde projectmap blijkt. Over de (juridische) titel waaronder dit zou moeten gebeuren, heeft hij zich niet bekommerd. Het ging verdachte erom dat de bestaande afspraak met [medeverdachte 23] werd nagekomen.37

Hieronder komt de rechtbank nog nader over het opzet van verdachte te spreken.

Feiten 3 en 4

Zoals hiervoor is weergegeven, hield de brief van 30 oktober 2003 in dat - na betaling van de in die brief genoemde courtage - Bouwfonds en [medeverdachte 23] geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben en elkaar terzake over en weer finale kwijting verlenen. Echter nog geen twee maanden later, namelijk op 24 december 2003, stuurt verdachte, namens Bouwfonds, een brief aan [medeverdachte 23], ter attentie van [medeverdachte 9], met de volgende inhoud:38

"Met referte aan ons schrijven van 30 oktober 2003 en onze bespreking van gisterenmiddag 23 december, bevestigen wij hierbij het navolgende.

Wij kwamen overeen dat wij als projectcoördinator de bouwopdracht aan een nader door ons aan te wijzen aannemer en/of aannemerscombinatie zullen verstrekken. Niettemin zijn wij bereid de bij u nog in bezit zijnde bouwclaim met betrekking tot bovengenoemd project te respecteren.

Het heeft onze instemming dat u [medeverdachte 14] heeft verzocht om bij het tot stand komen van de bouwopdracht, te realiseren dat u aanspraken zult kunnen doen gelden op vergoedingen voor de over te dragen bouwclaim van en aan de alsdan door ons aangewezen aannemer en/of aannemerscombinatie."

De bespreking waaraan in deze brief wordt gerefereerd, betreft een bespreking in het Mövenpick hotel te 's-Hertogenbosch op 23 december 2003. Bij deze bespreking waren in elk geval verdachte, [medeverdachte 9] en [medeverdachte 1] aanwezig.39,40 Blijkens zijn agenda's had [medeverdachte 5] voor 23 december 2003 ook een afspraak staan. In zijn agenda van 2003 is bij deze datum "vrij houden [verdachte] + Eric + Jan (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 9] en [medeverdachte 1]) Den Bosch?" vermeld.41 In de agenda van [medeverdachte 5] van 2004 is bij de datum 23 december 2003 vermeld: "Dennis [verdachte], Den Bosch + stukken".42 In zijn notitieboek schrijft [medeverdachte 5] bij (naar de rechtbank begrijpt) de datum van 23 december 2003, onder het kopje "[medeverdachte 23]", - zakelijk weergegeven - onder meer: "Brief d.d. 24/12, referentiegesprek 23/12, van Bouwfonds naar [medeverdachte 23]" en vervolgens: "Eric, laat teksten nakijken en mij per fax weten of akk. is A) overeenkomst Bouwcomb. / [medeverdachte 23] en B) brief [medeverdachte 14] aan aannemer".43

Een conceptversie van voormelde brief van 24 december 2003 van verdachte aan [medeverdachte 9] is op een computer van [medeverdachte 5] aangetroffen. Deze conceptversie is, blijkens de zogeheten documentgegevens, gemaakt op 2 december 2003.44 Op diezelfde datum faxt [medeverdachte 5] deze conceptversie aan [medeverdachte 1] met onder andere de volgende mededeling: "Conform jouw verzoek bijgaand uitgewerkt: concept brief Bouwfonds versus [medeverdachte 23] aanvulling inzake bouwclaim, (...). Gaarne jouw commentaar en aanvullingen."45

Eveneens op 24 december 2003 stuurt verdachte, namens Bouwfonds, een brief aan [vennootschap 6]. Deze brief, die als onderwerp "Vooropdracht - Eurocenter te Amsterdam" heeft, houdt onder andere het volgende in:46

"In het kader van bovengenoemd project zijn wij met u een voorovereenkomst (versie d.d. 2 december 2003) aangegaan. (...) Binnen de kaders van die afspraken willen wij u bij deze een vooropdracht verstrekken voor de nu noodzakelijke werkzaamheden.

(...)

Werkzaamheden:

- Alle voorbereidende (inrichtings-) werkzaamheden die nodig zijn om binnen 4 weken tot sanering en sloop van de opstallen te komen.

(...)

- Het (doen) opstellen van een saneringsplan voor de asbestsanering van de bestaande opstallen. (...)

- Het (doen) opstellen van een sloopplan en sloopveiligheidsplan. (...)

- Het (doen) verwijderen van het asbest in de opstallen en het onderliggende terrein conform het op te stellen plan.

- Het (doen) verwijderen van de opstallen en funderingen (...).

(...)

Opdrachtsom

- De maximale opdrachtsom voor deze werkzaamheden bedraagt € 4.250.000,- exclusief BTW.

(...)

- Zoals u weet zijn wij met u een absoluut maximale bouwsom overeengekomen van

€ 58.650.000,- exclusief BTW, inclusief afkoop claims en dergelijke.

(...) Alle financiële aspecten (zoals ondermeer ter zake van betalingschema) worden door de heer [medeverdachte 17] en ondergetekende behandeld."

Van genoemde voorovereenkomst van 2 december 2003,47 maakt deel uit een aanbiedingsbrief van [medeverdachte 4] aan (onder meer) [vennootschap 6] van dezelfde datum, waarin de (vaste) aanneemsom nog was bepaald op € 49.750.000,- exclusief BTW. Deze aanneemsom omvatte alle werkzaamheden die nodig zijn voor de uitvoering van het werk.48 Noch in de voorovereenkomst van 2 december 2003 noch in deze aanbiedingsbrief wordt over (de afwikkeling dan wel afkoop van) bouwclaims gesproken.

Namens [vennootschap 6] reageert [getuige 20] bij notitie van 28 december 2003 op de brief van verdachte van 24 december 2003. In deze notitie, die is gericht aan [medeverdachte 4], merkt [getuige 20] onder andere op dat, daar de sloopwerkzaamheden slechts een klein gedeelte van de opdracht uitmaken, het wellicht raadzaam is om de rol van [vennootschap 6] als bemiddelaar c.q. uitbestedende partij wat aan te dikken. [getuige 20] merkt voorts op dat hun commissarissen van mening zijn dat er wat meer op papier dient komen te staan, "daar we anders wellicht de continuïteit van [vennootschap 6] in gevaar brengen".49 [medeverdachte 4] reageert op 31 december 2003 op deze notitie. [medeverdachte 17] laat die dag per fax aan [getuige 20] weten dat de notitie als niet verzonden wordt beschouwd.50

Twee weken later, op 13 januari 2004, wordt er een afsprakendocument inzake "Bouw Eurocenter, Amsterdam" getekend tussen [medeverdachte 4], namens Bouwfonds, en Drentepark VOF i.o. ([vennootschap 6] en Heijmans IBC Bouw). In dit document is de aanneemsom bepaald op het bedrag van € 49.950.000,- exclusief BTW, exclusief afkoop bouwclaims derden en bijbehorende advieskosten.51

In vervolg op de afspraken in dit document bevestigt [medeverdachte 17], namens [medeverdachte 4], bij brief van 3 februari 2004 aan Drentepark VOF i.o., ter attentie van [getuige 20], het navolgende:52

"Inclusief afkoop bouwclaims hebben wij de aanneemsom voor de VOF vastgesteld op

€ 53.986.000,- exclusief BTW (...). Inmiddels zijn er, naar wij begrijpen, definitieve afspraken gemaakt tussen de VOF en [medeverdachte 23] c.s. voor de afwikkeling daarvan.

(...)

Inmiddels rekenen wij er op dat wij nog deze week uw schriftelijk akkoord op de Raamovereenkomst mogen ontvangen zodat deze kan worden geprint. Uiterlijk op dinsdag 10 februari a.s. dienen drie getekende exemplaren in bezit te zijn van de heer [betrokkene 31]. Hij zal zorgdragen voor ondertekening door de directie van Bouwfonds."

Deze brief is c.c. gestuurd naar Bouwfonds, namelijk naar verdachte en [betrokkene 31].

De raamovereenkomst betreffende de ontwikkeling en realisatie kavel 8&9 Drentepark te Amsterdam tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV (gevestigd te Hoevelaken) als opdrachtgever en [vennootschap 6] (gevestigd te Tilburg) en Drentepark VOF - een vennootschap tussen [vennootschap 6] en Heijmans IBC Bouw BV (gevestigd te Rosmalen) - als opdrachtnemer(s) is gedateerd op 11/12 februari 2004 en door alle partijen, waaronder (de directie van) Bouwfonds ondertekend.53 Echter, een dag later, bij memo van 13 februari 2004 doet [betrokkene 31] deze (aannemings)overeenkomst aan [betrokkene 32], verbonden aan de juridische afdeling van Bouwfonds,54 toekomen.55 Bij memo van 17 februari 2004 stuurt verdachte de overeenkomst naar [medeverdachte 7] en [getuige 14]. Deze memo houdt in:56

"De overeenkomst en de bijbehorende aanneemsom is conform de geaccordeerde KBA d.d. 26 september 2003 en past dan ook binnen het budget van € 62.910.000,=.

De overeenkomst is tevens getoetst en goedgekeurd door de juridische afdeling.

Gaarne verzoeken wij u de overeenkomst te ondertekenen."

Verdachte heeft verklaard dat hij de hier bedoelde raamovereenkomst, voorzien van een notitie, aan de directie van Bouwfonds heeft aangeboden.57 Gelet hierop en gezien de overige hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van de feiten 3 en 4, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wat betreft het (laten) opmaken van de raamovereenkomst, als medepleger kan worden aangemerkt.

De raamovereenkomst houdt in dat Bouwfonds, [vennootschap 6] en Drentepark VOF wenst te betrekken bij de verdere planvorming ten behoeve van de ontwikkeling van (kort gezegd) de locatie "Eurocenter" alsmede te belasten met de realisatie van het op deze locatie te ontwikkelen kantoren en woningen complex.

In artikel 1 van deze overeenkomst is het begrip "Opdrachtsom" als volgt gedefinieerd: "de in de Deelovereenkomsten op te nemen vergoeding, vast tot einde opdracht, die Opdrachtgever verschuldigd is als tegenprestatie voor de verrichting van de aan [vennootschap 6] respectievelijk Drentepark v.o.f. opgedragen werkzaamheden".

In artikel 6, onderdeel a, van de overeenkomst is vermeld dat de totale kosten, zijnde het totaal aan Opdrachtsommen van de opdrachten ter zake van Fase I tot en met Fase IV, nimmer meer zullen bedragen dan € 53.986.000,- exclusief BTW.

In de artikelen 4 en 7 tot en met 10 van de overeenkomst zijn Fase I tot en met Fase IV uitgewerkt. In deze artikelen wordt niet over (de afwikkeling dan wel afkoop van) bouwclaims gesproken.

Het hiervoor genoemde afsprakendocument van 13 januari 2004, waarin de aanneemsom is bepaald op een bedrag van € 49.950.000,- exclusief BTW, exclusief afkoop bouwclaims derden en bijbehorende advieskosten, maakt als bijlage 9 deel uit van de raamovereenkomst.

[medeverdachte 5] schrijft in zijn notitieboek bij (naar de rechtbank begrijpt) 16 januari 2004, bij het onderwerp "Eurocenter", over een aannemingscontract en een raamcontract. Daarbij schrijft hij: "54 mln Euro / 49.950" en "Bouwclaim effectueren + opdracht [medeverdachte 14] naar VOF en [vennootschap 6]".58 Twee weken later, bij 29 januari 2004, schrijft [medeverdachte 5] wederom over een bouwclaim in verband met Eurocenter. [medeverdachte 5] noteert dan onder andere: "Overeenkomst [medeverdachte 23] versus Bouwcomb." en "Opdrachtbevestiging [medeverdachte 14] aan Bouwer".59

Na de totstandkoming van de raamovereenkomst van 11/12 februari 2004 stuurt verdachte, namens Bouwfonds Ontwikkeling BV, op 8 april 2004 een brief aan [vennootschap 6], ter attentie van [betrokkene 8]. Deze brief houdt het volgende in:60

"Naar aanleiding van de vooropdracht d.d. 24 december 2004 (de rechtbank begrijpt: 2003) en de onlangs gesloten raamovereenkomst inzake het project Eurocenter te Amsterdam, stellen wij onderstaand volgens afspraak graag het volgende met u vast.

(...)

De opdracht

Wij hechten eraan het één en ander hierbij nogmaals vast te stellen. In gedeeltelijke afwijking van hetgeen is bepaald in de Raamovereenkomst en in de vooropdracht d.d. 24 december 2003 dragen wij ten aanzien van Fase II van het Project aan u op:

a. het opstellen van bestekken terzake van de asbestsanering en de daadwerkelijke uitvoering daarvan (...) alsmede het opstellen van een saneringsplan (de sanering);

b. het opstellen van bestekken terzake van de sloop van de bestaande bebouwing en de daadwerkelijke uitvoering daarvan (...) alsmede het opstellen van een sloopplan en sloopveiligheidsplan (de sloop);

c. het verrichten van bemiddelingswerkzaamheden ten behoeve van de financiële afwikkeling van (bouw)claims en het betalen van die claims die derden jegens Opdrachtgever pretenderen te hebben in het kader van de herontwikkeling van de locatie (...).

Ten aanzien van de hierboven weergegeven werkzaamheden geldt als datum van opdrachtverlening de datum van het verlenen van de vooropdracht d.d. 24 december 2003. (...)

Budget

Het budget voor alle bovengenoemde werkzaamheden was in de vooropdracht gemaximeerd op € 4.250.000,- exclusief BTW. Na onze onderhandelingen stellen wij hiermee definitief vast dat het vaste budget terzake van de werkzaamheden (a), (b) en (c) € 3.891.000,- exclusief BTW bedraagt.

(...)

(...) De vooropdracht en de getekende raamovereenkomst aan respectievelijk [vennootschap 6] en Drentepark v.o.f. vormen nu samen de gehele opdracht voor alle werkzaamheden tegen een vaste prijs. De totale opdrachtsom voor deze opdracht komt hiermee op € 57.877.000,-, exclusief BTW."

[betrokkene 8] heeft deze brief voor akkoord getekend.

Bij [vennootschap 6] is een zogenoemde Aktie-/attentiepuntenlijst aangetroffen,61 opgesteld door [getuige 20].62 Deze lijst houdt onder "Beoordeling vooropdracht Fase II (...) / BO - [vennootschap 6] ([verdachte])" onder meer het volgende in: "Kloppen de bedragen? € 3.891.000 ipv € 4.250.000,= ; verschil € 359.000,= ?! [betrokkene 8] gaat er vanuit dat de bouwclaim met hetzelfde bedrag is verminderd; dit is ook zo bedoeld volgens HvT (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 17])."

Blijkens het slot van deze overeenkomst, is op 3 mei 2004 te IJsselstein de deelovereenkomst tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV als opdrachtgever en Drentepark VOF als opdrachtnemer, betreffende het Project Ontwikkeling en realisatie kavel 8&9 Drentepark, Fase I, II (deels), III en IV gesloten. Deze overeenkomst, die op het voorblad is gedateerd op 21 april 2004, is namens Bouwfonds door verdachte ondertekend.63

In artikel 3.1 van deze overeenkomst worden aan opdrachtnemer de werkzaamheden ten aanzien van Fase I, II (exclusief alle directe en indirecte sloop- en saneringswerkzaamheden), III en IV van het Project opgedragen, zoals omschreven in de raamovereenkomst.

Artikel 3.2. houdt in dat opdrachtgever aan opdrachtnemer tevens opdraagt om zorg te dragen voor de financiële afwikkeling van (bouw)claims die derden pretenderen te hebben jegens opdrachtgever op (delen van) kavel 8&9 Drentepark.

In de artikelen 4.1 en 4.2. is bepaald dat de opdrachtsom voor de werkzaamheden van opdrachtnemer € 53.986.000,- exclusief BTW bedraagt en dat in dit bedrag tevens de vergoedingen zijn opgenomen die door opdrachtnemer dienen te worden voldaan in verband met de genoemde (bouw)claims.

Concepten van deze deelovereenkomst, gedateerd 23 februari 200464 en 1 april 200465, zijn aangetroffen bij [vennootschap 6]. Bij laatstgenoemd concept zat tevens een concept van voormelde brief van 8 april 2004, gedateerd 23 maart 2004.66 Kennelijk zijn deze stukken op 1 april 2004 door of namens verdachte per fax aan [vennootschap 6] toegezonden.67

Volgens [getuige 20], die destijds als financieel manager dan wel financieel directeur was verbonden aan [vennootschap 6] (hierna: [vennootschap 6]), is [vennootschap 6] door [medeverdachte 4], in de persoon van [medeverdachte 17], benaderd voor het project Eurocenter. [medeverdachte 4] trad in dat verband op als gedelegeerd projectontwikkelaar voor Bouwfonds. De werkzaamheden zouden bestaan uit sloop, sanering en advieswerkzaamheden, en daarnaast de bouw. Omdat dit laatste voor [vennootschap 6] te groot was, is zij een vennootschap onder firma aangegaan met Heijmans bouwbedrijven. De naam van deze vennootschap was Drentepark VOF. [medeverdachte 17] vroeg hen om een paar bouwclaims af te handelen. Hun opdracht werd verhoogd met een bedrag van enige miljoenen, dat moest worden doorbetaald aan [medeverdachte 23] en [medeverdachte 14]. [vennootschap 6] en Drentepark VOF fungeerden daarbij als zogenoemd doorgeefluik. Volgens [getuige 20] zijn er drie bedragen doorbetaald.

De aanneemsom was € 49.950.000,-. Er is € 53.986.000,- gefactureerd. Het verschil bestond uit twee bouwclaims, te weten een claim van [medeverdachte 23] jegens Drentepark VOF van € 2.586.000,- en een claim van [medeverdachte 14] jegens Drentepark VOF van € 1.450.000,-, in totaal € 4.036.000,-.

Hierboven had [vennootschap 6] nog een bedrag van bijna vier miljoen euro gefactureerd voor (kort gezegd) sloopwerkzaamheden. In dit bedrag was een (derde) bouwclaim van € 2.841.000,- van [medeverdachte 14] jegens [vennootschap 6] begrepen.68

Al tijdens de eerste bespreking was door [medeverdachte 17] met [vennootschap 6] besproken dat zij voor haar werkzaamheden een commissie zou krijgen van € 600.000,-.69

De verklaring van [getuige 20] wordt ondersteund door die van [betrokkene 8], zowel wat betreft het doorbetalen van gelden vanwege de afkoop van bouwclaims als ten aanzien van de commissie van € 600.000,-.70,71

Bij overeenkomst van 30 maart 2004 en 15 april 2004 heeft [medeverdachte 23] een bouwclaim ter zake van het project Eurocenter jegens Drentepark VOF te gelde gemaakt ten bedrage van € 2.586.547,-.72

Bij overeenkomst van 9 en 15 april 2004 heeft [medeverdachte 14] een bouwclaim ter zake van het project Eurocenter jegens Drentepark VOF te gelde gemaakt ten bedrage van € 1.450.000,-.73

Bij overeenkomst van 9 april 2004 heeft [medeverdachte 14] een bouwclaim ter zake van het project Eurocenter jegens [vennootschap 6] te gelde gemaakt ten bedrage van € 2.841.000,-.74

Deze overeenkomsten vertonen grote gelijkenis. Een concept van een dergelijke overeenkomst werd reeds bij fax van 6 oktober 2003 door [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 9] verzonden. In deze fax merkt [medeverdachte 5] op dat hij overleg met Jan (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) heeft gehad.75 Hiervoor kwamen al diverse aantekeningen uit het notitieboek van [medeverdachte 5] ter sprake.

[medeverdachte 9] heeft betrokkenheid bij het bedrijf [medeverdachte 23].76 [medeverdachte 5] heeft betrokkenheid bij het bedrijf [medeverdachte 14].77

Tijdens het onderzoek Klimop zijn geen documenten aangetroffen, waarin, kort gezegd, rechten om te bouwen (bouwclaims) met betrekking tot het project Eurocenter, hetzij van [medeverdachte 23], hetzij van [medeverdachte 14], schriftelijk zijn vastgelegd.

De sloop- en asbestsaneringswerkzaamheden zijn door [vennootschap 6] uitbesteed aan het bedrijf [bedrijfsnaam], die deze werkzaamheden daadwerkelijk heeft uitgevoerd.78 De kosten hiervan betroffen ruim driehonderdduizend euro,79 om precies te zijn € 311.480,-.80

De bouwwerkzaamheden zijn door Drentepark VOF81 opgedragen aan Heijmans IBC Bouw BV, voor de aanneemsom van € 49.950.000,-.82

Volgens [medeverdachte 1] had [betrokkene 1] voor het "openen van de deur bij Philips Pensioenfonds", naast 25% van de projectwinst (zie feit 2), tevens een zogenoemde bouwclaim bedongen.83 Hiervan is niets op papier gezet. Na zijn vertrek bij Bouwfonds is [medeverdachte 1] bij het project Eurocenter betrokken gebleven, omdat hij daaraan geld wilde verdienen. In 2003 heeft hij onderhandelingen gevoerd met verdachte en [betrokkene 1] om de bouwclaim meer hardheid te geven en om te zorgen dat hij zelf zijn aandeel zou krijgen. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 9] zouden alle afspraken op papier zetten, waarbij [medeverdachte 5] het aandeel dat [medeverdachte 1] voor zichzelf had vastgesteld op papier zou zetten. Met [vennootschap 6] en Drentepark heeft [medeverdachte 1] geen contact gehad; in beginsel maakte hij afspraken met [medeverdachte 17].84

De bouwclaim van [betrokkene 1] is gesplitst in twee delen: richting [medeverdachte 14] respectievelijk richting [medeverdachte 23]. [medeverdachte 1] had zelf aanspraak gemaakt op een deel van het geld.85 Bij de afwikkeling van deze bouwclaim(s) was verdachte het eerste aanspreekpunt van [medeverdachte 1] bij Bouwfonds.86 Verdachte moest weten dat er bouwclaims bij de aannemers werden ingediend, en dat accorderen. Verdachte wist dat [medeverdachte 1] er zelf aan verdiende; [medeverdachte 1] heeft verdachte wel eens gezegd dat hij beoogde geld te verdienen.87

De verdiensten die [medeverdachte 1] vanuit Eurocenter zou krijgen, hebben vorm gekregen door middel van het geldbedrag dat via de bouwclaim bij [medeverdachte 14] terechtkwam. Dit was in zekere zin een potje. Van daaruit werden op verzoek van [medeverdachte 1] bepaalde betalingen gedaan.88

Het ging bij de bouwclaims volgens [medeverdachte 1] om partijen die via een titel die niet juist is, een winstdeel claimden. De termen "bemiddelingsfee" en "bouwclaim" dekken de lading niet.89

Op grond van het bovenstaande staat voor de rechtbank vast dat de bedragen voor de vooropdracht, met als datum van opdrachtverlening 24 december 2003, en de aanneming (de bouw) willens en wetens zijn opgehoogd met bepaalde geldbedragen ter zake van zogenoemde bouwclaims. In werkelijkheid was van bouwclaims echter geen sprake. Uit de aangehaalde verklaringen van [medeverdachte 1] - ook die ten aanzien van feit 2 - blijkt dat het hier ging om het betalen van smeergeld aan [betrokkene 1]/[medeverdachte 23] (zie feit 2) en het creëren van een potje bij [medeverdachte 14].

Dit maakt dat de inhoud van zowel de brief van 8 april 2004 als de deelovereenkomst van 21 april 2004/3 mei 2004, voor zover daarin aan [vennootschap 6] respectievelijk Drentepark VOF werkzaamheden zijn opgedragen in verband met de (financiële) afwikkeling van bouwclaims, vals is. De raamovereenkomst van 11/12 februari 2004 is naar het oordeel van de rechtbank eveneens vals nu daarin de maximale opdrachtsom in verband met de (tegen)prestaties van [vennootschap 6] en Drentepark VOF in Fase I tot en met Fase IV van het project Eurocenter is bepaald op een bedrag van € 53.986.000,- (exclusief BTW), terwijl - naar uit het voorgaande blijkt - in werkelijkheid deze maximale opdrachtsom € 49.950.000,- (exclusief BTW) bedroeg. Het verschil wordt gevormd door (de waarde van) valselijke bouwclaims.

In de werkkamer van [medeverdachte 17], met wie [medeverdachte 1] zoals gezegd zijn afspraken maakte, zijn handgeschreven aantekeningen gevonden, die in het onderzoek bekend zijn geworden onder de naam "Snijvlees-aantekeningen".90,91 In deze aantekeningen komen de namen [vennootschap 6] en VOF (i.o.) voor en de namen [medeverdachte 14] en [medeverdachte 23], met daarachter de bedragen 1.450.000 en 2.586.000. Vermeld is dat deze bedragen op de bouwsom komen. Er wordt in de aantekeningen ook een optelsom gemaakt, waarbij het bedrag van 2.586.000 is veranderd in 2.586.547. Verder wordt gesproken over een voor-opdracht van [vennootschap 6] en een fee van [vennootschap 6] van 600.92 Uit een gemaakte rekensom onder de kop "Vooropdracht" volgt dat het bedrag van de vooropdracht, na aftrek van "Sloop 300.000" en een fee van [vennootschap 6], aan onder andere [medeverdachte 14] ten goede komt. Op dezelfde pagina van de aantekeningen is vermeld dat DL (de rechtbank merkt op: de initialen van verdachte) overeenkomsten zal verzenden.93

Verdachte heeft bevestigd dat hij met [medeverdachte 1] over de bouwclaim van [betrokkene 1] heeft gesproken. Verdachte vond het geen probleem dat de bouwsom met het bedrag van de bouwclaim werd verhoogd, nu de bouwsom binnen het, in de Kosten Baten Analyse (KBA), vastgestelde budget bleef.94 Uit de in de woning van verdachte aangetroffen hangmap "Projectoverleg JvV" blijkt dat hij reeds begin 2003 met [medeverdachte 1] over een aannemer heeft gesproken en dat daarbij de namen van [vennootschap 6] en Heijmans zijn gevallen.95 Ook op latere data heeft verdachte met [medeverdachte 1] over de aannemer(s) gesproken.96

De bouwclaims die in rekening zijn gebracht, bedroegen enkele miljoenen euro's. Verdachte stemde hier namens Bouwfonds mee in, terwijl Bouwfonds en [medeverdachte 23] elkaar eerder over en weer finale kwijting hadden verleend. Verdachte wist, zoals gezegd, dat [medeverdachte 1], die al vanaf augustus-oktober 2001 niet meer voor Bouwfonds werkzaam was, beoogde hieraan geld te verdienen.

Feit 1

Zoals hiervoor is weergegeven, heeft Bouwfonds de sloopwerkzaamheden ten behoeve van het project Eurocenter bij brieven van 24 december 2003 en 8 april 2004 (de zogenoemde vooropdracht) opgedragen aan [vennootschap 6], die op haar beurt deze werkzaamheden heeft uitbesteed aan het bedrijf [bedrijfsnaam], die de werkzaamheden heeft uitgevoerd. De sloop is in ieder geval op 28 april 2004 klaar. Bij brief van deze datum deelt [betrokkene 31] aan Schootse Poort (Philips Pensioenfonds) mede, dat de benodigde sloopwerkzaamheden inmiddels zijn afgerond, dat op dit moment op het terrein de laatste grondwerkzaamheden plaatsvinden en dat op 18 mei a.s. de officiële start van de bouwactiviteiten zal plaatsvinden, welk 'starting point' door minister Dekker (VROM) zal worden ingeluid.97 Verdachte is bij deze officiële start - het slaan van de eerste paal - aanwezig geweest.98

Echter nadien sluit Bouwfonds Ontwikkeling BV als opdrachtgever een aannemingsovereenkomst met [vennootschap 5] (gevestigd te Amsterdam). In deze overeenkomst, die niet is gedateerd, draagt Bouwfonds aan [vennootschap 5] op: "het uitvoeren van voorbereidende- en waterbouwkundige werkzaamheden ten behoeve van het bouwrijp maken van een bouwterrein met opstallen in erfpacht uitgegeven aan Stichting Philips Pensioenfonds (...) aan (...) De Boelelaan te Amsterdam, belendend aan het Holiday Inn Hotel, (...) voor het ontwikkelingsproject Eurocenter. Alsmede het verrichten van werkzaamheden ter bescherming van de bedrijfsvoering van het Holiday Inn Hotel (...)".99

In artikel 4, onderdeel A, van deze overeenkomst is bepaald dat de aanvangsdatum van het werk zal plaatsvinden onmiddellijk na verlening van de onherroepelijke bouwvergunning en na ondertekening van de onderhavige overeenkomst. Daarbij is vermeld dat de voorbereidende werkzaamheden voor de start van de sloop inmiddels hebben plaatsgevonden.

In artikel 6, onderdeel A, van deze overeenkomst is bepaald dat de aannemingssom van het werk een vast bedrag groot € 2.368.000,- exclusief BTW bedraagt.

Bijlage 1 bij deze overeenkomst bevat een (werk-)omschrijving van de te verrichten werkzaamheden. Daarin zijn tevens grond- en sloopwerkzaamheden opgenomen.

Een concept van de aannemingsovereenkomst is op 24 juni 2004 door [betrokkene 33], die is verbonden aan [vennootschap 5], per mail verzonden aan [betrokkene 31].100 Blijkens een bij Bouwfonds aangetroffen overzicht van kluisstukken heeft [betrokkene 31], dan wel de administratie, de getekende aannemingsovereenkomst met [vennootschap 5] op 19 juli 2004 in de kluis gedeponeerd.101

Volgens [betrokkene 31] heeft verdachte hem tijdens een gesprek gezegd dat er wat werkzaamheden van [vennootschap 5] in een overeenkomst moesten worden vastgelegd. Dat betrof onder andere sloopwerkzaamheden en het gebeuren rond Holiday Inn. Met de hem, door [betrokkene 33], toe gemailde aannemingsovereenkomst is [betrokkene 31] naar verdachte gegaan met de vraag of deze overeenkomst aan zijn verwachtingen voldeed. [betrokkene 31] heeft de overeenkomst en de werkzaamheden uit de werkomschrijving met verdachte besproken en volgens verdachte voldeed de overeenkomst aan de verwachtingen. In opdracht van verdachte heeft [betrokkene 31] verdere uitvoering aan (de totstandkoming van) de overeenkomst gegeven. De overeenkomst is uiteindelijk door Bouwfonds getekend, waarna hij de administratie heeft gevraagd kopieën voor verdachte, zichzelf en de administratie te maken en het origineel in de kluis op te bergen.102

Een kopie van de getekende aannemingsovereenkomst met [vennootschap 5] is op het woonadres van verdachte aangetroffen.103

Onder verwijzing naar de hiervoor bedoelde aannemingsovereenkomst heeft [vennootschap 5] bij facturen gedateerd 1 juni 2004,104 18 juni 2004,105 8 september 2004,106 en 25 oktober 2004107,108 in totaal voor een bedrag van € 2.100.000,-, exclusief BTW, bij Bouwfonds gedeclareerd, welke facturen door Bouwfonds zijn voldaan. Blijkens op deze facturen geplaatste stempels zijn deze (onder andere) door verdachte voor akkoord getekend.

Volgens [betrokkene 7] heeft [vennootschap 5] niets met de grote sloop van het project van doen gehad.109 [medeverdachte 1] of één van zijn medewerkers had [betrokkene 7] benaderd en in een persoonlijk gesprek aangegeven "dat er gelden moesten worden doorgesluisd".110 [betrokkene 7] werd gevraagd om hieraan mee te werken, waarvoor zij een geldelijke vergoeding zou ontvangen. Volgens [betrokkene 7] is de aannemingsovereenkomst niet gelijk de werkelijkheid. Een deel van de werkzaamheden is uitgevoerd. De facturen zien deels op deze verrichte werkzaamheden - hoofdzakelijk werkzaamheden ter zake van het Holiday Inn Hotel - maar daarin zitten ook 'de aan Bouwfonds doorbelaste gelden' van Rooswyck, [medeverdachte 13] en de architect.111 Deze bedrijven zijn er tussen geschoven; [vennootschap 5] heeft gediend als doorgeefluik.112 Geen van deze bedrijven, noch Rooswyck,113 noch [medeverdachte 13],114 noch de architect,115 heeft namens [vennootschap 5] werkzaamheden in het kader van het project Eurocenter verricht.

Over een bij [vennootschap 5] aangetroffen handgeschreven overzicht met namen en bedragen,116 verklaart [betrokkene 7], dat dit overzicht door hem is opgemaakt en dat alle bedragen die op dit overzicht staan vermeld, betrekking hebben op de 2,1 miljoen euro die [vennootschap 5] in het project Eurocenter aan Bouwfonds heeft gedeclareerd.117 Naast Rooswyck (€ 250.000), [medeverdachte 13] (€ 75.000) en [betrokkene 4] (€ 300.000) (naar de rechtbank begrijpt: de architect), staan op dit overzicht ook de namen Geuzenvloot (€ 35.000, € 45.000 en € 100.000) en Beagle (€ 25.000) vermeld. Volgens [betrokkene 7] zijn ook deze namen aangedragen. De vermelde bedragen zijn daadwerkelijk betaald.118 [betrokkene 7] wist van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] dat er facturen aan zouden komen, die [vennootschap 5] vervolgens moest betalen.119 Over de aannemingsovereenkomst verklaarde [betrokkene 7] dat [medeverdachte 1] tegen hem had gezegd "dat deze eraan zou komen".120

In de administratie van [vennootschap 5] zijn met betrekking tot het project Eurocenter onder meer de volgende facturen (exclusief BTW) aangetroffen:121

- een factuur op naam van [vennootschap 32] Ltd. d.d. 16 augustus 2004 van € 175.000,-;122

- een factuur op naam van [vennootschap 32] Ltd. d.d. 23 augustus 2004 van € 125.000,-;123

- een factuur van Rooswyck Property Services BV d.d. 10 september 2004 van

€ 125.000,-;124

- een factuur van Rooswyck Property Services NV d.d. 15 oktober 2004 van € 125.000,-;125

- een factuur van [medeverdachte 13] d.d. 21 februari 2005 van € 75.000,-;126

- een factuur van Geuzenvloot Vastgoed BV d.d. 23 oktober 2006 van € 35.000,-;127

- een factuur van Geuzenvloot Vastgoed BV d.d. 23 oktober 2006 van € 45.000,-;128

- een factuur van Geuzenvloot Vastgoed BV d.d. 23 oktober 2006 van € 100.000,-;129

- een factuur van Beagle management & consultancy services bv d.d. 24 oktober 2006 van

€ 25.000,-.130

Wat betreft de facturen op naam van [vennootschap 32] Ltd. geldt dat volgens deze facturen de gelden moeten worden overgemaakt naar [vennootschap 25] op rekeningnummer 422563364. Deze rekening staat ten name van "[voornamen] [betrokkene 4] D/B/A [vennootschap 25]".131

[medeverdachte 1]132 en [medeverdachte 16]133 zijn betrokken bij Rooswyck.134 [medeverdachte 13] is een bedrijf van [medeverdachte 6].135 [medeverdachte 3] is betrokken bij de bedrijven Geuzenvloot en Beagle.136

Volgens [medeverdachte 1] is de inhoud van het contract met [vennootschap 5] onzin. Het ging om (het creëren van) een potje van waaruit betalingen gedaan moesten worden. [medeverdachte 1] denkt dat verdachte hiervan op de hoogte was.137 Hij herinnert zich namelijk dat hij aan verdachte genoemd heeft dat de betaling aan [vennootschap 5] een zogenoemd potje betrof.138 Volgens [medeverdachte 1] accepteerde verdachte dat dit nodig was om ergens een betaling te kunnen doen.139

Op grond van het bovenstaande staat voor de rechtbank vast dat de inhoud van de aannemingsovereenkomst tussen Bouwfonds en [vennootschap 5] vals is. Immers, de in deze overeenkomst aan [vennootschap 5] opgedragen werkzaamheden waren ten tijde van de totstandkoming van deze overeenkomst reeds opgedragen aan [vennootschap 6] en - in haar opdracht - uitgevoerd door het bedrijf [bedrijfsnaam]. Dit betreft met name de sloop- en asbestsaneringswerkzaamheden. De rechtbank verwijst naar hetgeen ten aanzien van de feiten 3 en 4 is overwogen. De aannemingssom van € 2.368.000,- (exclusief BTW) respectievelijk het gefactureerde bedrag van € 2.100.000,- (exclusief BTW) was grotendeels een "potje", waaruit [vennootschap 5] in opdracht van [medeverdachte 1] bepaalde betalingen moest doen. Geen van de gedane betalingen hield verband met namens [vennootschap 5] gedane werkzaamheden in het project Eurocenter.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de verklaringen van [betrokkene 31] en [medeverdachte 1] voorts bewezen dat verdachte zodanig nauw en bewust met de medeverdachten heeft samengewerkt en op een dusdanige wijze bij de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst met [vennootschap 5] betrokken is geweest, dat - ook al heeft verdachte deze overeenkomst zelf niet ondertekend - wat hem betreft sprake is van het medeplegen van het valselijk (laten) opmaken van deze overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, sub 1°, van het Wetboek van Strafrecht. Het kan daarbij niet anders zijn dan dat verdachte wist dat deze overeenkomst vals was. Verdachte zelf had immers, namens Bouwfonds, reeds bij brieven van 24 december 2003 en 8 april 2004 de sloop- en asbestsaneringswerkzaamheden in het project Eurocenter uitbesteed aan [vennootschap 6] en verdachte wist - getuige zijn aanwezigheid bij de officiële start van de bouw op 18 mei 2004 - dat die werkzaamheden in de periode van 1 juni 2004 tot en met 19 juli 2004 (de periode van het opmaken van de onderhavige overeenkomst) reeds waren verricht.

Partiële vrijspraak

De rechtbank zal verdachte van het onder 1 tenlastegelegde voor zover het betreft de vijf facturen van [vennootschap 5] aan Bouwfonds Ontwikkeling BV ten bedrage van in totaal € 2.100.000,- (exclusief BTW), vrijspreken.

Naar het oordeel van de rechtbank is geen bewijs voorhanden dat verdachte bij het valselijk opmaken van deze facturen enige betrokkenheid heeft gehad. Ook bevat het dossier onvoldoende bewijs om tot het medeplegen van het valselijk (doen of laten) opmaken van deze facturen te kunnen komen.

Feit 6

Het bedrijf [medeverdachte 4], dat hiervoor al ter sprake kwam, trad in het project Eurocenter op als gedelegeerd projectontwikkelaar.140 Daartoe had Bouwfonds op 28 augustus 2001 een zogeheten Total Engineeringsovereenkomst (TEO), gedateerd 6 juli 2001, met dit bedrijf gesloten.141 Deze overeenkomst houdt in dat Bouwfonds "het volledige ontwerp en management van het project" wenst uit te besteden aan [medeverdachte 4].

In artikel 1.10 van deze overeenkomst is "Fase I" als volgt omschreven: "de periode waarin [vennootschap 4] werkzaamheden verricht die leiden tot aanbestedingsgerede stukken (Bestekken en tekeningen)". In artikel 5.1 zijn de werkzaamheden van [medeverdachte 4] in deze fase omschreven. [medeverdachte 4] heeft/zal, achtereenvolgens, vervaardigd/(doen) vervaardigen: het Programma van Eisen, het Voorlopig Ontwerp, het Definitief Ontwerp en het Bestek met bijbehorende bestektekeningen. Artikel 7 van de overeenkomst verwijst voor wat betreft de planning van Fase I naar bijlage 3, waarin voor de "Bouwvoorbereiding (Bestek)" 65 dagen zijn ingepland. Artikel 8.2 van de overeenkomst houdt in dat [medeverdachte 4] in Fase II de aanbesteding van de Bestekken en tekeningen begeleidt.

Bijlage 6 bij de overeenkomst houdt een overzicht van de stichtingskosten in. In deze bijlage zijn deze kosten voor de Schets Ontwerp-, Voorlopig Ontwerp-, Definitief Ontwerp- en Bestek-fase begroot op respectievelijk fl. 354.000,-, fl. 2.332.500,-, fl. 4.242.500,- en fl. 7.072.500,-. Voor "Uitvoering" is een bedrag van fl. 6.318.500,- begroot, waardoor de totale stichtingskosten (exclusief het honorarium voor [medeverdachte 4]) uitkomen op fl. 20.320.000,-. In artikel 15.1 van de overeenkomst is bepaald dat dit bedrag vast is tot 1 januari 2005.

Op 3 november 2003 stuurt verdachte, namens Bouwfonds Ontwikkeling BV, een brief naar [medeverdachte 4], ter attentie van [medeverdachte 17], te IJsselstein. Deze brief, die door [medeverdachte 17] voor akkoord is getekend en als onderwerp vermeld "Eurocenter te Amsterdam", houdt onder meer het volgende in:142

"Recent hebben wij gesproken over de contractuele relatie tussen Bouwfonds en [vennootschap 4] met betrekking tot het project Eurocenter te Amsterdam. Inmiddels hebben wij overeenstemming bereikt over de nieuwe kaders van deze opdracht. Volledigheidshalve verwijzen wij naar de TEO d.d. 6 juli 2001 die tussen partijen is gesloten.

Ontwerp en engineering

Gedurende 2002 en 2003 is zowel de opzet van de ontwikkeling als het volledige ontwerp van de 3 gebouwen enkele keren fundamenteel aangepast. Tevens zijn de laatste maanden, op aangeven van Schootse Poort en welstand, de gevels en de constructie van de kantoorgebouwen meerdere keren opnieuw gewijzigd en ontworpen. Daarnaast is het woongebouw, toen het DO bijna gereed was, volledig opnieuw uitgelegd en ontworpen naar aanleiding van de gewijzigde wensen van Schootse Poort.

Wij zijn overeengekomen dat deze kosten vallen buiten de oorspronkelijke opdracht en u deze meerkosten voor ontwikkeling, ontwerp en management, met betrekking tot bovengenoemde aanpassing, zijnde € 1.900.000,- per 1 november 2003 aan ons kan factureren.

Aansprakelijkheid

Tussen ons is overeengekomen dat het Bestek door de aannemer zal worden uitgewerkt. [vennootschap 4] zal dit contractueel vastleggen met de beoogde bouwcombinatie en tevens de bijbehorende kosten verrekenen met deze bouwcombinatie.

In opdracht van [vennootschap 4] zal tevens de detailengineering door de Bouwcombinatie worden uitgewerkt. Hiervoor is een budget gereserveerd met een totaalsom van € 2.545.000,-. Met dit bedrag is rekening gehouden en maakt deel uit van het totale opgenomen budget in de kba van de bouwkosten."

De bedragen van € 1.900.000,-143 en € 2.545.000,-144 zijn bij facturen van 8 januari 2004, die zijn gericht aan verdachte, bij Bouwfonds in rekening gebracht. Blijkens de op deze facturen geplaatste stempels heeft (onder andere) verdachte deze facturen voor akkoord getekend en zijn ze op 15 januari 2004 "geboekt" in de boekhouding van Bouwfonds.

Verdachte heeft, hoewel in vergelijking met de in de TEO van 6 juli 2001 overeengekomen, vaste stichtingskosten van fl. 20.320.000,- (omgerekend € 9.220.814,-) bij brief van 3 november 2003 een aanzienlijke aanvullende vergoeding van in totaal € 4.445.000,- (€ 1.900.000,- + € 2.545.000,-) wordt toegekend, geen documentatie van [medeverdachte 17] verlangd ter onderbouwing van de vermeende kosten van het verrichte meerwerk ter zake van ontwerp en engineering.

Evenmin heeft verdachte [medeverdachte 17] gevraagd of de werkzaamheden in verband met de uitwerking van het bestek en de detailengineering, waarover in de brief van 3 november 2003 wordt gesproken, niet al onderdeel uitmaakten van de in de TEO overeengekomen werkzaamheden.145

Uit het dossier blijkt niets van daadwerkelijk gemaakte kosten ter zake van "ontwerp en engineering". Het ontwerp van Eurocenter is deels gewijzigd, maar uit het dossier blijkt niet dat dit voor [medeverdachte 4] tot aanzienlijke kosten heeft geleid die niet reeds onder de TEO waren begrepen.

[getuige 23], vanaf 2001 als adviseur van Philips betrokken bij het project Eurocenter, had als taak het beoordelen of de tekeningen en het bestek aan de kwaliteitseisen van Philips voldeden. Tijdens de bouw heeft hij over de schouder van de aannemer meegekeken of de kwaliteit van het project geleverd werd conform de tekeningen en het bestek.146 Aan [getuige 23] is de brief van 3 november 2003 voorgehouden. [getuige 23] verklaart vervolgens:147

"Mijn commentaar op de eerste zin is dat er geen fundamentele aanpassingen op het ontwerp van de drie gebouwen hebben plaats gevonden. Als dit wel zo was geweest, dan had ik dat geweten. Ik had dat ook moeten weten gezien mijn rol bij de realisatie van Eurocenter.

Ik lees hier de tweede zin: " Tevens zijn de laatste maanden, op aangeven van Schootse Poort en welstand, de gevels en de constructie van de kantoorgebouwen meerdere keren opnieuw gewijzigd en ontworpen..." Dit is absoluut niet waar. De constructie is niet opnieuw gewijzigd en zeker dus niet meerdere keren.

In de volgende zin lees ik deze passage: "Daarnaast is het woongebouw, toen het DO bijna gereed was, volledig opnieuw uitgelegd en ontworpen naar aanleiding van de gewijzigde wensen van Schootse Poort." (...) Wat in deze zin staat klopt niet. Er zijn wel aanpassingen geweest, waarover ik reeds enkele malen heb gesproken, maar er is helemaal niet volledig opnieuw ontworpen. Dit is flauwekul."

Ook Brekoo, portefeuillemanager van Philips voor Eurocenter, heeft, toen haar de brief van 3 november 2003 werd voorgehouden, verklaard dat zij geen idee heeft wat de aanpassingen zouden moeten zijn, die van invloed zijn op de constructie.148 Er zijn wel wijzigingen geweest maar deze waren niet onredelijk en er is niet gesproken over financiële consequenties.149

AGS Architecten hebben de rol van [betrokkene 30] ([betrokkene 30]) in het project Eurocenter medio 2002 overgenomen.150 AGS heeft gewerkt volgens de conceptraamovereenkomst die er lag tussen [betrokkene 30] en [medeverdachte 4] van 15 april 2002.151 In deze overeenkomst staat een maximaal all-in honorarium opgenomen van € 2.146.380,- exclusief BTW "tot einde werk".152 Volgens [betrokkene 25], als architect van AGS betrokken bij Eurocenter vanaf maart 2002, betekende dit dat mutaties in het ontwerp voor rekening kwamen van de architect. [betrokkene 25] heeft verklaard dat de ontwerpaanpassingen van Eurocenter kostenneutraal waren voor [medeverdachte 4], omdat ze door de architecten moesten worden gedragen. [betrokkene 25] noemt de vergoeding van € 1.900.000,- dan ook buiten proportie.153 Over de brief van 3 november 2003 verklaart [betrokkene 25] het volgende:154

"Mijn commentaar op de eerste volzin: "Gedurende 2002 en 2003 is zowel de opzet van de ontwikkeling als het volledige ontwerp van de 3 gebouwen enkele keren fundamenteel aangepast." is het volgende:

Zoals het hier staat is het veel te zwaar aangezet. Er hebben weliswaar wijzigingen plaatsgevonden, maar het is onjuist dat het volledige ontwerp van de drie gebouwen enkele keren fundamenteel is aangepast. (...)

Mijn commentaar op de tweede volzin: "Tevens zijn de laatste maanden, op aangeven van Schootse Poort en welstand, de gevels en de constructie van de kantoorgebouwen meerdere keren opnieuw gewijzigd en ontworpen." is het volgende:

Wat hier staat klopt niet. Er hebben wel een paar wijzigingen plaatsgevonden op aangeven van de opdrachtgever en na overleg met welstand, maar dan heb je het over de verfijnde detaillering van de gevel. Denk daarbij aan de baksteenstructuur, sierlijsten en dakbeëindigingen. In de laatste maanden voor november 2003 hebben er géén structurele wijzigingen aan de gevel en aan de constructie plaatsgevonden. Dit is pertinent niet juist, er hebben wel verfijningen plaatsgevonden, maar dat moet u zien als het doorontwikkelen van het ontwerp.

Mijn commentaar op de derde volzin: "Daarnaast is het woongebouw, toen het DO bijna gereed was, volledig opnieuw uitgelegd en ontworpen naar aanleiding van de gewijzigde wensen van Schootse Poort." is het volgende:

Ook dit is niet waar. Er hebben weliswaar aanpassingen plaatsgevonden, maar het is niet zo dat de volledige gebouwstructuur opnieuw is ontworpen. Er is een tussenverdieping met bergingen bijgekomen, maar er is - toen het DO bijna gereed was - niets aan de constructie van het woongebouw veranderd."

De vergoeding voor "detailengineering" van € 2.545.000,- wordt niet herkend door [getuige 26], als projectontwikkelaar in dienst van [medeverdachte 4].155 Ook [getuige 28], die een soortgelijke functie bekleedde, is niet bekend met een onderbouwing voor dit bedrag.156

Een concept van de brief van 3 november 2003 is aangetroffen op een computer van [medeverdachte 4]. Dit concept, gedateerd 23 september 2003, betrof een brief in omgekeerde volgorde: een brief van [medeverdachte 17], namens [medeverdachte 4], aan Bouwfonds, ter attentie van verdachte.157

In de meergenoemde hangmap "Projectoverleg JvV" van verdachte staat op de pagina met als datum 24 september 2004 bij onderhavig project: "Brief [vennootschap 4]". Daarachter is handgeschreven de volgende aantekening gemaakt: "brief van BO ? [vennootschap 4]" met daarachter de initialen van verdachte.158 Gezien de inhoud van de hangmap gaat de rechtbank ervan uit dat de datum 24 september 2004 berust op een typefout en dat hiervoor 24 september 2003 moet worden gelezen.

[medeverdachte 1] is in zijn eigen zaak geconfronteerd met de hiervoor weergegeven inhoud van de brief van 3 november 2003. Zijn reactie: "Ik denk dat ik hierin de hand heb gehad." Volgens [medeverdachte 1] heeft hij in de tijd dat hij al weg was bij Bouwfonds kans gezien voor zichzelf bij [betrokkene 4] een potje te creëren door via [medeverdachte 4] een betaling naar [betrokkene 4] te laten gaan onder de noemer detailengineering. [medeverdachte 1] heeft dit bij verdachte en [medeverdachte 17] voor elkaar gekregen.159 Later verklaarde [medeverdachte 1] dat detailengineering een door hem geïnitieerd potje was. [medeverdachte 1] heeft met verdachte over de detailengineering gesproken en hem gezegd dat er een betaling naar [betrokkene 4] moest en gevraagd of het budget daarvoor kon worden aangewend. [medeverdachte 1] heeft het ook met [medeverdachte 17] besproken en hem gezegd dat de betaling naar [betrokkene 4] moest.160

Bij de in de werkkamer van [medeverdachte 17] aangetroffen "Snijvlees-aantekeningen" bevindt zich een pagina met daarop (naar de rechtbank begrijpt) de datum 19 januari 2004,161 kort gelegen na 8 en 15 januari 2004, de data waarop voornoemde facturen zijn verstuurd en bij Bouwfonds zijn "geboekt". Uit de aangetroffen agenda van [medeverdachte 17] blijkt dat hij op 19 januari 2004 een afspraak had met [medeverdachte 1].162

Op de achterzijde van deze pagina staan de bedragen van € 1.900.000,- en € 2.545.000,- vermeld.163 Deze bedragen maken onderdeel uit van een optelsom. Bij deze som is ook rekening gehouden met een bedrag van € 4.650.000, welk bedrag verband lijkt te houden met de zogenoemde bouwclaims.164 De uitkomst van deze som wordt - na aftrek van bedragen ter zake van "Fees (JON)" en "Vooruitbet. [medeverdachte 14]" - volgens een bepaalde verhouding in tweeën gesplitst. Vervolgens is onderaan de pagina het volgende vermeld:

Schuld (...) € 2.200.000

JON uit KBA (...) € 840.000

--------------

€ 1.360.000

-/- opdr. Detaileng. [VENNOOTSCHAP 32] € 1.360.000

--------------

0

Mede gelet op een andere pagina van de "Snijvlees-aantekeningen"165 leidt de rechtbank uit de hier bedoelde aantekeningen af dat de geldbedragen van € 1.900.000,- en € 2.545.000,-, als ook de gelden uit de zogenoemde bouwclaims - volgens een bepaalde verhouding - tussen [medeverdachte 4] en "JON" worden verdeeld, waarna er aan het einde van deze aantekeningen een bepaalde "verrekening" lijkt te zijn vormgegeven.

Uit onderzoek is gebleken dat met de afkorting "JON", [medeverdachte 1] ([voornaam medeverdachte 1]), [medeverdachte 3] ([voornaam medeverdachte 3]) en [medeverdachte 16] ([voornaam medeverdachte 16]) worden bedoeld.166

Volgens [medeverdachte 1] heeft hij zijn positie in Eurocenter na zijn vertrek bij Bouwfonds uiteindelijk te gelde gemaakt naar [medeverdachte 4].167 Hij heeft in 2003/2004 met [medeverdachte 17] gesproken over de verdeling van bepaalde bedragen. In 2004 heeft volgens hem een verdeling plaatsgevonden.168 Als hem bij de rechter-commissaris de hiervoor bedoelde pagina uit de "Snijvlees-aantekeningen" wordt voorgehouden, reageert [medeverdachte 1] als volgt: "Het klopt dat een verdeling van gelden heeft plaats gevonden in Eurocenter. Of die verdeling precies zo is geweest als staat in deze aantekeningen, dat kan ik u op dit moment niet meer bevestigen. De afspraken over de betalingsverplichtingen die ik nog moest verzorgen - waartoe [medeverdachte 1] ook de betalingsverplichting naar [betrokkene 4] rekent - en over de verdeling van de opbrengsten uit het project, heb ik met [medeverdachte 17] besproken."169

Bij brief van 6 april 2004 heeft [medeverdachte 17], namens [medeverdachte 4], aan [vennootschap 32] Ltd. / [vennootschap 25] Intl., in de persoon van [betrokkene 4], werkzaamheden opgedragen voor een vergoeding van € 1.360.000,-. Deze brief is door [betrokkene 4] voor akkoord getekend.170 Volgens [betrokkene 4] wist hij op dat moment dat sprake was van een "fake contract". De werkzaamheden die in deze brief zijn vermeld, zijn niet door [vennootschap 32] uitgevoerd.171 Kort voor 6 april 2004 had hij een telefoontje van [medeverdachte 1] gehad met als inhoud dat er een contract van [medeverdachte 4] zou worden toegestuurd, op grond van welk contract hij geld zou krijgen, welk geld hij zou moeten doorbetalen.172

Het gegeven dat de bedragen voor detailengineering (€ 2.545.000,-) en meerkosten voor ontwikkeling, ontwerp en management (€ 1.900.000,-) zeer kort na het in rekening brengen daarvan zijn vastgelegd in het verdeelmodel van de "Snijvlees-aantekeningen" ondersteunt de conclusie dat deze posten niet staan voor zakelijke kosten, die daadwerkelijk zijn gemaakt. Hoewel wellicht de posten door [medeverdachte 4] en Bouwfonds ruim kunnen zijn gebudgetteerd, is het volstrekt onaannemelijk dat de posten volledig in het verdeelmodel zouden zijn opgenomen als zij zakelijk van aard waren geweest.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de brief van 3 november 2003 valselijk en in strijd met de waarheid is opgemaakt, nu deze brief ten dele posten bevat die strijden met de werkelijkheid.

Zoals weergegeven, heeft verdachte geen documentatie van [medeverdachte 17] verlangd ter onderbouwing van de vermeende kosten van het verrichte meerwerk ter zake van ontwerp en engineering. Hij heeft [medeverdachte 17] evenmin gevraagd of de werkzaamheden in verband met de uitwerking van het bestek en de detailengineering niet al onderdeel uitmaakten van de in de TEO overeengekomen werkzaamheden. Dit had wel voor de hand gelegen, aangezien het gaat om aanzienlijke bedragen (bijna de helft van de in de TEO totale geraamde stichtingskosten). Uit de aangehaalde verklaringen van [medeverdachte 1] blijkt dat hij met verdachte over de detailengineering heeft gesproken en dat verdachte op zijn "verzoek" het budget heeft aangewend om een betaling naar [betrokkene 4] te laten gaan. Ook dit was weer een "potje".

Zoals aangegeven, komt de rechtbank hieronder nog nader over het opzet van verdachte te spreken.

Partiële vrijspraak

De rechtbank zal verdachte van het onder 6 tenlastegelegde voor zover het - zakelijk weergegeven - de afkoop van het winstrecht voor een bedrag van € 1.750.000,- in de brief van 3 november 2003 en de toekenning van een eenmalig en verhoogd winstaandeel van € 500.000,- in de brief van 3 augustus 2004 betreft, vrijspreken.

Het bedrag van € 1.750.000,- kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden beschouwd als te zijn betaald op oneigenlijke gronden. [medeverdachte 4] had immers een in de TEO vastgelegd winstrecht van 25% met Bouwfonds afgesproken. Ook ten aanzien van de toekenning van het aanvullend winstrecht van € 500.000,- kan niet worden vastgesteld dat dit als onzakelijk moet worden beschouwd. Het enkele feit dat beide winstaanspraken opgenomen zijn in de in de "Snijvlees-aantekeningen" vastgelegde verdeling is - hoewel opmerkelijk - naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot onzakelijkheid/valsheid te concluderen.

Feit 7

Op 26 september 2003 is door Bouwfonds een Kosten Baten Analyse (KBA) met de projectnaam "Kavel 8 & 9 Drentepark te Amsterdam" opgesteld. Deze KBA is ondertekend door [betrokkene 31], verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7].173 De KBA bevat onder andere een overzicht van de verwachte, begrote stichtingskosten in het project Eurocenter.174

Bij deze stichtingskosten is onder de grondkosten (A) een post "Bemiddelingskosten bij verwerving" (1300) opgenomen ten bedrage van € 2.000.000,- met daarbij de opmerking "courtage [medeverdachte 23]". Volgens verdachte wordt hiermee de afwikkeling van het winstrecht van [medeverdachte 23] bedoeld.175 De rechtbank verwijst naar hetgeen ten aanzien van feit 2 is overwogen.

Bij de stichtingskosten zijn de totale bouwkosten (B) begroot op een bedrag van € 62.910.000,-. Zoals hiervoor is overwogen, schrijft verdachte in zijn brief van 3 november 2003 aan [medeverdachte 4] dat het gereserveerde budget ter zake van, kort gezegd, de detailengineering van € 2.545.000,- van dit (totaal-)bedrag deel uitmaakt. De rechtbank verwijst in dit verband naar hetgeen ten aanzien van feit 6 is overwogen.

Bij memo van 26 september 2003 heeft verdachte voormelde KBA aan het managementteam van Bouwfonds aangeboden met de vraag om een akkoord te verlenen op het bijgevoegde budget. Voor wat betreft een toelichting op het project verwijst verdachte naar een notitie van [betrokkene 31].176 Die notitie betreft een memo van [betrokkene 31] aan verdachte van eveneens 26 september 2003, waarin als betrokken partijen bij het project onder andere [medeverdachte 4], als gedelegeerd ontwikkelaar, en VOF [vennootschap 6]/Heijmans, als aannemer, zijn vermeld.177 Deze notitie is tevens op de computer van verdachte aangetroffen, met als datum 24 september 2003.178

In de hangmap "Projectoverleg JvV" van verdachte staat op de pagina met als datum 24 september 2004, waarvoor de rechtbank dus 24 september 2003 leest, bij onderhavig project: "Memo + kba".179 Ook op andere pagina's uit deze map komt de afkorting kba voor. Op de pagina gedateerd 5 februari 2003 is vermeld: "Kba opgesteld: Bouwfonds en "intern"".180 Op de pagina gedateerd 18 februari 2003 is handgeschreven: "echte kba opstellen".181 Op de pagina gedateerd 21 mei 2003 is handgeschreven: "echte kba / bouwfonds kba".182 [medeverdachte 1]183 en verdachte184 hebben beiden verklaard dat zij met elkaar over de KBA hebben gesproken.

Volgens [medeverdachte 1] komen in de onderhavige budget-KBA van 26 september 2003 kostenposten voor, terwijl daar eigenlijk het woord "potje" zou moeten staan.185 Uiteindelijk moest alles correct in de boekhouding worden verwerkt.186

Hiervoor is ten aanzien van de feiten 3 en 4 overwogen dat verdachte reeds vanaf begin 2003 met [medeverdachte 1] over een aannemer in het project Eurocenter heeft gesproken en dat daarbij de namen van [vennootschap 6] en Heijmans zijn gevallen.

Op de hiervoor genoemde pagina gedateerd 21 mei 2003 uit de hangmap "Projectoverleg JvV" van verdachte staat voorts "Aanneemsom" vermeld,187 waaruit de rechtbank afleidt dat verdachte ook hierover met [medeverdachte 1] heeft gesproken.

[medeverdachte 5] heeft in zijn notitieboek bij (naar de rechtbank begrijpt) de datum 12 juni 2003, in verband met het onderhavige project, geschreven over de bouwcombinatie [vennootschap 6]/Heijmans en stichtingskosten. Voorts noteert [medeverdachte 5] dat [medeverdachte 23] een aanbrengfee ontvangt van zes miljoen gulden.188 Dit bedrag komt terug in de notities van [medeverdachte 5] bij (naar de rechtbank begrijpt) de datum 7 augustus 2003.189 De rechtbank constateert - mede aan de hand van het overzichtschema Eurocenter190 - dat in het project Eurocenter via Drentepark VOF en [medeverdachte 14] in totaal een bedrag van € 2.722.681,-

(€ 2.586.547,- (feit 3) + € 136.134,-191) bij [medeverdachte 23] is terechtgekomen. Omgerekend in guldens betreft dit fl. 6.000.000,-. Kennelijk was reeds in juni-augustus 2003 bekend dat dit bedrag, via zogenoemde bouwclaims, naar [medeverdachte 23] zou (moeten) gaan.

Voor wat betreft de zogenoemde bouwclaims verwijst de rechtbank naar hetgeen ten aanzien van de feiten 3 en 4 is overwogen. Daar is onder andere weergegeven dat in de raamovereenkomst van 11/12 februari 2004 in artikel 6 onderdeel a de kosten zijn begroot op € 53.986.000,-, terwijl de aanneemsom slechts € 49.950.000,- bleek te zijn. Het verschil betrof twee bouwclaims. Voorts roept de rechtbank in herinnering dat verdachte bij memo van 17 februari 2004 deze raamovereenkomst ter ondertekening aan [medeverdachte 7] en [getuige 14] heeft toegezonden, met daarbij de mededeling:192

"De overeenkomst en de bijbehorende aanneemsom is conform de geaccordeerde KBA d.d. 26 september 2003 en past dan ook binnen het budget van € 62.910.000,=."

De twee bouwclaims pasten binnen de KBA van 26 september 2003. Dat geldt eveneens voor de derde bouwclaim, die (kort gezegd) onderdeel uitmaakte van het bedrag van € 3.891.000,- uit de brief van verdachte aan [vennootschap 6] van 8 april 2004. Ook die bouwclaim paste volgens verdachte binnen het vastgestelde budget.193

Voorafgaand aan de ondertekening van de KBA op 26 september 2003, te weten op 4 september 2003, had Bouwfonds per fax een notitie van [getuige 26] ontvangen.194 [getuige 26] was een van de medewerkers van het bedrijf [medeverdachte 4] die zich in het project Eurocenter onder meer bezig hield met het budget en de (administratie van de) bouwkosten.195 In deze notitie, die volgens [getuige 26] naar verdachte is gegaan,196 schrijft [getuige 26] dat de bouwkosten zijn gedaald met € 3,4 miljoen. Niet is gebleken dat naar aanleiding van deze notitie, de bouwkosten in de KBA van 26 september 2003 op een lager bedrag zijn begroot.

Op de computer van verdachte is een document aangetroffen, gedateerd 22 december 2003, dat is opgeslagen onder de naam "vergelijk kba - realisatie".197 In dit document is aan de linkerzijde de totale aanneemsom uit de KBA van 26 september 2003 weergegeven. Aan de rechterzijde is, ter vergelijking, onder andere het volgende opgenomen:

Vooropdracht [vennootschap 6] 4.250.000

Aanbrengfee + afkoopsom [medeverdachte 23] 4.650.000

Aanneemsom VOF 49.750.000

Detail-engineering 2.545.000

In de woning van verdachte is, in een plastic insteekmap, een soortgelijk document aangetroffen.198 In dit document zijn aan de linkerzijde de totale bouwkosten uit de KBA van 26 september 2003 weergegeven. Aan de rechterzijde is, ter vergelijking, onder andere het volgende opgenomen:

Vooropdracht [vennootschap 6] 3.891.000

Aanneemsom VOF + afkoop 53.986.000

Detail-engineering 2.545.000

Voorts houdt dit document aan de rechterzijde vervolgens een saldo in, waarna handgeschreven onder andere is genoteerd: "[vennootschap 5] 2.368.000". De rechtbank constateert dat dit het bedrag is uit de tussen Bouwfonds en [vennootschap 5] gesloten aannemingsovereenkomst (feit 1).

Tot slot is in de woning van verdachte, in dezelfde map, een memo van [betrokkene 31] van 13 februari 2004 aangetroffen, waarin wordt gesproken over het budget van

€ 62.910.000,-.199 Op deze memo is met pen een pijl getrokken van dit bedrag naar de volgende bijgeschreven aantekeningen:

60,8

€ 2,1 (...)

- AOV (53,8 (...))

- vooropdracht

- detailengineering

De rechtbank constateert dat bij optelling van de bedragen die in het dossier voorkomen ter zake van de detailengineering (€ 2.545.000,-), vooropdracht (€ 4.250.000,- of € 3.891.000,-) en aannemingsovereenkomst (€ 53.986.000,-) een bedrag van ruim zestig miljoen euro ontstaat. De rechtbank constateert voorts dat het totaal van de door [vennootschap 5] in het project Eurocenter aan Bouwfonds gefactureerde bedragen € 2.100.000,- betrof (feit 1). Door optelling van dit bedrag bij de ruim zestig miljoen euro komt men nagenoeg precies uit op het in de KBA opgenomen bedrag van € 62.910.000,-.

Feit 5

In 2004 sluit verdachte met [medeverdachte 13] (gevestigd te Bilthoven) een zogenoemde overeenkomst van geldlening, gedateerd 20 mei 2004.200 Uit conceptversies van deze overeenkomst201,202 en brieven van verdachte203 respectievelijk [medeverdachte 13]204 leidt de rechtbank echter af dat deze overeenkomst na 20 mei 2004 is opgemaakt. Bij brief van 22 juli 2004 deelt verdachte [medeverdachte 13], in de persoon van [medeverdachte 6], mede: "Bijgaand ontvang je de door mij ondertekende overeenkomst retour. Ik houd het tweede exemplaar volgens afspraak in mijn bezit." Als bijlage 1 wordt in deze brief "overeenkomst van geldlening" vermeld.205

De overeenkomst houdt (onder meer) in dat [medeverdachte 13] aan verdachte een bedrag van € 800.000,- leent, tegen een rente van 4,5% per jaar, welke steeds vóór het einde van het jaar dient te zijn voldaan. De lening wordt verstrekt ten behoeve van een investering van verdachte in "zelfbewoning op het per ca. 1 augustus 2004 te betrekken adres t.w.: [adres medeverdachte 13]."

Verdachte heeft verklaard dat hij, in verband met de aankoop van (een) stuk(ken) grond in Muiderberg en de ontwikkeling van een of meer huizen aldaar - naast zijn hypothe(e)k(en) - een bedrag nodig had van € 800.000,-. Verdachte heeft met [medeverdachte 6], maar ook met [medeverdachte 1] over het kunnen lenen van een dergelijk bedrag gesproken, en dat bleek mogelijk te zijn. Verdachte is ook naar zijn bank geweest, maar heeft "voor het gemak" via [medeverdachte 6] geld geleend.206

Volgens [medeverdachte 1] heeft verdachte het bedrag van € 800.000,- op zijn voorspraak van [medeverdachte 6] kunnen lenen. Het betrof geld dat voor [medeverdachte 1] uit Eurocenter was "geknipt" en dat tijdelijk bij [medeverdachte 6]/[medeverdachte 13] gestald stond.207 Het betrof een potje en daar is het geld voor de lening van verdachte uitgekomen.208 Volgens [medeverdachte 1] is er overigens eerst nog sprake van geweest dat het geld (direct) door [medeverdachte 14] zou worden uitgeleend aan verdachte.209

In het notitieboek van [medeverdachte 5], die, zoals hiervoor is overwogen (feiten 3 en 4), betrokkenheid heeft bij het bedrijf [medeverdachte 14], is bij (naar de rechtbank begrijpt) de datum 22 maart 2004 het volgende geschreven:210

"[voornaam verdachte]: Heeft kavel van 700 m2 gekocht, bouwen in [plaats] naast hypotheek nog + 8 ton nodig om stuk buurman te kopen + uitbreiding woning. Hypotheek gaat bij Fortis lopen.

[medeverdachte 14] leent in r/c voor + max 2 jaar 8 ton

[medeverdachte 14] ontvangt van Eurocenter 1.230.769 (...) in 2004

welke in 2005 terug betaalt moet worden."

Op 20 mei 2004, de dag waarop de overeenkomst van geldlening is gedateerd, maakt [medeverdachte 14] een bedrag van € 150.000,- over naar de rekening van verdachte.211 Dit bedrag wordt op 24 mei 2004 vanaf de rekening van verdachte teruggeboekt naar de rekening van [medeverdachte 14].212 Bij (naar de rechtbank begrijpt) de datum 27 mei 2004 schrijft [medeverdachte 5] vervolgens in zijn notitieboek: "[medeverdachte 13] doet verplichtingen naar [voornaam verdachte] af".213

Op 3 juni 2004 maakt [medeverdachte 14] een bedrag van € 150.000,- over naar de rekening van [medeverdachte 13].214 Op diezelfde dag maakt [medeverdachte 13] een gelijk bedrag over naar de rekening van verdachte.215 Later maakt [medeverdachte 13] nog andere bedragen over naar die rekening:

- op 14 juni 2004 een bedrag van € 250.000,-;216

- op 28 juni 2004 drie bedragen van in totaal € 100.000,-;217

- op 1 september 2004 een bedrag van € 150.000,-;218

- op 31 maart 2005 een bedrag van € 150.000,-.219

In totaal is derhalve het overeengekomen bedrag van € 800.000,- vanaf de rekening van [medeverdachte 13] naar de rekening van verdachte overgemaakt.

Volgens [medeverdachte 6] is het bedrag van € 800.000,- betaald uit het geld dat hij van [medeverdachte 14] in beheer had. Zelf had hij nooit over zulk een bedrag kunnen beschikken.220

Verdachte heeft de over de jaren 2004 en 2005, op grond van de overeenkomst, verschuldigde rente, na overleg met [medeverdachte 6], niet eerder hoeven te betalen dan in 2006.221

Eerst op 10 mei 2006 betaalt verdachte via zijn rekening een bedrag aan rente over de jaren 2004, 2005 en 2006, ten bedrage van € 70.814,-.222 Op 14 juli 2006 maakt verdachte vervolgens een bedrag van € 803.000,- over naar de rekening van [medeverdachte 13], onder de vermelding "aflossing + rente".223

Op de computer van verdachte is een document aangetroffen, genaamd "Overzicht stichtingskosten [adres]".224 Op dit document staat onder het kopje "Liquiditeiten" de totale hypotheek vermeld, en vervolgens - zakelijk weergegeven: "Aanvulling hypotheek € 500.000,- (aanvraag nieuwe hypotheek) en eigen geld € 300.000,-."

Uit een op de computer van verdachte aangetroffen "Overzicht financien 2004" blijkt dat de bank voor het verlenen van een extra hypotheek van 500.000 een extra borgstelling vraagt.225

Op een ander bij verdachte aangetroffen document, een soortgelijk "Overzicht stichtingskosten" zoals hiervoor bedoeld, is bij "Aanvulling hypotheek" geen bedrag ingevuld. Op dit overzicht is - zakelijk weergegeven - vermeld: "Extra lening JvV € 800.000,-".226

Verdachte heeft de onderhavige lening van € 800.000,- niet gemeld bij zijn werkgever.227 Zoals hiervoor, onder het kopje "Algemeen", is vermeld, was verdachte destijds Adjunct-directeur kantoren bij Bouwfonds Ontwikkeling BV.

Volgens verdachte was [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 6] betrokken bij projecten van Bouwfonds.228 [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij verdachte kent van Bouwfonds. Verdachte is betrokken geweest bij twee projecten in De Bilt, waarbij [medeverdachte 6] ook betrokkenheid had.229

Blijkens de "Business Principles" van Bouwfonds wordt het handelen van Bouwfonds onder andere bepaald door de competentie 'integriteit'. De "Business Principles" houden in dat kader het volgende in: "Medewerkers zijn verplicht privé en zakelijke belangen te scheiden en zijn gebonden aan regels inzake privé beleggingstransacties. Zij verrichten geen nevenactiviteiten die strijdig kunnen zijn met belangen van Bouwfonds. Elke schijn van corruptie, fraude of omkoping wordt vermeden. Het aanvaarden of aanbieden van betalingen of andere persoonlijke voordelen is niet toegestaan."230

Verdachte heeft door middel van het ondertekenen van een brief van Bouwfonds van 19 december 2002 tot uitdrukking gebracht, dat hij de "Business Principles" kent en dat hij ernaar zal handelen.231

Gift

Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank met de officieren van justitie van oordeel dat de lening van verdachte van € 800.000,- als een gift in de zin van artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht (Sr) dient te worden aangemerkt. Het begrip "gift" in deze strafbepaling heeft een autonome betekenis, die niet zonder meer op één lijn kan worden gesteld met de betekenis van de begrippen "gift" en/of "schenking" in het Burgerlijk Wetboek. Mede gelet op het door artikel 328ter Sr te beschermen rechtsbelang - dat blijkens de wetsgeschiedenis in de eerste plaats is gelegen in de zuiverheid van de dienstbetrekking232 - en indachtig de jurisprudentie van de Hoge Raad over het begrip "gift" in artikel 177 Sr,233 een verwante strafbepaling, dient naar het oordeel van de rechtbank onder het begrip "gift" in artikel 328ter Sr te worden verstaan: elke overdracht van iets dat waarde heeft voor de verkrijger. Daarbij is niet vereist dat de waarde objectiveerbaar is.

De geldlening van € 800.000,- had, zo blijkt uit het voorgaande, waarde voor verdachte. Hij heeft dit geldbedrag "voor het gemak" bij [medeverdachte 13] in plaats van bij zijn bank geleend. Uit een door de verdediging bij pleidooi overgelegde productie (bijlage 7) blijkt dat "snelheid" een belangrijk aspect voor verdachte was. Voorts blijkt uit deze productie dat de (eventuele) verhoging van de hypotheek van verdachte bij zijn bank (slechts) op een bedrag van € 493.742,- (in plaats van € 800.000,-) zag. Bevestiging hiervan is te vinden in het genoemde "Overzicht financien 2004", dat in de woning van verdachte is aangetroffen, waarin is vermeld dat de bank voor het verlenen van een extra hypotheek van 500.000 een extra borgstelling vraagt. Anders dan bij met name een bank te doen gebruikelijk is, heeft verdachte de door hem op basis van de overeenkomst verschuldigde rente niet maandelijks of jaarlijks hoeven te betalen. Eerst in het zicht van de totale aflossing van de lening, twee jaren na het aangaan daarvan, heeft verdachte rente betaald. Gelet op voornoemde omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, is sprake van een gift in de zin van artikel 328ter Sr.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte deze gift had dienen te melden aan zijn werkgever Bouwfonds. Daarbij acht de rechtbank - mede gelet op de aangehaalde "Business Principles" - van belang dat Bouwfonds en [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 6] zakenrelaties waren alsmede dat bij de verkrijging van de onderhavige geldlening [medeverdachte 1], ex-directeur van Bouwfonds, enige rol van betekenis had gespeeld. Op één van zijn eigen overzichten heeft verdachte de lening zelf betiteld als "extra lening JvV". Verdachte sprak, zo bij de bespreking van de andere feiten is weergegeven, nog regelmatig met [medeverdachte 1] en hij wist dat [medeverdachte 1] zich na zijn vertrek bij Bouwfonds nog steeds actief bezig hield met het project Eurocenter omdat hij beoogde daaraan geld te verdienen. Ook gelet op hetgeen hieronder ten aanzien van het opzet van verdachte nog zal worden overwogen, vergde de goede trouw dan ook, dat verdachte de geldlening van € 800.000,- aan Bouwfonds meldde. Dit om de dienstbetrekking van verdachte met Bouwfonds zuiver te houden.

Feiten 1 tot en met 7 (opzet) en feit 8

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde feit - de verdenking dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht - bezigt de rechtbank de hiervoor ten aanzien van de feiten 1 tot en met 7 weergegeven, redengevende feiten en omstandigheden eveneens tot het bewijs. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt daaruit van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen diverse natuurlijke en rechtspersonen, die zich (kort gezegd) met name bezig hielden met het (mede)plegen van valsheid in geschrift en het witwassen van de daardoor verkregen gelden. Voorts acht de rechtbank nog het volgende van belang.

Blijkens de inhoud van de in het voorgaande meermalen ter sprake gekomen hangmap "Projectoverleg JvV" heeft verdachte ná het vertrek van [medeverdachte 1] bij Bouwfonds in augustus - oktober 2001 nog veelvuldig contact met hem gehad, waarbij zij ook over zaken en projecten van Bouwfonds spraken.234

Uit verricht onderzoek aan de in het kader van het onderzoek Klimop in beslag genomen agenda's is gebleken dat tot het vertrek van [medeverdachte 1] bij Bouwfonds, er 2 afspraken stonden gepland tussen (onder meer) verdachte en [medeverdachte 1]. In de periode ná het vertrek van [medeverdachte 1] bij Bouwfonds, tot het vertrek van verdachte bij Bouwfonds per 1 april 2005, stonden er 128 van dergelijke afspraken gepland.235 Sommige van die afspraken waren met [medeverdachte 16] of [medeverdachte 17].236 Verdachte heeft tijdens zijn periode bij Bouwfonds overigens ook zonder [medeverdachte 1] afspraken gehad met [medeverdachte 16]237 en/of [medeverdachte 17].238 Ook sprak verdachte met [medeverdachte 3].239 En in de periode tussen 19 februari 2004 en 22 december 2004 stonden er in totaal 17 afspraken gepland tussen verdachte en de zogenoemde "JON"-groep,240 bestaande uit [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 16].

[medeverdachte 1] werkte met zogenoemde potjes. Bepaalde betalingen wilde hij niet rechtstreeks vanaf de rekening van Bouwfonds doen, maar vanuit projecten. Een bouwclaim was dan bijvoorbeeld een titel om ergens een geldbedrag te krijgen, dat wil zeggen een potje te creëren.241 De "moeilijke betalingen" welke uit deze potjes werden gedaan,242 waren onder andere betalingen waarmee [medeverdachte 1] iemand afkocht.243 [medeverdachte 1] had er ook geen moeite mee om steekpenningen te betalen.244

[medeverdachte 16] en [medeverdachte 3] wisten volgens [medeverdachte 1] van het bestaan van de potjes245 en dat geldt volgens [medeverdachte 1] ook voor verdachte. Verdachte wist van de potjes en de moeilijke betalingen. Verdachte kende die begrippen.246 Volgens [medeverdachte 1] is hij nooit iemand tegengekomen die bij de handelwijze van de potjes vraagtekens zette. Ook niet de partijen binnen Bouwfonds die er vanaf wisten.247

De filosofie van [medeverdachte 1] was: "we worden allemaal rijk. We runnen een onderneming binnen een onderneming en ik zorg dat het voor iedereen prettig is."248 Ook verdachte wist, vanaf 2002/2003, dat als je met [medeverdachte 1] zou werken, je dan op enig moment rijk kon worden.249

Op de computer van verdachte is een document aangetroffen met de bestandsnaam "afspraken + verdeling". Dit document, opgemaakt op 28 februari 2005 - zijnde één maand voor het vertrek van verdachte bij Bouwfonds - houdt onder meer het volgende in:250

Euro Fl

BO 454.545 1.000.000

Paasheuvel 681.818 1.500.000

WH museum 545.455 1.200.000

Rijswijk 1.136.364 2.500.000

Plot J 11.364 25.000

Eurocenter 1.750.000 3.850.000

Den Haag 300.000 660.000

Scheldeplein 100.000 220.000

Symphony 500.000 1.100.000

------------

Totaal 5.479.545

Netto cash 3.287.727 60%

hypotheek 1.000.000

lening 800.000

------------

schuld 1.800.000

aflossing 1.000.000

Restant cash 2.287.727

De Ster 400.000

De Zon 400.000

De Maan 400.000

De Aarde 900.000

----------

Restant Cash 187.727

Cash in werk bv 312.879

Blijkens een ander op de computer van verdachte aangetroffen document251 staan "Ster" "Zon" en "Maan" voor (persoonsvennootschappen van) de kinderen van verdachte.

Volgens verdachte zijn "Paasheuvel", "WH Museum", "Plot J", "Eurocenter" en "Scheldeplein" projecten van Bouwfonds, waarbij hij betrokkenheid heeft gehad. In Rijswijk en Den Haag heeft Bouwfonds ook een of meer projecten gehad, waarbij hij betrokken is geweest. "Symphony" kent verdachte ook; ook dat is een project van Bouwfonds.252

De rechtbank heeft geconstateerd dat in de hangmap "Projectoverleg JvV" van verdachte op een aantal pagina's handgeschreven aantekeningen zijn gemaakt, welke sterk doen denken aan het overzicht van geldbedragen (in guldens) uit voormeld document. Bij sommige projecten is zelfs precies hetzelfde bedrag vermeld.253 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij verdachte in "Symphony" een geldelijke toezegging heeft gedaan.254

Verdachte is op 13 november 2007 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de onderhavige feiten.255

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de inhoud van het aangetroffen document "afspraken + verdeling" en de verklaringen van [medeverdachte 1], een en ander in combinatie gezien met de inhoud van de hangmap "Projectoverleg JvV", redelijkerwijze geen andere conclusie mogelijk dan dat [medeverdachte 1] in het kader van diverse Bouwfonds-projecten, geldelijke toezeggingen heeft gedaan aan verdachte. Hierbij betrekt de rechtbank ook dat verdachte ter terechtzittingen, hier herhaaldelijk en nadrukkelijk naar gevraagd, geen (andere) uitleg aan meergenoemd document heeft gegeven.

De eerste van de hiervoor aangehaalde pagina's uit de projectmap met daarop de handgeschreven aantekeningen over dus kennelijk deze toezeggingen dateert van 23 oktober 2002. De andere twee pagina's dateren uit mei respectievelijk begin september 2003. Dit komt overeen met de verklaring van [medeverdachte 1] dat verdachte vanaf 2002/2003 wist dat als je met hem, [medeverdachte 1], zou werken, je dan op enig moment rijk kon worden.

Uitgaande van deze geldelijke toezeggingen, die kennelijk voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten zijn gedaan, en gelet op de wetenschap van verdachte van het systeem van de "potjes" en "moeilijke betalingen", kan het naar het oordeel van de rechtbank, gezien het beschreven handelen van verdachte bij de afzonderlijke feiten, niet anders zijn dan dat verdachte bij elk van deze feiten opzettelijk heeft gehandeld, en dat waar het de ten laste gelegde valsheden in geschrift betreft, bij hem ook telkens het oogmerk van misleiding aanwezig was.

Bij feit 2 bekommert verdachte zich niet om de (juridische) titel en gaat hij af op de verklaringen van [medeverdachte 1]. Verdachte ziet geen activiteiten van [medeverdachte 23], maar kent namens Bouwfonds wel een zogenoemde courtage toe van € 2.000.000,-.

Ook bij de feiten 3 en 4 gaat verdachte af op de verklaringen van [medeverdachte 1], die naar hij wist geld aan het project Eurocenter beoogde te verdienen. Hoewel hij geen activiteiten van [medeverdachte 23] ziet en nota bene nadat partijen elkaar over en weer finale kwijting hadden verleend, stemt hij er namens Bouwfonds mee in dat de aannemingssom met enige miljoenen euro's wordt opgehoogd ter zake van zogenoemde bouwclaims.

Bij feit 1 speelt verdachte bij de totstandkoming van de overeenkomst met [vennootschap 5] een sturende rol, terwijl hij uit eigen wetenschap weet dat de werkzaamheden die in die overeenkomst aan [vennootschap 5] worden opgedragen reeds door of namens [vennootschap 6] zijn uitgevoerd. Dat verdachte op deze wijze willens en wetens met anderen een valselijk stuk laat of doen opmaken, maakt duidelijk dat verdachte zich van dergelijk feiten niet distantieert.

Bij feit 6 gaat verdachte wederom af op de verklaringen van [medeverdachte 1]. Hoewel [medeverdachte 1] op papier geen enkele betrokkenheid had bij het project Eurocenter, laat staan bij de werkzaamheden van [medeverdachte 4] binnen dit project, stemt verdachte er op voorspraak van [medeverdachte 1] mee in dat het budget bij Bouwfonds wordt aangewend om (extra) geld naar [medeverdachte 4] te laten gaan, onder andere een bedrag van in totaal € 4.445.000,- ter zake van meerkosten ontwerp en (detail-) engineering, zonder dat hij van [medeverdachte 4] enige onderbouwing vraagt en kennelijk evenmin zichzelf afvraagt of in de TEO niet reeds een vaste vergoeding hiervoor was overeengekomen.

Bovenstaande fraude was mogelijk nu in de KBA van 26 september 2003 daarvoor de ruimte was gecreëerd. Het kan niet anders dan dat verdachte, samen met medeverdachte [medeverdachte 3], een wezenlijk aandeel in het valselijk opmaken van deze KBA heeft gehad. Uit de hiervoor bij feit 7 vermelde, bij verdachte aangetroffen documenten blijkt dat verdachte een gedetailleerd beeld had van het in de KBA vastgestelde budget en van welke ruimte hierbinnen (nog) aanwezig was voor, naar de rechtbank begrijpt, het creëren van "potjes" en het doen van "moeilijke betalingen".

Uit het bovenstaande vloeit tevens voort dat verdachte opzettelijk heeft deelgenomen aan de criminele organisatie en dat hij, gezien zijn positie bij Bouwfonds, binnen die organisatie een belangrijke rol had.

3.3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

Hij in de periode van 1 juni 2004 tot en met 19 juli 2004 te Hoevelaken en Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen,

een ongedateerde aannemingsovereenkomst tussen [vennootschap 5] en

Bouwfonds Ontwikkeling BV,

zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of laten opmaken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die aannemingsovereenkomst opgenomen of laten opnemen dat [vennootschap 5] voorbereidende werkzaamheden en grondwerkzaamheden en sloopwerkzaamheden en waterbouwkundige werkzaamheden uit zal gaan voeren ten behoeve van het bouwrijp maken van een bouwterrein met opstallen in erfpacht uitgegeven aan Stichting Philips Pensioenfonds aan de Boelelaan te Amsterdam, belendend aan het Holiday Inn Hotel alsmede het verrichten van werkzaamheden ter bescherming van de bedrijfsvoering van het Holiday Inn Hotel tegen betaling van een aannemingssom van Euro 2.368.000,- (exclusief btw),

terwijl in werkelijkheid die in die aannemingsovereenkomst genoemde werkzaamheden niet in zijn geheel door of namens [vennootschap 5] zijn/zouden worden verricht en die in die aannemingsovereenkomst genoemde aannemingssom niet in zijn geheel betrekking heeft op die in die aannemingsovereenkomst genoemde werkzaamheden en die aannemingssom van Euro 2.368.000,- niet geheel ten goede zou komen aan [vennootschap 5], maar in die aannemingssom een vergoeding ten behoeve van Rooswyck Property Services BV en Rooswyck Property Services NV en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 16] en [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 6] en [vennootschap 25] en/of [betrokkene 4] en Geuzenvloot Vastgoed BV en Beagle management & consultancy services BV en/of [medeverdachte 3] was begrepen,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 2:

Hij omstreeks 30 oktober 2003 te Hoevelaken en Haelen en Roermond, tezamen en in vereniging met anderen,

een (namens Bouwfonds Ontwikkeling BV ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV aan [medeverdachte 23] gedateerd 30 oktober 2003,

zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die brief vermeld dat de afspraken die in de brief van 23 mei 2000 afkomstig van [medeverdachte 23] staan vermeld ten behoeve van de samenwerking voor het project Eurocenter, in ruil voor welke samenwerking en inspanningen Bouwfonds Ontwikkeling BV een vergoeding aan [medeverdachte 23] verschuldigd was van 25% van de vastgestelde projectwinst, welke brief van 23 mei 2000 destijds namens Bouwfonds Ontwikkeling BV voor akkoord was getekend en aan [medeverdachte 23] was geretourneerd, gezien de gewijzigde situatie opnieuw met elkaar zijn bekeken en dit heeft geresulteerd in de afspraak dat de vergoeding van 25 % van de projectwinst van Bouwfonds Ontwikkeling BV aan [medeverdachte 23] in zijn geheel vervalt en Bouwfonds Ontwikkeling BV een aanbreng- en verkoopcourtage verschuldigd is aan [medeverdachte 23] voor de door [medeverdachte 23] verrichte bemiddeling en activiteiten op het gebied van de ontwikkelingsovereenkomst en verhuur, ter hoogte van Euro 2.000.000,- (exclusief btw),

terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet door of namens [medeverdachte 23] zijn verricht,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 3:

Hij omstreeks de periode van 11 februari 2004 tot en met 3 mei 2004 te Tilburg en IJsselstein en Rosmalen en Hoevelaken, tezamen en in vereniging met anderen,

een raamovereenkomst betreffende de ontwikkeling en realisatie kavel 8&9 Drentepark te Amsterdam tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV als opdrachtgever en [vennootschap 6] en Drentepark VOF als opdrachtnemer(s)

en

een deelovereenkomst tussen Bouwfonds Ontwikkeling BV als opdrachtgever en Drentepark VOF als opdrachtnemer betreffende het Project Ontwikkeling en Realisatie kavel 8&9 Drentepark, Fase I, II (deels), III en IV,

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt of laten opmaken, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die raamovereenkomst vermeld of laten vermelden dat de herontwikkeling van kavel 8&9 Drentepark te Amsterdam (ook bekend onder de projectnaam Eurocenter), zal worden uitgevoerd door [vennootschap 6] en Drentepark VOF tegen een maximale opdrachtsom van Euro 53.986.000,- (exclusief btw),

terwijl in werkelijkheid die opdrachtsom van Euro 53.986.000,- niet geheel als tegenprestatie voor de werkzaamheden als omschreven in de overeenkomst kan gelden en niet geheel ten goede zou komen aan [vennootschap 6] en Drentepark VOF, maar in die opdrachtsom een vergoeding van Euro 4.036.547,- ten behoeve van [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 5] (ten bedrage van Euro 1.450.000,-) en [medeverdachte 23] en/of [medeverdachte 9] (ten bedrage van Euro 2.586.547,-) was begrepen

en

in die deelovereenkomst vermeld dat naast de werkzaamheden zoals genoemd in de raamovereenkomst Drentepark VOF eveneens zorg zal dragen voor de financiële afwikkeling van (bouw)claims die derden pretenderen te hebben jegens de opdrachtgever op (delen van) kavel 8&9 Drentepark,

terwijl in werkelijkheid geen (bouw)claims van derden aanwezig waren op (delen van) kavel 8&9 Drentepark,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 4:

Hij omstreeks 8 april 2004 te Hoevelaken en Tilburg, tezamen en in vereniging met anderen,

een (namens Bouwfonds Ontwikkeling BV ondertekende en [vennootschap 6] (mede)ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV gericht aan [vennootschap 6],

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die brief vermeld dat naast de werkzaamheden, zoals vermeld in de raamovereenkomst (te weten sloopwerkzaamheden en asbestsaneringswerkzaamheden), [vennootschap 6] tevens zal worden belast met het verrichten van bemiddelingswerkzaamheden ten behoeve van de financiële afwikkeling van (bouw)claims en het betalen van die claims die derden jegens de opdrachtgever pretenderen te hebben en dat [vennootschap 6] voor al deze werkzaamheden (te weten sloop- en asbestsaneringswerkzaamheden alsmede het afwikkelen van bouwclaims) een budget krijgt van maximaal Euro 3.891.000,-,

terwijl in werkelijkheid geen (bouw)claims van derden aanwezig waren op het project Eurocenter en er geen bemiddelingswerkzaamheden ten behoeve van de financiële afwikkeling van (bouw)claim(s) behoefden te worden verricht en dat budget van Euro 3.891.000,- niet geheel ten goede zou komen aan [vennootschap 6], maar voor een bedrag van Euro 2.841.000,- ten goede zou komen aan [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 5],

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 5:

Hij in de periode van 20 mei 2004 tot en met 1 april 2005 te Hoevelaken, in elk geval in Nederland, anders dan als ambtenaar, immers als Adjunct-directeur Kantoren in dienstbetrekking bij Bouwfonds Ontwikkeling BV, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift heeft aangenomen, namelijk - zakelijk weergegeven -

een lening (onder niet zakelijke voorwaarden) ten bedrage van Euro 800.000,- van [medeverdachte 13] aan hem, verdachte, vastgelegd in een tussen [medeverdachte 13] en hem gesloten overeenkomst van geldlening d.d. 20 mei 2004 en de uitbetaling van geldbedragen tot een totaalbedrag van Euro 800.000,- door [medeverdachte 13] aan hem, verdachte, ter voldoening van de verplichting op grond van die overeenkomst van geldlening,

en dit aannemen in strijd met de goede trouw heeft verzwegen tegenover zijn werkgever.

Feit 6:

Hij omstreeks 3 november 2003 te IJsselstein en Hoevelaken, tezamen en in vereniging met anderen,

een (namens [medeverdachte 4] voor akkoord ondertekende) brief van Bouwfonds Ontwikkeling BV gericht aan [medeverdachte 4] d.d. 3 november 2003 inzake het project Eurocenter,

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die brief vermeld dat gedurende 2002 en 2003 zowel de opzet van de ontwikkeling als het volledige ontwerp van de 3 gebouwen enkele keren fundamenteel is aangepast en dat tevens de laatste maanden, op aangeven van Schootse Poort en Welstand, de gevels en de constructie van de kantoorgebouwen meerdere keren opnieuw zijn gewijzigd en ontworpen en daarnaast het woongebouw, toen het DO (definitief ontwerp) bijna gereed was, volledig opnieuw is uitgelegd en ontworpen naar aanleiding van de gewijzigde wensen van Schootse Poort en dat deze kosten vallen buiten de oorspronkelijke opdracht en dat [medeverdachte 4] genoemde meerkosten voor ontwikkeling, ontwerp en management ten bedrage van Euro 1.900.000,- per 1 november 2003 aan Bouwfonds Ontwikkeling BV mag factureren en

dat het bestek door de aannemer zal worden uitgewerkt en dat [medeverdachte 4] dat contractueel zal vastleggen met de beoogde bouwcombinatie en tevens de bijbehorende kosten zal verrekenen met deze bouwcombinatie en dat in opdracht van [medeverdachte 4] de detailengineering door de bouwcombinatie zal worden uitgewerkt en dat daarvoor een budget is gereserveerd van in totaal Euro 2.545.000,-,

terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet voor die bedragen door of namens [medeverdachte 4] zijn/zouden worden verricht en die bedragen in werkelijkheid niet betrekking hadden op die werkzaamheden, maar dat in die bedragen een vergoeding was begrepen voor "JON", zijnde [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 16],

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 7:

Hij in de periode van 21 mei 2003 tot en met 26 september 2003 te Hoevelaken, tezamen en in vereniging met anderen,

een Kosten Baten Analyse (KBA) met de projectnaam Kavel 8 & 9 Drentepark te Amsterdam (ook bekend onder de projectnaam Eurocenter),

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

in die KBA de totale bouwkosten begroot op een bedrag van Euro 62.910.000,-, terwijl in werkelijkheid die bouwkosten waren begroot op een lager bedrag,

en

in die KBA een courtage van Euro 2.000.000,- opgenomen ten behoeve van [medeverdachte 23] ter zake bemiddelingskosten bij verwerving, terwijl in werkelijkheid [medeverdachte 23] geen (bemiddelings)werkzaamheden en/of diensten inzake het project Eurocenter heeft verricht en/of zou gaan verrichten,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 8:

Hij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 13 november 2007 in Nederland opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, namelijk onder meer:

- valsheid in geschrift (artikel 225 Wetboek van Strafrecht);

- witwassen (artikel 420bis Wetboek van Strafrecht);

bestaande die deelneming onder meer uit:

het voor rekening van en op naam van de werkgever (doen of laten) aangaan van valse overeenkomsten

en

het ten behoeve van het aangaan van valse overeenkomsten overleggen van valse KBA's en/of notities en/of andere stukken

en

het (doen of laten) verrichten van frauduleuze betalingen aan de contractspartijen ter uitvoering van valse overeenkomsten

en

het (doen of laten) opnemen van valse overeenkomsten en/of facturen en/of brieven in bedrijfsadministraties van de werkgever

en

het bijwonen van bijeenkomsten en/of vergaderingen met andere deelnemers van de organisatie, zulks ten behoeve van besluitvorming over vorenbedoelde misdrijven.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Voorts zijn kennelijke misslagen hersteld. Blijkens het verhandelde op de terechtzittingen is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 tot en met 8 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: Medeplegen van valsheid in geschrift.

Feit 2: Medeplegen van valsheid in geschrift.

Feit 3: Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Feit 4: Medeplegen van valsheid in geschrift.

Feit 5: Anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift aannemen en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever.

Feit 6: Medeplegen van valsheid in geschrift.

Feit 7: Medeplegen van valsheid in geschrift.

Feit 8: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Anders dan door de verdediging is aangevoerd (onderdeel 5 van de pleitaantekeningen) is de rechtbank van oordeel dat geen van de bewezen verklaarde feiten in een zodanig verband tot elkaar staan dat sprake is van een "voortgezette handeling" zoals bedoeld in artikel 56, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Weliswaar bestaat er tussen de feiten een zekere relatie, maar aan het (mede-)plegen van die feiten heeft telkens een nieuw, ongeoorloofd wilsbesluit ten grondslag gelegen. Voorts heeft de rechtbank wat betreft de door de verdediging gestelde samenloop van artikel 225 Sr (valsheid in geschrift) met de artikelen 328ter Sr (de zogeheten passieve omkoping) en/of 140 Sr (deelneming aan een criminele organisatie) bij haar oordeel betrokken dat de strekking van de laatstgenoemde strafbepalingen wezenlijk verschilt van die van artikel 225 Sr.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de straf

6.1. Standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

6.2. Overwegingen van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzittingen is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte was projectontwikkelaar en vervolgens Adjunct-directeur bij Bouwfonds. In die hoedanigheid heeft hij zich samen met anderen meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en daarnaast deelgenomen aan een criminele organisatie.

Verdachte heeft onder regie van medeverdachte [medeverdachte 1] meegewerkt aan het valselijk opmaken van een groot aantal documenten, waardoor zijn werkgever Bouwfonds telkens listiglijk werd bewogen om op meerdere tijdstippen grote bedragen over te maken aan verschillende (rechts)personen.

Niet alleen brieven en/of overeenkomsten werden valselijk opgemaakt, maar ook de budget-Kosten Baten Analyse (KBA) van het project Eurocenter. Door in deze KBA in strijd met de waarheid een te groot budget voor (met name) de bouwkosten vast te (laten) stellen, creëerde verdachte voor hem en zijn medeverdachten de mogelijkheid, op grote schaal op frauduleuze wijze gelden aan Bouwfonds te onttrekken.

De valsheden bestonden onder meer uit het opvoeren van niet uitgevoerde werkzaamheden, te duur gecalculeerde werkzaamheden en er werden bedragen opgevoerd onder het mom van "bouwclaims", die geen zakelijke grondslag hadden. De bedragen voor deze door aannemers door te betalen fictieve bouwclaims kwamen op grond van valse stukken van Bouwfonds bij de aannemers terecht, die ze vervolgens tegen een "fee" moesten doorsluizen naar anderen. Bouwfonds verkeerde daarbij steeds in de veronderstelling dat de betalingen van uiteindelijk vele miljoenen euro's op goede gronden werden verricht. Dit ten onrechte, nu de aldus van Bouwfonds verkregen gelden niet, althans niet hoofdzakelijk, werden aangewend voor de ontwikkeling van het project Eurocenter, maar, hetzij rechtstreeks hetzij via verschillende wegen, in handen van medeverdachten terechtkwamen, onder wie [medeverdachte 1] en [medeverdachte 17].

Verdachte speelde binnen het georganiseerde verband waarin dit plaatsvond een belangrijke rol. Het was immers verdachte die het vanuit zijn functie als projectontwikkelaar en Adjunct-directeur mogelijk maakte dat buiten het zicht van zijn werkgever om valse overeenkomsten door Bouwfonds werden gesloten en voldaan. Dat er wellicht sprake was van onvoldoende interne controle bij Bouwfonds doet - wat daar ook van zij - aan de strafwaardigheid van het handelen van verdachte niets af.

Verdachte heeft aldus samen met zijn medeverdachten op frauduleuze wijze miljoenen euro's aan Bouwfonds onttrokken, waardoor Bouwfonds is gedupeerd.

Teneinde verdachte daartoe te bewegen zijn hem kennelijk niet alleen financiële toezeggingen van honderdduizenden euro's voor de toekomst gedaan, zo blijkt uit een bij hem thuis aangetroffen overzicht met de veelzeggende naam "afspraken + verdeling", maar is hem ook op zijn verzoek door de criminele organisatie - waar hij deel van uit maakte - een lening van € 800.000,- verstrekt onder onzakelijke voorwaarden. Het geld van deze lening bleek afkomstig te zijn uit gelden die door Bouwfonds op grond van (een) fictieve bouwclaim(s) waren betaald en waarvan medeverdachte [medeverdachte 1] een zogenoemd potje had gecreëerd. Verdachte heeft de lening voor zijn werkgever verzwegen.

Delicten als de onderhavige brengen nadeel teweeg en leiden tot schending van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer gesteld moet kunnen worden in de juistheid van geschriften en daarop gestoelde betalingen. Voor een criminele organisatie geldt daarenboven dat die een ontwrichtende werking heeft op de rechtsorde.

De rechtbank rekent verdachte zijn strafbare handelen zwaar aan. Hij heeft door zijn stelselmatige bedrog het vertrouwen van zijn werkgever Bouwfonds telkens ernstig beschaamd. Daarbij heeft hij kennelijk slechts zijn eigen toekomstige financiële belangen voor ogen gehad, terwijl hij reeds een meer dan riant salaris van Bouwfonds ontving.

Op grond van het bovenstaande komt naar het oordeel van de rechtbank slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur als passende straf in aanmerking.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld. Voorts heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De Klimop-zaak, alsmede de behandeling daarvan door de rechtbank, is in de media uitvoerig belicht. Anders dan door de raadsman is aangevoerd, is het recht van verdachte op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM), hierdoor echter niet geschonden. Wel heeft de uitvoerige media aandacht naar de overtuiging van de rechtbank op het leven van verdachte de nodige impact gehad. Dergelijke media aandacht is ten gevolge van de (hoge) maatschappelijke posities van verdachte en zijn medeverdachten alsmede van de ongekend grote omvang van de gepleegde fraude, kennelijk onvermijdelijk gebleken. Nu deze aandacht het directe gevolg is van het criminele handelen van de organisatie waarbinnen verdachte een wezenlijke rol vervulde, ziet de rechtbank echter geen aanleiding dit te verdisconteren in de op te leggen straf.

Dit is anders voor het feit dat door verdachte een schikking is getroffen met de benadeelde partij. De rechtbank ziet in die omstandigheid aanleiding de aan verdachte op te leggen straf enigszins te matigen.

Het betoog van de verdediging dat bestraffing geen doel meer dient nu vergelding reeds heeft plaatsgevonden door het onverbiddelijke oordeel in/van de maatschappij en ook de algemene en speciale preventie niet nopen tot het opleggen van een straf, wordt door de rechtbank verworpen. Dit betoog miskent aantal, aard en ernst van de bewezen verklaarde strafbare feiten. Los van de maatschappelijke gevolgen die de onderhavige zaak voor verdachte heeft gehad, is oplegging van een aanzienlijke gevangenisstraf geboden.

Ten aanzien van het door de verdediging opgeworpen punt dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM overweegt de rechtbank als volgt. Vooropgesteld moet worden dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In casu is deze termijn aangevangen op het moment dat verdachte is aangehouden en in verzekering gesteld, te weten op 13 november 2007. Derhalve is inmiddels ruim vijf jaren verstreken. De rechtbank heeft oog voor de omvang van het door de FIOD verrichte onderzoek, de complexiteit van het Klimop-dossier, het zeer uitgebreide onderzoek dat mede op verzoek van de verdediging in de zaak van verdachte in het kabinet van de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden, alsook voor de tijd die de behandeling van verdachtes zaak ter terechtzitting als gevolg van de gelijktijdige berechting van diverse in dit megaproces terechtstaande verdachten, in beslag heeft genomen. Vanwege deze bijzondere omstandigheden, acht de rechtbank de redelijke termijn niet geschonden tot het moment van het wrakingverzoek ter terechtzitting van 18 maart 2011. Dit wrakingverzoek is gehonoreerd en als gevolg daarvan heeft de behandeling van de zaak van verdachte bij de rechtbank een aanzienlijke vertraging opgelopen, hetgeen uiteraard niet in de risicosfeer van verdachte ligt. Al met al acht de rechtbank, als gevolg hiervan, de redelijke termijn met ongeveer één jaar overschreden. De vonnissen in de zaken van de gelijktijdig berechte medeverdachten zijn immers uitgesproken op 27 januari 2012. De rechtbank zal gelet hierop de straf die zij aanvankelijk aan verdachte zou hebben opgelegd, verminderen met tien procent.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur passend en geboden is.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikelen 47, 57, 140, 225 en 328ter van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 tot en met 8 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ZESENDERTIG (36) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. C.A. Boom en mr. S. Jongeling, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. L. Wessels en mr. A.P. de Klerk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 december 2012.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Deze processen-verbaal zijn in de voetnoten verkort aangegeven. Door (mede-)verdachten afgelegde verklaringen zijn aangeduid met de letter "V", door getuigen afgelegde verklaringen met de letter "G" en processen-verbaal van ambtshandeling met de letters "AH" en "VERD".

Andere schriftelijke bescheiden zijn in de voetnoten aangeduid met de letter "D". Deze bescheiden zijn slechts tot het bewijs gebezigd in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

2 D-2792

3 D-2790

4 D-2789

5 D-2788

6 D-0113

7 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

8 Proces-verbaal terechtzitting [verdachte] d.d. 14 maart 2011, pagina 4 (boven)

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

10 D-2379

11 D-2379, pagina 89

12 D-2379, pagina 3

De rechtbank gaat er, gelet op de inhoud van het dossier, van uit dat de datum van 24 september 2004 op pagina 1 van de hangmap berust op een typefout en dat hiervoor 24 september 2003 dient te worden gelezen. Blijkens de inhoud van de pleitaantekeningen (voetnoot 174) is ook de verdediging van deze datum uit gegaan.

13 D-2379, pagina's 90 en 92

14 D-2379, pagina 38

15 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

16 G39-01, pagina 4 (boven)

17 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

18 AH-0980, pagina 8

19 D-0229

20 D-1982

21 D-0620

22 D-1656

23 D-2379, pagina's 19, 11, 10 en 7

24 D-2379, pagina 8

25 D-2379, pagina 3

26 D-2402

27 D-0619

28 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

29 D-0626

30 D-2412, pagina's 77-78

31 D-0892, pagina 61

32 D-0892, pagina 65

33 Proces-verbaal terechtzitting [verdachte] d.d. 17 maart 2011, pagina 3 (onder)

34 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 13 mei 2011, pagina 22

35 Proces-verbaal verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 5 september 2012, pagina 5

36 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 16 mei 2011, pagina 17

37 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

38 D-0621

39 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

40 D-2412, bijlage 11, pagina 6 (boven)

41 D-0873

42 D-0874

43 D-0892, pagina 69

44 D-0758

45 D-0763

46 D-2658

47 D-0167

48 D-0614

49 D-2319

50 D-2320

51 D-0617

52 D-0611

53 D-0061

54 Proces-verbaal terechtzitting [verdachte] d.d. 17 maart 2011, pagina 13 (onder)

55 D-3723

56 D-2396

57 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

58 D-0892, pagina 71

59 D-0892, pagina 73

60 D-0035

61 D-3461

62 G41-07, pagina 13 (midden)

63 D-0016

64 D-3459

65 D-3461

66 D-3461

67 D-3462

68 G41-01, pagina's 2-3

69 G41-02, pagina 3 (midden)

70 V21-01, pagina's 3-4

71 V21-04, pagina's 2 en 5 (boven)

72 D-0036

73 D-1066

74 D-1064

75 D-0626

76 AH-0016

77 AH-0023

78 G41-01, pagina 2 (onder)

79 G140, pagina's 2 (midden) en 4 (midden)

80 D-2545

81 D-0169

82 D-0165

83 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 3] d.d. 4 juli 2011, pagina 9 (onder)

84 Proces-verbaal terechtzitting Menke d.d. 8 juli 2011, pagina's 5-6

85 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 13 mei 2011, pagina 24 (onder)

86 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 3] d.d. 4 juli 2011, pagina 9 (onder)

87 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 19 mei 2011, pagina 11 (onder)

88 Proces-verbaal terechtzitting Menke d.d. 8 juli 2011, pagina 9 (onder)

89 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 16 mei 2011, pagina 16 (onder)

90 AH-0684, pagina 36

91 D-0832

92 D-0832, pagina's 2/6, 3/6 en 4/6 (voorzijde)

93 D-0832, pagina 4/6 (voorzijde)

94 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

95 D-2379, pagina 28

96 D-2379, pagina's 15, 13, 11 en 10

97 D-2496

98 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

99 D-1069

100 D-2543

101 D-2536

102 V99-02, pagina's 8-10

103 D-0601

104 D-2247-1

105 D-2248-1

106 D-2249-1

107 D-2250-1

108 D-2251-1

109 V47-03, pagina 2 (midden)

110 V47-05, pagina 2 (midden)

111 V47-05, pagina's 5-6

112 V47-03, pagina 3 (onder)

113 V47-03, pagina 4 (midden)

114 V47-04, pagina 2 (onder)

115 V47-03, pagina 4 (onder)

116 D-1080

117 V47-08, pagina 6 (boven)

118 V47-07, pagina 4 (onder)

119 V47-08, pagina 10 (midden)

120 V47-14, pagina 3 (onder)

121 AH-0665, pagina's 66-69

122 D-1255

123 D-1256

124 D-1071

125 D-1070

126 D-1037

127 D-1383

128 D-1385

129 D-1387

130 D-1384

131 AH-1343, pagina 4 (boven)

132 AH-0011, pagina 8 (onder)

133 AH-0012, pagina 4 (boven)

134 AH-0665, pagina's 70-71

135 AH-0110

136 AH-1058, pagina's 7-10

137 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 16 mei 2011, pagina's 22 (onder) - 23 (boven)

138 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2012, pagina 8 (onder)

139 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 16 mei 2011, pagina 23 (boven)

140 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

141 D-0229

142 D-1013

143 D-2300-1

144 D-2301-1

145 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

146 G50-02, pagina 2

147 G50-02, pagina 8

148 G107-01, pagina 8

149 G107-01, pagina 5

150 G145-01, pagina 2

151 D-2875

152 D-2875, bijlage 8

153 G145-01, pagina 13

154 G145-01, pagina 12

155 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 26] bij de rechter-commissaris d.d. 3 mei 2010, pagina 7

156 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 28] bij de rechter-commissaris d.d. 21 september 2010, pagina 12

157 D-2021

158 D-2379, pagina 1

159 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 16 mei 2011, pagina 19 (boven)

160 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 19 mei 2011, pagina's 13 (onder) - 14 (boven)

161 D-0832, pagina 4/6 (voorzijde)

162 D-1807

163 D-0832, pagina 4/6 (achterzijde)

164 D-0832, pagina 4/6 (achterzijde), in samenhang bezien met D-0832, pagina 4/6 (voorzijde), en AH-0684, pagina's 38-50

165 D-0832, pagina 6/6

166 AH-0693

167 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2012, pagina 2 (midden)

168 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 31 mei 2011, pagina 26 (onder)

169 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2012, pagina 5 (midden)

170 D-1160

171 V92-04, pagina 3 (midden)

172 V92-04, pagina 2 (onder)

173 D-1764

174 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

175 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

176 D-2394

177 D-2395

178 D-3739

179 D-2379, pagina 1

180 D-2379, pagina 24

181 D-2379, pagina 21

182 D-2379, pagina 9

183 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 16 mei 2011, pagina 16 (boven)

184 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

185 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 3] d.d. 4 juli 2011, pagina 11 (boven)

186 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 3] d.d. 4 juli 2011, pagina 13 (midden)

187 D-2379, pagina 9

188 D-0892, pagina 58

189 D-0892, pagina 62 (boven)

190 D-3168

191 D-0860

192 D-2396

193 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

194 D-1984

195 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [getuige 26] bij de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2010, pagina 2 (boven)

196 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [getuige 26] bij de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2010, pagina 4 (boven)

197 D-3351

198 D-3721

199 D-3723

200 D-2962

201 D-0844

202 D-0513

203 D-0512

204 D-0622

205 D-0623

206 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

207 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2012, pagina 10 (boven)

208 Proces-verbaal verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 5 september 2012, pagina 5 (boven)

209 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2012, pagina 10 (boven)

210 D-0892, pagina's 76-77

211 D-0960-1

212 D-0960

213 D-0892, pagina's 79-80

214 D-0960

215 D-0192

216 D-0193

217 D-0194

218 D-0195

219 D-0196

220 V30-12, pagina 3 (onder)

221 D-0624, D-0625 en D-2008

222 D-2689

223 D-2688

224 D-2693-1

225 D-2693-3

226 D-2693-2

227 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

228 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2012

229 V30-11, pagina 2 (boven)

230 D-2347

231 D-2961

232 Kamerstukken II, 1965-1966, 8437, nummer 3 (Memorie van Toelichting), pagina 1 (onder)

233 Hoge Raad 25 april 1916, NJ 1916, pagina 551

234 D-2379

235 AH-0978, pagina 8

236 AH-0978, pagina 13

237 AH-0978, pagina 30

238 AH-0978, pagina 44

239 AH-0978, pagina 45

240 AH-0978, pagina 23

241 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 12 mei 2011, pagina 6 (onder)

242 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 13 mei 2011, pagina 3 (midden)

243 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 12 mei 2011, pagina 6 (onder)

244 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 19 mei 2011, pagina 9 (onder)

245 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 12 mei 2011, pagina 16 (onder)

246 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 19 mei 2011, pagina 11 (onder)

247 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 13 mei 2011, pagina 7 (onder)

248 Proces-verbaal terechtzitting [medeverdachte 1] d.d. 13 mei 2011, pagina 12 (midden)

249 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2012, pagina 9 (midden)

250 D-2401

251 D-2686

252 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 november 2012

253 D-2379, pagina's 39, 10 en 3

254 Proces-verbaal nader verhoor van getuige [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2012, pagina 9 (onder)

255 VERD27-01