Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6564

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
18-12-2012
Zaaknummer
169537 - FA RK 10-1613
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vaststelling vaderschap. De rechtbank is met de advocaat van de moeder en de bijzondere curator van oordeel dat het Nigeriaanse recht, dat de moeder (en de man) het recht onthoudt om het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen, in strijd is met het in artikel 8 EVRM beschermde familie- en gezinsleven en het in artikel 8, tweede lid IVRK recht van het kind op bescherming van ieder bestanddeel van zijn identiteit. De rechtbank zal daarom op de verzoeken het Nederlandse recht toepassen, aangezien de moeder, samen met de minderjarigen, haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, en overigens de man ook feitelijk in Nederland verblijft.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 207
Burgerlijk Wetboek Boek 10
Burgerlijk Wetboek Boek 10 97
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2013/131 met annotatie van mr. dr. I. Curry-Sumner
RFR 2013/35
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2013/4849

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

gerechtelijke vaststelling vaderschap

zaak-/rekestnr.: 169537 / FA RK 10-1613

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 11 december 2012

in de zaak van:

[naam moeder],

wonende te [plaats],

hierna mede te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M.G.C. van Riet, kantoorhoudende te Amsterdam,

--tegen--

[naam man],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

hierna mede te noemen: de man.

De minderjarige [naam kind 2] wordt vertegenwoordigd door mr. mr. G.F.H. Velthuizen, bijzondere curator,

en in de procedure:

mr. G.F.H. Velthuizen, advocaat te Zaandam, gemeente Zaanstad,

in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige [naam kind 1],

hierna mede te nomen de bijzondere curator,

-- tegen --

[naam man],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

hierna mede te noemen: de man.

1 Procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenbeschikkingen van deze rechtbank van 19 juli 2011, 27 december 2011 en 2 oktober 2012 en de telkens daarin vermelde stukken;

- de brief van mr. Velthuizen van 5 november 2012;

- de brief van mr. Van Riet van 6 november 2012.

2 Nadere beoordeling

2.1 Uit het rapport van Verilabs, Laboratorium voor verwantschapsonderzoek van 18 oktober 2012 blijkt dat de man met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van de minderjarigen [naam]:

- [naam kind 1], geboren [datum] 2002 in de gemeente [plaats];

- [naam kind 2], geboren op [datum] 2007 in de gemeente [plaats].

2.2 In vervolg op de tussenbeschikking van 19 juli 2011 overweegt de rechtbank het volgende. De beantwoording van de vraag welk recht toepasselijk is op de verzoeken dient te geschieden aan de hand van het bepaalde in artikel 97 van Boek 10 van het Burgerlijk (artikel 6 WCA oud).

2.3 Zoals in voormelde tussenbeschikking reeds is overwogen, is het Nigeriaanse recht in beginsel van toepassing op de verzoeken tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, aangezien vaststaat dat de moeder en de man de Nigeriaanse nationaliteit bezitten. Volgens Nigeriaans recht staan minderjarigen die buiten huwelijk zijn geboren, niet in familierechtelijke betrekking tot de man. Wettiging kan naar Nigeriaans recht plaatsvinden door een opvolgend huwelijk van de ouders en door erkenning van het vaderschap. Het Nigeriaanse recht kent niet de rechtsfiguur van gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.

2.4 Op grond van de verklaring van de moeder, zoals weergegeven in de tussenbeschikking van 19 juli 2011, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan dat het voor partijen niet mogelijk is in Nederland, dan wel in Nigeria met elkaar in het huwelijk te treden. Uit de schriftelijke verklaring van de ambassade van Nigeria te 's-Gravenhage van 17 juli 2011 blijkt dat het evenmin mogelijk is om op de ambassade tussen partijen een huwelijk te voltrekken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat een huwelijk tussen partijen niet mogelijk is, zodat erkenning van het vaderschap door de man naar Nigeriaans recht evenmin zal kunnen plaatsvinden.

2.5 De rechtbank is met de advocaat van de moeder en de bijzondere curator van oordeel dat het Nigeriaanse recht, dat de moeder (en de man) het recht onthoudt om het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen, in strijd is met het in artikel 8 EVRM beschermde familie- en gezinsleven en het in artikel 8, tweede lid IVRK recht van het kind op bescherming van ieder bestanddeel van zijn identiteit. De rechtbank zal daarom op de verzoeken het Nederlandse recht toepassen, aangezien de moeder, samen met de minderjarigen, haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, en overigens de man ook feitelijk in Nederland verblijft.

2.6 Het verzoek van de moeder is ten aanzien van de minderjarige Israel binnen de termijn genoemd in artikel 1:207 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek ingediend.

2.7 Ter zitting van 28 juni 2011 heeft de bijzondere curator aangegeven dat de minderjarige [naam kind 1] er belang bij heeft dat ook voor haar een beslissing wordt gegeven over haar afstamming.

Nu de bijzondere curator namens [naam kind 1] heeft verzocht het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen, zal de rechtbank op dit verzoek beslissen, zodat de belangen van dit kind niet worden geschaad door de bijzondere curator te verplichten een afzonderlijke procedure te laten indienen.

2.8 De bijzondere curator heeft geconcludeerd tot toewijzing van de verzoeken.

2.9 De rechtbank acht het op grond van de (overgelegde) verklaringen van de moeder in de asielprocedure en de door partijen ten overstaan van de ambassadeur van Nigeria afgelegde verklaring (brief Nigeriaanse ambassade van 29 september 2011) voldoende aannemelijk dat de moeder ten tijde van de geboorte van beide minderjarigen ongehuwd was.

2.9 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kunnen de verzoeken van de vrouw en de bijzondere curator, waarmee de man uitdrukkelijk heeft ingestemd, worden toegewezen, nu ook voor het overige niet is gebleken dat deze verzoeken onrechtmatig zijn.

2.10 De moeder en de man hebben te kennen gegeven ervoor te kiezen dat de kinderen de geslachtsnaam [naam man] zullen dragen.

3 Beslissing:

De rechtbank:

3.1 Stelt vast het vaderschap van [naam man], geboren op [datum] 1971 in Nigeria, over de kinderen [naam]:

- [naam kind 1], geboren op [datum] 2002 in de gemeente [plaats];

- [naam kind 2], geboren op [datum] 2007 in de gemeente [plaats].

3.2 Stelt vast dat de geslachtnaam van voormelde kinderen [naam man] zal zijn.

3.3 Bepaalt dat de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van 's Rijkskas komen.

3.4 Wijst af het meer of anders verzochte.

3.5 Draagt de griffier - op grond van artikel 1:20e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] (ten behoeve van de minderjarige [naam kind]) en [plaats] (ten behoeve van de minderjarige [naam kind 2]).

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Struijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2012.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.