Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6147

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-09-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
185600 / HA ZA 11-1009
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De overeenkomst van opdracht is niet gesloten met Acta Legal, maar met de Van Oosten Groep , zodat er voor de in deze procedure ingestelde vordering geen grondslag bestaat. De overeenkomst van voorwaardelijke cessie kan Acta Legal niet baten, nu de daarin overeengekomen cessie niet is voltooid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 185600 / HA ZA 11-1009

Vonnis van 12 september 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACTA LEGAL B.V.,

gevestigd te Heemstede,

eiseres,

advocaat mr. M. Smit,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. P. van Riessen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MATRIMONIO GROUP BUSINESS SERVICES B.V.,

gevestigd te Heemstede,

gedaagde,

niet verschenen,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HERO MANAGEMENT SERVICES B.V.,

gevestigd te Gouda,

gedaagde,

advocaat mr. P. van Riessen.

Eiseres zal hierna Acta Legal worden genoemd. Gedaagden sub 2 en sub 4 zullen gezamenlijk [gedaagde 2] c.s. en ieder apart [gedaagde 1], [gedaagde 2], Matrimonio Group en Hero Management genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 maart 2012

- het proces-verbaal van comparitie van 19 juni 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Acta Legal is aanbieder van (juridische) dienstverlening. De Van Oosten Groep B.V. (hierna: Van Oosten) is enig aandeelhouder van Acta Legal. Matrimonio Holding B.V. (hierna: Matrimonio Holding) is enig aandeelhouder van Van Oosten. [Gedaagde 1] is statutair bestuurder van Matrimonio Holding. Matrimonio Holding is enig aandeelhouder en statutair bestuurder van Matrimonio Group.

2.2. [Gedaagde 2] is enig aandeelhouder en statutair bestuurder van Hero Management.

2.3. [Gedaagde 2] en [gedaagde 1] hebben vanaf medio 2009 gezamenlijk een onderneming gedreven onder de naam ‘Medical Accel Group’. Deze onderneming was erop gericht het proces van het naar de markt brengen van nieuwe medische middelen te verkorten, zodat het voor investeerders aantrekkelijker zou zijn om (via fondsen van Medical Accel Group) te investeren in dergelijke middelen.

2.4. In het dossier bevindt zich een drietal ‘raamovereenkomsten’ welke namens Acta Legal zijn ondertekend door mevrouw [A] en namens Medical Accel Group Services B.V. i.o. door [gedaagde 1]. De overeenkomsten zien op het in opdracht verrichten van werkzaamheden door [B], [C] en [D] en betreffen onder andere uurtarief, belastingverplichtingen en wijze van facturering.

2.5. [B], [C] en [D] hebben in de periode van december 2009 tot en met januari 2011 werkzaamheden verricht ten behoeve van Medical Accel Group. Deze werkzaamheden betroffen onder andere het opstellen en beoordelen van juridische documentatie, het beoordelen van subsidiemogelijkheden en het opstellen van teksten.

2.6. Op of omstreeks 24 september 2010 hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] afspraken gemaakt welke zijn vastgelegd in een document getiteld ‘Afspraken [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (en hun respectievelijke vennootschappen) vanwege verwachte ontvangsten uit de opstart van Medical Accel Group en de verkoop van Valletta Health BV ongeacht of het een share deal of asset deal betreft’. Vastgelegd is onder andere het volgende:

1. Sinds 1 december 2009 worden door [voornaam gedaagde 1] en [voornaam gedaagde 2] uren geschreven vanwege de inzet voor MAG. Deze uren worden gefactureerd aan MAG en betaalbaar gesteld zodra MAG over middelen beschikt. Het betreft full time werkzaamheden op maandbasis tegen een uurtarief van € 250,- excl. Btw. Afgesproken is een vast bedrag van € 300.000,- ex BTW per persoon te factureren op jaarbasis. Facturen zullen maandelijks worden verzonden.

2. Sinds 1 december 2009 wordt eveneens inzet verzorgd door afwisselend en soms structureel, medewerkers van de Van Oosten Groep ([B], [C], [D]). Deze uren worden als hierboven ook gefactureerd en betaalbaar gesteld zodra MAG over middelen beschikt. [voornaam C] kent een uurtarief van € 135,- per gewerkt uur excl. Btw, [voornaam D] en [voornaam B] € 100,-.

(…)

2.7. In januari 2011 heeft [gedaagde 2] de samenwerking tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beëindigd en heeft Medical Accel Group haar bedrijfsuitoefening gestaakt.

2.8. In het dossier bevindt zich een op 31 mei 2012 namens Van oosten Groep en Acta Legal getekende ‘overeenkomst van voorwaardelijke cessie’ welke als volgt luidt:

De ondergetekenden:

1. De besloten vennootschap Van Oosten Groep B.V., hierna te noemen “Van Oosten Groep” gevestigd te Heemstede en ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [gedaagde 1];

en

2. De besloten vennootschap Acta Legal B.V., hierna te noemen “Acta Legal”, gevestigd te Heemstede en ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw [A];

komen het volgende overeen:

1. Voorwaardelijke koopovereenkomst

1.1. Acta Legal heeft een vordering uit hoofde van verrichte werkzaamheden, zoals die

blijkt uit de inleidende dagvaarding in de procedure bij de rechtbank Haarlem met rolnummer 11-1009.

1.2. Onder de voorwaarde dat in de onder 1.1. genoemde procedure wordt geoordeeld dat deze vordering niet toebehoort aan Acta Legal maar aan Van Oosten Groep, koopt Acta Legal deze vordering van Van Oosten Groep, althans het gedeelte van deze vordering dat aan Van Oosten Groep blijkt toe te behoren, voor een bedrag gelijk aan de nominale waarde van de vordering.

2. Overdracht

2.1. Van Oosten Groep draagt de vordering onder de onder 1.2. beschreven voorwaarde over aan Acta Legal, welke overdracht Acta Legal bij deze aanvaard.

3. Mededeling

3.1. Acta Legal is na het intreden van de voorwaarde als genoemd onder 1.2., te allen tijde gerechtigd mededeling te doen van de overdracht, zoals bedoeld in artikel 3:94 BW.

3. Het geschil

3.1. Acta Legal vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – samengevat – :

primair:

I. [Gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen om aan Acta Legal te betalen een bedrag van € 400.768,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a BW vanaf drie dagen na de dag der dagvaarding, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;

II. [Gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen om binnen 7 dagen aan Acta Legal te betalen de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW ;

subsidiair:

III. Matrimonio Group en Hero Management hoofdelijk te veroordelen om aan Acta Legal te betalen een bedrag van € 400.768,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a BW vanaf drie dagen na de dag der dagvaarding, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;

IV. Matrimonio Group en Hero Management hoofdelijk te veroordelen om binnen 7 dagen aan Acta Legal te betalen de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW.

3.2. [gedaagde 2] c.s. voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Acta Legal legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [Gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben namens Medical Accel Group een groot aantal opdrachten verstrekt aan Acta Legal, welke opdrachten betrekking hadden op de uitvoering van werkzaamheden door [C], [B] en [D]. De vordering van Acta Legal betreft betaling van onbetaald gebleven facturen, welke zien op de in rekening gebrachte werkzaamheden van [C], [B] en [D]. Volgens Acta Legal zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (dan wel Matrimonio Group en Hero Management) hoofdelijk gehouden die facturen te voldoen, nu de door hen gezamenlijk gevoerde onderneming gekwalificeerd moet worden als een vennootschap onder firma, dan wel omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (dan wel Matrimonio Group en Hero Management) op grond van artikel 2:203, tweede lid BW hoofdelijk verbonden zijn voor de nakoming van de verplichtingen ten opzichte van Acta Legal.

4.2. [Gedaagde 2] c.s. verweert zich door erop te wijzen dat door [gedaagde 2] c.s. geen opdrachten zijn verstrekt aan Acta Legal en dat door Acta Legal ook geen opdrachten zijn uitgevoerd. [Gedaagde 2] c.s. was zich ook niet bewust van het bestaan van Acta Legal. De raamovereenkomsten (2.4) kende [gedaagde 2] c.s. niet. [C], [B] en [D] waren werkzaam voor de Van Oosten Groep. Voorts wijst [gedaagde 2] c.s. op de overeenkomst van 24 september 2010 (2.6) waarbij overeengekomen is dat de Van oosten Groep zou worden betaald zodra Medical Accel Groep over middelen zou beschikken. Nu [gedaagde 1] op het moment van sluiten van die overeenkomst (middellijk) bestuurder was van de Van Oosten Groep, mocht [gedaagde 2] c.s. erop ver[gedaagde 1] dat hij ook namens de Van Oosten Groep handelde.

4.3. Door [gedaagde 2] c.s. is niet weersproken dat opdrachten zijn verstrekt tot het verrichten van werkzaamheden aan [C], [B] en [D]. Naar het oordeel van de rechtbank zijn daarmee echter geen overeenkomsten van opdracht ontstaan met Acta Legal. Dit op grond van het volgende. [Gedaagde 2] c.s. heeft gesteld dat hij ervan uitging dat [C], [B] en [D] werkzaam waren voor de Van Oosten Groep en dat hij zich van het bestaan van Acta Legal niet bewust was. Door Acta Legal is dit betwist, door te wijzen op de raamovereenkomsten en op het Businessplan 2010-2015, dat als productie 10 is overgelegd, documenten waarin Acta Legal wordt genoemd. Echter, niet betwist is de stelling van [gedaagde 2] c.s. dat hij eerst tijdens de onderhavige procedure bekend is geworden met de raamovereenkomsten, zodat daarvan uit moet worden gegaan. Voorts geldt dat in het genoemde Businessplan 2010-2015 weliswaar staat vermeld dat [B] wordt ingehuurd via Acta Legal, maar dat dit businessplan ‘Med Discovery Group B.V.’ betreft en niet Medical Acces Group. Bovendien staat in dit businessplan ook vermeld dat [C] wordt ingehuurd bij de Van Oosten Groep, zodat de informatie niet eenduidig is. Ook in de overeenkomst van 24 september 2010 staat opgenomen dat ‘inzet wordt verzorgd door medewerkers van de Van Oosten Groep’. Gelet op een en ander acht de rechtbank de stelling van [gedaagde 2] c.s. dat hij meende met de Van Oosten Groep van doen te hebben, onvoldoende onderbouwd betwist, zodat daarvan uit moet worden gegaan. Dit betekent dat sprake is van overeenkomsten van opdracht, gesloten met de Van Oosten Groep en dat voor de in deze procedure ingestelde vordering van Acta Legal geen grondslag bestaat.

4.4. De overeenkomst van voorwaardelijke cessie (2.8) kan Acta Legal niet baten, nu de daarin overeengekomen cessie niet is voltooid. Immers, niet gesteld of gebleken is dat mededeling is gedaan van de overdracht, zoals bedoeld in artikel 3:94, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat die mededeling (nog) niet is gedaan, volgt ook uit de overeenkomst, waarin is opgenomen, zakelijk weergegeven, dat indien in de onderhavige procedure wordt geoordeeld dat deze vordering niet toebehoort aan Acta Legal maar aan Van Oosten Groep, Acta Legal te allen tijde gerechtigd is mededeling te doen van de overdracht, zoals bedoeld in artikel 3:94 BW. Dit brengt mee dat thans geen sprake is van een voltooide cessie, zodat Acta Legal ook langs die weg geen grondslag voor haar vordering heeft verkregen.

4.5. Indien de vordering wel aan Acta Legal zou toebehoren, zou het volgende gelden. In de overeenkomst van 24 september 2010 is opgenomen dat de door [C], [B] en [D] gewerkte uren gefactureerd en betaalbaar gesteld worden zodra Medical Accel Group over middelen beschikt. Nu partijen van mening verschillen over de betekenis van die bepaling, dient aan de hand van de criteria van het Haviltex-arrest (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635) te worden vastgesteld hoe die bepaling moet worden uitgelegd. Voor de beantwoording van die vraag komt het mede aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dient tevens de totstandkomingsgeschiedenis van de overeenkomst te worden betrokken.

4.6. De overeenkomst van 24 september 2010 is, blijkens de aanhef daarvan, gesloten door [gedaagde 2] en [gedaagde 1] en hun respectievelijke vennootschappen. Tijdens de comparitie van partijen heeft [gedaagde 1] medegedeeld dat hij de overeenkomst mede heeft gemaakt als privépersoon. Nu [gedaagde 1] (middellijk) bestuurder is van de Van Oosten Groep, mocht [gedaagde 2] c.s. er gerechtvaardigd op vertrouwen dat [gedaagde 1] de in de overeenkomst van 24 september 2010 neergelegde afspraken met instemming van de Van Oosten Groep maakte, omdat zonder die instemming die afspraken immers geen enkele waarde zouden hebben. Dit betekent dat [gedaagde 2] c.s. ervan uit mocht gaan dat de Van Oosten Groep instemde met de afspraak dat de door [C], [B] en [D] gewerkte uren gefactureerd en betaalbaar gesteld worden zodra Medical Accel Group over middelen beschikt. Met betrekking tot de vraag of deze afspraak betekent dat indien Medical Accel Group niet over middelen zou gaan beschikken, de gewerkte uren ook niet betaald zouden hoeven worden, overweegt de rechtbank het volgende. Uit hetgeen partijen tijdens de comparitie hebben medegedeeld blijkt dat [C], [B] en [D] gedurende een langere periode hebben gewerkt zonder urenstaten ter beschikking te stellen, zonder dat er facturen werden opgemaakt (dit gebeurde eerst na het beëindigen van de samenwerking tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]) en zonder dat de betaling van de werkzaamheden (op een andere manier) aan de orde was. [Gedaagde 2] heeft voorts medegedeeld dat ook hij kosten heeft gemaakt die voor zijn eigen rekening blijven, nu Medical Accel Groep niet over middelen (heeft) beschikt. Voorts geldt dat in artikel 2 van de overeenkomst van 24 september 2010 wordt verwezen naar artikel 1 van die overeenkomst waarin is neergelegd dat: “door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] uren [worden] geschreven vanwege de inzet voor MAG. Deze uren worden gefactureerd aan MAG en betaalbaar gesteld zodra MAG over middelen beschikt. Het betreft full time werkzaamheden op maandbasis tegen een uurtarief van € 250,- excl. Btw. Afgesproken is een vast bedrag van € 300.000,- ex BTW per persoon te factureren op jaarbasis.” Niet gesteld of gebleken is dat deze uren betaalbaar zijn gesteld. Gelet op dit een en ander mocht [gedaagde 2] c.s. er redelijkerwijs vanuit gaan dat in het geval Medical Accel Group niet over middelen zou gaan beschikken, van betaling van de door [C], [B] en [D] gewerkte uren geen sprake zou zijn.

4.7. Acta Legal heeft zich in dit verband nog beroepen op artikel 6:23 BW en gesteld dat [gedaagde 2] c.s. heeft belet dat Medical Accel Group over middelen zou gaan beschikken, door de samenwerking met [gedaagde 1] (abrupt) te beëindigen. Echter, Acta Legal heeft niet aannemelijk gemaakt dat het de opzegging van Medical Accel Group is geweest, die ertoe heeft geleid dat er geen geld in het bedrijf is gekomen. Uit het in deze procedure overgelegde vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 december 2011 blijkt immers dat op het moment van beëindiging geen sprake was van enig vermogen in het bedrijf. De stelling van Acta Legal dat Medical Accel Group op het punt stond investeerders aan te trekken en inkomsten te genereren, verwerpt de rechtbank bij gebrek aan onderbouwing. Aan bewijslevering van die stelling wordt dan ook niet toegekomen. Het beroep op artikel 6:23 BW slaagt dan ook niet.

4.8. Gelet op hetgeen onder 4.3 en 4.4 is overwogen, zal de vordering worden afgewezen; ook ten aanzien van de niet verschenen gedaagden. Acta Legal zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde 2] c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 3.529,00

- salaris advocaat 5.160,00 (2,0 punten × tarief € 2.580,00)

Totaal € 8.689,00

4.9. De kosten aan de zijde van de niet verschenen gedaagden [gedaagde 1] en Matrimonio Group worden begroot op nihil.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Acta Legal in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 2] c.s. tot op heden begroot op € 8.689,00, en aan de zijde van [gedaagde 1] en Matrimonio Group tot op heden begroot op nihil,

5.3. veroordeelt Acta Legal in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van [gedaagde 2] c.s., begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs, mr. I.A.M. Tel en mr. J.C. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2012.?