Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY5991

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-04-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
181711 / HA ZA 11-653
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv

De verklaring van Rabobank Velsen van 23 november 2004 is deugdelijk. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt immers niet in te zien hoe deze verklaring anders kan worden begrepen dan dat Rabobank Velsen per saldo niets aan Breetech verschuldigd is. Anders dan eiser heeft betoogd is daarbij niet van belang of Rabobank Velsen ten tijde van de verklaring feitelijk al tot verrekening is overgegaan, omdat zij daartoe op elk door haar gewenste moment (alsnog) kan overgaan. Het beslag laat de verweermiddelen van Rabobank Velsen immers onverlet (vgl. HR 30 november 2001, NJ 2002, 419).

Subsidiair heeft eiser zich op het standpunt gesteld dat Rabobank Velsen onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door de debet- en creditsaldi op de verschillende bankrekeningen van Breetech te verrekenen. Rabobank Velsen heeft hiertegen terecht aangevoerd dat het instellen van een vordering op deze grondslag in de onderhavige verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv niet mogelijk is. Rabobank Velsen is immers in de verklaringsprocedure betrokken in haar hoedanigheid van derde-beslagene. Artikel 477a Rv bepaalt expliciet welke vorderingen de executant in die procedure jegens de derde-beslagene ten dienste staan. Daarmee verhoudt zich niet dat de executant in die specifieke procedure ook anderszins jegens de derde-beslagene zou kunnen ageren, zoals in dit geval uit onrechtmatige daad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 181711 / HA ZA 11-653

Vonnis van 18 april 2012

in de zaak van

[eiser] als rechtsopvolger van de buitenlandse rechtspersoon MARAUT UK LTD.,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.P.M. Fruytier,

tegen

de coöperatie

COOPERATIEVE RABOBANK VELSEN EN OMSTREKEN U.A.,

gevestigd te IJmuiden, gemeente Velsen,

gedaagde,

advocaat mr. R.A.M. Schram.

Partijen zullen hierna [eiser] en Rabobank Velsen worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 17 augustus 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 19 oktober 2011

- de akte indiening productie van [eiser]

- de akte na comparitie van Rabobank Velsen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 28 oktober 2004 heeft de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk Maraut UK Ltd. (verder: Maraut) onder Rabobank Velsen (destijds genaamd Coöperatieve Rabobank IJmuiden U.A) conservatoir derdenbeslag doen leggen ter verzekering van een vordering van [eiser] op Breetech B.V. (verder: Breetech), met rente en kosten begroot op 1.850.000,--.

2.2. In een brief van 3 november 2004 aan de advocaat van Maraut (productie G.10a) heeft Rabobank Velsen (destijds genaamd: Coöperatieve Rabobank IJmuiden U.A) medegedeeld dat het derdenbeslag geen doel had getroffen.

2.3. Op 23 november 2004 heeft Rabobank Velsen (destijds genaamd: Coöperatieve Rabobank IJmuiden U.A) de verklaring derdenbeslag aan de advocaat van Maraut gestuurd (productie: G.10b). In deze verklaring staat vermeld dat de bank op de beslagdatum per saldo een vordering heeft op de schuldenaar.

2.4. In een brief van 2 december 2004 aan de advocaat van Maraut/[eiser] (productie G.11) heeft Rabobank Velsen (destijds genaamd: Coöperatieve Rabobank IJmuiden U.A) een overzicht verstrekt van acht bij haar aangehouden rekeningen op naam van Breetech. De rekeningen vertoonde wisselend een credit- of debetsaldo. Het saldo van de gezamenlijke rekeningen bedroeg blijkens de opgave € 2.974.099,96 debet. Voorts is door de bank aangegeven dat verrekening van de saldi nog niet heeft plaatsgevonden en is het recht van verrekening uitdrukkelijk voorbehouden.

2.5. Maraut UK Ltd heeft haar rechten voortvloeiende uit haar overeenkomst met Breetech B.V., en de daaraan verbonden zekerheidsrechten en nevenrechten overgedragen aan [eiser].

2.6. Bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 25 augustus 2010 is de onder 2.1 bedoelde vordering tot een bedrag van € 356.289,40, vermeerderd met rente en kosten aan [eiser], als opvolgende partij van Maraut, toegewezen. Het conservatoir derdenbeslag is vervolgens overgegaan in een executoriaal derdenbeslag.

2.7. Naar aanleiding van de betekening van het vonnis op 24 september 2010 heeft Rabobank Velsen bij brief van 27 september 2010 aan de deurwaarder bevestigd dat het derdenbeslag in 2004 geen doel had getroffen (productie G.10c).

2.8. In de toepasselijke Algemene bankvoorwaarden is bepaald dat Rabobank Velsen bevoegd is hetgeen zij al dan niet opeisbaar of onder voorwaarden van de cliënt (Breetech) te vorderen heeft te verrekenen met al dan niet opeisbare tegenvorderingen van de cliënt op de bank. Voorts is bepaald dat van deze bevoegdheid geen gebruik zal worden gemaakt als de vordering van de bank op de cliënt of de tegenvordering van de cliënt op de bank nog niet opeisbaar is, tenzij op de tegenvordering beslag wordt gelegd.

3. De vordering

3.1. [eiser] vordert na wijziging van eis dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Rabobank Velsen zal veroordelen:

Primair

3.1.1. een schriftelijke en door haar ondertekende gerechtelijke verklaring af te leggen, met inachtneming van hetgeen [eiser] in de dagvaarding heeft gesteld, van hetgeen Rabobank Velsen van Breetech onder zich heeft en/of aan Breetech verschuldigd is en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding van Breetech zal verkrijgen en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding aan Breetech verschuldigd zal worden;

3.1.2. nadat die verklaring zal zijn afgelegd en door de rechtbank zal zijn bepaald hetgeen Rabobank Velsen van Breetech onder zich heeft en/of aan Breetech verschuldigd is en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding van Breetech zal verkrijgen en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding aan Breetech verschuldigd zal worden tot het ter tenuitvoerlegging af- en overdragen van zodanige gelden en/of goederen, voor zover deze het totale bedrag dat [eiser] ingevolge voormeld vonnis van Breetech te vorderen heeft niet overtreffen, in het geval dat de rechter de door Rabobank Velsen buitengerechtelijk (de rechtbank vult aan: afgelegde) verklaring ondanks de betwisting door [eiser] juist mocht achten onder aftrek van of tegen voldoening door [eiser] van de aan de zijde van Rabobank Velsen gemaakte kosten tot het doen der gerechtelijke verklaring en in het geval dat de rechter de buitengerechtelijke verklaring onjuist mocht achten met veroordeling van Rabobank Velsen in de kosten gevallen op de verbetering van haar verklaring;

Subsidiair

3.1.3. te verklaren voor recht dat Rabobank Velsen door overeenkomstig de door haar afgelegde verklaringen verrekeningen te zullen (respectievelijk: te hebben) toegepast op de debet en credit standen van de vorderingen van en aan Breetech onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld en dien ten gevolge aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade;

3.1.4. tot betaling van de kosten van dit geding.

3.2. Tegen de achtergrond van genoemde feiten heeft [eiser] het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd. Rabobank Velsen heeft niet verklaard dat er al is verrekend, waardoor de verklaring onduidelijk en dubbelzinnig is. Voorts is het rechtens onjuist dat Rabobank Velsen zich in de gegeven situatie zou beroepen op verrekening. Na beslaglegging is het verrekenen niet toelaatbaar, omdat Rabobank Velsen zich daarmee een sterkere positie toe-eigent dan haar als concurrente (mede)crediteur toekomt.

4. Het verweer

4.1. Rabobank Velsen heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

5.1. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat Maraut de rechten uit het derdenbeslag aan [eiser] heeft overgedragen en dat [eiser] in zo verre rechtsopvolger is van Maraut. Ook de rechtbank heeft, gelet op de door [eiser] in het geding gebrachte producties, geen aanleiding om anders te oordelen.

5.2. Evenmin is in geschil dat deze procedure een verklaringsprocedure betreft in de zin van artikel 477a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Een verklaringsprocedure is bedoeld om een derde-beslagene die in gebreke blijft (deugdelijk) te verklaren omtrent een derdenbeslag te dwingen hetzij tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd, hetzij tot het alsnog afleggen van een deugdelijke verklaring.

5.3. Anders dan [eiser] heeft gesteld is de verklaring van Rabobank Velsen van 23 november 2004 dat de bank op de beslagdatum per saldo een vordering heeft op de schuldenaar, naar welke verklaring bij brief van 27 september 2010 is verwezen, niet onduidelijk en dubbelzinnig, maar deugdelijk. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt immers niet in te zien hoe deze verklaring anders kan worden begrepen dan dat Rabobank Velsen per saldo niets aan Breetech verschuldigd is. Anders dan [eiser] heeft betoogd is daarbij niet van belang of Rabobank Velsen ten tijde van de verklaring feitelijk al tot verrekening is overgegaan, omdat zij daartoe op elk door haar gewenste moment (alsnog) kan overgaan.

5.4. Ingevolge de Algemene Bankvoorwaarden is Rabobank Velsen immers bevoegd hetgeen zij al dan niet opeisbaar of onder voorwaarden van Breetech te vorderen heeft te verrekenen met al dan niet opeisbare tegenvorderingen van Breetech op de bank. Nu het beslag de verweermiddelen van Rabobank Velsen jegens [eiser] onverlet laat (vgl. HR 30 november 2001, NJ 2002, 419), is Rabobank Velsen ook bevoegd zich jegens [eiser] op verrekening te beroepen. De stelling van [eiser] dat het rechtens onjuist zou zijn dat Rabobank Velsen zich in de gegeven situatie op verrekening zou beroepen, omdat zij zich daarmee een sterkere positie toe-eigent dan haar als concurrente (mede)crediteur toekomt, vindt daarom geen steun in het recht.

5.5. Het voorgaande betekent dat de primaire vorderingen zullen worden afgewezen.

5.6. Subsidiair heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld dat Rabobank Velsen onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door de debet- en creditsaldi op de verschillende bankrekeningen van Breetech te verrekenen. Rabobank Velsen heeft hiertegen terecht aangevoerd dat het instellen van een vordering op deze grondslag in de onderhavige verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv niet mogelijk is. Rabobank Velsen is immers in de verklaringsprocedure betrokken in haar hoedanigheid van derde-beslagene. Artikel 477a Rv bepaalt expliciet welke vorderingen de executant in die procedure jegens de derde-beslagene ten dienste staan. Daarmee verhoudt zich niet dat de executant in die specifieke procedure ook anderszins jegens de derde-beslagene zou kunnen ageren, zoals in dit geval uit onrechtmatige daad. [eiser] zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in zijn subsidiaire vordering.

5.7. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat uit de overwegingen over de primaire vorderingen al volgt dat Rabobank Velsen niet onrechtmatig heeft gehandeld.

5.8. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van Rabobank Velsen tot op heden begroot op:

Verschotten € 568,00

Salaris advocaat € 904,00

Totaal € 1.472,00

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. wijst de primaire vorderingen af;

6.2. verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn subsidiaire vordering;

6.3. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Rabobank Velsen tot op heden begroot op € 1.472,00;

6.4. veroordeelt [eiser] in de nakosten, aan de zijde van Rabobank Velsen bepaald op € 131,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,-- voor nasalaris advocaat;

6.5. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2012.?