Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY4574

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-10-2012
Datum publicatie
29-11-2012
Zaaknummer
196810
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. De feiten en omstandigheden die verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren heeft gebracht, geven - mede gelet op de bewoordingen die hij daarbij gebruikt - slechts zijn subjectieve oordeel weer. Verzoeker heeft verder geen - als objectief aan te merken - feiten en omstandigheden genoemd die ook overigens voldoende onderbouwing zouden kunnen opleveren voor wraking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer: 196810 / HA RK 12-122

Beslissing van 31 oktober 2012

Op verzoek van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker.

1. Procesverloop

1.1. Bij schriftelijk verzoek van 18 september 2012 heeft verzoeker de wraking verzocht van mr. G. Guinau, hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, aanhangige zaken met zaaknummer AWB 12-1669, respectievelijk AWB 12-2129, hierna te noemen: de hoofdzaken. Verzoeker heeft dit verzoek nadien nog schriftelijk toegelicht.

1.2. De rechter heeft laten weten niet te berusten in het wrakingsverzoek en ook geen commentaar te hebben op het wrakingsverzoek.

1.3. De wederpartijen in de hoofdzaken hebben niet schriftelijk gereageerd.

1.4. Verzoeker, de wederpartijen en de rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 18 oktober 2012. Van die gelegenheid heeft namens de wederpartij in de zaak met zaaknummer AWB 12-1669, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad in de persoon van [A], gebruik gemaakt. Verzoeker, de rechter en de wederpartij in de zaak AWB 12- 2129, waren niet bij de behandeling aanwezig.

2. Het standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek onder meer gesteld, kort en zakelijk weergegeven, dat de rechter (en zijn collega mr Miedema) zich in allerlei bochten wringt (wringen) om maar te voorkomen dat het recht zijn loop heeft. De beide wederpartijen van verzoeker zouden helemaal niet hebben deelgenomen aan de gerechtelijke procedure, zodat verzoeker feitelijk niet is weersproken. De rechter zou echter met allerlei non-argumenten en drogredenatie de boel hebben trachten te belazeren omdat verzoeker zijn gelijk niet kan worden gegund. De rechter zou de taak van verweerders hebben waargenomen en is daarmee partijdig, ongeloofwaardig en onbetrouwbaar en zou zelfs strafbaar zijn aan oplichting met misbruik van het rechterlijk ambt.

3. De beoordeling

3.1. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.2. De feiten en omstandigheden die verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren heeft gebracht, geven naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de bewoordingen die hij daarbij gebruikt, slechts zijn subjectieve oordeel weer. Dit is, gezien het hiervoor overwogene, niet doorslaggevend. Nu verzoeker verder geen – als objectief aan te merken - feiten en omstandigheden heeft genoemd die ook overigens voldoende onderbouwing zouden kunnen opleveren voor de hiervoor onder 3.1 vermelde criteria voor wraking, is er geen zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker vooringenomen zou zijn en is er evenmin sprake van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Er is mitsdien geen grond voor het oordeel dat het fungeren van de rechter in de hoofdzaken tot schade aan de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen lijden.

3.3. De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking.

3.4. De rechtbank zal het verzoek afwijzen.

3.5. De rechtbank ziet voorts aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:18, vierde lid, Awb, omdat gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking.

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1. wijst het verzoek om wraking af;

4.2. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaken niet in behandeling wordt genomen;

4.3. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartijen een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.4. beveelt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.E. Patijn, voorzitter, en mrs. A.C. Terwiel en A.J. Wolfs, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2012 in tegenwoordigheid van A.G.J. Deckers, als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.