Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2063

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
02-11-2012
Zaaknummer
15-740524-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promisvonnis; meervoudige strafkamer; medeplegen van groot aantal woninginbraken en heling. Geen sprake van witwassen.

De rechtbank hecht geen waarde aan de verklaringen van verdachte dat zij niets met diefstal en/of heling te maken heeft en acht het volstrekt onaannemelijk dat verdachte niet van de inbraken afwist. Ook volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van heling.

De rechtbank is tevens - ingaand op het verweer van de raadsman - van oordeel dat, als er al twijfel zou kunnen bestaan over het gebruik van een telefoonnummer door verdachte op een specifiek moment, deze twijfel voldoende wordt wegenomen door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en wijst in drie zaken de vorderingen van benadeelde partijen toe onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740524-11

Uitspraakdatum: 7 september 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

24 augustus 2012 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum, -plaats en -land],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting voor Vrouwen, Huis van Bewaring Nieuwersluis..

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1

zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 januari 2011 tot en met 27 maart 2011 te Haarlem en/of te Sint Pancras en/of te Heemskerk en/of te Heemstede en/of te Heerhugowaard en/of te Santpoort-Noord en/of te Emmen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) heeft weggenomen, diverse goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)

-(zaak 1)

op het adres [straatnaam 1] te Sint Pancras weggenomen een of meerdere laptop(s) en/of een of meerdere televisie(s) en/of een mobiele telefoon (Nokia, type Zyq), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1];

-(zaak 1A)

op het adres [straatnaam 2] te Sint Pancras weggenomen diverse sieraden en/of een laptop en/of een fotocamera en/of een of meerdere sleutel(s) en/of een computermuis en/of een videocamera en/of een MP3-speler en/of en mobiele telefoon en/of een heuptas en/of een of meerdere horloge(s) en/of een bril en/of een printer en/of een CD-brander, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2];

-(zaak 2)

op het adres [straatnaam 3] te Heemskerk weggenomen een of meerdere mobiele telefoon(s) (waaronder een Samsung D500) en/of een televisie en/of een filmcamera en/of een Blu-Ray speler en/of een of meerdere laptop(s) en/of een homecinemaset en/of een versterker en/of een accuboormachine en/of een of meerdere za(a)g(en) en/of een fotocamera en/of een horloge en/of een of meerdere ring(en) (waaronder een ring met de inscriptie 'This ring is round and has no end and so is my love for you') en/of een of meerdere spelcomputer(s) en/of een of meerdere spelcomputerspel(len) en/of een reiskoffer en/of een afstandbediening en/of een scheerapparaat en/of geld (540 euro) en/of een usb-stick, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3a] en/of [slachtoffer 3b];

-(zaak 7)

op het adres [straatnaam 4] te Haarlem weggenomen een identiteitskaart en/of een of meerdere sleutel(s) en/of diverse sieraden en/of een of meerdere sieradendoosje(s) en/of een zilveren opbergdoosje (met daarin een rozenkrans) en/of een bril en/of een horloge en/of diverse munten en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4a] en/of [slachtoffer 4b];

-(zaak 8)

op het adres [straatnaam 5] te Heemstede weggenomen diverse sieraden en/of een laptop en/of een scanner en/of een horloge en/of een portemonnee en/of geld en/of een agenda en/of een digitale fotolijst en/of een fotocamera en/of een Tom Tom navigatiesysteem, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5];

- (zaak 23)

op het adres [straatnaam 6] te Heerhugowaard weggenomen een navigatiesysteem en/of een sporttas (met opschrift Tuijps Mallet Showband) en/of geld en/of een of meerdere computer(s) en/of een monitor en/of een fotocamera en/of een ring, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6];

-(zaak 27)

op het adres [straatnaam 7] te Emmen weggenomen een televisie en/of een laptop en/of een agenda en/of een netwerkkaart en/of een rekenmachine en/of een of meerdere USB-stick(s) en/of diverse kantoorartikelen en/of een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of een of meerdere fotocamera('s) en/of diverse computeraccessoires en/of een sieradendoosje en/of diverse sieraden en/of een horloge en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of (werkgever) [naam 1, naam 2 en naam 3];

-(zaak 28)

op het adres [straatnaam 8] te Santpoort-Noord weggenomen een laptop en/of een televisie en/of een mengpaneel en/of een koptelefoon en/of een videocamera en/of een computercontroler en/of een of meerdere geluidsboxen en/of een paar schoenen en/of een USB stick en/of een brandkluisje, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8];

en/of

zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 6 april 2011 te IJmuiden en/of Heemskerk en/of Haarlem en/of Driehuis en/of Assendelft en/of Heemstede en/of Heerhugowaard en/of Emmen en/of (elders in) Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een mobiele telefoon (merk Nokia, type Zyq) (zaak 1) en/of

- usb-stick en/of een mobiele telefoon (merk Samsung, type D500) en/of een

ring met inscriptie (zaak 2 ) en/of

- een Tom Tom navigatiesysteem met oplader (zaak 4) en/of

- een zilveren armband en/of een fles parfum (merk Christian Diore) en/of

meerdere oorbellen (zaak 5) en/of

- diverse sieraden en/of een of meerdere sieradendoosje(s) en/of een zilveren

opbergdoosje (met daarin een rozenkrans) (zaak 7) en/of

- diverse sieraden (waaronder een of meerdere Pandora armband(en) en/of een gouden

ring) en/of een Tom Tom navigatiesysteem en/of een digitale fotolijst (zaak 8) en/of

- meerdere (honden)riemen en/of halsbanden (zaak 10) en/of

- een sporttas (met opschrift Tuijps Mallet Showband) (zaak 23) en/of

- een of meerdere mobiele telefoon(s) (merk Sony Ericsson en/of Nokia) en/of

diverse sieraden (waaronder een hanger/hartje met inscriptie Mark en/of meerdere zilveren armbanden) (zaak 27) en/of

- een usb-stick (zaak 28),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goed(eren) wist(en) of had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

feit 2

zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 februari 2011 tot en met 28 maart 2011 te Sint Pancras en/of Driehuis, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen, een of meerdere goed(eren) van haar/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de

toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

-(zaak 1B)

op het adres [straatnaam 9] te Sint Pancras getracht een achterdeur open te breken waardoor schade is ontstaan aan de achterdeur en de deurpost;

-(zaak 1C)

op het adres [straatnaam 10] te Sint Pancras getracht een achterdeur en/of een bovenraam open te breken, waardoor schade is ontstaan aan die achterdeur en/of dat bovenraam;

- (zaak 28 maart 2011)

op het adres [straatnaam 11] te Driehuis getracht een woning en/of (bijbehorende) schuur te betreden;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van de onder 1 als inbraken ten laste gelegde zaken, het onder 1 alternatief/cumulatief als heling ten laste gelegde feit en het onder 2 ten laste gelegde feit;

- oplegging van een gevangenisstraf ter zake daarvan voor de duur van twee (2) jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (zaak 1A);

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4a] (zaak 7) tot het gevorderde bedrag van € 1.098,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (zaak 23) tot het gevorderde bedrag van € 300,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. Bewijs

4.1. Partiële vrijspraak

De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de als zaak 2 onder feit 1 ten laste gelegde inbraak heeft begaan. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Uit het dossier blijkt wel dat de telefoon van verdachte met het nummer [telefoonnummer verdachte] een zendmast in Heemskerk heeft aangestraald; echter twee minuten later wordt een zendmast in Uitgeest aangestraald. De zeer korte periode die de door verdachte gebruikte telefoon een zendmast in de buurt van deze inbraak heeft aangestraald, kan naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie rechtvaardigen dat verdachte bij deze inbraak was betrokken. Verdachte moet derhalve in zoverre worden vrijgesproken.

Alternatief/cumulatief is verdachte onder feit 1 ten laste gelegd het witwassen cq de heling van gestolen goederen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet komen vast te staan dat verdachte op 28 maart 2011 en 6 april 2011 handelingen heeft verricht die er op gericht waren de criminele opbrengsten van inbraken veilig te stellen. Voor een veroordeling ter zake van witwassen is om die reden geen plaats.

Wel acht de rechtbank bewezen dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van heling van gestolen goederen, echter uitsluitend voor zover niet bewezen wordt verklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van die goederen. Aangezien een steler niet tevens heler kan zijn, zal verdachte worden vrijgesproken van de heling van goederen waarvan bewezen is dat verdachte ze (met anderen) heeft gestolen.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Inleiding

In november 2010 is een onderzoek gestart naar woning- en bedrijfsinbraken in de regio Kennemerland, waarvan het vermoeden bestond dat ze gepleegd werden door een groep personen van Roemeense afkomst, het zogenaamde onderzoek Slot. De meeste inbraken vonden 's nachts plaats en in veel woningen en bedrijven is men binnengetreden door middel van het verbreken van een bovenlicht (klapraampje) aan de achterzijde van het pand.

Op 28 maart 2011 zijn vervolgens vier personen van Roemeense afkomst, te weten verdachte [naam] en [medeverdachte T, medeverdachte M en medeverdachte B], op heterdaad aangehouden bij een poging tot inbraak in een schuur.2 Bij de fouillering van deze verdachten zijn diverse goederen aangetroffen.3 Ook zijn in de auto waarin de verdachten zijn aangehouden goederen aangetroffen.4 Deze goederen bleken te zijn weggenomen tijdens de hierna afzonderlijk te bespreken inbraken.

Op 6 april 2011 zijn drie Roemeense verdachten, te weten verdachte [naam] en [medeverdachte B en medeverdachte D] aangehouden op verdenking van heling, aangezien in de auto waarin deze verdachten zaten (wederom) diverse goederen werden aangetroffen die afkomstig bleken te zijn van de diverse hierna afzonderlijk te bespreken inbraken.5

Bij de genoemde fouilleringen zijn onder verdachte [naam] naast gestolen goederen ook drie verschillende gsm-toestellen (met drie verschillende imei-nummers) en met twee verschillende telefoonnummers aangetroffen, te weten de nummers [telefoonnummer verdachte] (hierna: de 924) en [telefoonnummer 2] (hierna: de 607). Van één van de imei-nummers was geen telefoonnummer bekend.6

Ten aanzien van de afzonderlijke inbraken overweegt de rechtbank het volgende.

Inbraak(pogingen)

Zaken 1, 1A, 1B en 1C

Op 12 februari 2011 is in de woningen aan de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] te Sint Pancras ingebroken.7 In de woningen aan de [straatnaam 9] en [straatnaam 10] te Sint Pancras is rond die tijd gepoogd in te breken.8 Het betreft drie woningen in dezelfde straat. De woning aan de [straatnaam 2] is in de directe omgeving van die straat gelegen9.

Bij de [straatnaam 1] zijn onder meer twee laptops (notebooks), drie (flatscreen)televisies en een mobiele telefoon met imei-nummer [nummer ..40], weggenomen. Deze goederen behoren toe aan [slachtoffer 1].10 Op de [straatnaam 2] zijn onder meer sieraden, een laptop, een fotocamera, sleutels, een computermuis, een videocamera, een MP3 speler, een mobiele telefoon, een heuptas, horloges, een bril, een printer en een CD-brander weggenomen. Deze goederen behoren toe aan [slachtoffer 2].11 Bij de [straatnaam 9] en 9 zijn geen goederen weggenomen, maar is wel schade ontstaan aan de achterdeur en deurpost respectievelijk de achterdeur en het bovenraam.12

Onder [medeverdachte B] is op 28 maart 2011 een telefoon (Nokia, type Zyq, imei-nummer [nummer ..40]) in beslag genomen, die tijdens de inbraak bij de [straatnaam 1] is weggenomen.13 [medeverdachte B] heeft verklaard dat zij deze telefoon van [medeverdachte T] heeft gekregen.14

Uit het onderzoek telecommunicatie is gebleken dat [medeverdachte B] en [medeverdachte T] zich ten tijde van de inbraak meer dan vermoedelijk in de onmiddellijke nabijheid van de woning aan de [straatnaam 1] bevonden, omdat hun telefoonnummers op dat moment zendmasten in de directe omgeving aanstraalden.15

[medeverdachte B] heeft verklaard dat zij met medeverdachten [medeverdachte T] en [medeverdachte M] en verdachte [n[verdachte] in Sint Pancras is geweest. [medeverdachte B] en [verdachte] bleven in de auto zitten terwijl medeverdachten [medeverdachte T] en [medeverdachte M] woningen binnengingen. Als ze klaar waren met inbreken, belden ze [medeverdachte B] of verdachte [n[verdachte] op en gaven het adres van de inbraak door. Daar gingen [medeverdachte B] en [verdachte] hen dan ophalen, waarna de gestolen spullen in de auto werden geladen. In Sint Pancras hadden ze onder andere een plasmascherm meegenomen.16

Zaak 7

Op 25 maart 2011 wordt aan de [straatnaam 4] te Haarlem ingebroken. Tijdens de inbraak is een draairaam opengebroken en een raamslot vernield. Onder meer een identiteitskaart, sleutels, sieraden, een bril, een horloge, diverse munten en geld (400 US Dollars, 415,- euro, 25 pond, 150 Antilliaanse guldens en 50 roepies) zijn tijdens de inbraak weggenomen. Deze goederen behoren toe aan [slachtoffer 4a] en/of [slachtoffer 4b].17

Bij de aanhoudingen op 28 maart 2011 en 6 april 2011 zijn bij verdachte en haar medeverdachten diverse sieraden en sieradendoosjes afkomstig van deze inbraak aangetroffen, waaronder een zilveren opbergdoosje (met daarin een rozenkrans), een schakelketting en een zegelring, die door aangevers als hun eigendom zijn herkend.18

Uit het onderzoek telecommunicatie is gebleken dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte T] ten tijde van de inbraak of kort hierna zich meer dan vermoedelijk in de onmiddellijke nabijheid van de woning bevonden, omdat hun telefoonnummers zendmasten in de omgeving aanstraalden.19

Zaak 8

In de nacht van 22 maart 2011 op 23 maart 2011 wordt ingebroken aan de [straatnaam 5] te Heemstede. Het raampje naast de keukendeur is daarbij opengebroken. Tijdens de inbraak zijn sieraden, een laptop, een scanner, een horloge, een portemonnee met inhoud, geld (150 euro), een agenda, een digitale fotolijst, een fotocamera en een navigatiesysteem weggenomen. Deze goederen behoren toe aan [slachtoffer 5].20

Bij de aanhoudingen op 28 maart 2011 en 6 april 2011 zijn bij verdachte en haar medeverdachten diverse sieraden, waaronder een ring met briljanten ter waarde van 3.500 euro, een digitale fotolijst en een navigatiesysteem aangetroffen, welke afkomstig zijn van deze inbraak en door aangeefster als haar eigendom zijn herkend.21

Verdachte, [medeverdachte T], [medeverdachte M] en [medeverdachte B] bevonden zich ten tijde van de inbraak meer dan vermoedelijk in de onmiddellijke nabijheid van de woning, omdat hun telefoonnummers zendmasten in de omgeving aanstraalden.22

Zaak 23

Op 27 maart 2011 wordt in de woning aan de [straatnaam 6] te Heerhugowaard ingebroken. Via een klapraam op de eerste verdieping, aan de achterzijde van de woning, is toegang tot de woning verschaft. Bij deze inbraak is onder meer een navigatieysteem, een sporttas, een computer en monitor, een fotocamera, een ring en geld weggenomen. Deze goederen behoren toe aan [slachtoffer 6].23

Bij de aanhouding op 6 april 2011 werd in de door verdachte en haar medeverdachten gebruikte BMW een sporttas aangetroffen die bij deze inbraak is weggenomen.24 In de op 25 mei 2011 in beslag genomen Audi die werd gebruikt door [medeverdachte M2] is een TomTom aangetroffen die bij deze inbraak is weggenomen.25

De telefoons van verdachte en/of [medeverdachte B] en [medeverdachte T] bevonden zich ten tijde van de inbraak vermoedelijk in de omgeving van de woning, omdat hun telefoonnummers zendmasten in de desbetreffende omgeving aanstraalden 26

Zaak 27

Op 15 maart 2011 wordt in de woning aan de [straatnaam 7] te Emmen ingebroken. De inbreker heeft zich de toegang tot de woning verschaft via een raam. Tijdens deze inbraak zijn onder meer een televisie, een laptop, een agenda, een netwerkkaart, een rekenmachine, USB-sticks, kantoorartikelen, GSM telefoons, fotocamera's, computeraccessoires, een sieradendoosje, sieraden, horloge en geld weggenomen. Deze goederen behoren toe aan [slachtoffer 7] of haar werkgever, [naam 1, naam 2 en naam 3].27

Bij de aanhoudingen op 28 maart 2011 en 6 april 2011 zijn bij verdachte en haar medeverdachten diverse sieraden aangetroffen en een telefoon. Deze sieraden en de telefoon blijken toe te behoren aan aangeefster.28

De telefoons van verdachte, [medeverdachte T], [medeverdachte M] en [medeverdachte B] bevonden zich ten tijde van de inbraak in de omgeving van de woning.29 Dit sluit aan bij de verklaring van [medeverdachte B] dat zij en [verdachte] erbij waren toen de jongens met meerdere auto's die avond naar Emmen zijn gereden om in te breken.30 Verdachte heeft zelf ook verklaard dat zij samen met onder andere [medeverdachte B], [medeverdachte M] en [medeverdachte D] in Emmen is geweest.31

Zaak 28

Op 6 april 2011 is in de auto waarin verdachte met haar medeverdachten zat een USB-stick aangetroffen. Deze USB-stick blijkt afkomstig te zijn van een inbraak op 11 februari 2011 aan de [straatnaam 8] te Santpoort-Noord.32

De telefoons van verdachte en medeverdachten [medeverdachte T] en [medeverdachte B] bevonden zich ten tijde van de inbraak in de omgeving van de woning.33

Zaak 28 maart 2011

Op 28 maart 2011 is gepoogd in te breken in een bij de woning behorende schuur aan de [straatnaam 11] in Driehuis.34 Getuigen wijzen de politie twee mannen aan die zij zijn tegengekomen achter de woning en op het dak van de schuur. Dit blijken medeverdachten [medeverdachte M] en [medeverdachte T] te zijn, die ter plaatse worden aangetroffen in gezelschap van [verdachte] en [medeverdachte B].35

Heling

Zaak 2

Op 16 februari 2011 is aan de [straatnaam 3] te Heemskerk ingebroken. Daarbij zijn onder meer een mobiele telefoon van het merk Samsung, type D500 en zilveren verlovingsringen met inscriptie weggenomen.36 Tijdens de fouillering van [medeverdachte B] op 28 maart 2011 wordt één van deze zilveren ringen aangetroffen, die ook door aangeefster als haar eigendom wordt herkend.37 Op 6 april 2011 worden in de auto waarin [verdachte] zich op dat moment met haar medeverdachten bevindt, een mobiele telefoon (Samsung SGH-D500) en een usb-stick aangetroffen. Ook deze goederen zijn weggenomen tijdens deze inbraak en worden door aangevers herkend.38

Zaak 4

Op 1 juli 2010 is aan de [straatnaam 12] te Assendelft ingebroken. Daarbij zijn onder meer een portemonnee, sleutels, een kentekenbewijs, een rijbewijs, een identiteitskaart, een taxipas, een televisie, een gsm telefoon, een MP3-speler, een laptop, een horloge en een Tom Tom navigatiesysteem weggenomen.39 Op 28 maart 2011 wordt in de auto waarin [verdachte] zich op dat moment met haar medeverdachten [medeverdachte M] en [medeverdachte B] bevindt, een Tom Tom navigatiesysteem aangetroffen. Dit navigatiesysteem blijkt weggenomen te zijn bij een woninginbraak in de woning aan de [straatnaam 12] te Assendelft.40

Zaak 5

Bij [medeverdachte B] is op 28 maart 2011 een zilveren schakelarmband met beertjes aangetroffen. Deze armband blijk afkomstig te zijn van een inbraak in de nacht van 8 op 9 januari 2011 in een woning aan de [straatnaam 13] te Haarlem. Aangeefster heeft deze armband herkend als haar armband.41 Tijdens de aanhouding van verdachte en medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte D] op 6 april 2011 zijn onder meer een fles J'adore parfum en diverse oorbellen aangetroffen. Ook deze goederen zijn door aangeefster herkend als haar eigendom.42

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft verklaard dat zij de armband heeft gekregen van [medeverdachte T] en dat zij zich realiseerde dat de sieraden uit diefstal afkomstig waren.43

Zaak 10

Bij de aanhouding van verdachte en medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte D] op 6 april 2011 zijn in de auto waarin zij zich bevonden, hondenriemen en halsbanden aangetroffen. Deze goederen bleken afkomstig te zijn van een inbraak in de nacht van 22 op 23 maart 2011 bij Dierenshop [naam] aan het [straatnaam 14] te Haarlem.44 Medeverdachte [medeverdachte B] heeft verklaard dat zij wist dat de hondenriemen bij een inbraak waren weggenomen. Verdachte had tegen haar gezegd dat ze tegen de politie moest zeggen dat ze die hondenriemen van een vriend had gekregen en dat ze deze mee wilden nemen naar Roemenië.45

Wetenschap van verdachte

Verdachte maakte deel uit van een groep die op grote schaal woninginbraken pleegde. Verdachte heeft verklaard dat zij niets met diefstal en/of heling te maken heeft en niet wist dat medeverdachten zich bezighielden met woninginbraken. Ter terechtzitting heeft zij onder meer verklaard dat zij op veel verschillende plaatsen kwam in verband met haar werk in de escort en dat de anderen soms met haar meegingen ter bescherming. Zij heeft naar eigen zeggen wel eens cadeautjes van haar vriend gekregen, maar zij heeft zich niet afgevraagd waar deze cadeautjes vandaan kwamen of dat aan [medeverdachte T] gevraagd. Zij heeft verklaard met zowel [medeverdachte T] als [medeverdachte D] een relatie te hebben gehad. Volgens verdachte hebben medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte T] wellicht verklaard dat zij betrokken was bij de woninginbraken omdat [medeverdachte B] jaloers op haar, verdachte [n[verdachte], was.

De rechtbank hecht aan bovengenoemde verklaringen van verdachte geen waarde en overweegt daartoe als volgt.

Uit de verklaringen van [medeverdachte B] - aan welke verklaringen zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, door de rechtbank wel geloof wordt gehecht - komt naar voren dat [medeverdachte B] samen met verdachte [n[verdachte] en medeverdachten [medeverdachte T] en [medeverdachte M] naar de plaatsen reed waar [medeverdachte T] en [medeverdachte M] vervolgens in de woningen gingen inbreken. [medeverdachte B] of [verdachte] kregen dan een telefoontje van [medeverdachte T] of [medeverdachte M] als de klus was geklaard, om hen en de gestolen spullen op te komen halen. Verdachte was altijd de bestuurster van de auto en [medeverdachte B] was er ook meestal bij maar bleef ook wel eens thuis om te koken, aldus [medeverdachte B].Ook [medeverdachte T] heeft verklaard dat hij samen met verdachte [n[verdachte] en medeverdachten [medeverdachte B] en [medeverdachte M] in de auto op pad ging en dat verdachte en [medeverdachte B] de door hem en [medeverdachte M] uit de woning gestolen goederen met de auto gingen ophalen. Zoals hiervoor reeds is overwogen acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat zij op zo veel verschillen plaatsen kwam vanwege haar escortwerk, dat de medeverdachten mee gingen voor haar bescherming, en dat zij niets wist van de inbraken, niet geloofwaardig. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de telefoons van zowel verdachte als van medeverdachten [medeverdachte B], [medeverdachte T] en soms [medeverdachte M] op dezelfde tijd en plaatsen zendmasten in de buurt van de woninginbraken aanstralen. Het ligt naar het oordeel van de rechtbank ook niet in de rede dat als verdachte bezig was met haar escortwerk, zowel [medeverdachte B], als [medeverdachte T] en (soms) [medeverdachte M] daarbij aanwezig waren. De rechtbank acht het bovendien niet aannemelijk dat puur bij toeval telkens op hetzelfde moment dat verdachte bezig was met haar escortwerk in dezelfde omgeving woninginbraken plaatsvonden. Verdachte heeft voorts verklaard een relatie te hebben gehad met zowel medeverdachte [medeverdachte D] als [medeverdachte T], die beiden (kennelijk) nauw betrokken waren bij de reeks door de groep Roemenen gepleegde inbraken en dus vaak 's avonds en/of 's nachts op pad waren. Het is ook daarom volstrekt onaannemelijk dat verdachte niets van de inbraken afwist. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dan ook dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat alle voornoemde bij haar en haar mededaders aangetroffen goederen door misdrijf verkregen waren. Mitsdien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van heling.

4.3. Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte voor alle haar ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken, omdat geen van de feiten wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de twee aan zijn cliënt gelinkte telefoonnummers niet beide aan haar toebehoren. Cliënt had de beschikking over één telefoonnummer (eindigend op 924). Het andere telefoonnummer eindigend op 607 behoorde aan [medeverdachte B]. Dit zo zijnde, kan volgens de raadsman niet worden gezegd dat zijn cliënte ten tijde van de ten laste gelegde woninginbraken zich daar in de directe omgeving bevond. De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer het volgende.

Telefoonnummers van verdachte

Tijdens de fouilleringen op 28 maart 2011 en op 6 april 2011 zijn bij verdachte drie verschillende toestellen (met twee verschillende imei-nummers) en twee verschillende telefoonnummers aangetroffen. Van één imei-nummer is het telefoonnummer onbekend gebleven. De telefoonnummers betreffen voornoemde nummers [telefoonnummer verdachte] en [telefoonnummer 2]. Deze twee nummers, die dus in ieder geval op één van de dagen waarop verdachte is aangehouden bij haar in gebruik waren, kunnen, anders dan de raadsman stelt, alle twee aan verdachte worden toegeschreven. Voor zover de 607 mogelijk ook in gebruik was bij één van de andere verdachten, te weten [medeverdachte B], stelt de rechtbank vast dat zowel [medeverdachte B] als [medeverdachte T] over alle inbraken waarbij de aan verdachte toegeschreven nummers in de buurt van de inbraken aanstraalden, hebben verklaard dat verdachten altijd gezamenlijk op pad gingen. Bij vrijwel alle bewezen verklaarde inbraken is te zien dat er inderdaad vier verschillende nummers van de verdachten in de buurt van de inbraak zijn of dat de toestellen die aan [verdachte] en [medeverdachte B] werden toegeschreven onderling contact hadden, dan wel dat enkel de 924 (en dus niet de 607) in de buurt was, welk nummer enkel bij verdachte is aangetroffen. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat, als er al twijfel zou kunnen bestaan over het gebruik van een nummer door verdachte op een specifiek moment, deze twijfel voldoende wordt weggenomen door andere bewijsmiddelen.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

feit 1

zij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 januari 2011 tot en met 27 maart 2011 te Haarlem en te Sint Pancras en te Heemstede en te Heerhugowaard en te Santpoort-Noord en te Emmen, tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, diverse goederen en geld, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en haar mededaders, waarbij verdachte en/of haar mededaders zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en/of inklimming, immers hebben verdachte en/of haar mededaders

-(zaak 1)

op het adres [straatnaam 1] te Sint Pancras weggenomen laptops en televisies en een mobiele telefoon (Nokia, type Zyq), toebehorende aan [slachtoffer 1]:

-(zaak 1A)

op het adres [straatnaam 2] te Sint Pancras weggenomen diverse sieraden en een laptop en een fotocamera en sleutels en een computermuis en een videocamera en een MP3-speler en een mobiele telefoon en een heuptas en horloges en een bril en een printer en een CD-brander, toebehorende aan [slachtoffer 2];

-(zaak 7)

op het adres [straatnaam 4] te Haarlem weggenomen een identiteitskaart en sleutels en diverse sieraden en sieradendoosjes en een zilveren opbergdoosje (met daarin een rozenkrans) en een bril en een horloge en diverse munten en geld, toebehorende aan [slachtoffer 4a] en/of [slachtoffer 4b];

-(zaak 8)

op het adres [straatnaam 5] te Heemstede weggenomen diverse sieraden en een laptop en een scanner en een horloge en een portemonnee en geld en een agenda en een digitale fotolijst en een fotocamera en een Tom Tom navigatiesysteem, toebehorende aan [slachtoffer 5];

-(zaak 27)

op het adres [straatnaam 7] te Emmen weggenomen een televisie en een laptop en een agenda en een netwerkkaart en een rekenmachine en USB-sticks en diverse kantoorartikelen en mobiele telefoons en fotocamera's en diverse computeraccessoires en een sieradendoosje en diverse sieraden en een horloge en geld, toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of werkgever [naam 1, naam 2 en naam 3];

-(zaaks 28)

Op het adres [straatnaam 8] te Santpoort-Noord weggenomen een laptop en een televisie en een mengpaneel en een koptelefoon en een videocamera en een computercontroler en geluidsboxen en een paar schoenen en een USB-stick en een brandklusje, toebehorende aan [slachtoffer 8];

en

zij in de periode van 1 november 2010 tot en met 6 april 2011 te IJmuiden, Heemskerk, Haarlem, en Driehuis tezamen en in vereniging met anderen,

- een usb-stick en een mobiele telefoon (merk Samsung, type D500) en een ring met inscriptie (zaak 2) en

- een Tom Tom navigatiesysteem met oplader (zaak 4) en

- een zilveren armband en een fles parfum (merk Christian Dior) en oorbellen (zaak 5) en

- meerdere (honden)riemen en halsbanden (zaak 10),

voorhanden heeft gehad, terwijl zij en haar mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wisten dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

feit 2

zij op tijdstippen in de periode van 11 februari 2011 tot en met 28 maart 2011 te Sint Pancras en Driehuis, ter uitvoering van het door verdachte en haar mededaders voorgenomen misdrijf om telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen, een of meerdere goederen van hun gading, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en haar mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak en/of inklimming,

immers hebben verdachte en haar mededaders

-(zaak 1B)

op het adres [straatnaam 9] te Sint Pancras getracht een achterdeur open te breken waardoor schade is ontstaan aan de achterdeur en de deurpost;

-(zaak 1C)

op het adres [straatnaam 10] te Sint Pancras getracht een achterdeur en een bovenraam open te breken, waardoor schade is ontstaan aan die achterdeur en dat bovenraam;

- (zaak 28 maart 2011)

op het adres [straatnaam 11] te Driehuis getracht een bij een woning behorende schuur te betreden;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewezen verklaarde tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd;

feit 2

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of inklimming, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met haar medeverdachten schuldig gemaakt aan een groot aantal inbraken, gepleegd in een periode van enkele maanden en verspreid over diverse plaatsen in Nederland. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van goederen die door anderen bij inbraken zijn weggenomen. Bij de inbraken is een aanzienlijke hoeveelheid goederen weggenomen, waaronder kostbare goederen en goederen waaraan de benadeelden emotioneel sterk zijn gehecht. De rechtbank acht dit zeer ernstige feiten en tilt er zwaar aan dat verdachte en haar mededaders deze misdrijven kennelijk puur uit financieel gewin hebben gepleegd. De rechtbank neemt het verdachte ook kwalijk dat zij en haar medeverdachten door hun handelen naast materiële schade en overlast een ernstige inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners, hetgeen bij hen grote gevoelens van angst en onveiligheid en meer in het algemeen onrust in de samenleving heeft veroorzaakt.

De rechtbank houdt tevens ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte het laakbare van haar handelen niet lijkt in te zien en geen openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast neemt de rechtbank in haar voordeel in aanmerking dat verdachte in Nederland niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen. Een en ander brengt de rechtbank er toe de straf op te leggen die door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

8.1 Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Anders dan de officier van justitie heeft gesteld is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] een vordering jegens verdachte heeft ingediend van € 300,00 wegens materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit 1 (zaak 1A) zou hebben geleden. Genoemd bedrag is het verschil tussen de daadwerkelijke schade van € 2.800,00 en de door de verzekering uitbetaalde vergoeding van € 2.500,00.

De rechtbank is van oordeel dat deze materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit en aan verdachte kan worden toegerekend. Vergoeding van deze schade komt de rechtbank alleszins billijk voor. De vordering zal dan ook tot het gevorderde bedrag van € 300,00 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (de datum van de inbraak, zijnde 12 februari 2011) tot aan de dag van algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat verdachte van deze betalingsverplichting zal zijn bevrijd, indien een andere hoofdelijk aansprakelijke persoon de schade heeft vergoed.

Daarnaast dient verdachte hoofdelijk te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

8.2. Benadeelde partij [slachtoffer 4a]

De benadeelde partij [slachtoffer 4a] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.098,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit 1 (zaak 7) zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat deze materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. De vordering is dan ook toewijsbaar tot het gevorderde bedrag van € 1.098,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van algehele voldoening. Het voegingsformulier met bijlagen bevat onvoldoende aanknopingspunten op grond waarvan kan worden vastgesteld wanneer de toewijsbare schade (steeds) daadwerkelijk is ontstaan. De rechtbank zal de wettelijke rente derhalve toewijzen vanaf de dag van indiening van de vordering, zijnde 17 augustus 2011. Voorts zal de rechtbank bepalen dat verdachte van deze betalingsverplichting zal zijn bevrijd, indien een andere hoofdelijk aansprakelijke persoon de schade heeft vergoed.

Daarnaast dient verdachte hoofdelijk te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

8.3. Benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 300,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit 1 (zaak 23) zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit en aan verdachte kan worden toegerekend. Vergoeding van deze schade komt de rechtbank alleszins billijk voor. De vordering zal dan ook tot het gevorderde bedrag van € 300,00 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (de datum van de inbraak, zijnde 27 maart 2011) tot aan de dag van algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat verdachte van deze betalingsverplichting zal zijn bevrijd, indien een andere hoofdelijk aansprakelijke persoon de schade heeft vergoed.

Daarnaast dient verdachte hoofdelijk te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 45, 47, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt haar daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering, voorlopige hechtenis en uitleveringsdetentie heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden materiële schade tot een bedrag van € 300,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 12 februari 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 300,00 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 4a] geleden materiële schade tot een bedrag van € 1.098,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 4a], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4a] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.098,00 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 6] geleden immateriële schade tot een bedrag van € 300,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 maart 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 6], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte mededader is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 300,00 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. Euwema, voorzitter,

mr. T. Avedissian en mr. M. Daalmeijer, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.L. Meyer,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2012.

Mr. Euwema is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

[met voetnoten]

Parketnummer: 15/740524-11

Inzake: [verdachte] blad 11

vonnis