Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2024

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
15-700142-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promisvonnis; meervoudige strafkamer; woningoverval bij 84-jarige vrouw, afpersing en vrijheidsberoving.

Het verweer van de raadsman dat ten aanzien van feit 1 onvoldoende aanknopingspunten zijn om te kunnen concluderen dat sprake is van geweld dan wel bedreiging met geweld, verwerpt de rechtbank. Hiertoe wordt overwogen dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het slachtoffer (zacht) haar woning heeft binnengeduwd, haar tweemaal bij het raam heeft weggehaald door haar vast te pakken en het slachtoffer naar de bovenverdieping heeft laten gaan. Alles tezamen en in aanmerking genomen dat het slachtoffer een mes in de rugzak van verdachte heeft zien zitten en het feit dat verdachte een jonge man en het slachtoffer een vrouw van bijna 85 jaar, maakt dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een diefstal met geweld en bedreiging met geweld.

Ook het gevoerde verweer van de raadsman dat ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair geen sprake is van vrijheidsberoving wordt door de rechtbank verworpen. Uit de verklaring van het slachtoffer blijkt onder meer dat zij heeft gehoord dat de sleutel in het slot van de kamer waarin zij zich bevond, werd omgedraaid en dat zij vervolgens het raampje in de kamer heeft opengedaan en om hulp heeft geroepen. Dat de deur korte tijd door de politie is opengebroken, was een gelukkige omstandigheid die voor verdachte echter niet voorzienbaar was toen hij de deur op slot draaide, de sleutel in zijn broekzak stopte en het huis is uitgegaan. De rechtbank wijst aangaande dit verweer op een tweetal arresten van de Hoge Raad.

De rechtbank veroordeelt verdachte - rekening houdend dat hij, zoals uit de uitgebrachte rapporten van psycholoog en reclassering blijkt, verminderd toerekeningsvatbaar is te achten - tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk onder bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank verklaart de benadeelde partije niet ontvankelijk in de vordering omdat geen concreet schadebedrag is genoemd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700142-12

Uitspraakdatum: 7 september 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 augustus 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum, -plaats en -land]),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 01 maart 2012 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere, althans één, (gouden) ketting(en) en/of (een) hanger(s) en/of een tas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoren[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1927), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1927) heeft/

hebben gedwongen tot de afgifte van één of meer ketting(en) en/of (een) hanger(s), in elk geval van enig goed,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- (nadat die [slachtoffer] de deur van haar woning had geopend) die [slachtoffer] naar binnen heeft geduwd en/of

- meermalen, althans éénmaal, tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd/gezegd: "Pinpas en sieraden", althans dreigende aard of strekking en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer] heeft getoond en/of

- (toen die [slachtoffer] naar de ramen was gelopen om iemand te kunnen waarschuwen) die [slachtoffer] bij de ramen heeft weggeduwd/ weggehaald en/of

- die [slachtoffer] in een kamer heeft opgesloten;

feit 2 primair

hij op of omstreeks 01 maart 2012 te Haarlem opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1927), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten die [slachtoffer], te dwingen iets te doen of niet te doen (te weten: om te voorkomen dat die [slachtoffer] iemand zou kunnen waarschuwen), immers heeft verdachte

- (toen die [slachtoffer] naar de ramen was gelopen om iemand te kunnen waarschuwen) die [slachtoffer] bij de ramen heeft weggeduwd/ weggehaald en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd/geroepen dat zij naar boven moest en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen een (rommel)kamer in te gaan en/of

- (vervolgens) de deur van die (rommel)kamer op slot heeft gedraaid en/of

- de sleutel van die (rommel)kamer heeft meegenomen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer] heeft verlaten;

feit 2 subsidiair

hij op of omstreeks 01 maart 2012 te Haarlem opzettelijk [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1927) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met dat opzet

- (toen die [slachtoffer] naar de ramen was gelopen om iemand te kunnen waarschuwen) die [slachtoffer] bij de ramen heeft weggeduwd/ weggehaald en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd/geroepen dat zij naar boven moest en/of

- die [slachtoffer] heeft gedwongen een (rommel)kamer in te gaan en/of

- (vervolgens) de deur van die (rommel)kamer op slot heeft gedraaid en/of

- de sleutel van die (rommel)kamer heeft meegenomen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer] heeft verlaten.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaren. Aan deze voorwaardelijke straf dienen bijzondere voorwaarden te worden verbonden, bestaande uit reclasseringstoezicht en begeleiding van de Stichting MEE of een soortgelijke instelling. Tevens heeft de officier van justitie de niet-ontvankelijkverklaring gevorderd van de vordering benadeelde partij nu in de vordering geen concreet schadebedrag is genoemd.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Op 1 maart 2012 komt bij de politie een melding binnen dat aan de [straatnaam 1] te Haarlem een mogelijke overval gaande is. De bewoonster, een oude(re) vrouw, zou nog in de woning opgesloten zitten.2 Er zou gebruik zijn gemaakt van een groot mes en de dader zou inmiddels de woning hebben verlaten en in de richting van de [straatnaam 2] te Haarlem zijn gelopen. Er werd in eerste instantie een summier signalement gegeven van de dader. Het zou gaan om een persoon met een zeer donkere huidskleur en gekleed in een zwarte jas. Verbalisanten zagen in de [straatnaam 3] een persoon lopen die voldeed aan dat signalement. Zij hebben die persoon aangesproken en ondertussen kregen zij een nader signalement, er uit bestaande dat de dader een donkerblauwe rugzak bij zich droeg, een zwart/wit petje op had en bij de overval enkele kettingen en een zwarte damestas buit zou hebben gemaakt. Omdat de persoon die voldeed aan dit signalement voor de verbalisanten stond, hebben zij deze persoon aangehouden en in zijn rugzak gekeken. Verbalisanten zagen als eerste voorwerp in de rugzak een groot mes, als ook een zwart/wit petje en een zwarte damestas. In de fouillering van verdachte werden later vijf kettingen, drie hangers en een baardsleutel aangetroffen.3 Het slachtoffer heeft de sieraden als haar eigendom herkend.4

Het slachtoffer van de woningoverval [slachtoffer], een bijna 85-jarige vrouw, heeft aangifte gedaan van de overval in haar woning. Zij heeft verklaard dat er in de middag bij haar aan de deur werd gebeld. Zij heeft opengedaan omdat ze dacht dat het de buurman was die een eerder voor hem afgegeven pakketje kwam ophalen. Er stond echter een donkergetinte man voor de deur die zij al eerder in de straat had zien lopen. Hij had een donkerblauw of zwart met wit petje op. Hij duwde haar zacht naar binnen en zij had direct door dat het een overval was. De man zei tegen haar 'pinpas en sieraden'. In de woonkamer haalde de man een mes uit zijn tas van 20 à 25 cm lang.5 Deze beschrijving komt overeen met het mes dat in de rugtas van verdachte werd aangetroffen.6 Het slachtoffer dacht volgens haar verklaringen dat hij dit deed om haar te bewegen haar pincode af te geven en ze dacht dat 'ze er aan ging'. Zij voelde haar hart enorm tekeer gaan. Vervolgens heeft het slachtoffer haar twee kettingen afgedaan. Eén van de kettingen is door verdachte meegenomen. Daarna moest zij van verdachte de trap op naar boven. Het slachtoffer was op dat moment heel bang 'dat ze eraan zou gaan'. In haar slaapkamer zei verdachte weer 'pinpas, sieraden'. Hij keerde vervolgens een mandje om waar kettingen en andere sieraden in lagen. Toen het slachtoffer bij het raam in haar slaapkamer stond, heeft verdachte haar daar weggeduwd. "Ik mocht van de overvaller niet voor mijn raam staan."Voorts wees verdachte naar het andere kamertje. Op dat moment was het slachtoffer bang dat hij haar zou gaan verkrachten. In het kamertje heeft verdachte alle tassen nagekeken maar die waren allemaal leeg. Vervolgens heeft verdachte de deur van het kamertje op slot gedraaid.7 Verdachte heeft via de voordeur de woning verlaten.8 Een zwarte handtas die beneden aan de deur hing is door verdachte meegenomen. In die tas zat onder andere het identiteitsbewijs van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft het raampje in de kamer waarin ze zat opgesloten, opengedaan en om hulp geroepen.9 De buurman, die in zijn achtertuin zat, heeft haar horen roepen 'Karel, Karel, ik ben overvallen en ze hebben me opgesloten'. De buurman zag het slachtoffer uit het raam aan de achterzijde van de woning hangen, op de eerste verdieping en heeft de politie gebeld.10 De politie is de woning binnengekomen met de sleutel die een buurman van het huis had en heeft het slachtoffer vanaf de eerste verdieping horen roepen dat ze was overvallen en dat ze opgesloten zat. Hierop is meteen de deur van de kamer geforceerd waar het slachtoffer werd aangetroffen.11

Verdachte heeft verklaard dat hij op 1 maart 2012 in de desbetreffende straat een paar keer heen en weer is gelopen en dat hij toen bij de woning van het slachtoffer heeft aangebeld. Toen de vrouw opendeed, is hij "naar binnen gedrongen" en heeft hij haar meermalen om geld gevraagd. Hij heeft haar volgens eigen zeggen vrijwel niet aangeraakt, maar haar wel bij de ramen "begeleidend weggehaald" toen ze probeerde iemand te waarschuwen. Hij heeft haar toen even vastgepakt en "rustig meegenomen". Hij heeft haar tas gepakt en in zijn rugzak gestopt. Volgens verdachte heeft het slachtoffer toen wellicht het mes in zijn tas gezien. Omdat verdachte ook nog boven wilde kijken, zijn ze naar boven gegaan. Eerst naar de slaapkamer waar hij een aantal kettingen heeft meegenomen en in zijn broekzak heeft gestopt. Vervolgens heeft verdachte het slachtoffer opgesloten in het andere kamertje en de deur op slot gedraaid. Hij heeft haar horen roepen 'ik word overvallen'. Verdachte denkt wel dat hij ook om haar pinpas heeft gevraagd. 12

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat het mes dat hij bij zich had best groot was en uit zijn rugzak stak. Daardoor kon het slachtoffer het mes zien. Verdachte heeft wel gezien dat het slachtoffer van hem schrok toen hij de woning binnenkwam en hij heeft verklaard dat hij weer van haar schrok. Hij heeft op dat moment wel gedacht dat het niet goed was wat hij deed. Volgens verdachte heeft hij mevrouw [slachtoffer] zowel beneden als boven in de woning bij de ramen weggehaald om te voorkomen dat zij iemand zou waarschuwen.

4.2. Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd, dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen concluderen dat sprake is geweest van geweld dan wel bedreiging met geweld, waardoor slechts het kale feit 'diefstal' overblijft.

De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt.

Zoals uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen naar voren komt, is de rechtbank van oordeel dat uit de genoemde omstandigheden blijkt dat sprake is van diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Het slachtoffer is immers na het opendoen van de deur, door verdachte, een voor haar wildvreemde man, (zacht) haar eigen woning binnengeduwd en even later door verdachte bij de ramen van haar woning "begeleidend"weggehaald waarbij verdachte haar, zij het kort, heeft vastgepakt. Daarna heeft verdachte het slachtoffer naar de eerste verdieping laten gaan en haar ook daar weer bij een raam weggehaald. Dat deze handelingen niet met fors geweld gepaard zijn gegaan, maakt het gewelddadige karakter daarvan voor het slachtoffer niet anders. Het slachtoffer heeft tevens het mes in de rugzak van verdachte zien zitten waardoor zij zich bedreigd heeft gevoeld. Alles tezamen, en in aanmerking genomen dat het slachtoffer een bijna 85-jarige vrouw was terwijl verdachte een jonge man was en mede door zijn voorkomen overwicht had, levert dit naar het oordeel van rechtbank een diefstal met geweld en bedreiging met geweld op. Het verweer faalt derhalve.

Voorts heeft de raadsman ten aanzien van feit 2 primair en subsidiair aangevoerd dat geen sprake is geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving, omdat verdachte niet het oogmerk had het slachtoffer voor langere tijd van haar vrijheid te beroven respectievelijk het slachtoffer slechts korte tijd daadwerkelijk van haar vrijheid beroofd is geweest en gezien het feit dat het slachtoffer heeft verklaard dat zij pas achteraf - toen de deur werd geforceerd - bemerkte in de kamer te zijn opgesloten. Daarnaast kan volgens de raadsman geen sprake zijn van gijzeling als onder 2 primair ten laste gelegd aangezien onder 'een ander', bedoeld in artikel 282a, eerste lid, Sr niet kan worden verstaan degene die wederrechtelijk van zijn vrijheid is beroofd.

Ook deze verweren worden door de rechtbank verworpen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de verklaring van aangeefster blijkt onder meer dat zij heeft gehoord dat de sleutel in het slot van de kamer waarin zij zich toen bevond, werd omgedraaid en dat zij vervolgens het raampje van die kamer heeft opengedaan en om hulp heeft geroepen. Dat de deur van de kamer korte tijd later door de politie werd opengebroken, was een gelukkige omstandigheid voor het slachtoffer, maar die omstandigheid was voor verdachte niet voorzienbaar op het moment dat hij de deur op slot draaide, de sleutel in zijn broekzak stopte en weg ging, laat staan dat de korte duur van haar vrijheidsberoving aan hem te danken is geweest. De rechtbank wijst in dit verband ook nog op HR 23-4-1985, NJ 1985, 891. In die uitspraak heeft de Hoge Raad overwogen dat het duidelijk is dat de wetgever bij een wederrechtelijke vrijheidsberoving doelt op het iemand doen vertoeven zonder dat de dader daartoe gerechtigd is op een plaats - zoals in casu de rommelkamer van mevrouw [slachtoffer] - waarvan of waaruit het slachtoffer zich niet op ieder gewenst ogenblik kan verwijderen, ook al bestaat bij de dader niet het opzet de toestand van vrijheidsbeneming zich te doen uitstrekken over een tijd langer dan enige minuten. Volgens vaste jurisprudentie (HR 3-2-2004, NbSr 2004, 88) kan tenslotte onder 'een ander' bedoeld in art. 282a, eerste lid, Sr ook degene worden begrepen die van zijn vrijheid is beroofd, zoals in casu mevrouw [slachtoffer].

4.3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

feit 1

hij op 1 maart 2012 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kettingen en hangers en een tas (met inhoud), toebehorende aan

[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1927), welke diefstal werd voorafgegaan en

vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1927) heeft gedwongen tot de afgifte van een ketting, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

- (nadat die [slachtoffer] de deur van haar woning had geopend) die [slachtoffer] naar binnen heeft geduwd en

- meermalen, tegen die [slachtoffer] heeft gezegd: "Pinpas en sieraden", en

- een mes aan die [slachtoffer] heeft getoond en

- (toen die [slachtoffer] naar de ramen was gelopen om iemand te kunnen waarschuwen) die [slachtoffer] bij de ramen heeft weggeduwd/weggehaald en

- die [slachtoffer] in een kamer heeft opgesloten;

feit 2 primair

hij op 1 maart 2012 te Haarlem opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 1927), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, met het oogmerk een ander, te weten die [slachtoffer], te dwingen iets te doen of niet te doen (te weten: om te voorkomen dat die [slachtoffer] iemand zou

kunnen waarschuwen), immers heeft verdachte

- (toen die [slachtoffer] naar de ramen was gelopen om iemand te kunnen waarschuwen) die [slachtoffer] bij de ramen weggeduwd/weggehaald en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij naar boven moest en

- die [slachtoffer] gedwongen een (rommel)kamer in te gaan en

- vervolgens de deur van die (rommel)kamer op slot gedraaid en

- de sleutel van die (rommel)kamer meegenomen en vervolgens de woning van die [slachtoffer] verlaten.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

1: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en

afpersing;

2 primair: gijzeling.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de uitgebrachte rapporten van H.E.W. Koornstra, psycholoog van 10 juli 2012 en de Reclassering Nederland d.d. 26 juni 2012 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een overval gepleegd in een woning op klaarlichte dag bij een vrouw van bijna 85 jaar. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig en laf misdrijf. Verdachte heeft het slachtoffer haar woning binnengeduwd, haar vastgepakt en weggehaald bij de ramen om te voorkomen dat zij iemand zou waarschuwen en het slachtoffer gezegd dat zij haar sieraden en haar pinpas moest afstaan. Daarna heeft hij het slachtoffer naar boven doen gaan en na haar tas en sieraden weggenomen te hebben, het slachtoffer in een kamer opgesloten en onder meeneming van de deursleutel het slachtoffer achtergelaten zonder zich om haar welzijn te bekommeren. Het slachtoffer is, ondanks haar hoge leeftijd, in staat geweest snel hulp in te roepen en is door de politie bevrijd. Dit soort overvallen behoort tot een categorie van strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en die gevoelens van grote onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de slachtoffers. Slachtoffers van dit soort overvallen, die plaats vinden in de geborgenheid van hun woning waar zij zich bij uitstek veilig dienen te kunnen voelen, ondervinden nog gedurende langere tijd de psychisch nadelige gevolgen van een dergelijke traumatische gebeurtenis. Dat de overval een grote impact op aangeefster heeft gehad, blijkt onder meer uit de toelichting op de vordering benadeelde partij.

In het op 10 juli 2012 uitgebrachte rapport van H.E.W. Koornstra, psycholoog, komt naar voren dat verdachte zowel op intellectueel als emotioneel gebied chronisch is overvraagd, niet alleen door zijn omgeving maar ook door zichzelf. Met het overlijden van zijn moeder in mei 2009 is voor verdachte vermoedelijk de steunend structurerende factor uit zijn leven weggevallen. Tot die tijd kon hij redelijk adequaat functioneren. Sindsdien lijkt in toenemende mate sprake van bij verdachte oplopende druk waardoor hij overbelast is geraakt. Het vermoeden is dat verdachte zichzelf de verantwoordelijkheid heeft opgelegd voor zijn familie (een zusje) in Sierra Leone te zorgen om zijn zelfbeeld overeind te houden. Verdachte kon ten tijde van het hem ten laste gelegde niet meer voldoen aan de hoge eisen die hij zichzelf had gesteld en was vermoedelijk inderdaad zoals hij vertelt, in paniek. Hij moest geld hebben en wist niet hoe hij dat kon regelen. Hij overziet situaties slecht en kon derhalve ook de overvalsituatie niet overzien.

De psycholoog adviseert verdachte voor het hem ten laste gelegde in verminderde mate toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank kan zich verenigen met de hiervoor vermelde bevindingen van de gedragsdeskundige en maakt deze tot de hare.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering Nederland noodzakelijk. Voorwaarden van die strekking zullen aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest en dat hij, zoals uit voornoemde psychologische rapportage blijkt, in verminderde mate toerekeningsvatbaar is te achten.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat feiten als de onderhavige, waarbij een bijna 85-jarige vrouw in haar woning op klaarlichte dag is overvallen en in die woning opgesloten is geweest, zeer ernstig zijn en voor het slachtoffer meestal zeer langdurige nadelige gevolgen hebben. Dat dit voor mevrouw [slachtoffer] ook geldt, is op de zitting ook door haar dochter en kleinzoon aangegeven. De rechtbank neemt het verdachte voorts kwalijk dat het feit dat hij zag dat het slachtoffer hysterisch was (zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard), voor hem geen reden is geweest om de woning te verlaten en af te zien van de diefstal en de opsluiting van het slachtoffer.

9. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in haar vordering tot schadevergoeding wegens immateriële schade die zij als gevolg van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, de desbetreffende gevolgen omschreven. Zij heeft hierbij echter niet een concreet schadebedrag genoemd. Dit zo zijnde, zal de benadeelde partij niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 57, 282a, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot één (1) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat verdachte zich zal laten begeleiden door de Stichting MEE of een soortgelijke instelling;

- verdachte in het kader van de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde geen medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. T. Avedissian, voorzitter,

mr. M. Daalmeijer en mr. S. Euwema, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.L. Meyer,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2012.

Mr. Euwema is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

[met voetnoten]

Parketnummer: 15/700142-12

Inzake: [verdachte] blad 2

vonnis