Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY2022

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
15/710416-12, 15/700309-12 (ttz. gev.) en 15/700234-11 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis. Vrijspraak gekwalificeerde diefstal (met geweld). Bewezenverklaring tweemaal poging zware mishandeling. Voorwaardelijk opzet. Licht verminderd toerekeningsvatbaar. Verdachte heeft op straat meermalen met beringde hand tegen het hoofd van het slachtoffer gestompt. Een jaar eerder heeft een ander slachtoffer moeten doorstaan dat verdachte en zijn mededaders hem met delen van een even daarvoor door verdachte kapot geslagen barkruk te lijf gingen. Volgt veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/710416-12, 15/700309-12 (ttz. gev.) en 15/700234-11 (tul)

Uitspraakdatum: 26 september 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 september 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] (Suriname),

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Parketnummer 15/710416-12

Primair

hij op of omstreeks 01 mei 2011 te Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een ketting en/of een armband en/of een (mobiele) telefoon en/of een geldbedrag van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en of zijn mededader(s)

- een of meermalen sloeg(en) en of schopte(n) tegen het gezicht en/of het lichaam van die [aangever]

- een barkruk kapotsloeg(en) en/of

- vervolgens (ieder) een of meermalen met een stuk hout van die barkruk sloeg(en) tegen het gezicht en/of de rug en/of de armen en/of de benen en/of de knieën en/of de nek, althans het lichaam van die [aangever] en/of

- daarbij meermalen de woorden toevoegde(n) "ik maak je dood" althans woorden van gelijke aard of strekking;

Subsidiair

hij op of omstreeks 01 mei 2011 te Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of meermalen heeft/hebben

geschopt en of met de vuist(en) en/of met een stuk hout een of meermalen heeft/hebben geslagen tegen het gezicht en/of de rug en/of de armen en/of de benen en/of de knieën en/of de buik en/of de nek, althans tegen het lichaam, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 01 mei 2011 te Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeegening heeft weggenomen een ketting en/of een armband en/of een (mobiele) telefoon en/of een geldbedrag van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 01 mei 2011 te Heemskerk met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Van Coevenhovenstraat en/of de Maarten van Heemskerkstraat en/of de carel van Manderstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever], welk geweld bestond uit

- het meermalen schoppen tegen het gezicht en/of het lichaam en/of

- het meermalen slaan (met een stuk hout en met de vuist(en)) tegen het gezicht en/of de rug en/of de armen en/of de benen en.of de knieen en/of de buik en/of de nek, althans tegen het lichaam;

en/of

hij op of omstreeks 01 mei 2011 te Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeegening heeft weggenomen een ketting en/of een armband en/of een (mobiele) telefoon en/of een geldbedrag van 50 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Parketnummer 15/700309-12 (ter terechtzitting gevoegd)

hij op of omstreeks 01 mei 2012 te Beverwijk, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangeefster], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [aangeefster] een of meermalen met kracht met een beringde hand op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of met een mes in/tegen het achterhoofd heeft gesneden/gestoken/geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/700309-12 en onder parketnummer 15/710416-12 primair ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtentwintig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Als bijzondere voorwaarden heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens GGZ Palier Reclassering en dat verdachte zich in dat kader zal houden aan de meldplicht en de behandelverplichting als omschreven in het omtrent verdachte opgemaakte reclasseringsadvies d.d. 3 september 2012.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Aan verdachte is onder parketnummer 15/710416-12 primair en subsidiair cumulatief/alternatief ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde diefstal (met geweld). De rechtbank stelt vast dat aangever kort gezegd verklaart dat hij op 1 mei 2011 te Heemskerk, nadat hij getrapt en geslagen was, op de grond terecht is gekomen, dat een man op hem is gaan zitten om hem tegen de grond te houden, dat er handen in zijn zakken gingen, dat zijn ketting van zijn nek werd getrokken en dat zijn armband van zijn arm is getrokken en dat aldus aan hem toebehorende goederen zijn weggenomen. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de diefstal wettig en overtuigend kan worden bewezen, omdat de verklaring van aangever wordt ondersteund door de omstandigheid dat de weggenomen mobiele telefoon, blijkens de resultaten van de vordering verstrekking verkeersgegevens van de desbetreffende telefoon, op 1 mei 2011 te 00:53 uur (vóór het incident) voor het laatst is gebruikt en dat de telefoon in elk geval tot 9 mei 2011 (einddatum van de vordering) niet is gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geschetste omstandigheid weliswaar redengevend zou kunnen zijn, maar dat deze enkele omstandigheid onvoldoende is om tot een wettig en overtuigende bewezenverklaring te komen van de aan verdachte ten laste gelegde diefstal. Voor het overige bevat het dossier immers geen bewijsmiddelen die de verklaring van de aangever omtrent de diefstal ondersteunen. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet wettig en overtuigend de gekwalificeerde diefstal bewezen die verdachte onder parketnummer 15/710416-12 primair en voorts subsidiair als cumulatief/alternatief ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden (parketnummer 15/710416-12)[1]

Op 1 mei 2011 omstreeks 02:30 uur verlaat [aangever] (hierna: aangever) café [naam café] te Heemskerk, alwaar hij met vrienden Koninginnedag heeft gevierd. Eenmaal buiten ontstaat onenigheid tussen aangever en een donkere jongen. Aangever loopt met twee vrienden en een vriendin weg vanuit het dorp richting politiebureau. Aangever merkt vervolgens dat een groep van vier mannen, waaronder verdachte en de man die hem eerder bedreigende woorden toevoegde, en vier vrouwen, achter hen aan loopt.[2] Onderweg pakt verdachte een oude barkruk die op straat staat en slaat deze in stukken tegen een boom en pakt een afgebroken poot.[3] Aangever rent een steegje in en als hij het steegje uit komt, wordt hij door een van de mannen uit de achtervolgende groep waartoe verdachte behoort met een stuk hout, waarvan hij denkt dat het het zitgedeelte van de barkruk is, tegen zijn gezicht geslagen.[4] Aangever weert de barkruk met zijn arm af, de man springt bovenop hem en pakt hem vast. Vervolgens komt aangever ten val. Verdachte slaat aangever met de poot van de barkruk een keer of zes met kracht in de buikstreek en blijft zodoende op aangever inslaan.[5] De anderen komen er ook bij, slaan op aangever in (naar de rechtbank uit het samenstel van gedragingen begrijpt: ook met de vuisten) en ze blijven hem schoppen.[6] Aangever ziet en voelt dat hij door alle vier de mannen geslagen en geschopt wordt en met de stukken van de barkruk geslagen wordt. Hij voelt dat hij op zijn gezicht, rug, armen, benen, knieën, buik en nek geslagen en/of geschopt wordt en heeft overal op zijn lichaam schrammen, blauwe plekken, zwellingen en bulten. De plek waar hij het meeste pijn heeft is op zijn buik.[7]

4.3. Bespreking van een bewijsverweer (parketnummer 15/710416-12)

Door de raadsman is aangevoerd dat het slaan met een stuk hout tegen het lichaam van aangever niet het voornemen heeft ingesloten om hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De raadsman stelt zich dan ook op het standpunt dat uitsluitend bewezen kan worden wat verdachte meer subsidiair is ten laste gelegd, te weten de openlijke geweldpleging, en dat verdachte van het overige dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Dat verdachte direct opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld. Verdachte heeft aangever echter meerdere keren met kracht met een van een kapotgeslagen barkruk afkomstig stuk hout onder andere in/tegen zijn buikstreek geslagen; een deel van het lichaam waarin zich kwetsbare organen bevinden. Tijdens deze klappen lag aangever op de grond. Getuigen beschrijven dat verdachte “verschrikkelijk agressief” was en “bovenop hem stond in te hakken” (dossierpagina 81) en dat verdachte “op aangever in bleef slaan” (dossierpagina 84). Daarmee heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangever daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Aldus heeft verdachte het voor (medeplegen van) poging tot zware mishandeling vereiste opzet, in de zin van voorwaardelijk opzet, gehad.

4.4. Redengevende feiten en omstandigheden (parketnummer 15/700309-12)[8]

Op 1 mei 2012 omstreeks 16:30 uur loopt aangeefster [aangeefster] in de Waverstraat te Beverwijk. Achter zich hoort zij iemand roepen. Zij draait zich om en ziet iemand op haar aflopen die zij kent uit de drugswereld.[9] Deze man, die later de verdachte blijkt te zijn, zegt tegen haar: “ik krijg nog geld van jou”.[10] Aangeefster reageert met de opmerking dat hij helemaal geen geld van haar krijgt. Opeens pakt verdachte aangeefster van achteren, met zijn arm om haar hoofd, en wordt zij naar achteren getrokken. Vanuit haar ooghoek ziet aangeefster een mes.[11] Verdachte stompt aangeefster in totaal drie of vier keer met kracht met zijn tot vuist gebalde hand tegen haar hoofd, terwijl hij om een vinger van die hand een zogenaamde mattenklopperring draagt.[12] Door de harde klappen voelt aangeefster pijn. Zij zakt op de grond terwijl verdachte haar blijft slaan. Pas nadat een omstander zich mengt in het incident laat verdachte haar los en rent hij weg.[13] Naast pijn loopt aangeefster een zwelling en een snijwond op haar achterhoofd op.[14] De wond is met ongeveer tien hechtingen dicht gemaakt.[15]

4.5. Nadere overwegingen

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte met het mes in/tegen het achterhoofd van aangeefster heeft gestoken waardoor zij een snee in haar achterhoofd heeft opgelopen. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

Aangeefster heeft inderdaad een snee in haar achterhoofd opgelopen. Dit blijkt onder meer uit de foto’s van de wond (dossierpagina’s 58 en 59) en de letselverklaring (dossierpagina 66). Verdachte bekent aanvankelijk een mes in zijn handen te hebben gehad, maar hij ontkent daarmee gestoken te hebben. Het letsel van aangeefster is ontstaan doordat hij haar met beringde vuist op het hoofd heeft gestompt, aldus verdachte. Aangeefster zelf verklaart vanuit haar ooghoek een mes te hebben gezien maar zij heeft niets gevoeld van het mes (dossierpagina 56). Zij verklaart ook dat het mes volgens haar niet is gebruikt (dossierpagina 61). Enkele omstanders ([omstander 1], [omstander 2]) hebben weliswaar een mes gezien (dossierpagina’s 71 en 75), maar geen van de omstanders verklaart verdachte te hebben zien steken met het mes. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte aangeefster met het mes in/tegen het achterhoofd heeft gesneden/gestoken/geslagen, zoals is ten laste gelegd. De omstandigheid dat een arts relateert dat het letsel van aangeefster lijkt te zijn veroorzaakt door een mes of een scherp voorwerp doet daar niet aan af nu het letsel, naar het oordeel van de rechtbank, evengoed kan zijn veroorzaakt door de ring die verdachte droeg.

De raadsman heeft betoogd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het feit heeft begaan omdat, zo begrijpt de rechtbank, verdachte geen opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel heeft gehad. Dat verdachte het direct opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld. Verdachte heeft aangeefster echter meerdere keren met kracht en met gebalde vuist gestompt op/tegen het hoofd, een zeer kwetsbaar deel van het lichaam, terwijl hij haar hoofd met zijn arm vastgeklemd hield. Om een van de vingers van zijn hand waarmee hij aangeefster sloeg droeg verdachte een zogenaamde mattenklopperring. Gelet op het voorgaande heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Aldus heeft verdachte het voor poging tot zware mishandeling vereiste opzet in de zin van voorwaardelijk opzet gehad.

4.6. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 15/710416-12 subsidiair, eerste cumulatief/alternatief, en het onder parketnummer 15/700309-12 ten laste gelegde heeft begaan, in dier voege dat

(Parketnummer 15/710416-12)

hij op 1 mei 2011 te Heemskerk tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen heeft/hebben geschopt en/of met de vuist(en) en/of met een stuk hout meermalen heeft/hebben geslagen tegen het gezicht en de rug en de armen en de benen en de knieën en de buik en de nek, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Parketnummer 15/700309-12)

hij op 1 mei 2012 te Beverwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [aangeefster], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [aangeefster] meermalen met kracht met een beringde hand op/tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 15/710416-12, subsidiair, eerste cumulatief/alternatief: medeplegen van poging tot zware mishandeling;

Parketnummer 15/700309-12: poging tot zware mishandeling.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en de aldaar besproken rapporten die over de persoon van verdachte zijn uitgebracht is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tot tweemaal toe schuldig gemaakt aan poging zware mishandeling. Bij het meest recente incident heeft verdachte op straat meermalen met beringde hand tegen het hoofd van het slachtoffer gestompt. Een jaar eerder heeft een ander slachtoffer moeten doorstaan dat verdachte en zijn mededaders hem met delen van een even daarvoor door verdachte kapot geslagen barkruk te lijf gingen. Dit soort geweldsmisdrijven maakt een zeer ernstige inbreuk op de rechtsorde en veroorzaakt gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, en meer in het bijzonder bij de direct betrokkenen. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich hiervan geen rekenschap heeft gegeven en kennelijk op zeer lichtvaardige wijze is overgegaan tot het uitoefenen van geweld op de slachtoffers. Ten nadele van verdachte overweegt de rechtbank voorts dat verdachte ten tijde van het plegen van het eerste feit reeds in een proeftijd liep en bij het tweede feit zelfs in twee proeftijden ter zake van eerder door hem gepleegde soortgelijke strafbare feiten. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden telkens opnieuw ernstig in de fout te gaan.

Anders dan de officier van justitie, die uitgaat van bewezenverklaring van de onder parketnummer 15/710416-12 primair ten laste gelegde diefstal met geweld, gaat de rechtbank uit van de subsidiair ten laste gelegde en bewezenverklaarde medeplegen van poging tot zware mishandeling. Voorts heeft de rechtbank verdachte in de zaak met parketnummer 15/700309-12 anders dan de officier van justitie heeft gevorderd vrijgesproken van het steken met een mes in/tegen het achterhoofd van het slachtoffer.

Voorts heeft de rechtbank gelet op het volgende. Verdachte heeft zijn medewerking verleend aan een persoonsonderzoek en daarbij is zowel een uitgebreid psychologisch als een uitgebreid psychiatrisch pro justitia rapport over verdachte opgemaakt. Uit deze rapportages, opgemaakt op 25 respectievelijk 27 juli 2012, volgt dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis / een borderline stoornis met antisociale trekken, beperkte verstandelijke vermogens (een zwakbegaafd niveau), cannabisafhankelijkheid en alcoholmisbruik. Verdachte dient volgens de gedragsdeskundigen als licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd en het recidiverisico moet zonder intensieve behandeling als hoog worden ingeschat.

De rechtbank kan zich verenigen met de bevindingen van de deskundigen en maakt deze tot de hare, in die zin dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten.

Bij het bepalen van de op te leggen straf en de hoogte daarvan heeft de rechtbank ook acht geslagen op de inhoud van het Reclasseringsadvies, opgemaakt op 3 september 2012, waarin geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen, met daarbij als bijzondere voorwaarden toezicht door de reclassering met een meldingsgebod en een behandelverplichting. Ook in de vorenbedoelde psychologische en psychiatrische rapportages wordt behandeling geadviseerd, en de forensisch psycholoog prof. dr. J.J. Baneke adviseert in zijn rapport naast behandeling bij Palier tevens behandeling bij De Waag binnen een voorwaardelijk kader.

Gelet op al het voorgaande, in het bijzonder de partiële vrijspraken, de gedragskundige rapportages en het reclasseringsrapport, maar ook gelet op de omstandigheid dat verdachte ter terechtzitting op overtuigende wijze er blijk van heeft gegeven dat hij beseft dat hij fout zat en dat hij ook ten bate van zijn jonge kinderen een andere weg zal moeten inslaan en daartoe gemotiveerd is, alsmede gezien de door de geraadpleegde deskundigen geopperde begeleidings- en behandelingsmogelijkheden, ziet de rechtbank aanleiding om ten voordele van verdachte af te wijken van de door de officier van justitie geformuleerde eis.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarnaast acht de rechtbank noodzakelijk een verplichte begeleiding door GGZ Reclassering Palier met een meldplicht en een behandelverplichting in verband met de directe samenhang van de antisociale persoonlijkheidsstoornis van verdachte, zijn cannabisgebruik en alcoholmisbruik, overeenkomstig de daarover uitgebrachte adviezen in het psychiatrisch en psychologisch onderzoeksrapport en voorts in het door de reclassering uitgebrachte rapport. Een en ander zoals hierna vermeld.

8. Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 20 februari 2012 in de zaak met parketnummer 15/700234-11 heeft de politierechter in de rechtbank Haarlem verdachte ter zake van een poging tot zware mishandeling veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 14g, 45, 47, 57, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 15/710416-12 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 15/710416-12 subsidiair, eerste cumulatief/alternatief en het onder 15/700309-12 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor 4.6. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens GGZ Palier Reclassering, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat:

- verdachte in het kader van de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde geen medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal blijven melden zo frequent als GGZ Palier Reclassering dat noodzakelijk acht;

- verdachte niet meewerkt aan een behandeling bij de Forensische Polikliniek Palier te Haarlem en/of De Waag en/of een soortgelijke instelling.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/700234-11 en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem d.d. 20 februari 2012.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. T. Avedissian, voorzitter,

mr. M.W. Groenendijk en mr. B.A.A. Postma, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Wessels,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 september 2012.

Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

[1] De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

[2] Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2011 van aangever [aangever], dossierpagina 53-54 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 september 2012.

[3] De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 september 2012 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 1 mei 2011, dossierpagina 80.

[4] Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2011 van aangever [aangever], dossierpagina 54.

[5] Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 mei 2012, dossierpagina 50 (halverwege), het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 1 mei 2011, dossierpagina 81 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 2 mei 2011, dossierpagina 84.

[6] Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 2 mei 2011, dossierpagina 84.

[7] Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2011 van aangever [aangever], dossierpagina 54 laatste 2 alinea’s en p. 56, met fotobijlagen op dossierpagina’s 59 -64.

[8] De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

[9] Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2012 van [aangeefster], dossierpagina 55.

[10] Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 1 mei 2012, dossierpagina 73 en het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2012 van [aangeefster], dossierpagina 56.

[11] Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2012 van [aangeefster], dossierpagina 56.

12 De verklaring van verdachte, ter terechtzitting afgelegd van 12 september 2012.

[13] Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2012 van [aangeefster], dossierpagina 56.

[14] Een schriftelijk bescheid, te weten de geneeskundige verklaring omtrent [aangeefster] d.d. 9 mei 2012, dossierpagina 66.

[15] Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 mei 2012 van [aangeefster], dossierpagina 56.