Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY1969

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-09-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
15/660318-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij; diefstal van elecktra; medplichtigheid; eigen waarneming rechtbank; geen verklaring die de redengevende feiten en omstandigheden ontzenuwen gegeven; overschrijding redelijke termijn

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem spreekt verdachte vrij van het medeplegen van het aanwezig hebben van een hennepkwekerij en van het medeplegen van de diefstal van electra, wel veroordeeld de rechtbank verdachte wegens medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd en de medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte, door te handelen zoals weergegeven, niet zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt met (een) ander(en) dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. De vast te stellen rol van verdachte is niet verder gegaan dan die als medeplichtige bij de hennepteelt en bij de diefstal van elektriciteit. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 en 2 telkens primair ten laste is gelegd, zodat verdachte van die feiten moet worden vrijgesproken.

Verdachte heeft voor alle hierboven gerelateerde redengevende feiten en omstandigheden die wijzen op betrokkenheid bij de hennepteelt en de diefstal van elektriciteit in het door hem gehuurde pand geen enkele verklaring gegeven die de redengevendheid van alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien had kunnen ontzenuwen, terwijl verdachte bovendien niet alle betrokkenheid bij de hennepteelt ontkent. De rechtbank acht geenszins aannemelijk geworden dat verdachte het pand enkel heeft gehuurd en verder de zeggenschap geheel aan anderen heeft overgelaten zonder te weten wat zich daar afspeelde. Uit het in de woning aangetroffen stortingsbewijs en de treffende overeenkomsten tussen waarnemingen van buurtbewoners en de waarneming van de rechtbank, waarmee verdachte ter terechtzitting ook is geconfronteerd, leidt de rechtbank voorts af dat verdachte zelf ten tijde van de bewezenverklaarde hennepteelt ook in de door hem gehuurde woning is geweest. Gelet op het vorenstaande kan het niet anders dan dat verdachte aldus op zijn minst genomen medeplichtig is geweest bij de hennepteelt en bij de daarmee gepaard gaande diefstal van elektriciteit door overigens onbekend gebleven personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/660318-10

Uitspraakdatum: 26 september 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 september 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Amsterdam,

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

Primair:

hij in de periode gelegen in of omstreeks 01 januari 2009 tot en met 08 december 2009 te Haarlem (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straatnaam]) een of meermalen een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer driehonderdéénennegentig (391), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

Subsidiair:

een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 01 januari 2009 tot en met 08 december 2009 te Haarlem met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) een of meermalen opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de [straatnaam] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer driehonderdéénennegentig (391), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in de periode van of 01 januari 2009 tot en met 08 december 2009 te Haarlem, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

Feit 2

Primair:

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 01 januari 2009 tot en met 08 december 2009 te Haarlem (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektra (ongeveer 123.579 kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door het verbreken van de zegel(s) van de hoofdaansluitkast van de elektriciteitsmeter.

Subsidiair:

een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 01 januari 2009 tot en met 08 december 2009 te Haarlem (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektra (ongeveer 123.579 kWh), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die genoemde perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, waarbij die perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die onbekend gebleven persoon/personen een pand gelegen aan de [straatnaam] met daarin genoemde elektriciteitsmeter voor die diefstal van die elektra ter beschikking te stellen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 telkens primair ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake van die feiten zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren bij niet naar behoren te voldoen te vervangen door veertig dagen hechtenis en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte, door te handelen zoals hierna onder 4.2 zal worden weergegeven, niet zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt met (een) ander(en) dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. De vast te stellen rol van verdachte is niet verder gegaan dan die als medeplichtige bij de hennepteelt en bij de diefstal van elektriciteit. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 en 2 telkens primair ten laste is gelegd, zodat verdachte van die feiten moet worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden

Op 8 december 2009 wordt in de woning aan de [straatnaam] 31 te Haarlem een hennepkwekerij aangetroffen die diverse ruimten omvat. Op de eerste verdieping van de woning wordt een ruimte aangetroffen met daarin 200 hennepplanten. Per vierkante meter staan er negen hennepplanten. Op zolder wordt een kweektent aangetroffen met daarin 191 hennepplanten. Per vierkante meter staan daar twaalf hennepplanten. Zowel de ruimte op de eerste verdieping als de zolderruimte zijn voorzien van apparatuur als assimilatielampen, irrigatiesystemen en koolstoffilters die kennelijk zijn bestemd om het klimaat in de ruimten te beheersen en op die wijze een juiste bloei van de hennepplanten te bevorderen.

In de woning worden diverse aanwijzingen gevonden die wijzen op eerdere oogsten. Zo wordt het volgende aangetroffen. In de badkamer: twee zakken met hennepafval. In een kweektent op zolder: potten met daarin aarde die bevuild is met plantenresten en uitgedroogde hennepstekken. In een tussenruimte op zolder: twee vuilniszakken vol met hennepresten. Voorts wordt geconstateerd dat er een dikke laag stof ligt op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen, op het stoffilter van de koolstofcilinder, op de aanwezige elektra, op het rotorblad van de ventilator en op de kachel. Daarnaast wordt gezien dat er kalkaanslag op het grondzeil aanwezig is, dat er hennepaanslag op de aangetroffen schaartjes zit, dat er oude aardeafval in bakken zit en er worden gebruikte lege potten aangetroffen. Een buurtbewoner verklaart op 10 december 2009 dat de woning al zeker een jaar in gebruik is.

Door een monteur van energiemaatschappij Liander N.V. wordt geconstateerd dat de zegels van de hoofdaansluitkast zijn verbroken en dat aan de bovenzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting is gemaakt, die buiten de elektriciteitsmeter om naar de hennepplantage (bedoeld zijn: de hennepplantages) loopt en deze voorziet van elektriciteit. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepteelt niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Uit het door de energiemaatschappij tezamen met de politie verrichte onderzoek blijkt dat in de periode van januari 2009 tot en met 8 december 2009 sprake is geweest van hennepteelt. Gelet op de vaststelling dat de aangetroffen hennepplanten ongeveer zeven weken oud zijn en op de hierboven genoemde aanwijzingen die duiden op eerdere oogsten is tenminste vier keer geoogst gedurende voornoemde periode. Al met al is een hoeveelheid elektra weggenomen van minimaal 123.579 kWh, ten bedrage van € 31.282,95.

Verdachte is degene die het pand aan de [straatnaam] 31 te Haarlem vanaf 11 augustus 2008 tot en met 8 december 2009 huurde. De totale huursom per maand bedraagt € 1.269,19. Verdachte beschikt ook over de kwitanties van de betaalde huur en zijn vader betaalt de elektriciteitsrekening. Gedurende de gehele ten laste gelegde periode staat verdachte ingeschreven in een woning in Amsterdam alwaar hij ook feitelijk verblijft. De woning aan de [straatnaam] 31 in Haarlem werd aldus naar het oordeel van de rechtbank kennelijk met een ander doel gehuurd dan om daar feitelijk te verblijven. Dat volgt ook uit de bevindingen van de verbalisanten ter plaatse: wel een ingerichte woonkamer en een beslapen bed, maar verder is de woning kaal, niet als woning ingericht en wordt de badkamer ook niet als badkamer gebruikt.

In de woning wordt een stortingsbewijs van de ABN AMRO Bank N.V. aangetroffen waaruit blijkt dat op 8 april 2009 een bedrag van € 2.000 is gestort via “*[nummer]”. De ABN AMRO Bank heeft op een vordering verstrekking identificerende gegevens bericht dat verdachte een rekening bij deze bank heeft met rekeningnummer [rekeningnummer] en pasnummer [pasnummer]. Deze gegevens komen overeen met de gegevens van het stortingsbewijs. De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte of iemand die kon beschikken over de bankpas van verdachte, op 8 april 2009 een contant geldbedrag van € 2.000,= op verdachtes bankrekening heeft gestort en dat stortingsbewijs in de woning heeft achtergelaten, alwaar later de hennepkwekerijen zijn aangetroffen. De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte zich in een slechte financiële positie bevindt. Hij heeft naar eigen zeggen gokschulden en moet rondkomen van een minimaal inkomen.

Verdachte is ICT’er van beroep en verbleef als gezegd feitelijk in Amsterdam. Buurtonderzoek heeft het volgende uitgewezen:

- er gingen wel eens twee mannen de desbetreffende woning binnen: één van rond de 30 jaar van Nederlandse afkomst en een ander van vermoedelijk buitenlandse afkomst;

- het licht in de woning brandde meestal ’s nachts;

- er werd door verschillende buren wel eens een groen bestelbusje / een bestelwagen van het merk Volkswagen aldaar gezien;

- de gebruiker van de woning was een vriendelijke man van ongeveer 25 jaar oud, die een keer had verteld dat hij websites maakte;

- een ICT’er maakte gebruik van de woning;

- de gebruiker van de woning (zo leidt de rechtbank uit de desbetreffende formulering in het licht van het gedane buurtonderzoek af) heeft verteld dat hij in de weekends zaterdag/zondag bij zijn vriendin in Amsterdam woonde;

- de man die bij de woning kwam had een slank postuur, was vriendelijk, blond haar en net gekleed.

De rechtbank heeft zowel aan de hand van de zich in het dossier bevindende foto van verdachte als bij zijn aanwezigheid ter terechtzitting waargenomen dat verdachte een blonde jongeman is met een vriendelijk voorkomen en een slank postuur en hij is thans 27 jaar oud, terwijl er voorts een treffende overeenkomst is in het beroep en de feitelijke verblijfplaats van degene die de woning met daarin de hennepteelt gebruikt.

4.3. Bespreking verweren

Door de raadsman is algehele vrijspraak bepleit, en dus ook voor het onder 1 en 2 telkens subsidiair tenlastegelegde. De raadsman stelt zich kort gezegd op het standpunt dat het enige bewijsmiddel omtrent de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten een ongedateerde huurovereenkomst betreft waaruit blijkt dat verdachte in de periode van 11 augustus 2008 tot en met 10 augustus 2009 de woning aan de [straatnaam] 31 te Haarlem heeft gehuurd. Voor medeplichtigheid aan de ten laste gelegde feiten moet ‘dubbel opzet’ aanwezig zijn en dat kan niet worden bewezen, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte heeft voor alle hierboven gerelateerde redengevende feiten en omstandigheden die wijzen op betrokkenheid bij de hennepteelt en de diefstal van elektriciteit in het door hem gehuurde pand geen enkele verklaring gegeven die de redengevendheid van alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien had kunnen ontzenuwen, terwijl verdachte bovendien niet alle betrokkenheid bij de hennepteelt ontkent. De rechtbank acht geenszins aannemelijk geworden dat verdachte het pand enkel heeft gehuurd en verder de zeggenschap geheel aan anderen heeft overgelaten zonder te weten wat zich daar afspeelde. Uit het in de woning aangetroffen stortingsbewijs en de treffende overeenkomsten tussen waarnemingen van buurtbewoners en de waarneming van de rechtbank, waarmee verdachte ter terechtzitting ook is geconfronteerd, leidt de rechtbank voorts af dat verdachte zelf ten tijde van de bewezenverklaarde hennepteelt ook in de door hem gehuurde woning is geweest. Gelet op het vorenstaande kan het niet anders dan dat verdachte aldus op zijn minst genomen medeplichtig is geweest bij de hennepteelt en bij de daarmee gepaard gaande diefstal van elektriciteit door overigens onbekend gebleven personen.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de telkens subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

Feit 1

onbekend gebleven personen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 december 2009 te Haarlem telkens opzettelijk hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in een pand aan de [straatnaam], hoeveelheden van een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welke misdrijven verdachte in de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 december 2009 te Haarlem, telkens opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Feit 2

onbekend gebleven personen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 december 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektra (ongeveer 123.579 kWh), toebehorende aan Liander N.V., waarbij die personen het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die onbekend gebleven personen een pand gelegen aan de [straatnaam] met daarin een elektriciteitsmeter voor die diefstal van die elektra ter beschikking te stellen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Feit 2: medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte is medeplichtig geweest aan het gedurende langere tijd in bedrijf hebben van hennepkwekerijen waarbij de elektriciteit illegaal werd afgenomen. De verdachte heeft hierbij kennelijk uit louter financieel gewin gehandeld. De teelt en het gebruik van hennep leveren veel maatschappelijke overlast op. Daarbij komt dat deze softdrugs bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft er door zijn handelen aan toe bijgedragen dat de verslavingsproblematiek met alle daarmee vaak gepaard gaande vormen van criminaliteit in stand wordt gehouden. Doordat de stroom op illegale wijze is afgenomen ontstaat voorts brandgevaar voor omwonenden. Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Alhoewel de rechtbank anders dan de officier van justitie uitgaat van hetgeen verdachte onder 1 en 2 subsidiair is ten laste gelegd, ziet de rechtbank geen aanleiding de door de officier van justitie geëiste straf te matigen. Deze straf past bij straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd. Daarbij tekent de rechtbank aan dat zij van oordeel is dat bij de behandeling van deze strafzaak de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM is overschreden. Evenals de officier van justitie bij zijn geformuleerde eis, houdt de rechtbank daarmee bij de strafoplegging rekening. Zonder termijnoverschrijding was de rechtbank tot oplegging van een werkstraf van 100 uur gekomen, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank is voorts van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 49, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

3 en 11 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 telkens primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van tachtig uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door veertig dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die verdachte in verzekering heeft doorgebracht twee uren taakstraf, subsidiair één dag hechtenis, in mindering worden gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. B.A.A. Postma, voorzitter,

mr. T. Avedissian en mr. M.W. Groenendijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Wessels,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 september 2012.

Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.