Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BY0906

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-09-2012
Datum publicatie
23-10-2012
Zaaknummer
AWB 12/3717 en 12/3718
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft op goede gronden aan eiseres de verplichting opgelegd dat zij zich moet onderwerpen aan een onderzoek naar haar rijvaardigheid. In de medische omstandigheden van eiseres ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat eiseres niet hoeft deel te nemen aan de rijvaardigheidstest voor 1 december 2012.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Haarlem

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/3717 en 12/3718

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

4 september 2012 in de zaken tussen

[naam eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. B.D.W. Martens),

en

de algemeen directeur van het Centraal bureau rijvaardigheidsbewijzen, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Kwant).

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten dat verzoekster moet meewerken aan een onderzoek naar haar rijvaardigheid.

Bij besluit van 16 juli 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder nr. AWB 12/3718. Zij heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nr. AWB 12/3717.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2012. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- treft de voorlopige voorziening dat verweerder het tweede onderzoek naar de rijvaardigheid van eiseres niet zal laten plaatsvinden voor 1 december 2012.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiseres heeft aangevoerd dat het door de regiopolitie Amsterdam-Amstelland op ambtseed opgemaakte proces-verbaal niet volledig juist weergeeft wat er op 9 februari 2012 is voorgevallen, zodat verweerder zijn besluitvorming hierop niet mag baseren. De voorzieningenrechter volgt deze beroepsgrond niet. Er is sprake van een uitvoerig en gedetailleerd proces-verbaal dat door twee verbalisanten op ambtseed of ambsbelofte is opgemaakt. De kern van dit proces-verbaal komt erop neer dat eiseres gedurende enige tijd op de snelweg A9 te langzaam heeft gereden, waardoor andere weggebruikers moesten afremmen en uitwijken. De enkele verklaring van eiseres dat de verbalisanten de gang van zaken niet (volledig) juist hebben weergegeven, is onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van dit proces-verbaal. De voorzieningenrechter wijst in dit verband naar ter zake vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals bijvoorbeeld de uitspraak van 13 juni 2012, LJN: BW8177. Hierin overweegt de Afdeling onder meer dat in beginsel van de juistheid van een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal dient te worden uitgegaan. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om de desbetreffende verbalisanten als getuigen op te roepen, zoals eiseres heeft gesuggereerd.

3. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder op goede gronden aan eiseres de verplichting heeft opgelegd een onderzoek te ondergaan naar haar rijvaardigheid. Dit betekent dat het beroep ongegrond is.

4. Eiseres heeft op 18 april 2012 een rijvaardigheidsonderzoek afgelegd, waarbij is geoordeeld dat eiseres niet rijvaardig is. Eiseres heeft om een tweede onderzoek gevraagd. Verweerder heeft eiseres opgeroepen voor een tweede onderzoek naar haar rijvaardigheid op 26 september 2012. Eiseres heeft aangevoerd dat zij vanwege medische redenen niet in staat is op die datum een rijvaardigheidstest af te leggen. Eiseres heeft dit onderbouwd met een verklaring van haar huisarts van 24 augustus 2012. Verweerder heeft op dit verzoek om uitstel nog niet beslist. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen in die zin, dat eiseres zich niet eerder dan vanaf 1 december 2012 zal behoeven te onderwerpen aan een tweede onderzoek naar haar rijvaardigheid. Uit de door eiseres overgelegde verklaring van haar huisarts blijkt immers dat bij eiseres de pijnklachten na wervelfracturen aanhouden, waardoor ze geen rijlessen kan nemen om zich op het rijexamen voor te bereiden. Daar komt bij dat eiseres heeft aangegeven dat zij op dit moment slechts korte afstanden met de auto aflegt, zodat de verkeersveiligheid niet in geding lijkt.

5. Nu eiseres haar verzoek om uitstel van het tweede rijvaardigheidsonderzoek pas kort voor de zitting bij verweerder heeft ingediend en onderbouwd, zodat verweerder daar nog niet op heeft kunnen beslissen, vormt het treffen van de voorlopige voorziening geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J. van Brussel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.M. van der Pol, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

4 september 2012.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan, uitsluitend voor zover het de hoofdzaak betreft, binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.