Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9804

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
10-10-2012
Zaaknummer
11/5138
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De weigering om geen tegemoetkoming kob van maandelijks € 33,09 te verstrekken aan een AOW-gerechtigde, die niet in Nederland woont maar inwoner van Thailand is, is niet in strijd met artikel 4 van het het Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regeering van het Koninkrijk Thailand van 11 november 2002. Artikel 4 vooziet slechts in het buiten toepassing laten van nationale wettelijke bepalingen die de betaling van een uitkering beperken. Slechts het uitbetalen van het recht op de uitkering wordt uitgebreid. Het recht op een uitkering wordt echter niet uitgebreid door het verdrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/2434
V-N 2012/62.17.11
FutD 2012-2601
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Zaaknummer: AWB 11/5138

Uitspraakdatum: 18 september 2012

Uitspraak in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

gemachtigde: M.J.A. Jacobs (werkzaam bij De Unie),

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiser bij brief van 5 mei 2011 bericht dat eiser met ingang van 1 juni 2011 geen tegemoetkoming AOW meer zal ontvangen en dat hij niet in aanmerking komt voor kob.

1.2. Bij brief van 28 juli 2011, bij verweerder binnengekomen op 17 augustus 2011, heeft eiser tegen deze brief bezwaar gemaakt.

1.3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 augustus 2011 het besluit tot beëindiging van de tegemoetkoming AOW en de niet-verlening van de tegemoetkoming kob gehandhaafd.

1.4. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2012. Zowel eiser als zijn gemachtigde is, met kennisgeving, niet verschenen. Namens verweerder is verschenen K. van Ingen. Op diezelfde zitting zijn behandeld de zaken over hetzelfde onderwerp met de zaaknummers 11/4779, 11/4780, 11/5063, 11/5292, 11/5293, 11/5687 en 11/5620.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser is thans ouder dan 65 jaar en heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij heeft in Nederland pensioenrechten opgebouwd onder de Nederlandse Algemene Ouderdomswet (AOW). Eiser woont – ook na 2011 – in Thailand.

2.2. Tot juni 2011 ontving eiser een tegemoetkoming op grond van artikel 33b AOW, in deze uitspraak aangeduid als, tegemoetkoming AOW. Die tegemoetkoming bedroeg laatstelijk € 33,09 per maand.

2.3. De onder 1.1. bedoelde brief van 5 mei 2011 van verweerder luidde, voor zover van belang:

“(…) Boven op uw AOW krijgt u een extra bedrag: de tegemoetkoming AOW (…). De tegemoetkoming AOW wordt met ingang van 1 juni 2011 vervangen door de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (de tegemoetkoming KOB) (…). In deze brief leest u wat de invoering van de tegemoetkoming KOB voor u betekent.

(…)

Wat betekent dit voor u?

De Nederlandse belastingdienst heeft uw wereldinkomen nog niet vastgesteld sinds u 65 jaar bent. We kunnen dus niet nagaan of 90% of meer van uw wereldinkomen in Nederland onder de belasting valt. We weten wel dat uw AOW-pensioen in Nederland onder de belasting valt. Het wereldinkomen

Zolang we niet weten of 90% of meer van uw wereldinkomen in Nederland onder de belasting valt, ontvangt u geen tegemoetkoming KOB. Met ingang van 1 juni 2011 ontvangt u € 33,09 bruto per maand minder. Zo voorkomen we dat u de ten onrechte ontvangen tegemoetkoming KOB moet terugbetalen. Als blijkt dat 90% of meer van uw wereldinkomen in Nederland onder de belasting valt, ontvangt u de tegemoetkoming KOB met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2011.

Zelf zien of u de tegemoetkoming KOB kunt krijgen

Denkt u dat u de tegemoetkoming KOB kunt krijgen, omdat 90% of meer van uw wereldinkomen in Nederland onder de belasting valt? Dit kunt u eenvoudig nagaan op www.svb.nl/kob. Heeft u geen internet? Dan kunt u de vragen beantwoorden op de bijlage ‘Kan ik een tegemoetkoming KOB krijgen?’ De bijlage is bedoeld als een handig hulpmiddel waarmee u voor uzelf kunt nagaan of het zin heeft om de tegemoetkoming KOB aan te vragen. Met de bijlage kunt u dus géén tegemoetkoming KOB aanvragen. Stuur deze bijlage daarom niet terug naar de SVB.

(…)

Meer informatie

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw SVB-kantoor. (…)”.

De brieven en de bijlagen bevatten geen rechtsmiddelverwijzing.

2.4. Artikel 33b AOW luidde – voor zover van belang –:

“1. Degene, die recht heeft op ouderdomspensioen, heeft tevens recht op een tegemoetkoming.

2. De tegemoetkoming wordt niet beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet, tenzij voor de toepassing van paragraaf 2 van hoofdstuk III.

3. De toekenning van de tegemoetkoming, voor zover die niet samenhangt met de toekenning van het ouderdomspensioen, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. (…)

4. De betaling van de tegemoetkoming geschiedt maandelijks tezamen met de betaling van het ouderdomspensioen.

5. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte, de indexering en de wijze van betaling van de tegemoetkoming. (…)”

2.5. Op grond van artikel 14 van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Wmkob) is artikel 33b AOW met ingang van 1 juni 2011 komen te vervallen.

2.6. Op grond van de Wmkob kan met ingang van 1 juni 2011 recht bestaan op een tegemoetkoming, in deze uitspraak aangeduid als: tegemoetkoming kob.

2.7. De Wmkob bevat onder meer de volgende bepalingen:

“Artikel 1. Definities

In deze wet en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

(…)

b. binnenlandse belastingplichtige: belastingplichtige als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

c. buitenlandse belastingplichtige: belastingplichtige als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, die aantoont dat ten minste 90% van zijn wereldinkomen, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, in Nederland aan de belastingheffing naar het inkomen is onderworpen;

d. ouderenkorting: heffingskorting als bedoeld in de artikelen 8.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en 22b van de Wet op de loonbelasting 1964;

(…)

Artikel 2. Uitvoering van de wet

De SVB is belast met de uitvoering van deze wet.

Hoofdstuk 2 Koopkrachtcompensatie

Artikel 3. Tegemoetkoming

De binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige die de leeftijd heeft bereikt waarop recht kan ontstaan op de ouderenkorting, heeft recht op een tegemoetkoming. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld (…).

Artikel 4. Ontstaan van het recht op de tegemoetkoming

Het recht op de tegemoetkoming ontstaat van rechtswege op de eerste dag van de maand, waarin aan de voorwaarden, genoemd in artikel 3, eerste lid, is voldaan.

Artikel 5. Betaalbaarstelling van de tegemoetkoming

1. Indien de SVB de beschikking heeft over gegevens op basis waarvan aannemelijk is dat de betrokkene een binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is die recht heeft op de tegemoetkoming, vindt de betaling van de tegemoetkoming plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld en geschiedt deze als regel maandelijks.

2. De tegemoetkoming wordt niet betaald over kalenderjaren met betrekking waartoe de aanvraag, bedoeld in het vierde lid, niet is ingediend binnen vijf jaar na dat kalenderjaar. De SVB kan in bijzondere gevallen afwijken van de eerste zin.

3. Indien blijkt dat de betaling van de tegemoetkoming ten onrechte achterwege is gebleven, betaalt de SVB de tegemoetkoming alsnog binnen acht weken nadat de SVB met dit feit bekend is geworden.

4. Degene aan wie geen tegemoetkoming wordt betaald, kan de SVB verzoeken alsnog tot betaling van tegemoetkoming over te gaan indien aannemelijk is dat hij recht heeft op de tegemoetkoming. Desgevraagd legt deze persoon nadere, door de SVB te bepalen bescheiden over. De SVB beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in de eerste zin.

(…)

Artikel 19. Bezwaar en beroep

1. Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing op beschikkingen als bedoeld in het tweede lid.

2. Voor de overeenkomstige toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is een beschikking die is genomen op grond van deze wet voor bezwaar vatbaar.”

2.8 Het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Thailand inzake de export van sociale verzekeringsuitkeringen van 11 november 2002 (hierna: het Verdrag) luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“Artikel 1. Begripsomschrijvingen

1.Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

(…)

e. "wetgeving", de wetgeving met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2;

f. "uitkering", elke uitkering in geld of elk pensioen krachtens de wetgeving;

g. "uitkeringsgerechtigde", een persoon die een uitkering aanvraagt of recht heeft op een uitkering;

(…)

2.Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

1.Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, op de Nederlandse wetgeving inzake de volgende takken van sociale zekerheid:

(…)

d. ouderdomspensioenen;

(…)

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag zowel van toepassing op een uitkeringsgerechtigde als op een lid van zijn gezin voorzover hij woont of verblijft op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 4. Export van uitkeringen

1.Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is een bepaling van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij die de betaling van een uitkering beperkt uitsluitend omdat een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij woont of verblijft, niet van toepassing ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin die respectievelijk dat op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont of verblijft.

2.(…)”

3. Overwegingen

3.1. Zoals de rechtbank in overweging 3.1 in de zaak 11/5072 (LJN: BW0665) heeft overwogen, stelt zij ambtshalve vast dat ook reeds tegen de mededeling in de brieven van 5 mei 2011 bezwaar en beroep openstaat. De rechtbank stelt vast dat het op 17 augustus 2011 door verweerder ontvangen bezwaarschrift tegen de beschikking van 5 mei 2011 na het verstrijken van de wettelijke termijn voor het instellen van bezwaar is ingediend. Nu echter een rechtsmiddelclausule achterwege is gebleven, kan als gevolg daarvan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding dient derhalve op de voet van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht achterwege te blijven.

3.2. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser niet voldoet aan de eis dat meer dan 90% van zijn wereldinkomen in Nederland aan de belastingheffing is onderworpen (hierna ook genoemd: de onderworpenheidseis). Eiser heeft – zakelijk weergegeven – onder meer aangevoerd dat hij het niet eens is met de weigering om eiser tegemoetkoming kob toe te kennen, omdat hij in het buitenland woonachtig is. De rechtbank leest in deze grief van eiser dat hij heeft bedoeld te stellen dat de weigering hem een tegemoetkoming kob toe te kennen een ongeoorloofd onderscheid vormt naar woonplaats als bedoeld in artikel 4 van het Verdrag.

3.3. De rechtbank stelt voorop dat, zoals ook blijkt uit de parlementaire geschiedenis, in artikel 3 Wmkob in feite – buiten de onderworpenheidseis – als enige voorwaarde is gesteld om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming kob dat de belastingplichtige de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, omdat bij die leeftijd volgens de thans geldende Wet IB 2001 recht kan ontstaan op de ouderenkorting. De beroepsgrond komt er tegen die achtergrond op neer dat de Wmkob in strijd is met artikel 4 van het Verdrag, omdat aan binnenlandse belastingplichtigen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, Wmkob, behoudens de eis dat zij ouder zijn dan 65 jaar, geen nadere voorwaarden worden gesteld en aan buitenlandse belastingplichtigen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, Wmkob wel de nadere voorwaarde wordt gesteld dat 90% van hun wereldinkomen in Nederland aan belastingheffing is onderworpen.

3.4. De rechtbank kan eiser niet volgen in zijn stelling. Artikel 4 van het Verdrag voorziet in het buiten toepassing laten van nationale wettelijke bepalingen die de betaling van een uitkering beperken. Een betaling van een uitkering veronderstelt een recht op een uitkering op grond van een wettelijke bepaling. Dat recht heeft eiser echter niet gelet op de onder 2.7 aangehaalde bepalingen van de Wmkob. Het recht op een uitkering wordt niet uitgebreid door het Verdrag; enkel de (uit)betaling van een recht wordt door het Verdrag uitgebreid. Nu eiser dat recht niet heeft, kan hij zich niet met vrucht beroepen op het Verdrag.

3.5. Ook de stelling van eiser dat geen rekening is gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, dat hij hoge kosten van levensonderhoud heeft van hemzelf, zijn partner en familie van zijn partner en dat daardoor uitbetaling van de tegemoetkoming kob noodzakelijk is, kan niet slagen. De toekenning of weigering van de tegemoetkoming kob staat, voor zowel binnenlandse als buitenlandse belastingplichtigen, geheel los van de hoogte van de kosten van levensonderhoud. De wet voorziet niet in een mogelijkheid om AOW-gerechtigden met hoge kosten van levensonderhoud, ondanks dat zij niet aan de onderworpenheidseis voldoen, toch tegemoetkoming kob te verlenen.

3.6. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

4. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

5. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, voorzitter, mr. R.H.M. Bruin en mr. A.A. Fase, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. B.J.E. Lodder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 september 2012.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.