Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9459

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-08-2012
Datum publicatie
08-10-2012
Zaaknummer
zaaknummer 562827/ AO VERZ 12-111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Werknemer, 48 jaar oud, sinds 1989 bij zelfde concern werkzaam, en sinds 2006 bij huidige vennootschap als rayonmanager. Laatstverdiende salaris € 6.816,74 br. p.mnd. Reorganisatie; samenvoegen 2 managementlagen. Nadat ontslagvergunning wegens overtolligheid door UWVwerkbedrijf is geweigerd, omdat onvoldoende duidelijk was of vervallen functie niet uitwisselbaar was met nieuw gecreëerde functie, wordt ontbindingsverzoek gedaan op dezelfde grondslag. Anders dan UWVwerkbedrijf oordeelt ktr: voldoende gebleken van overtolligheid; geen uitwisselbaar functies. Wel verwijt dat geen serieuze poging is ondernomen tot het vinden van andere, passende functie. Ontslagvergoeding € 209.614,63 op basis van 23 afgeronde dienstjaren en correctiefactor 1,5.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0909

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaaknummer 562827/ AO VERZ 12-111

datum uitspraak: 16 augustus 2012

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

Detailconsult Personeel B.V.

te Amsterdam

verzoekende partij

hierna: Detailconsult

gemachtigde: mr. F.G.N. Vergeer

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verwerende partij

hierna: [gedaagde]

gemachtigde: mr. F.G. Vlaskamp

De procedure

Op 25 juni 2012 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Detailconsult.

[gedaagde] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2012. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van [gedaagde] heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [gedaagde], thans [leeftijd], is sinds 4 september 1989 tot op heden op basis van een arbeidsovereenkomst aansluitend in dienst geweest bij diverse vennootschappen binnen het concern dat thans bekend staat als Detailresultgroep N.V., verder te noemen ‘de holding.’ Achtereenvolgens werd gewerkt voor Dirk van den Broek B.V., Digros B.V., Persconsult B.V. en (vanaf 27 februari 2006) Detailconsult Personeel B.V.

2. Gedurende de hiervoor bedoelde dienstbetrekkingen is [gedaagde] opgeklommen van (aankomend) supermarktmanager tot rayonmanager. Het laatstverdiende salaris bedroeg (omgerekend) € 6.816,74 bruto per maand exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

3. Teneinde de toenemende concurrentie in het supermarktbedrijf het hoofd te kunnen bieden heeft de holding in 2011 (onder meer) besloten de organisatiestructuur bij Detailconsult te stroomlijnen en meer efficiënt te maken, kort gezegd door twee managementlagen, te weten de functies van verkoopmanager en rayonmanager, samen te voegen tot één nieuwe managementlaag, te weten de functie van verkoopleider. Deze reorganisatie is per 2 januari 2012 geëffectueerd.

4. In verband met het voorgaande zijn alle verkoop- en rayonmanagers wegens het wegvallen van hun functie overtollig verklaard en mochten zij solliciteren naar de functie van verkoopleider. [gedaagde] heeft naar deze functie gesolliciteerd maar is afgewezen. Tenslotte bleven vier voormalige verkoop- en rayonmanagers over. Drie van hen zijn inmiddels op andere wijze afgevloeid, zodat tenslotte alleen [gedaagde] nog resteert.

5. Op 29 december 2011 heeft Detailconsult een ontslagvergunning voor [gedaagde] aangevraagd bij het UWVwerkbedrijf. Deze vergunning is op 8 mei 2012 geweigerd, kort samengevat omdat Detailconsult onvoldoende duidelijk had gemaakt dat de vervallen functie van rayonmanager niet uitwisselbaar zou zijn met de nieuwe functie van verkoopleider, terwijl in het verlengde daarvan niet voldoende kon worden vastgesteld dat het afspiegelingsbeginsel juist was toegepast. Overleg tussen partijen heeft vervolgens niet geleid tot een minnelijke schikking. [gedaagde], die al voor het indienen van het verzoek om een ontslagvergunning van zijn taken was ontheven, zit sindsdien thuis. Hij heeft wel de beschikking gehouden over de hem toegekende leaseauto.

Het verzoek

Detailconsult verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden. Bij toewijzing van het verzoek is Detailconsult bereid een ontslagvergoeding te betalen van € 83.024,49 bruto.

Ter toelichting stelt Detailconsult – samengevat – het volgende.

Vanwege de noodzakelijke reorganisatie is de functie van [gedaagde] als rayonmanager komen te vervallen. Er is geen sprake van uitwisselbaarheid van deze functie met de nieuwe functie van verkoopleider. Maar ook al was dat wel het geval, dan nog was [gedaagde] bij een juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel voor ontslag aangewezen. Het was aan Detailconsult om te bepalen wie zij in de nieuwe functie wilde aanstellen. Er is geen andere, passende (zwaarte en honorering) functie voor [gedaagde] beschikbaar gebleken.

Het verweer

[gedaagde] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [gedaagde] om toekenning van een vergoeding van € 279.486,17 bruto.

Ter toelichting voert [gedaagde] – samengevat – het volgende aan.

Om te beginnen wordt de noodzaak van de doorgevoerde reorganisatie, dan wel de doorgevoerde personeelsinkrimping, ter discussie gesteld. Voorts wordt volhard bij het standpunt dat de oude functie van rayonmanager en de nieuwe functie van verkoopleider wel degelijk uitwisselbaar zijn. Een juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel had in dat verband moeten leiden tot ontslag van een andere manager. Maar in elk geval kan de daarna gevolgde procedure (stoelendansmethode) waarin de overtollig verklaarde managers moesten solliciteren naar een kleiner aantal vacatures van verkoopleider, procedureel en inhoudelijk niet door de beugel. Voorts is [gedaagde] van mening dat Detailconsult onvoldoende heeft gedaan om hem intern te herplaatsen. Van meet af aan was duidelijk, dat Detailconsult van hem af wilde.

De beoordeling van het verzoek

Ontvankelijkheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden komen vast te staan, die zouden nopen tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.

Ontslagverboden

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een verbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst of een opzegverbod als bedoeld in de artikelen 7:647, 648, 670 en 670a van het Burgerlijk Wetboek, of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dat blijkt niet het geval.

Ontbinding of niet

Voldoende is gebleken van gewijzigde omstandigheden, die een voldoende gewichtige reden opleveren om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbin¬den.

De beslissing van de holding om wijziging aan te brengen in de managementstructuur bij Detailconsult, die zich naar zijn aard slechts leent voor een marginale toetsing door de kantonrechter, komt de kantonrechter niet apert onredelijk voor. Het mag waar zijn dat daartoe (nog) geen acute, bedrijfseconomische noodzaak bestond, maar een gezonde bedrijfsvoering vereist nu eenmaal dat wordt vooruit gekeken naar zich veranderende marktomstandigheden. Dat daarbij tevens is gekozen voor inkrimping van het managerbestand, valt gelet op het voorgaande evenmin als apert onredelijk aan te merken, waarmee gegeven is dat [gedaagde] niet onterecht overtollig is verklaard.

Verder is de kantonrechter het met Detailconsult eens, dat de nieuwe functie van verkoopleider, die in feite een samenvoeging inhoudt van twee eerdere managementlagen, te weten de functies van rayonmanager en verkoopmanager, onderling niet uitwisselbaar zijn. Het mag waar zijn dat [gedaagde], gelet op zijn kennis en ervaring, heel wel in staat was om als verkoopleider werkzaam zijn, maar dat staat daarvan los. Het gaat in dit verband immers om uitwisselbaarheid van functies en niet om uitwisselbaarheid van werknemers. Dat betekent dat het afspiegelingsbeginsel niet aan de orde komt en dat ervan moet worden uitgegaan dat het Detailconsult vrij stond om niet voor [gedaagde] te kiezen, waar het de vervulling van de vacatures voor de nieuwe functie van verkoopleider betreft. Dat Detailconsult bij die keuze niet als een goed werkgever heeft gehandeld, meer in het bijzonder door het ontbreken van een behoorlijke sollicitatieprocedure, acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk geworden. [gedaagde] heeft net als ieder ander de kans gekregen om te solliciteren. Dat de keuze niet op hem is gevallen is natuurlijk onaangenaam, maar betekent nog niet dat Detailconsult ten opzichte van [gedaagde] onbehoorlijk heeft gehandeld.

Wat anders is, dat van Detailconsult (althans de holding, welke in zoverre met Detailconsult wordt vereenzelvigd) wel mocht worden verwacht, dat zij zich voldoende inspanningen zou getroosten om een andere, passende functie voor [gedaagde] te vinden binnen het concern. Aan [gedaagde] moet worden toegegeven, dat daarvan niet, dan wel onvoldoende is gebleken. Daartoe is in elk geval geen aantoonbare, serieuze poging ondernomen. Een en ander kan echter niet aan de verzochte ontbinding in de weg staan omdat, zoals ter terechtzitting is gebleken, de vertrouwensrelatie tussen partijen inmiddels duurzaam verstoord is geraakt. Waar Detailconsult (althans de holding) klaarblijkelijk niet van zins was noch is om [gedaagde] voor het bedrijf te behouden, heeft [gedaagde] daar geen redelijke toekomst meer, gelet op zijn capaciteiten en salarisniveau. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst is dan ook onontkoombaar.

Vergoeding

De kantonrechter is van oordeel dat aan [gedaagde] in redelijk¬heid een vergoeding toekomt ten laste van de wederpartij. Die vergoeding wordt gesteld op een bedrag van € 209.614,63 bruto, voor zover mogelijk te beschouwen als aanvulling op toekomstige uitkeringen of andere arbeidsinkomsten.

Uitgangspunt bij het vaststellen van de te betalen ontbindingsvergoeding is de zogenaamde kantonrechterformule, die als gevolg van landelijke afspraken door vrijwel alle Nederlandse kantonrechters wordt gehanteerd.

In dit geval, behoort deze formule als volgt te worden ingevuld:

• aantal afgeronde dienstjaren 23; gewogen dienstjaren: 20,5;

• bruto maandsalaris, inclusief vakantiebijslag, € 6.816,74;

• correctiefactor 1,5.

Betreffende het aantal afgeronde en gewogen dienstjaren wordt uitgegaan van een aanvang van de arbeidsrelatie per 4 september 1989. Weliswaar dateert het formele dienstverband met de huidige werkgever pas vanaf 27 februari 2006, maar zoals hiervoor bij de feiten is vastgesteld, heeft [gedaagde] altijd voor hetzelfde concern gewerkt en mogen aan zijn achtereenvolgende tewerkstelling bij verschillende onderdelen, tevens rechtspersonen, van dat concern, voor wat betreft de berekening van de aan hem toekomende billijke vergoeding, geen voor hem nadelige gevolgen worden verbonden.

Betreffende de correctiefactor wordt nader overwogen, dat in dit geval voldoende is gebleken van feiten en/of omstandigheden, die moeten resulteren in een grotere factor dan de bij een zogenaamde "kleurloze" of "neutrale" ontbinding te hanteren factor 1. Het gaat hier om een 48 jarige werknemer met een eenzijdige ervaring, die zich gedurende een zeer langdurig dienstverband heeft opgewerkt tot een managementfunctie met een zeer behoorlijk salaris. De positie van [gedaagde] op de arbeidsmarkt is, zoals moet worden gevreesd, niet rooskleurig. Zoals hiervoor is overwogen is niet dan wel onvoldoende gebleken dat Detailconsult serieus heeft geprobeerd om een andere passende functie voor [gedaagde] te vinden binnen het concern. Aan zijn gedwongen vertrek ligt verder geen dringende bedrijfseconomische noodzaak ten grondslag, in die zin dat het voortbestaan van het bedrijf op het spel staat. Waar het op neerkomt, is dat Detailconsult, om haar moverende redenen heeft besloten dat er geen plaats meer is voor [gedaagde] in het bedrijf, welk fait accompli aan een voortzetting van de arbeidsovereenkomst in de weg staat.

Gelet op deze uitkomst moet aan Detailconsult een termijn worden gegund om het verzoek in te trekken.

Kosten

Over de proceskosten moet worden geoordeeld zoals hierna bepaald.

Beslissing

Partijen worden in kennis gesteld van het voornemen hun arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 september 2012, onder toekenning aan [gedaagde] van een vergoeding groot € 209.614,63 bruto, voor zover mogelijk te beschouwen als aanvulling op toekomstige uitkeringen of andere arbeidsinkomsten, en onder afwijzing van het eventueel meer of anders verzochte.

Detailconsult krijgt tot en met 23 augustus 2012 de gelegenheid het verzoek in te trekken, dit schriftelijk aan de griffie van de rechtbank Haarlem, sector kanton, locatie Zaandam en onder toezending van een afschrift aan de wederpartij.

Voor het geval het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken wordt deze beschikking definitief op de dag na de genoemde uiterste datum voor intrekking. Detailconsult wordt in dat geval veroordeeld tot betaling van wat [gedaagde] als gevolg van deze beschikking toekomt.

Iedere partij moet de eigen kosten dragen.

Deze beschikking wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. F.M.Visser, kantonrechter in de rechtbank Haarlem, locatie Zaandam, en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.