Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX9159

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-09-2012
Datum publicatie
04-10-2012
Zaaknummer
194864 - KG ZA 12-391
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

I.E.-rechten mbt watertap. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat gedaagde redelijkerwijs niet heeft kunnen menen dat eiseres inbreuk maakt op modelrechten van gedaagde. Voorts is door gedaagde willens en wetens onjuiste, misleidende informatie verstrekt. Het sturen van de sommatiebrieven is daarom onrechtmatig. Volgt "wapperverbod" en bevel rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 194864 / KG ZA 12-391

Vonnis in kort geding van 25 september 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND,

gevestigd te Velserbroek,

eiseres,

advocaat mr. D.E. Stols te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de staat Michigan, Verenigde Staten,

GLOBALTAP LL.C,

gevestigd te Galien, Michigan, Verenigde Staten,

gedaagde,

advocaat mr. L. Bakers te Amsterdam.

Partijen zullen hierna PWN en Globaltap genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van PWN

- de pleitnota van Globaltap.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. PWN is het waterleidingbedrijf van de provincie Noord-Holland. PWN levert drinkwater aan particulieren, bedrijven en instellingen. Globaltap is een commerciële Amerikaanse organisatie die zich bezig houdt met de ontwikkeling en plaatsing van drinkwatertappunten (verder: drinkwatertaps) in de openbare ruimte, met name in de Verenigde Staten.

2.2. Begin 2012 heeft PWN in het kader van haar duurzaamheidsbeleid besloten om in Nederland meer gratis drinkwater ter beschikking te stellen in de openbare ruimte. Daarbij heeft zij zich ten doel gesteld het hergebruik van plastic waterflessen te stimuleren waardoor de uitstoot van CO2 wordt teruggedrongen. Op diverse plaatsen in de provincie staan al drinkwaterfonteintjes van PWN. Bij dergelijke fonteintjes is het echter niet goed mogelijk drinkwaterflessen te vullen.

2.3. Sinds enkele jaren worden drinkwatertaps geproduceerd die zodanig zijn vormgegeven dat er een drinkwaterfles onder geplaatst kan worden. Dergelijke taps worden onder meer geproduceerd door Globaltap en de organisatie JoinThePipe.

2.4. PWN heeft met Globaltap en JoinThePipe contact opgenomen en overleg gevoerd over de eventuele aankoop of promotie van hun drinkwatertaps. Op 13 februari 2012 heeft PWN bij Globaltap een proefbestelling gedaan. Deze bestelling betrof het zogenaamde oermodel van Globaltap, de GT 1000 Bottle Filler, die hieronder links is afgebeeld. Globaltap brengt daarnaast diverse andere modellen drinkwatertaps op de markt, waaronder het hieronder rechts afgebeelde GTMU-model.

2.5. Tevens heeft PWN het Haarlemse ontwerpbureau C10 verzocht een drinkwater-tappunt te ontwerpen. Eind maart 2012 heeft PWN Globaltap bericht dat zij C10 een drinkwatertap had laten ontwerpen en dat zij een keuze zou maken tussen het ontwerp van C10 en één van de modellen van Globaltap. Uiteindelijk heeft PWN gekozen voor het ontwerp van C10. Het door C10 ontworpen model is hieronder afgebeeld. Dit model zal hierna worden aangeduid als het PWN-model.

2.6. Bij brief van 25 juni 2012 heeft mr. H.C. Bollekamp, destijds raadsman van Globaltap, PWN onder meer als volgt bericht.

(…)

(i) Cliënte is rechthebbende op het modelrecht op door c.q. in haar opdracht ontwikkelde tappunten, (onder andere) geschikt voor plaatsing in de openbare ruimte en (onder andere) dienende om waterflessen c.q. bekers te vullen.

(ii) U heeft een watertap bij cliënte gekocht en geleverd gekregen. Een foto van het model van de door u gekochte en aan u geleverde watertap gaat hierbij.

(iii) Cliënte heeft bemerkt dat u vervolgens een model watertap heeft ‘ontwikkeld’ dat zeer sterk gelijkt op de hiervoor bedoelde watertap, waarvan - het zij herhaald - het modelrecht aan cliënte toebehoort. Een foto van de door u kennelijk geproduceerde en aan de gemeente Alkmaar geleverde watertap gaat hierbij.

(iv) De ‘door u’ ontwikkelde watertap functioneert niet c.q. zeer slecht en is van inferieure kwaliteit.

(v) Door het produceren en op de markt brengen van een zeer sterk op de watertap van cliënte gelijkende watertap pleegt u inbreuk op het modelrecht van cliënte en handelt u jegens cliënte onrechtmatig.

Namens cliënte sommeer ik u om de productie en het in het economisch verkeer brengen van de betreffende watertap te staken en gestaakt te houden. Mocht u aan deze sommatie geen gevolg geven, dan zal ik namens cliënte in kort geding een verbod vorderen.

Nu uit diverse perspublicaties blijkt dat u voornemens bent om - naast Alkmaar - de betreffende watertap tevens te plaatsen in de gemeenten Zaanstad, Hoorn en Texel zal ik de colleges van B&W van de betreffende gemeenten een kopie van deze sommatie zenden, opdat zij ervan op de hoogte zijn dat indien zij met u in zee gaan, zij kennelijk willens en wetens de rechten van cliënt schenden.

(…)

Bij deze brief is een foto gevoegd van het onder 2.5 afgebeelde PWN-model, alsmede de hierna opgenomen zwart-witfoto.

2.7. Mr. Bollekamp heeft kopieën van deze brief en de beide foto’s op 25 juni 2012 toegezonden aan de gemeentebesturen van Alkmaar, Zaanstad, Hoorn, Texel en Den Helder met de mededeling dat PWN het modelrecht van Globaltap heeft geschonden en dat Globaltap PWN in rechte zal betrekken indien zij geen gevolg geeft aan de sommatie.

2.8. De raadsman van PWN heeft de aanspraken van Globaltap van de hand gewezen, haar verzocht te bevestigen dat geen rechtsmaatregelen tegen PWN zouden volgen en de brieven aan de hiervoor genoemde gemeenten te rectificeren. Globaltap heeft daarop niet gereageerd.

2.9. [A] en [B], medewerkers van PWN, hebben in een schriftelijke verklaring d.d. 5 september 2012 onder meer als volgt verklaard.

(…)

Er is vanaf medio augustus verschillende keren contact geweest met [C], werkzaam op de afdeling stadsbeheer (beleid & bedrijfsbureau) van de Gemeente Hoorn. [C] vond de brieven na terugkomst van zijn vakantie en belde PWN om uitleg te vragen. Hij vroeg zich af “wat er allemaal aan de hand was”. De toonzetting was dus enigszins verontrust.

We hebben uitleg gegeven over de stand van zaken. De gemeente oriënteerde zich namelijk op verschillende aanbieders en zal uiteindelijk een keus maken. We merkten in de gesprekken dat bij de gemeente Hoon de vraag bleef hangen. “Wat zijn de risico’s als wij als gemeente een tappunt van PWN laten installeren?”

(…)

3. Het geschil

3.1. PWN vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

3.1.1. Globaltap zal veroordelen om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere mondelinge of schriftelijke mededeling aan derden, daaronder begrepen gemeentebesturen, -raadsleden of journalisten, met de inhoud of strekking dat het PWN-model inbreuk zou maken op enig recht van intellectuele eigendom dat Globaltap in Nederland geldig kan maken, zoals een modelrecht,

3.1.2. Globaltap zal veroordelen om, binnen 48 uur na betekening van het vonnis, uit eigen naam en op eigen briefpapier een aangetekende brief te verzenden aan alle derden die enig schriftelijk bericht hebben ontvangen van Globaltap dan wel van haar raadsman (welk

bericht de inhoud of strekking had dat het PWN-model inbreuk zou maken op enig recht van intellectuele eigendom dat Globaltap in Nederland geldig kan maken, zoals een modelrecht) welke te verzenden brief de volgende inhoud zal hebben, zonder toevoegingen:

“Dear Sirs,

We [Our lawyer] informed you by letter of [datum] that the drinking water tap offered by N. V. PWN Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland, depicted below, would allegedly infringe certain intellectual property rights owned by Globaltap LLC with seat at Galien, MI, United States of America.

By order of the President of the District Court of Haarlem, we hereby inform you that we

should not have sent you this information, because no such infringement has been established. We do not own any registered design rights.

[naar keuze eventueel:] We apologize for any inconvenience.

Yours sincerely,

Globaltop LL. C

[D], CEO”

met daarbij op dezelfde of de volgende pagina afgedrukt een afbeelding in kleur van minimaal 5x5 centimeter van het PWN-model,

dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen tekst met of zonder afbeelding,

een en ander met verzending per e-mail van een gelijktijdig afschrift van die brieven aan de raadsman van PWN, mr. D.E. Stols,

3.1.3. zal bepalen dat Globaltap een dwangsom verbeurt van € 25.000,- per mededeling als bedoeld in onderdeel 3.1.1, alsmede € 10.000,- voor iedere dag dat Globaltap niet aan de veroordeling als bedoeld in onderdeel 3.1.2 voldoet,

3.1.4. Globaltap zal veroordelen in de kosten van het geding te berekenen op de voet van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), dan wel (subsidiair) in de proceskosten.

3.2. PWN legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Globaltap zich ten onrechte beroept op intellectuele eigendomsrechten ten aanzien van haar GTMU-model. Ter toelichting voert zij het volgende aan.

3.3. Om in Nederland aanspraak te kunnen maken op bescherming onder het modellenrecht zou Globaltap een Benelux-modeldepot, of een Gemeenschapsmodeldepot onder de Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende gemeenschapsmodellen (GModVo) moeten inroepen. Zij legt echter geen depotbewijzen over en in de desbetreffende registers heeft PWN geen depots aangetroffen. Van een niet-geregistreerd Gemeenschapsmodel (artikel 11 lid 1 GModVo) kan geen sprake zijn, aangezien het GTMU-model nooit aan het publiek binnen de EU beschikbaar is gesteld.

3.4. Evenmin kan Globaltap zich beroepen op auteursrechtelijke bescherming. Artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie bepaalt dat een buitenlandse rechthebbende geen beroep op de Nederlandse Auteurswet toekomt als het desbetreffende object in het thuisland geen auteursrechtelijk bescherming geniet. Die situatie doet zich hier voor, nu een drinkwatertap een gebruiksvoorwerp (usefull article) is en de Amerikaanse Copyright Act bescherming uitsluit voor gebruiksvoorwerpen (met uitzondering van aspecten die ook zonder het model als decoratief beschouwd kunnen worden, hetgeen hier niet aan de orde is).

3.5. Een beroep op het leerstuk van slaafse nabootsing kan niet slagen, aangezien daarvoor vereist is dat het GTMU-model een eigen gezicht op de Nederlandse markt heeft. Het GTMU-model is echter in Nederland nooit te zien geweest, laat staan dat het een onderscheidend product op de Nederlandse markt is. Bovendien is het PWN-model compleet anders vormgegeven dan het GTMU-model.

3.6. Voorts stelt PWN dat Globaltap onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar de onder de feiten aangehaalde sommatiebrief te sturen en een afschrift daarvan te verzenden aan een vijftal gemeenten. De brief bevat onjuiste en misleidende informatie en is vergezeld van een gemanipuleerde foto (voorzieningenrechter: bedoeld is de hiervoor onder 2.6 opgenomen foto) van het GTMU-model waarop, zonder dat daarvan in de brief melding wordt gemaakt,de contouren van het PWN-model zijn getekend. Globaltap heeft de brief verstuurd, terwijl zij wist, althans had moeten weten, dat zij de gestelde inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten in rechte niet zou kunnen waarmaken. PWN heeft hierdoor schade geleden in die zin dat de desbetreffende brieven haar afnemers hebben doen aarzelen om met haar in zee te gaan.

3.7. Globaltap voert verweer.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De eerste vraag die ter beantwoording voorligt, is of voorshands aannemelijk is dat Globaltap zich, zoals PWN stelt, bij de sommatiebrieven van 25 juni 2012 heeft beroepen op intellectuele eigendomsrechten op het GTMU-model, waarvan zij weet dat deze niet bestaan. Is dit het geval, dan vloeit reeds daaruit voort dat zij onrechtmatig jegens PWN heeft gehandeld door bedoelde sommatiebrieven te versturen.

4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient deze vraag ontkennend te worden beantwoord. Weliswaar heeft Globaltap, anders dan zij in de brieven van 25 juni 2012 heeft vermeld, geen modeldepots verricht voor het GTMU-model, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voorshands voldoende aannemelijk dat het GTMU-model van Globaltap in de EU thans bescherming geniet als niet-ingeschreven gemeenschapsmodel in de zin van artikel 11 GModVo. Ingevolge dat artikel wordt een model als niet-ingeschreven gemeenschapsmodel beschermd gedurende drie jaar vanaf de datum dat het voor het eerst binnen de EU voor het publiek beschikbaar is gesteld, doordat het is gepubliceerd, ten toon gesteld, in de handel gebracht, of anderszins openbaar is gemaakt, en wel op zodanige wijze dat deze feiten bij een normale gang van zaken redelijkerwijs ter kennis konden zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector die in de EU werkzaam zijn. Globaltap heeft onbetwist aangevoerd dat zij het GTMU-model vanaf oktober 2011 heeft openbaar gemaakt via haar website en via andere media zoals Flickr en Facebook. Daarnaast heeft Globaltap onbetwist aangevoerd dat sprake is van een relatief kleine markt voor openbare drinkwatertaps. Gelet daarop is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter aannemelijk dat die websites ook regelmatig door concurrenten en (potentiële) afnemers in de EU worden bezocht. In dit verband is illustratief dat PWN, op zoek naar een leverancier, ook via internet bij Globaltap terecht is gekomen. Aldus is eveneens aannemelijk dat de bodemrechter tot het oordeel komt dat het GTMU-model door Globaltap via internet beschikbaar is gesteld aan het Europese publiek, en dat er dus sprake is van een niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrecht op het GTMU-model.

4.3. Overigens faalt het verweer van Globaltap dat zij zich eveneens op het auteursrecht op het GTMU-model kan beroepen. Het land van oorsprong van het GTMU-model is de Verenigde Staten. Aan “usefull articles” zoals het GTMU-model, komt in het algemeen in de Verenigde Staten geen auteursrechtelijke bescherming toe. Een uitzondering op deze regel bestaat voor gebruiksvoorwerpen waarbij de decoratieve kenmerken los kunnen worden gezien van de functionele/technische aspecten. Als door PWN gesteld en door Globaltap niet (voldoende) bestreden moet er in dit kort geding echter van uitgegaan worden dat deze uitzondering zich in het onderhavige geval niet voordoet. Dit brengt met zich dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter aan het GTMU-model ingevolge de reciprociteiteis van artikel 2 lid 7 van de Berner Conventie in Nederland geen auteursrechtelijke bescherming toekomt. Bij de beoordeling van het geschil geldt derhalve als uitgangspunt dat het GTMU-model (vooralsnog) slechts wordt beschermd door een niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrecht.

4.4. Gelet op vaste jurisprudentie staat het de houder van een intellectueel eigendomsrecht, zolang de nietigheid van het aan haar toekomende recht niet vast staat, vrij zich jegens derden op dat recht te beroepen. Dit is echter anders, indien de rechthebbende niet te goeder trouw is, bijvoorbeeld omdat hij wist dat de aangeschreven partij geen inbreuk maakt op het ingeroepen recht, althans zulks in redelijkheid niet heeft kunnen menen, of als de sommatie meer suggereerde dan verantwoord was. De rechthebbende handelt dan immers tegen beter (hebben moeten) weten in, hetgeen onzorgvuldig is. Of hiervan sprake is, moet steeds beoordeeld worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval (vgl. Rb. Den Haag, 17 juli 2012, LJN BX4794).

4.5. Volgens PWN bevat de sommatiebrief een ongenuanceerde en onjuiste beschuldiging. Zij voert in dit verband aan dat er geen sprake is van ontlening en dat het PWN-model qua uiterlijk compleet anders is vormgegeven dan het GTMU-model. De voorzieningenrechter overweegt op dit punt als volgt.

4.6. Ingevolge artikel 10 lid 1 GModVo biedt het modelrecht bescherming tegen elk model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere indruk wekt dan het model waarop de rechthebbende zijn aanspraken baseert. Artikel 19 GModVo bepaalt in lid 1 dat de houder van een ingeschreven gemeenschapsmodel het recht heeft om het model te gebruiken en om aan derden aan wie hij daartoe geen toestemming heeft gegeven te beletten het te gebruiken. Onder dit gebruik wordt met name verstaan het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, invoeren, uitvoeren of gebruiken van een voortbrengsel waarin het model is verwerkt of waarop het is toegepast, alsmede het voor deze doeleinden in voorraad hebben van dat voortbrengsel. Ingevolge lid 2 van artikel 19 GModVo heeft Globaltap, als houder van een niet-ingeschreven gemeenschapsmodel, echter alleen het recht om de in lid 1 genoemde handelingen te beletten als het aangevochten gebruik voortvloeit uit het namaken van het beschermde model. Het aangevochten gebruik wordt ingevolge lid 2 niet beschouwd als voortvloeiende uit het namaken van het beschermde model indien dit gebruik voortvloeit uit onafhankelijk scheppend werk door een ontwerper van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij het door de rechthebbende openbaar gemaakte model niet kende. In deze context hebben partijen ter terechtzitting uitgebreid stilgestaan bij de vraag of de ontwerper van het PWN-model, ontwerpbureau C10, het GTMU-model kende en het ontwerp van het PWN-model daarvan heeft nagemaakt. Het antwoord op de vraag of sprake is van namaak in de zin van artikel 19 lid 2 GModVo is echter niet relevant indien hoe dan ook geen sprake is van inbreuk in de zin van artikel 10 juncto 19 lid 1 GModVo. De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt.

4.7. Globaltap betoogt dat sprake is van inbreuk, nu beide modellen zich kenmerken door een gat in het midden, in een diepe omranding. De door het gat in het GTMU-model ontwikkelde “doorkijk” staat volgens Globaltap op zichzelf in de markt, heeft een eigen karakter en onderscheidt zich van het “umfeld”.

4.8. Voor zover Globaltap daarmee heeft bedoeld te betogen dat het eigen karakter van het GTMU-model slechts, dan wel met name, de vormgeving van het gat betreft, zodat ook alleen de trekken van het gat (en niet de overige uiterlijke eigenschappen van de drinkwatertap) in de vergelijking mogen worden betrokken, is van belang dat een gat niet beoordeeld kan worden zonder de “omlijsting van dat gat”. Een gat is op zichzelf immers niets. Het gat kan dan ook niet los gezien worden van de context waarin het gat is geplaatst, althans waardoor het gat wordt gevormd. Het meest in het oog springende verschil tussen het GTMU-model en het PWN-model, is dat het GTMU-model een massieve rechthoekige zuil is met een rechthoekig gat er in, terwijl het PWN-model een kleine rechthoek met een gat er in is, die de indruk wekt van een afgeplatte letter “O”, op een lange slanke voet. In zijn geheel maakt het PWN-model een aanmerkelijk lichtere en fragielere indruk. Voorts is van belang dat het gat in het PWN-model langer en hoekiger is dan het gat in het GTMU-model. De totaalindruk van het PWN-model is daarmee volledig anders dan die van het GTMU-model. Ten aanzien van het gebruikte kraantje geldt het volgende. Dat het PWN-model een kraantje in het midden van het open gedeelte heeft, is ingegeven door de functionaliteit (het moet mogelijk zijn flesjes water te vullen en de voorziening moet voldoende hygiënisch zijn), zodat daaraan voor de vergelijking geen betekenis toekomt. Dat het in beide gevallen om dop-vormige, metalen kraantjes gaat, kan niet bijdragen aan het oordeel dat sprake is van inbreuk, aangezien de kraantjes in de totaalindruk van het PWN- en GTMU-model (zowel indien wordt gekeken naar het gat, als indien wordt gekeken naar de volledige drinkwatertaps) nauwelijks opvallen. Het gebruik van een soortgelijk metalen, dop-vormig kraantje in het PWN-model kan naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter derhalve niet bijdragen tot de conclusie dat het PWN-model geen andere indruk wekt dan het GTMU-model. Overigens komt een dopvormig metalen kraantje, anders dan Globaltap heeft aangevoerd, vaker voor in de markt. Uit de door Globaltap als productie 9 overgelegde foto’s blijkt immers dat andere modellen in de markt, zoals in elk geval het model met onderschrift “Verenigde Staten” en het model zonder onderschrift bovenaan bladzijde 3 van productie 9 daarmee overeenstemmende kraantjes hebben.

4.9. Gelet op het voorgaande is voorshands aannemelijk dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Globaltap redelijkerwijs niet heeft kunnen menen dat met het PWN-model daadwerkelijk inbreuk wordt gemaakt op het modelrecht op het GTMU-model.

4.10. Bovendien is aan de sommatiebrieven die Globaltap heeft verzonden aan de gemeenten Alkmaar, Den Helder, Hoorn, Texel en Zaanstad een foto gehecht van het GTMU-model, waarop de contouren van het PWN-model zijn getekend. Bij de ontvangers van de brief wordt daardoor de indruk gewekt dat het PWN-model, waarvan tevens een foto aan de sommatiebrieven is gehecht, méér op het GTMU-model lijkt dan in werkelijkheid het geval is. Dat de contouren van het PWN-model slechts op de foto van het GTMU-model zouden zijn getekend om aan te geven hoezeer de beide modellen overeenstemmen, zoals van de zijde van Globaltap ter zitting is betoogd, kan de voorzieningenrechter niet volgen. De foto van het PWN-model was immers eveneens aan de brieven gehecht, zodat de ontvangers van de brief aan de hand van de twee foto’s zelf konden beoordelen wat de overeenkomsten en verschillen tussen de modellen zijn. De toevoeging van de contouren kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet anders worden opgevat dan dat Globaltap willens en wetens de indruk heeft willen wekken dat de beide modellen op elkaar leken, door in strijd met de waarheid de foto van het GTMU-model te manipuleren. Dit is onzorgvuldig jegens PWN.

4.11. Dat degenen die de sommatiebrieven hebben ontvangen zelf op internet konden nagaan dat de op de foto van het GTMU-model zichtbare contouren in werkelijkheid niet op het GTMU-model staan, leidt niet tot een ander oordeel. Van belang is dat Globaltap willens en wetens onjuiste informatie heeft verstrekt aan derden. De onjuistheid van die informatie was niet evident. Dat deze derden na enig onderzoek er wel achter konden komen dat die informatie onjuist was, doet niet ter zake.

4.12. Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat Globaltap onrechtmatig jegens PWN heeft gehandeld, door sommatiebrieven te versturen aan potentiële afnemers van PWN, terwijl zij redelijkerwijs niet heeft kunnen menen dat de geadresseerden daadwerkelijk inbreuk maken op haar modelrecht op het GTMU-model, en door daarbij willens en wetens onjuiste, misleidende, informatie te verstrekken.

4.13. Het is voorts aannemelijk dat PWN van dit onrechtmatig handelen schade lijdt. Mede gelet op de door PWN overgelegde verklaring van [A] en [B] van 5 september 2012 is immers voldoende aannemelijk dat de verstuurde sommatiebrieven leiden tot onrust onder de afnemers van PWN, en mogelijk tot de beslissing van die afnemers om niet met PWN in zee te gaan. Dat Globaltap pas één keer sommaties heeft verstuurd, maakt dit niet anders. De jurisprudentie waarop Globaltap zich beroept ter onderbouwing van haar stelling dat één keer ‘wapperen’ niet kan leiden tot een wapperverbod, onderscheidt zich van de onderhavige zaak dat in bedoelde jurisprudentie geen sprake was van sommaties tegen beter (behoren te) weten in, noch van het willens en wetens verschaffen van onjuiste, misleidende informatie. Daarnaast heeft Globaltap ter terechtzitting aangegeven tegen het gevorderde wapperverbod te zijn, omdat dat haar zou beletten bodemprocedures tegen derden te starten en deze met sommaties in te leiden. In dit licht kan er weinig waarde worden gehecht aan de toezegging van Globaltap ter terechtzitting dat er geen dreiging is dat zij jegens PWN en derden blijft wapperen met haar modelrecht. Aldus heeft PWN voldoende spoedeisend belang bij het gevorderde verbod. Dat het gevorderde verbod in feite een procesverbod zou inhouden, volgt de voorzieningenrechter niet. Het doen van mededelingen aan derden dat het PWN-model inbreuk maakt op het GTMU-model, kan niet worden gelijkgesteld met het in rechte betrekken van derden teneinde een oordeel van de bodemrechter te verkrijgen. Voor zover Globaltap heeft bedoeld te betogen dat de formulering te ruim is omdat processtukken onder “iedere” mededeling zouden kunnen worden begrepen, wordt Globaltap tegemoet gekomen door het voorgaande expliciet in het toe te wijzen verbod op te nemen.

4.14. Op grond van het hiervoor overwogene zal de voorzieningenrechter Globaltap bevelen zich te onthouden van het doen van mededelingen inhoudende dat PWN of haar afnemers met het PWN-model (mogelijk) inbreuk maken op het GTMU-model. Het gevorderde verbod zal dan ook worden toegewezen als na te melden.

4.15. In 4.9 tot en met 4.12 is reeds overwogen dat de door Globaltap verstuurde sommatiebrieven onjuist en misleidend moeten worden geacht. Op de voet van artikel 6:167 Burgerlijk Wetboek zal de gevorderde rectificatie dan ook eveneens worden toegewezen.

4.16. Verder zullen de gevorderde dwangsommen worden gemaximeerd als na te melden.

4.17. Globaltap zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de redelijke en evenredige proceskosten conform artikel 1019h Rv. Deze kosten bedragen volgens de opgave van PWN € 10.836,51. Zij heeft ter onderbouwing van deze vordering een specificatie overgelegd. Globaltap wijst er echter terecht op dat de op 16 en 30 juli 2012 verzonden facturen niet zijn gespecificeerd. Ingevolge punt 5 en 6 van de Indicatietarieven IE-zaken, dient het terzake gevorderde bedrag van € 3.803,28 te worden afgewezen. Dit leidt tot toewijsbaarheid van een bedrag van € 7.033,23. Volgens PWN is vergoeding van dit bedrag, dat hoger is dan het geldende indicatietarief, gerechtvaardigd, gelet op de extra kosten die zij moest maken, omdat in het buitenland moest worden gedagvaard. Globaltap heeft hiertegen geen verweer gevoerd. Het bedrag van € 7.033,23 ligt dan ook voor toewijzing gereed. De kosten worden begroot als volgt:

- dagvaarding en overige kosten € 7.033,23

- griffierecht 575,00

Totaal € 7.608,23

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt Globaltap om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van mondelinge of schriftelijke mededelingen aan derden, daaronder niet begrepen het in een gerechtelijke procedure betrekken van PWN en bedoelde derden, met de inhoud of strekking dat het PWN-model inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten die Globaltap in Nederland geldend kan maken ter zake van het GTMU-model.

5.2. gebiedt Globaltap om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis uit eigen naam en op eigen briefpapier een aangetekende brief te verzenden aan derden die enig schriftelijk bericht hebben ontvangen van Globaltap, dan wel van haar (voormalige) raadsman, met de inhoud of strekking dat het PWN-model inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten die Globaltap in Nederland geldend kan maken voor het GTMU-model, welke brief de volgende inhoud zal hebben, zonder toevoegingen:

“Dear Sirs,

We [our lawyer] informed you by letter of [datum] that the drinking water tap offered by N.V. PWN Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland would allegedly infringe certain intellectual property rights owned by Globaltap LLC with seat at Galien, MI, United States of America.

By order of the President of the District Court of Haarlem, we hereby inform you that we should not have sent you this information, because no such infringement has been established, and because we have misinformed you by sending you a photograph of our model on which the contours of the PWN-model are visible, whereas our model in reality has no such markings.

[naar keuze eventueel:] We apologize for any inconvenience.

Yours sincerely,

Globaltop LL. C

[D], CEO”,

onder gelijktijdige toezending per e-mail van een afschrift van die brieven aan de raadsman van PWN.

5.3. bepaalt dat Globaltap een dwangsom verbeurt van € 10.000,-- per mededeling als bedoeld onder 5.1 van dit dictum, met een maximum van € 100.000,--, alsmede € 5.000,-- voor iedere dag dat Globaltap niet aan het gebod als bedoeld in onderdeel 5.2 van dit dictum voldoet, met een maximum van € 50.000,--.

5.4. veroordeelt Globaltap in de kosten van het geding aan de zijde van PWN tot aan de uitspraak van dit vonnis begroot op € 7.608,23,

5.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. weigert de voorziening voor zover meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.I. de Vreese-Rood en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 25 september 2012.?