Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX8480

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-06-2012
Datum publicatie
27-09-2012
Zaaknummer
533709 \ CV EXPL 11-14578
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaims.

Geen formele rechtskracht beslissing Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 533709 \ CV EXPL 11-14578

datum uitspraak: 28 juni 2012

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[vier passagiers]

allen te [woonplaats]

eisers

hierna te noemen [passagier 1] c.s.

gemachtigde E.S.A. Wiggers

tegen

de commanditaire vennootschap

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. M. Reevers

De procedure

[passagier 1] c.s. heeft Transavia gedagvaard op 9 augustus 2011. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [passagier 1] c.s. schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna Transavia nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. Transavia heeft bij dupliek producties overgelegd waarop [passagier 1] c.s. niet heeft kunnen reageren. Omdat de kantonrechter deze producties niet in haar beoordeling zal betrekken is [passagier 1] c.s. niet in zijn belangen geschaad.

De feiten

a. [passagier 1] c.s. heeft geboekt voor een door Transavia uit te voeren vlucht van Rotterdam naar Genua (Italië) op 9 augustus 2009 (hierna: de vlucht).

b. Transavia diende [passagier 1] c.s. op 9 augustus 2009 om 11:00 uur lokale tijd vanaf Rotterdam per vliegtuig met vluchtnummer HV 639 naar Genua te vervoeren. De lokale aankomsttijd was 12:55 uur.

c. De afstand van de vlucht bedraagt ongeveer 900 kilometer.

d. Op verzoek van EU-Claim heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat op 14 maart 2011 een besluit genomen, waarin staat:

“Uw klacht/verzoek om handhaving heeft betrekking op de vlucht van 9 augustus 2009 met nummer HV639, van Rotterdam (RTM) naar Genoa, Cristoforo Colombo Airport (GOA) … De luchtvaartmaatschappij geeft aan dat de vlucht vertraagd is. Gebleken is, dat door een vertraging van de vlucht de passagiers op die vlucht meer dan drie uren (i.c. 3.15 uren) na de door de luchtvaartmaatschappij oorspronkelijke geplande aankomsttijd hun eindbestemming hebben bereikt.”

e. Vanaf 29 maart 2011 heeft [passagier 1] c.s. Transavia aangeschreven tot betaling van een gestandaardiseerde compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening).

f. Transavia heeft zich bij bericht van 1 april 2011 op het standpunt gesteld dat zij geen compensatie verschuldigd is.

De vordering

[passagier 1] c.s. vordert (samengevat) veroordeling van Transavia tot betaling van € 1.178,50, te vermeerderen met wettelijke rente. [passagier 1] c.s. legt aan de vordering ten grondslag dat Transavia op grond van de verordening bij vertraging van meer dan drie uur, gelet op de afstand van de vlucht van ongeveer 900 kilometer, een compensatie van € 250,00 per passagier verschuldigd is. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, is Transavia tevens de buitengerechtelijke incassokosten van € 178,50 en wettelijke rente verschuldigd.

Het verweer

Transavia betwist de vordering. Zij voert aan - samengevat - dat [passagier 1] c.s. geen recht op compensatie heeft omdat de vlucht minder dan drie uur vertraagd was. Voorts betwist Transavia de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten en rente. Bij dupliek heeft Transavia zich beroepen op niet ontvankelijkheid van [passagier 1] c.s. omdat de passagiers niet meer tot inning van de vordering gerechtigd zijn, nu zij de inning van hun vordering aan EUClaim hebben opgedragen. Bij dupliek heeft Transavia tevens aangevoerd dat [passagier 1] c.s. zich niet meer kan beroepen op een gebrekkige prestatie omdat [passagier 1] c.s. niet binnen bekwame tijd na de vertraagde vlucht bij Transavia heeft geklaagd en aanspraak heeft gemaakt op compensatie.

De beoordeling

Ten aanzien van het niet-ontvankelijkheidsverweer oordeelt de kantonrechter dat [passagier 1] c.s. dit te laat heeft opgeworpen. Ten overvloede oordeelt de kantonrechter dat het enkele feit dat [passagier 1] c.s. aan EU-Claim opdracht heeft gegeven om zijn vordering namens hem te innen, niet betekent dat zij hun vordering aan EU-Claim hebben overgedragen. Daarvoor is immers een akte van cessie vereist, het bestaan daarvan is gesteld noch gebleken. [passagier 1] c.s. kan mitsdien zijn vordering in rechte uitsluitend zelf instellen.

Ten aanzien van het verweer dat [passagier 1] c.s. niet binnen bekwame tijd na de vertraagde vlucht heeft geklaagd oordeelt de kantonrechter dat dit feitelijke grondslag mist.

[passagier 1] c.s. heeft zich verder beroepen op het beginsel van formele rechtskracht. Omdat de IVW bij besluit van 14 maart 2011 heeft geoordeeld dat de vlucht met meer dan drie uur vertraging is uitgevoerd, heeft de kantonrechter in deze procedure van die vaststelling uit te gaan, aldus [passagier 1] c.s. Hieromtrent oordeelt de kantonrechter evenwel dat een civielrechtelijke procedure als de onderhavige en de administratiefrechtelijke weg bij de IVW verschillend van karakter zijn. De administratieve procedure is een handhavingsprocedure, waarbij de luchtvaartmaatschappij gedwongen kan worden de verordening na te leven, terwijl in de civiele procedure het individuele vorderingsrecht centraal staat. Daar komt nog bij dat uit het besluit van de IVW niet blijkt dat deze passagiers de klacht hebben ingediend. Aldus heeft de kantonrechter zelfstandig te beoordelen of het verweer van Transavia dat de vlucht minder dan 3 uren was vertraagd slaagt.

Transavia heeft een ‘Flashprint’ -een uitdraai uit het geautomatiseerde systeem van Transavia- overgelegd. Uit deze uitdraai blijkt dat van vlucht HV 639 de STA (standard time of arrival) 10.55 uur was, de TD (touch down)13:41 uur en de OB (on blocks) 13.46 uur. De kantonrechter oordeelt dat de vlucht mitsdien 2 uren en 51 minuten vertraging had. Hieruit volgt dat de vordering als ongegrond moet worden afgewezen.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking meer

nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

De proceskosten komen voor rekening van [passagier 1] c.s. omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Daarbij zullen eventuele nakosten niet in aanmerking worden genomen, nu in artikel 237 lid 4 Rv voor het verkrijgen van een titel voor het verhaal van deze kosten een bijzondere procedure is voorgeschreven.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [passagier 1] c.s. tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.