Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX7560

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-08-2012
Datum publicatie
17-09-2012
Zaaknummer
15/700427-12 en 12/1011
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering; weigering van de officier van justitie om camerabeelden op verzoek van de verdediging op DVD aan de verdediging te verstrekken; wel of geen processtuk; privacybescherming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige raadkamer

Registratienummer: 12/1011

Parketnummer: 15/700427-12

Uitspraakdatum: 20 augustus 2012

beschikking (art. 32 Sv)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 16 juli 2012 is op de griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een bezwaarschrift, gedateerd 16 juli 2012, van mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, gemachtigde van

[verdachte], nader te noemen verdachte,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem te Haarlem,

te dezer zake domicilie kiezende te (1017 CA) Amsterdam, Herengracht 466, ten kantore van mr. K. Canatan, voornoemd.

Het bezwaarschrift is gericht tegen de schriftelijke weigering van de officier van justitie, gedateerd 16 juli 2012, om aan de verdediging een afschrift te verstrekken van de camerabeelden waarover door de politie in het strafdossier (proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juni 2012, bladzijde 25) is gerelateerd.

Op 9 augustus 2012 is dit bezwaarschrift in raadkamer met gesloten deuren behandeld.

Verdachte is niet verschenen. Van hem is een schriftelijke afstandsverklaring ontvangen.

Voor verdachte is verschenen mr. K. Canatan, voornoemd. Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. J.J. van Bree.

Van het verhandelde in raadkamer is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.

2. Beoordeling

2.1 Standpunten van de raadsman en de officier van justitie

De raadsman heeft zich onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 7 mei 1996 (NJ 1996/687) op het standpunt gesteld dat de camerabeelden als processtuk dienen te worden aangemerkt en aldus aan het strafprocesdossier moeten worden toegevoegd. Naar de mening van de raadsman heeft de officier van justitie niet duidelijk gemaakt wiens privacybelang wordt geschonden en waarom dit zou worden geschonden, als de camerabeelden worden verstrekt. De raadsman acht het onvoldoende slechts kennis te kunnen nemen van de camerabeelden op het politiebureau omdat zijn cliƫnt dan geen kennis kan nemen van deze beelden en hijzelf de beelden niet nogmaals kan bekijken ter voorbereiding op de geplande getuigenverhoren en de inhoudelijke behandeling van de strafzaak ter terechtzitting. De raadsman heeft ter onderbouwing een aantal uitspraken aan de rechtbank overgelegd.

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de camerabeelden geen processtuk zijn, aangezien zij geen deel uitmaken van het dossier, dat door het Openbaar Ministerie wordt samengesteld. Subsidiair heeft de officier van justitie betoogd dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard omdat het verstrekken van een dvd met daarop de camerabeelden ongewenst is in verband met de privacybescherming van derden. Aan eventuele belangen van de verdediging wordt, volgens de officier van justitie, voldoende tegemoet gekomen, wanneer de raadsman de beelden kan bekijken op het politiebureau. Er is overigens op de beelden niets relevants is te zien. Er is derhalve geen verdedigingsbelang bij het verstrekken van een dvd met daarop de camerabeelden. Dat zou volgens de officier van justitie slechts anders kunnen zijn, als er een discrepantie is tussen het proces-verbaal waarin de beelden zijn beschreven en de beelden zelf of als de beelden als bewijsmateriaal worden gebruikt en/of essentieel zijn voor de bewijsvoering. In het onderhavige geval is hiervan echter geen sprake, aldus de officier van justitie.

2.2. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal in de eerste plaats beoordelen of de camerabeelden kunnen worden aangemerkt als een processtuk. Het begrip processtuk is in de wet niet nader gedefinieerd. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad - beginnend met het door de raadsman aangehaalde "Dev Sol-arrest" - dienen echter in het dossier te worden gevoegd stukken die redelijkerwijze van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin. Gelet op dit door de Hoge Raad gehanteerde relevantiecriterium is de rechtbank van oordeel dat de camerabeelden als processtuk aangemerkt dienen te worden, nu op de camerabeelden, blijkens het proces-verbaal van verbalisant Spaander d.d. 21 juni 2012, mogelijk het bewuste incident is te zien waarvan aangifte is gedaan en verdachte wordt verdacht, en ook daadwerkelijk personen zijn waar te nemen.

Ingevolge artikel 30, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat - voor zover hier van belang - het Openbaar Ministerie aan de verdachte op diens verzoek toe van de processtukken kennis te nemen. Op grond van het tweede lid van deze bepaling mag de kennisneming van processtukken alleen worden onthouden, indien het belang van het onderzoek dit vordert.

Op grond van het bij en krachtens artikel 34 Sv bepaalde, worden van de processtukken in de regel afschriften verstrekt.

De rechtbank is van oordeel dat door het Openbaar Ministerie niet is aangetoond dat het belang van het onderzoek in de strafzaak vordert, dat aan verdachte de kennisneming van de camerabeelden wordt onthouden. Voorts is de rechtbank van oordeel dat door het Openbaar Ministerie onvoldoende is onderbouwd dat en waarom het privacybelang van derden zich in de onderhavige zaak zou verzetten tegen het verstrekken van een afschrift van deze beelden aan de verdediging, zeker nu de raadsman heeft toegezegd om de beelden niet te verspreiden en aan niemand anders te tonen dan aan verdachte en eventueel enkele kantoorgenoten.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het bezwaarschrift gegrond;

beveelt de officier van justitie om binnen twee weken na heden de camerabeelden aan het strafdossier toe te voegen en een afschrift daarvan te verstrekken aan de verdediging.

4. Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mrs. S. Jongeling en S.C.A. van Kuijeren, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.M.A. Richelle, griffier,

en uitgesproken op 20 augustus 2012.