Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6661

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-08-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
AWB 12/3002 & 12 / 3003
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat tussen verzoekers sprake is van een gezamenlijke huishouding. De voorzieningenrechter wijst beide verzoeken toe, omdat in ieder geval geen sprake was van wederzijdse zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Haarlem

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/3002 en 12/3003

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

3 augustus 2012 in de zaken tussen

[naam verzoekster] en [naam verzoeker], te [woonplaats], verzoekers

(gemachtigde: mr. A. Oass),

en

het college van burgemeester en wethouders van Heemstede, verweerder

(gemachtigde: mr. drs. M.R. Staller).

Procesverloop

Bij separate besluiten van 23 april 2012 (de primaire besluiten) heeft verweerder per 10 april 2012 ingetrokken:

- de uitkering die [naam verzoekster] (hierna: verzoekster) ontving in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb) en

- de uitkering die [naam verzoeker] (hierna: verzoeker) ontving in het kader van de Wet inkomensvoorziening oudere en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IAOW),

omdat uit onderzoek is gebleken dat verzoekers een gezamenlijke huishouding voeren.

Verzoekers hebben ieder apart tegen het primaire besluit dat op hem/haar betrekking heeft, bezwaar gemaakt. Zij hebben voorts ieder apart de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2012. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig: H. Out, werkzaam bij de gemeente Heemstede.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst beide verzoeken om voorlopige voorziening toe;

- schorst beide primaire besluiten met ingang van 28 juni 2012 tot zes weken na bekendmaking van de door verweerder te nemen beslissingen op de bezwaren;

- veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 874,--, te betalen aan de griffier van de rechtbank;

- gelast dat verweerder het door ieder van verzoekers betaalde griffierecht van telkens € 42,-- aan ieder van hen vergoedt.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Verzoekster verbleef per 10 april 2012 inmiddels vrijwel constant in de woning van verzoeker. Zij sliep op de bank in de woonkamer. Periodiek werd zij door verzoeker naar haar eigen woning gebracht. Daar deed zij dan haar was, zij douchte en verzamelde haar post en kleding.

3. Ter zitting is toegelicht dat verzoekster met het geld dat verzoeker voor haar pinde van haar rekening af en toe voor zichzelf bij een kleine supermarkt boodschappen deed. Verzoeker deed zijn eigen boodschappen bij een grote supermarkt.

4. Verder is ter zitting verklaard dat verzoeker en verzoekster op verschillende tijden aten. Koffiedrinken deden zij wel samen. Ook zette verzoekster haar bord, bestek en drinkbeker zelf in de vaatwassen en liet deze ook wel eens draaien.

5. Ter zitting is ook naar voren gekomen dat verzoeker voor verzoekster de contacten met diverse instanties onderhoudt. Verzoekster kan dat niet zelf vanwege haar ziekte.

6. Voor zover er ten tijde van de periode in geding al sprake zou zijn geweest van hoofdverblijf van verzoekster in de woning van verzoeker, dan ontbrak in ieder geval de wederzijdse zorg. Er was sprake van ‘eenrichtingverkeer’ van verzoeker in de richting van verzoekster. Verweerder heeft dan ook op basis van de thans bekende gegevens ten onrechte een gezamenlijke huishouding aanwezig geacht.

7. Gelet op het voorgaande hebben de bezwaren een redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om beide verzoeken om voorlopige voorziening toe te wijzen, zoals hiervoor vermeld.

8. Er bestaat eveneens aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht kent de voorzieningenrechter in dit geval twee punten toe: een punt voor beide verzoekschriften (samenhangende zaken) en een punt voor het verschijnen ter zitting. De zwaarte van de zaken is gemiddeld. Omdat ten behoeve van verzoekers een toevoeging is afgegeven op grond van de Wet op de rechtsbijstand, moeten de proceskosten worden betaald aan de griffier van de rechtbank.

9. Tot slot zal de voorzieningenrechter verweerder gelasten het door ieder van verzoekers betaalde griffierecht tot een bedrag van in telkens € 42,-- aan ieder van hen te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Terwiel - Kuneman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.M. van der Pol, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2012.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.