Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6324

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-08-2012
Datum publicatie
03-09-2012
Zaaknummer
194413 / HA RK 12-92 en 194414 / HA RK 12-93
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer: 194413 / HA RK 12-92 en 194414 / HA RK 12-93

datum beslissing: 20 augustus 2012

Op verzoek van:

[verzoekster],

verzoekster.

1. Procesverloop

1.1 Bij brieven van 5 juni 2012 en 18 juli 2012 heeft verzoekster verzocht om de wraking van mr. M.C. van As, hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector bestuursrecht (belastingkamer), aanhangige zaken met zaaknummers 11/4173 en 12/228, hierna te noemen: de hoofdzaken.

1.2 De rechter heeft niet berust in de wraking. Zij heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3 Verzoekster, de wederpartij in de hoofdzaak en de rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 20 augustus 2012. Niemand is verschenen.

2. Het standpunt van verzoeker.

2.1 Voor de standpunten van verzoekster wordt verwezen naar haar brieven van 5 juni 2012 en 18 juli 2012.

3. Beoordeling

3.1 Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.2 Verzoekster grondt haar verzoek naar de kern samengevat op de stelling dat de rechter de verzetzaak (11/4173) niet zou mogen behandelen omdat zij deel uitmaakt van dezelfde kamer als de rechter die het oorspronkelijke beroep in die zaak na vereenvoudigde behandeling niet-ontvankelijk verklaarde. Daarbij verwijst zij naar artikel 8:55, vierde lid, van de Awb. Door die zaak – samen met een andere beroepszaak van verzoekster (12/228) – toch in behandeling te nemen, is een onafhankelijke en onpartijdige beoordeling door de rechter geenszins veilig gesteld, aldus verzoekster.

3.3 De rechter is lid van de Belastingkamer evenals de rechter die het beroep vereenvoudigd heeft afgedaan. Die enkele omstandigheid leidt niet tot het oordeel dat het fungeren van de rechter in de hoofdzaken tot schade aan de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen leiden, als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb. Voorts zijn met betrekking tot het verzoek om wraking geen relevante feiten en omstandigheden gesteld of anderszins gebleken die tot een andere conclusie zouden kunnen leiden.

3.4 De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking.

3.5 De rechtbank zal het verzoek afwijzen

4. Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek om wraking af;

beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

beveelt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. van der Meer, voorzitter, en mrs. A.E. Patijn en A.C. Terwiel, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2012 in tegenwoordigheid van mr. P.J.M. de Jong als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.