Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX5909

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-08-2012
Datum publicatie
31-08-2012
Zaaknummer
194278 - KG ZA 12-358
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Op grond van (noot 6 bij) artikel 7.3 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie kan een eis in reconventie niet worden ingesteld als de eisende partij de zaak vóór de zitting intrekt. In de onderhavige zaak heeft eiser zijn vordering in conventie vóór de zitting ingetrokken en zich, voor wat betreft de vordering in reconventie, uitdrukkelijk gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Daarmee heeft eiser naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijk gegeven van een weloverwogen beslissing om niet het gehele geding in te trekken, maar alléén diens vordering in conventie, met de bedoeling om de zaak – bestaande uit (slechts) de eis in reconventie – ter terechtzitting te doen behandelen. Een redelijke uitleg van het Procesreglement brengt onder die omstandigheden mee dat van de vrouw niet gevergd behoeft te worden dat zij haar tegenvordering afzonderlijk opnieuw bij dagvaarding aanhangig maakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 194278 / KG ZA 12-358

Vonnis in kort geding van 8 augustus 2012

in de zaak van

[de man],

wonende te [plaats],

aanvankelijk eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp,

tegen

[de vrouw],

wonende te [plaats],

aanvankelijk gedaagde in conventie

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A. Krim te Haarlem.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties, toegezonden bij faxbrief van de advocaat van de vrouw van 30 juli 2012

- nadere producties toegezonden door de advocaat van de vrouw bij faxbrief van 31 juli 2012

- de intrekking van de zaak in conventie bij faxbericht van de advocaat van de man bij faxbrief van 1 augustus 2012

- de telefonische mededeling van de griffier namens de voorzieningenrechter aan de advocaten van partijen dat de zitting doorgang zal vinden

- de telefonische reactie van de advocaat van de man dat hij, noch de man zelf, ter zitting zal verschijnen

- de mondelinge behandeling waarbij de vrouw, bijgestaan door een tolk en mr. Krim vernoemd zijn verschenen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen, beide van Congolese afkomst, hebben tussen 1994 en 2005 een relatie gehad. Uit deze relatie zijn geboren de thans nog minderjarige kinderen […] (hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen).

2.2. Bij dagvaarding van 23 juli 2012 heeft de man de vrouw in kort geding gedagvaard om op 1 augustus om 15.30 uur voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank te verschijnen ten behoeve van een door de voorzieningenrechter tijdelijk vast te stellen omgangsregeling tussen de man en de kinderen.

2.3. Bij faxbrief van 30 juli 2012 heeft de vrouw een conclusie van antwoord tevens eis in reconventie aan (de advocaat van) de man doen toekomen.

2.4. Bij fax van 1 augustus 2012 ter attentie van de Rechtbank Haarlem, Bureau Kort geding, met afschrift daarvan aan de advocaat van de vrouw, heeft de advocaat van de man onder meer het volgende medegedeeld:

In opgemelde zaak doe ik u via deze weg berichten dat ik de zaak (in conventie) namens cliënt intrek. Wat betreft de vordering in reconventie laat cliënt via deze weg weten dat hij zich refereert aan uw oordeel.

3. Het geschil in conventie

3.1. Op grond van artikel 9.1 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie (hierna: het Procesreglement) kan de eisende partij de procedure intrekken tot het moment dat de zaak is uitgeroepen. Aangezien de man zijn vordering in conventie vóór uitroeping van de zaak ter terechtzitting heeft ingetrokken, verstaat de voorzieningenrechter dat de vordering in conventie niet is ingesteld, zodat deze geen beoordeling behoeft.

4. Het geschil in reconventie

4.1. De vrouw vordert – samengevat – dat de man zowel een straat- als een contactverbod wordt opgelegd voor een periode van een half jaar, op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van de man in de kosten van het geding.

4.2. Aan haar vordering in reconventie legt de vrouw – zakelijk weergegeven – ten grondslag dat partijen in 1994 in Congo, waar zij beide vandaan komen, met elkaar gehuwd zijn, en dat de man haar – nadat beide via Angola waren gevlucht naar Nederland – heeft mishandeld, bedreigd, van haar vrijheid beroofd en heeft verkracht, en dat de kinderen, die hiervan getuige zijn geweest, bang zijn voor de man. De man heeft sinds eind 2008 gedetineerd gezeten, maar is op 8 juni 2012 vrij gekomen. Sindsdien zoekt hij steeds contact met de vrouw, zodat het risico voor recidive thans reeël is.

4.3. De man heeft zich bij faxbrief van 1 augustus 2012 ten aanzien van de reconventionele vordering gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter.

4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in reconventie

5.1. Ten aanzien van de vordering in reconventie overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

5.2. Op grond van artikel 7.3 van het Procesreglement dient een op schrift gestelde eis in reconventie ter terechtzitting te worden ingediend. Blijkens noot 6 bij voornoemd artikel kan de eis in reconventie pas worden ingesteld als de partij in het geding is verschenen. Omdat dit ‘verschijnen’ in een kortgedingprocedure als de onderhavige eerst ter terechtzitting plaatsvindt, kan de vordering – volgens die noot – dus niet worden ingesteld als de eisende partij de zaak (vóór de zitting) intrekt. De ratio van deze bepaling is dat de eiser (in conventie) zich niet te elfder ure voor een tegenvordering van de wederpartij gesteld ziet, terwijl hij zijn eigen vordering als gevolg van de intrekking van de zaak juist níet (meer) behandeld wenst te zien.

5.3. De onderhavige zaak verschilt van hetgeen in de genoemde noot 6 van het Procesreglement in algemene zin is opgenomen. Immers, (de advocaat van) de man heeft zijn vordering in conventie ingetrokken en zich, nadat hij bekend was met de inhoud en de gronden van de vordering in reconventie, voor wat betreft die vordering uitdrukkelijk heeft gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Ter zitting heeft (de advocaat van) de vrouw bovendien aangegeven dat – nadat de vrouw haar schriftelijke eis in reconventie per fax aan de griffie van deze rechtbank en aan de advocaat van de man had doen toekomen – tussen de raadslieden van partijen telefonisch overleg is geweest met betrekking tot de wederzijdse vorderingen. Na melding van het voornemen tot intrekking van de vordering in conventie door de advocaat van de man, heeft de advocaat van de vrouw desgevraagd medegedeeld de vordering in reconventie te (willen) handhaven. Eerst ná dat telefonisch contact heeft de advocaat van de man zijn fax van 1 augustus 2012 aan het Bureau Kort Geding van deze rechtbank doen toekomen. Daarmee heeft de advocaat van de man naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijk gegeven van een weloverwogen beslissing om niet het gehele geding in te trekken, maar slechts intrekking te vragen van diens vordering in conventie. Door zich voorts te refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter inzake de door de vrouw geformuleerde eis in reconventie, begrijpt de voorzieningenrechter dat (ook) de man heeft bedoeld om de zaak – bestaande uit (slechts) de eis in reconventie – ter terechtzitting te doen behandelen. Een redelijke uitleg van het Procesreglement brengt onder die omstandigheden mee dat van de vrouw niet gevergd behoeft te worden dat zij haar tegenvordering afzonderlijk opnieuw bij dagvaarding aanhangig maakt. De – onbestreden – vordering in reconventie zal hieronder dan ook worden behandeld en beoordeeld.

5.4. Een straatverbod, zoals de vrouw in reconventie vordert, vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die een dergelijke inbreuk kunnen rechtvaardigen.

5.5. Op grond van de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie en het behandelde ter zitting, en mede gezien de langdurige detentie van de man wegens diens eerdere mishandeling van de vrouw, acht de voorzieningenrechter het voldoende aannemelijk dat de man de vrouw (en de kinderen) in het verleden op onaanvaardbare wijze heeft benaderd. Eveneens is aannemelijk dat de vrouw zich niet veilig voelt zolang de man haar en de kinderen ongestoord kan (blijven) benaderen op de wijze die aanvankelijk (mede) heeft geleid tot zijn detentie. Gezien de eerdere confrontaties is de dreiging van herhaling daarvan in de toekomst reëel. Gelet hierop is het gevorderde contact- en straatverbod dan ook voor toewijzing vatbaar.

5.6. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

5.7. Gelet op het feit dat partijen gehuwd zijn (geweest), zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

in reconventie

6.1. verbiedt de man gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis – anders dan via zijn advocaat – persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met de vrouw,

6.2. veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 6.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,

6.3. verbiedt de man gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in het gebied te [plaats] dat wordt begrensd door de [straten], en alle overige straten die binnen voornoemd gebied zijn gelegen, een en ander zoals gemarkeerd op aangehechte kaart,

6.4. veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 6.3 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt,

6.5. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.6. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Udo de Haes en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.M.P. Langeveld op 8 augustus 2012.?