Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX5160

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-07-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
12/171
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

rekest; artikel 591a; beschikking; gevraagde vergoeding buitensporig hoog.

De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, in beginsel voldoende gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen. De hoogte van de gevraagde vergoeding, € 3.367,63, komt de rechtbank evenwel buitensporig voor.

Ook indien de rechtbank, in het licht van het bovenstaande, rekening houdt met (kort gezegd) het recht van vrije advocaatkeuze en het feit dat zij een zekere terughoudendheid zal dienen te betrachten bij “toetsing” van de door raadsman opgevoerde werkzaamheden, is zij van oordeel dat een besteding van meer dan elf uren aan de onderhavige zaak – waaronder in totaal veel tijd aan dossier- en/of literatuurstudie – buitensporig is en redelijkerwijs niet voor vergoeding in aanmerking dient te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2012/108
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer: 12/171

Parketnummer: 15/081119-11

Uitspraakdatum: 26 juli 2012

beschikking (art. 591a Sv)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 31 januari 2012 is ter griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een door mr. B. Parmentier, advocaat, ingediend verzoekschrift, gedateerd 30 januari 2012, van

[verzoekster], verzoekster,

geboren op [geboortedatum] te Changsha City (China),

domicilie kiezende te (2012 EL) Haarlem, Van Eedenstraat 9, ten kantore van mr. Parmentier, voornoemd.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoekster van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 3.367,63 wegens de door deze met betrekking tot de strafzaak met bovengenoemd parketnummer gemaakte kosten van een raadsman, vermeerderd met de kosten met betrekking tot de indiening en behandeling van het verzoekschrift.

Op 5 juli 2012 is dit verzoekschrift in het openbaar in raadkamer behandeld.

Verzoekster is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Parmentier, voornoemd. Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. J. Pauwelussen.

Van het verhandelde in raadkamer is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De inhoud daarvan wordt als hier ingelast beschouwd.

2. Beoordeling

De strafzaak tegen verzoekster is geëindigd door het onherroepelijk worden van het vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 10 november 2011, waarbij verzoekster van het haar ten laste gelegde feit is vrijgesproken.

Het door verzoekster ondertekende verzoekschrift is tijdig ingediend.

Op de voet van het bepaalde in de artikelen 90 en 591a van het Wetboek van Strafvordering kan verzoekster – nu de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de te haren laste gekomen kosten van een raadsman, zo daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

De officier van justitie heeft - gelet op de aard van de strafzaak en de omvang van het strafdossier - geconcludeerd tot een gematigde inwilliging van het verzoek.

De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, in beginsel voldoende gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen. De hoogte van de gevraagde vergoeding, € 3.367,63, komt de rechtbank evenwel buitensporig voor.

Verzoeker is op 2 november 2010 op de luchthaven Schiphol geverbaliseerd ter zake van (kort gezegd) de invoer vanuit China van in totaal 22 als gepirateerd aangemerkte data-dragers, waaronder films als Happy Feet en Ice Age 2.

Het betreffende dossier telt in totaal slechts elf pagina's, waaronder een pagina met een kopie van het paspoort van verzoekster, een pagina met een kopie van het e-ticket van verzoekster en twee pagina’s met een (identieke) opsomming van de datadragers.

Verdachte is niet aangehouden en de enige terechtzitting in de strafzaak is de politierechter-zitting van 10 november 2011 geweest.

Ook indien de rechtbank, in het licht van het bovenstaande, rekening houdt met (kort gezegd) het recht van vrije advocaatkeuze en het feit dat zij een zekere terughoudendheid zal dienen te betrachten bij “toetsing” van de door raadsman opgevoerde werkzaamheden, is zij van oordeel dat een besteding van meer dan elf uren aan de onderhavige zaak – waaronder in totaal veel tijd aan dossier- en/of literatuurstudie – buitensporig is en redelijkerwijs niet voor vergoeding in aanmerking dient te komen.

De rechtbank begroot de ten laste van ’s Rijks kas te brengen tijdsbesteding van de raadsman aan de onderhavige zaak in billijkheid op vijf uren. De vergoeding zal, gelet hierop en verder uitgaand van het/de door de raadsman gehanteerde uurtarief/kantoorkosten en de 19% BTW, worden vastgesteld op afgerond naar boven € 1.250,00.

Op grond van het bovenstaande zal als volgt worden beslist.

3. Beslissing

De rechtbank:

Kent aan verzoekster ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 1.790,00 (zegge: eenduizend zevenhonderd negentig euro), welk bedrag als volgt is samengesteld:

• € 1.250,00 wegens de kosten van een raadsman voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de strafzaak;

• € 540,00 wegens de kosten van een raadsman voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift;

wijst af het meer of anders verzochte;

beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoekster toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoekers advocaat, bankrekeningnummer 1235.67.351 ten name van de Stichting Derdengelden Parmentier Oass advocaten te Haarlem, onder vermelding van “schadevergoeding CHEN/OM – dossiernummer 208003”.

Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Jongeling, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.M.L.A. Zwiersen-Dekker, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2012.