Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX4064

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-08-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
15/740783-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak in megazaak Vista. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Veroordeling ten aanzien van medeplegen van de levering van 4 bollen cocaïne met een totaal gewicht van meer dan 1 kilogram.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740783-10 (Onderzoek Vista)

Uitspraakdatum: 2 augustus 2012

Tegenspraak (als bedoeld in art. 279 lid 2 Sv)

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 februari 2011, 8 mei 2012 en 19 juli 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na - ter terechtzitting van 8 mei 2012 toegelaten - wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

[Zaaksdossier 05d: Levering 4 bollen cocaïne (van elk ca. 250 gram) door [medeverdachte 6] aan [betrokkene 8]]

Primair

hij op of omstreeks 30 januari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1.010 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Subsidiair

[medeverdachte 6] op of omstreeks 30 januari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt (aan [betrokkene 8]) ongeveer 1.010 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 29 januari 2010 tot en met 30 januari 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (op verzoek van [betrokkene 8]) naar de woning van [medeverdachte 6] aan de Waalstraat te IJmuiden te gaan en/of

- (aldaar) voornoemde hoeveelheid cocaïne, althans een gedeelte van voornoemde hoeveelheid cocaïne, althans een monster van voornoemde hoeveelheid cocaïne, te bezichtigen en/of te controleren en/of te keuren en/of te testen en/of

- (daarvandaan) een monster van voornoemde hoeveelheid cocaïne mee te nemen en/of naar [betrokkene 8] te brengen en/of

- het resultaat van de bezichtiging en/of controle en/of de keuring en/of de test door te geven en/of te berichten aan [betrokkene 8];

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 29 januari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd (van de woning van [medeverdachte 6] naar [betrokkene 8]), in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van hetgeen onder primair en subsidiair ten laste is gelegd en tot bewezenverklaring van het onder meer subsidiair ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder primair en subsidiair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe dat, hoewel de rechtbank van oordeel is dat de tapgesprekken en observaties van 29 januari 2010 niet los kunnen worden gezien van hetgeen er op 30 januari 2010 en daarna is gebeurd, in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte bij hetgeen op 30 januari 2010 is gebeurd.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder meer subsidiair ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

27 januari 2010

Op 27 januari 2010 om 16.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen het nummer [...0404], welk nummer behoort aan [medeverdachte 6] (K),2 en het nummer [...9366], welk nummer behoort aan [betrokkene 8] (J).3 [medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6]) woont aan de Waalstraat [perceelnummer] te IJmuiden.4 [betrokkene 8] (hierna: [betrokkene 8]) woont in Utrecht.5 Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

J: Ja, ja.... oh.. hee, hee, hee....neem je eh...weet je nog die kado die je mij laatst eh..thuis eh..liet zien bij jou?

K: Ja

J: Die bij jou thuis, weet je nog

K: Ja

J: Ik eh had er ook een...

K: Ja

J: Ken jij ff eh.., dat ik ff kan kijken?

K: Nee, die is al weg

J: Nee, nee gewoon een eh.....

K: Ja, ik heb m al afgegeven

J: Begrijp je? Oh je hebt helemaal niets? Helemaal niets?

K: Nee, nee maar ik ken wel regelen, daar gaat het niet om

J: Ja...als je kan regelen, gewoon..je weet toch...heel....

K: Maar niet nu

J: Ok, oke, ja is goed, ja doe maar

K: Ja?

J: Ja ok is goed, ja doe maar..ik heb nu iemand ff eh...

K: Oke oke is goed, is goed, regel ik morgen voor je.6

28 januari 2010

Op 28 januari 2010 om 14.09 uur wordt [medeverdachte 6] gebeld door [betrokkene 8]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

[betrokkene 8] zegt dat hij [medeverdachte 6] zijn kant op rijdt om te kijken of [betrokkene 8] die 'tekeningen' kan inzien, '1 tekening' kan inzien, wat [medeverdachte 6] gister tegen [betrokkene 8] zei, dan rijdt [betrokkene 8] ff op en neer, daarna. [betrokkene 8] wacht op een belletje van [medeverdachte 6] wanneer hij een tijdstip weet. [betrokkene 8] hoopt dat [medeverdachte 6] het vandaag gaat redden. [medeverdachte 6] hoopt het ook. [medeverdachte 6] zegt dat hij [betrokkene 8] belt zo gauw hij bij 'hem' is, dan ken hij gelijk de tijd zeggen.7

Diezelfde dag, om 16.57 uur, vindt opnieuw een telefoongesprek tussen [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) plaats. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Het wordt na achten als die uhh autotrailer terug is.

J: Ja

K: Zie je trailer, dan kennen we uh dan ken ik hem meenemen, dan kunnen ze hem zien die auto.

J: Oke.

K: En anders is die uhh morgenochtend.

J: Oke, nou als het kan vandaag in ieder geval.

K: Nou ja goed, die jongen die uh die hebt nog twee adressen waar hij uh uh auto's op moet halen.

J: Ja

K: En het ene model als je dat specifiek dat is ie nu aan het halen.

J: Ja nee geen probleem, na achten (8) dat is ook geen enkel probleem

K: Ja maar goed hij zegt onder voorbehoud, hij zegt het kan ook dat onderweg in de file terecht kom.

J: ja

K: Hij zegt uh ik kan niet hard rijden met die trailers met die auto's erop uh.

J: Ja

K: Dus eh.

J: Nee, geen probleem, geen enkel probleem uh wat ik dan doe, in ieder geval als jij zo ver bent dan kom ik wel effe langs.

K: Ja goed

J: Ik denk wel dat het geen enkel probleem is als ik hem effe mee kan nemen.

K: Nee, die auto kan je zo meenemen. De papieren zitten er bij dus geen enkel probleem.

J: Nou perfect perfect.

K: Maar.. het gaat er alleen om, ja, of die jongen uh, want hij moet hem ook nog loskoppelen natuurlijk of ie hem nou hier bij mij neerzet of dat nou vanavond is of anders is dat morgenochtend vroeg.

J: Oke is goed.

K: 1 van de 2. Maar goed ik hou je effe op de hoogte.

J: Nou perfect.

K: En hij is van 2004

J: Oke, nou perfect

K: Die andere. andere, die andere die Renault Espace die is van 2006 maarja dat is te duur denk ik voor hun

J: Ja dat is net de duurdere klasse, nee dat komt goed joh.

K: Is goed. Nou je hoort nog.8

Die avond hebben [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) om 22.21 uur opnieuw telefonisch contact, in welk gesprek onder meer het volgende wordt gezegd:

J: Hai kerel, nog geen nieuws he?

K: Nee, anders had ik je wel gebeld he.

(...)

J; O ja oke maar ik denk ik bel je effe voor de zekerheid omdat ik zelf al een paar keer ben gebeld.

(...)

K: Ik denk ik denk dat het morgenochtend is.

J: Ja dat is zo goed als zeker?

K: Ja.

J: Oke. Anders moet ik, anders moet ik ook een aantal mensen namelijk teleurstellen.

K: Nee nee maar dan moet je wel richting mij komen hoor.

J: Ja.

K: Ik moet ik moet morgen werken.

J: Ja oke, in het ergste geval, effe kijken, stuur ik heel misschien m'n maat omdat ik om 12 uur zelf een afspraak heb met een klant.

K: Ja.

J: Dat is in het ergste geval. Effe kijken hoe ik dat dan ga doen. Maar uh ja effe kijken. Laten we het morgenochtend. Hoe laat heb jij zelf ongeveer in gedachten. Wat denk jij zelf?

K: Ja ik denk vroeg.

J: Heb je een indicatie?

K: Ik denk vroeg.

J: Oke. Is goed. Oke is goed.

K: Ja. Maar ik laat het je het gelijk weten morgenochtend.

J: Is goed gap.9

29 januari 2010

Op 29 januari om 12.18 uur belt [betrokkene 8] (J) naar [medeverdachte 6] (K). Het gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Ik zit te wachten

J: Ja oke, ik heb ik heb, ik ben onderweg naar Rotterdam toe. Ik kan m'n afspraken niet verzetten nu. Maar ik kan nu zo iemand naar je toe sturen. M'n gap

K: Ja

J: Dan bespaart dat in ieder geval tijd. Aardig wat tijd

(...)

K: Nou ja ik bel je met 5 minuten terug.

J: Is goed gap.10

Enkele minuten later, om 12:20:58 uur, vindt vervolgens het volgende gesprek tussen [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) plaats:

J: Hai kerel

K: Ja, maar hoe doen we het dan?

J: Je kan die uh je kan die uh auto effe aan hem meegeven.

K: Ja

J: Ikke dat is alsof je hem aan mij meegeeft geloof me. Hetzelfde. Alsof je hem aan mij meegeeft.

K: Ja maar dat maakt niet uit.

J: Enne, dan zie ik jou later op de dag

K: Ja, hoe laat?

J: Uh...effe kijken. Rond een uurtje of zeven, acht.

K: Zo laat?

J: (...) Maare... Je moet het zo even zien. Je hoeft je geen seconde druk te maken. Anders ben ik degene die gelijk uh. die uh. We hebben toch nog een auto voor de zaak nodig. Begrijp je?

K: Ja dat weet ik wel, maar weet je wat dan het probleem is?

J: Ja?

K: Dan wordt het zo laat.

J: Ja oke maar dan is in ieder geval. Dan kan het ook verdere afspraak voor in de ochtend gemaakt worden. Het postkantoor is toch open om over te schrijven, zaterdag?

K: Oke

J: Dan maken we gewoon effe dinges. Maar in ieder geval uh die auto moet wel gekeurd worden

K; Ja oke nou dan moet ie naar m'n huis toe komen

J: Ja dat is goed, oke. Ik geef wel effe, dat is mijn collega van vroeger met die verzekeringen

K: Nou ja, die weet ik niet meer.

J: Oke. Enne dan geef ik hem wel jouw nummer dan ken je hem effe erdoorheen loodsen. Hoe die naar jou toe moet rijden.

K: Dat kan je dan beter zelf effe doen uh

J: Oke dat is goed. Bij jou gewoon thuis?

K: Ik ben nu thuis.

J: Dan ga ik hem effe bellen.11

Vervolgens, om 12.57 uur, wordt [medeverdachte 6] gebeld door [betrokkene 8]. In dit gesprek geeft [betrokkene 8] aan [medeverdachte 6] door dat als zijn gap zo gaat vertrekken hij [medeverdachte 6] een belletje geeft.12

Even later, om 14.02 uur, hebben [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (C) weer telefonisch contact:

K: Ja

J: Uurtje ..... bij je

(...)

J: Ja, ik was van plan om zelf te komen maar ik zei ook daarbij tegen jou, van luister, ik ga effe proberen mijn afspraken te verzetten want dan kom ik zelf. Het liefst was ik zelf gekomen.

(...)

J: En hij wil nu van Utrecht vertrekken naar jou toe

K: Ja.. maar... en dan kom jij straks?

J: ja... ja

K: Is goed

J: Ja

K: Op zeker

J: Ja ik kom, dat weet je toch... der zijn geen.....

K: Nee oke

J: Begrijp je? nee daar hoef je je niet druk om te maken.

K: Is goed, ik zie je

J: Ja.. heee

K: Ja

J: Ja nee, komt strakjes als we nog tijd hebben

K: Ja maar ik ken hem die auto meegeven?

J: Jaha, zeker weten. Dat is alsof je hem aan mij mee geeft, komt op hetzelfde neer

K: Oke, nee is goed

J: Ja, dat is op mijn conto

K: Is goed13

Om 15.22 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door een NN-man (NNman/NNHan), die gebruikt maakt van het telefoonnummer [...4979]. Het volgende gesprek vindt plaats:

K: Hallo

NNman: Goedemiddag, spreekt hier met Han (fon). Ik heb volgens mij afspraak met je

K: Ja

NNHan: Ja, volgens mij ben ik bij jou voor

K: He?

NNHan: Volgens mij ben ik bij jou voor

K: Hoe laat?

NNHan: Hee ik zeg: "Volgens mij ben ik al bij jou voor denk ik hoor".

K: Oke

NNHan: Ik weet niet of ik goed zit of niet

K: Ja dat weet ik ook niet

NNHan: ...onverstaanbaar... Ik heb alleen begrepen, de derde maar voor de rest weet ik het niet.

K: Oke, ehh

NNHan: Effe kijken. Ken je naar buiten kijken toevallig?

K: Ja, ik ben aan het naar buiten kijken. Ik loop wel effe naar buiten toe

NNHan: Is goed

K: Hoi hoi14

Om 15.20 uur op 29 januari 2010 wordt gezien door twee observanten dat er een grijze personenauto, merk Volkswagen, type Golf, met kenteken [kenteken 5] voor het perceel Waalstraat [perceelnummer] te IJmuiden stopt, dat de bestuurder (NN1) de woning aan de Waalstraat [perceelnummer] binnen gaat en dat de bestuurder een koffertje in zijn handen draagt. Vervolgens wordt gezien door een observant dat omstreeks 15.29 uur NN1 uit de woning Waalstraat [perceelnummer] komen, dat hij nog steeds een koffertje in zijn handen had en dat hij in de eerdergenoemde auto stapt en wegrijdt.15

De auto met kenteken [kenteken 5] staat op naam van Auto Lease Zwolle.16 De auto is vanaf 17 september 2009 voor een jaar verhuurd aan CuraGroep Utrecht I, een eenmansbedrijf waarvan verdachte eigenaar is. Voorts is van verdachte een rijbewijsfoto opgevraagd. Aan de hand van deze foto en foto's afkomstig van het observatieteam van de waarneming in IJmuiden op 29 januari 2010 gecombineerd met het gegeven dat verdachte in genoemde periode gebruik maakt van de auto met kenteken [kenteken 5], heeft verbalisant [verbalisant] vastgesteld dat verdachte op 29 januari 2010 gebruik heeft gemaakt van telefoonnummer [...4979] en dat hij degene was die op die dag in de woning van [medeverdachte 6] was.17

's Avonds, om 19.28 uur, belt [medeverdachte 6] naar [betrokkene 8]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

[medeverdachte 6] wil wat weten van [betrokkene 8]. [betrokkene 8] weet het binnen nu en twee uurtjes. [medeverdachte 6] dacht dat [betrokkene 8] het al vanmiddag wist. [betrokkene 8] zegt: er zijn meerdere gegadigden. Het huiswerk wordt gelijk goed gedaan. [medeverdachte 6] hoort het straks wel. (...) [medeverdachte 6] kan op voorhand niets regelen. [medeverdachte 6] kan pas iets zeggen als ie wat weet. Je gaat niet met een auto onderhandelen als nog je helemaal niks weet, want dan zegt ie wat ben je voor een flapdrol. [betrokkene 8] zegt: als de koper er nog niet is. Ik begrijp het. (...) [betrokkene 8] wacht nog steeds even op zijn gap. Dat is makkelijker. [medeverdachte 6] zegt dat [betrokkene 8] moet komen zodra hij wat weet.18

Diezelfde avond, om 23.44 uur, hebben [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) weer even contact. Dit gesprek houdt onder meer in:

K: Hoe laat hoor ik wat van jou?

J: Ik weet niet. Ik zei, Ik weet over een kwartiertje. Over een kwartiertje ongeveer. Heb wat langer geduurd.

K: He?

J: Het heeft wat langer geduurd. Ik spreek je over een uh, wat zal het zijn een kwartiertje ongeveer is ie bij me.

K: Ja, ik ga naar m'n nest.

J: Wat? Ga je naar je nest? Geef mij een belletje. Nee nee jij bent al heel vroeg wakker. Jij bent om zeven uur wakker he?

K: Nee niet zo vroeg hoor.

J: Oke, als je rond een uurtje of negen wakker bent geef mij dan gewoon een belletje.

K: Ja.

J: Kom ik dan jouw kant op. Opstaan douchen, kom ik effe jouw kant op.

K; Oke.

J: Yes.

K: Je wilt uh.

J: Maar je kan gerust. Je kan gerust gaan slapen.

K: Je hebt nog niks gehoord?

J: Ach je weet het toch. Komt wel als ik je zie.

K: Ja, is goed.

J: Maar je kan gerust slapen.

J: Yes.

K: Oke, zie je morgen..19

30 januari 2010

Op 30 januari 2010 wordt [medeverdachte 6] (K) om 11.51 uur gebeld door [betrokkene 8] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Ja, ik dacht dat je vroeg zei?

(..)

J: Ik stap nu snel onder de douche om bij te komen, gelijk jou kant op rijden.

(...)

K: (...) Hee maar zeg moet je luisteren.

J: Ja uh

K: Alleen 1 ding van je weten

J: Ja?

K: Uh.....eh die auto staat bij jou?

J: Ja ja ja, nee dat zeker

K: Nee dan is het goed. Dat is het enige dat ik wil weten. Die auto staat bij jou?

J: ja ja

K: Oke..20

Om 13.50 uur wordt [medeverdachte 6] (K) weer gebeld door [betrokkene 8] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

J: Hee, ik kom nu naar jou toe planken.

K: Ja.

J: Hee, die uhmmm, van gister, ehh...ik heb er nog een paar nodig, gaat dat lukken voor zessen (6en)?

K: Ja eh...hoelang duurt het want ik moet boodschappen doen.

J: ja eh..ik kom nu naar je toe planken. Ik geef nu gas. Ik eh..ben met eh, hopelijk eh..ik moet alleen effe tanken, 35 minuten ben ik bij jou. Ik geef echt gas. Ja? Nou het wordt een leuke daggie.21

Om 13.57 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door [betrokkene 17] (H). Dit gesprek houdt onder meer in het volgende in:

K: Nee, is goed is geen enkel probleem. Nee want hoe heet ie is onderweg hier naar toe.

H: Wie?

K: Uit Utrecht.

H: Oh

K: Dus dat moet ik ook weer gaan regelen, dus eh.. die autopapieren.

H: Ja, maar hoe laat ben je terug dan?

K: He?

H: Hoe laat ben je thuis dan?

K: Nou ja het is nu 2 uur en hij is rond tussen uhh (drie) 3 uur half vier (4) is ie hier.

H: Dus dan ben je thuis oke, dan zorg ik dat ik er ook ben.

K: Ja, is goed man doei.22

Observanten houden de woning van [medeverdachte 6] in de gaten en zij dan wel één van hen zien (ziet) onder meer het volgende. Omstreeks 14.35 uur komt [betrokkene 8] met zijn auto aan op de Waalstraat te IJmuiden en loopt naar de woning Waalstraat [perceelnummer]. Omstreeks 14.55 uur komt [medeverdachte 6] aan bij de woning aan de Waalstraat [perceelnummer] en loopt de woning binnen en omstreeks 14.57 uur loopt [betrokkene 8] ook de woning binnen. Omstreeks 17.46 uur loopt [betrokkene 8] de woning uit en opent de kofferbak van zijn auto. Hij pakt een doos uit de kofferbak en houdt deze doos in zijn linkerhand vast. De observant schat de afmeting van de doos op 50x30x20 centimeter en ziet dat de bovenzijde van de doos is geopend. Hij ziet dat [betrokkene 8] de doos langs zijn lichaam ter hoogte van zijn heupen aan een zijkant verticaal vasthoudt, waarbij de gesloten onderkant van de doos richting zijn lichaam wijst. De observant kan een groot gedeelte van de bodem van de doos zien, doordat de bovenzijde van de doos korte tijd in zijn richting wijst. De observant ziet dat dat gedeelte van de doos leeg is. Vervolgens sluit [betrokkene 8] de kofferbak en loopt met de doos de woning weer in. Hierbij zwaait de doos tijdens het lopen van voren naar achteren. Omstreeks 17.47 uur lopen [betrokkene 8] en [medeverdachte 6] de woning weer uit en [betrokkene 8] tilt een doos met dezelfde vorm en afmetingen als de eerder genoemde doos met twee handen voor zich. De observant ziet dat de bovenzijde en de onderzijde van de doos gesloten zijn. [betrokkene 8] legt de doos vervolgens in de kofferbak van zijn auto en sluit de kofferbak. Omstreeks 18.35 uur wordt [betrokkene 8] door de Ondersteuningsgroep van de regiopolitie Kennemerland aangehouden te Utrecht. [betrokkene 8] is vanaf het moment van wegrijden omstreeks 17.47 uur tot zijn aanhouding in Utrecht constant onder observatie geweest.23

In de auto van [betrokkene 8] wordt een doos van ongeveer 40 cm lang en 20 cm breed met vier bolvormige voorwerpen met - in totaal 1010,87 gram cocaïne aangetroffen. Ook werd in de doos onder meer een krant met het opschrift "Nieuwsblad IJmuiden" gedateerd 27 januari 2010 aangetroffen.24

Tussen 20.49 uur en 23.38 uur belt [medeverdachte 6] negen keer naar het nummer van [betrokkene 8]. De telefoon wordt echter niet opgenomen.25 Ook om 23.38 uur wordt niet opgenomen. Om 23.42 uur stuurt [medeverdachte 6] een sms naar het nummer van [betrokkene 8], met de inhoud "waarom hoor ik niks". Om 23.53 uur belt [medeverdachte 6] naar het nummer van verdachte. [medeverdachte 6] krijgt geen antwoord.

31 januari 2010

Op 31 januari 2010 om 21.22 uur belt verdachte (N) naar [medeverdachte 6] (K). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

N: Goeiedag, hee, je spreekt ff...hee ff een vraagje: heb je [betrokkene 8] recentelijk nog gesproken?

K: Wat zeg je?

N: Heb je [betrokkene 8] nog recentelijk gesproken?

K: Nee

N: Nee? Oke. Ik ken m niet bereiken.

K: Jij was toch bij me?

N: Juist ja..klopt ja.

K: Ja..

N: Maare, niks meer gehoord van hem?

K: Nee, niks meer gehoord.

N: Oke

K: Jij wel?

N: Nee ook niet

K: Was hij helemaal niet bij jou gekomen?

N: Nee, nee, nee

K: Oh

N: Ik dacht eh..misschien wist jij wat meer of zo..maar niks dus.

K: Eh......ehhh....waar ben jij nu?

N: Ik ben in ehh de buurt van Nieuwegein

K: Oke en je heb geen, geen tijd om ff langs te rijden?

N: Eh........laat ik je nog, laat ik je zo wel ff weten, binnen nu en een half uur.

K: Ja, rij dan ff langs als je ken.

N: Ja is goed

K: Ja?

N: Oke

K: zie ik je.26

Voorts kan nog worden vastgesteld dat op in de telefoon van [betrokkene 8], die op 30 januari 2010 bij hem in beslag is genomen, het telefoonnummer […5779] onder de naam [verdachte] is opgeslagen en dat de telefoon van [betrokkene 8] op 30 januari 2010 om 14.56 uur en om 17.44 uur contact heeft gehad met genoemd telefoonnummer.27 Uit het proces-verbaal ontlopen verhoor kan worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker is van voornoemd telefoonnummer.28 Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat [betrokkene 8] en verdachte elkaar kennen en met elkaar op 30 januari 2010, de dag dat [betrokkene 8] ongeveer drie kwartier na zijn bezoek aan [medeverdachte 6] met ongeveer 1 kilo cocaïne wordt aangehouden, meer keren telefonisch contact met elkaar hebben.

4.3. Nadere bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de inhoud van bovengenoemde tapgesprekken, waargenomen contacten, observaties en het aantreffen van meer dan 1 kilo cocaïne bij [betrokkene 8] op 30 januari 2010 kan worden geconcludeerd dat verdachte op 29 januari 2010 bij [medeverdachte 6] is geweest om een hoeveelheid cocaïne op te halen. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Algemeen bekend is dat bij de handel in cocaïne in versluierd taalgebruik wordt gesproken. In bovengenoemde tapgesprekken wordt, in het kader van hetgeen [medeverdachte 6] voor [betrokkene 8] gaat regelen, afwisselend gesproken over 'kado', 'tekeningen', 'autotrailer' en 'auto('s), zonder dat aannemelijk is dat het werkelijk om een kado, tekeningen, een autotrailer of auto's gaat. Met name is niet geobserveerd dat verdachte op 29 januari 2010 een auto heeft opgehaald bij [medeverdachte 6]. Dit terwijl [medeverdachte 6] en [betrokkene 8] op 29 januari 2010 spreken over het meegeven van een auto aan de gap van [betrokkene 8] en [medeverdachte 6] op 30 januari 2010 bij [betrokkene 8] informeert of de auto bij [betrokkene 8] staat. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met bovengenoemde woorden dan ook cocaïne bedoeld, nu niet is gebleken dat een van betrokken personen handelt in auto's dan wel dat genoemde woorden anderszins enige betekenis hebben en gelet op feit dat [betrokkene 8], die op 30 januari 2010 terwijl hij onderweg is naar [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 6] onder verwijzing naar "die uhmm van gister" laat weten dat hij er nog een paar nodig heeft, op 30 januari 2010 na zijn bezoek aan [medeverdachte 6] wordt aangetroffen met cocaïne in zijn auto. Dat verdachte bij [medeverdachte 6] is geweest in het kader van verzekeringen acht de rechtbank gezien het bovenstaande ongeloofwaardig.

Aldus moet worden vastgesteld dat op 27 januari 2010 [betrokkene 8] aan [medeverdachte 6] vraagt of hij nog cocaïne voor hem kan regelen, waarop [medeverdachte 6] dat regelt voor [betrokkene 8] en een dag later aan hem doorgeeft dat hij een hoeveelheid cocaïne bij hem de volgende dag kan komen ophalen. [betrokkene 8] kan echter niet zelf komen en stuurt daarom verdachte naar de woning van [medeverdachte 6] om een hoeveelheid cocaïne op te halen. Op 29 januari 2010 rijdt verdachte naar de woning van [medeverdachte 6] en haalt daar een hoeveelheid cocaïne op en geeft dit later af aan [betrokkene 8]. [betrokkene 8] bestelt de volgende dag nog meer cocaïne bij [medeverdachte 6] en haalt dit dezelfde dag nog bij hem op. Hij wordt vervolgens kort na zijn bezoek aan [medeverdachte 6], die hem de cocaïne heeft meegegeven, met ongeveer één kilo cocaïne in zijn bezit aangehouden. [medeverdachte 6] probeert na de aanhouding van [betrokkene 8] hem te bereiken, hetgeen niet lukt. Ook verdachte en [medeverdachte 6] spreken elkaar nog na de aanhouding van [betrokkene 8] en maken nog een afspraak.

Verdachte heeft gedurende het onderzoek niet willen verklaren. Hij heeft zich steeds op zijn zwijgrecht beroepen en is ter terechtzitting op 8 mei 2012 niet verschenen. De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet kan bijdragen tot het bewijs (HR 10 november 1998, NJ 1999/139), maar dat een rechter wel - indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven - zulks in zijn overwegingen omtrent het bezigde bewijsmateriaal mag betrekken (HR 15 juni 2004, NJ 2004/464; EHRM 8 februari 1996, NJ 1996/725 Murray tegen het Verenigd Koninkrijk). Onlangs heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 5 juni 2012 (LJN BW7372, NJ 2012/369) overwogen dat de stelling dat zulks alleen mag indien sprake is van een 'formidable case' geen steun vindt in het recht.

In het licht van hetgeen hiervoor onder redengevende feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is opgenomen en in aanmerking genomen dat verdachte geen redengevendheid voor het bewijs ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor zijn bezoek aan [medeverdachte 6] op 29 januari 2010 en de door hem met [medeverdachte 6] en [betrokkene 8] op 29, 30 en 31 januari 2010 gevoerde telefoongesprekken, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het op 29 januari 2010 opzettelijk vervoeren van een hoeveelheid cocaïne.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

meer subsidiair

hij op 29 januari 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd van de woning van [medeverdachte 6] een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. De in de tenlastelegging onder meer subsidiair vermelde datum van 29 januari 2009 merkt de rechtbank aan als een kennelijke verschrijving. In samenhang met de overige tekst van de tenlastelegging en het onderliggende dossier kan niet anders dan 29 januari 2010 zijn bedoeld, hetgeen voor de verdediging ook kennelijk duidelijk is geweest.

Hetgeen aan verdachte onder meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

meer subsidiair

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van een hoeveelheid cocaïne. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting moet worden geconcludeerd dat verdachte hierbij een onmisbare schakel heeft gevormd bij de handel in cocaïne. Cocaïne vormt een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde criminaliteit. Het bezit van cocaïne dient dan ook krachtig te worden bestreden.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat alleen een vrijheidsbenemende straf passend en geboden is. Bij het vaststellen van de duur van de vrijheidsbenemende straf wijkt de rechtbank in enige mate ten voordele van verdachte af van de eis van de officier van justitie. Hierbij heeft de rechtbank overwogen dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest ter zake van de Opiumwet, dat de hoeveelheid cocaïne die verdachte heeft vervoerd niet is komen vast te staan en dat niet is gebleken dat verdachte zelf in cocaïne heeft gehandeld.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 2, 10 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder meer subsidiair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde feit oplevert.

Verklaart dit feit strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) MAANDEN.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. P.M. Wamsteker en mr. M.E. Fortuin, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier C.A. de Koning,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 2 augustus 2012.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen en maken deel uit van het dossier met nummer PL1200/08-537057 (Onderzoek Vista).

2 Proces-verbaal identiteit [medeverdachte 6] d.d. 23 september 2008 (dossierpagina B05 005509).

3 Proces-verbaal identiteit gebruiker […4919], [...9366], […2271], […3437], […5565] [betrokkene 8] d.d. 5 november 2010 (dossierpagina B05 005534).

4 ID staat [medeverdachte 6] (dossierpagina C02 000037).

5 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 30 januari 2010 (B05 005178).

6 Tapgesprek TA0404C record 282 (dossierpagina B05 005011-005013).

7 Tapgesprek TA0404C record 296 (dossierpagina B05 005014-005015).

8 Tapgesprek TA0404C record 300 (dossierpagina B05 005015-005016).

9 Tapgesprek TA0404C record 303 (dossierpagina B05 005016).

10 Tapgesprek TA0404C record 334 (dossierpagina B05 005018-005019).

11 Tapgesprek TA0404C record 336 (dossierpagina B05 005019).

12 Tapgesprek TA0404C record 345 (dossierpagina B05 005020).

13 Tapgesprek TA0404C record 361 (dossierpagina B05 005020-005021).

14 Tapgesprek TA04040C record 362 (dossierpagina B05 005021).

15 Proces-verbaal van observatie vrijdag 29 januari 2010 d.d. 2 februari 2010 (dossierpagina D00 06325-06326).

16 Proces-verbaal ZD5 d.d. 4 november 2010, pagina 33 (dossierpagina B05 005021).

17 Proces-verbaal identiteit gebruiker […4979] zijnde [verdachte] d.d. 10 maart 2010 (dossierpagina B05 005529-005532).

18 Tapgesprek TA0404C record 368 (dossierpagina B05 005022-005023).

19 Tapgesprek TA0404C record 369 (dossierpagina B05 005023).

20 Tapgesprek TA0404C record 381 (dossierpagina B05 005025).

21 Tapgesprek TA0404C record 389 (dossierpagina B05 005026).

22 Tapgesprek TA0404C record 390 (dossierpagina B05 005026).

23 Proces-verbaal van observatie zaterdag 30 januari 2010 d.d. 1 februari 2010 (dossierpagina B05 005450-005456) en het proces-verbaal van aanhouding d.d. 30 januari 2010 (dossierpagina B05 005178).

24 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 5 februari 2010 (dossierpagina B05 005197-005227), het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 februari 2010 (dossierpagina B05 005228-005230) en het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 6 mei 2010 (dossierpagina B05 005599-005600).

25 TA04040C record, 399. 400. 401, 402, 406. 407. 408 en 409 (dossierpagina B05 005031).

26 Tapgesprek TA0404C record 441 (dossierpagina B05 005035).

27 Proces-verbaal onderzoek mobiele telefoon Nokia 2310 (dossierpagina B05 005245, 005249, 005267 en 005270).

28 Proces-verbaal ontlopen verhoor d.d. 17 augustus 2010 (D00 01830-01832).