Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX4058

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-07-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
15-840073-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beslag op omgekatte Porsche. Procedure ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering. Zowel de verzekeringsmaatschappij die in de rechten van de oorspronkelijke eigenaar is getreden als degene die de auto laatstelijk onder zich had, verzoeken om teruggave van de auto. De rechtbank oordeelt als volgt: Het gaat in de beslagprocedure om een voorlopig oordeel omtrent de eigendoms- en bezitsrechten ten aanzien van het in het geding zijnde voorwerp. Bij bovenstaande beslissing heeft de rechtbank betrokken dat volgens jurisprudentie van de Hoge Raad de rechter in een procedure als de onderhavige civielrechtelijke aspecten mag betrekken, maar dat van hem niet wordt verlangd dat hij treedt in de beslechting van burgerrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummer: 12/472

Parketnummer: 15/840073-11

Uitspraakdatum: 5 juli 2012

beschikking (art. 552a Sv)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 23 maart 2012 is op de griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), gedateerd 23 maart 2012, namens

[klager],

geboren op [geboortedatum],

domicilie kiezende te [adres], ten kantore van zijn raadsman mr. D. Coskun, advocaat.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het daarop gelegde beslag, met last tot teruggave aan klager van:

- een personenauto, Porsche 911, kenteken [nummer kentekenplaat 1].

Op 5 juli 2012 is dit klaagschrift in het openbaar in raadkamer behandeld. Klager is niet verschenen. Wel verschenen is zijn raadsman mr. Coskun, voornoemd. Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. J. Pauwelussen.

Het klaagschrift is gelijktijdig behandeld met het klaagschrift van [verzekeringsmaatschappij], onder rekestennummer 12/706.

2. Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat voormelde Porsche 911 op 29 mei 2011 op rechtmatige wijze in beslag is genomen, op grond van het bepaalde in artikel 94 Sv, en dat het beslag thans nog voortduurt.

De officier van justitie heeft bij het onderzoek in raadkamer aangegeven dat het belang van strafvordering zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag en teruggave van de Porsche 911 aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende op deze personenauto kan worden aangemerkt. Volgens de officier van justitie is dit [verzekeringsmaatschappij]. Klager stelt zich op het standpunt dat hij als rechthebbende moet worden aangemerkt.

Bij de beantwoording van de vraag wie redelijkerwijs als rechthebbende op de Porsche 911 dient te worden aangemerkt, gaat de rechtbank uit van de volgende feiten, zoals deze zijn gebleken uit de stukken en het verhandelde in raadkamer.

De Porsche 911 waar het in deze zaak om gaat, is – in het kader van het onderzoek ‘Pegasus’ van de Koninklijke Marechaussee – op 29 mei 2011 in beslag genomen onder de autofirma [naam], alwaar de auto door klager ter reparatie was aangeboden. Klager had de auto eerder, naar aanleiding van een advertentie op internet, gekocht.

Bij onderzoek aan de Porsche 911 blijkt dat deze is omgekat. Het originele “VIN” (Voertuig Identificatie Nummer) [nummer 1] was weggeslepen en de auto was voorzien van het - valselijk aangebrachte - VIN [nummer 2]. Daarnaast was de auto voorzien van het kenteken [nummer kentekenplaat 1], terwijl bij het originele VIN het kenteken [nummer kentekenplaat 2] hoort. Uit verder onderzoek bleek dat de Porsche 911 was gestolen.

Deze diefstal heeft plaatsgevonden tussen 27 februari 2010 te 17.00 uur en 28 februari 2010 te 15.00 uur. Eigenaar van de Porsche 911 was op dat moment [persoon]. [persoon] heeft van deze diefstal aangifte gedaan bij de politie. De verzekeringsmaatschappij [verzekeringsmaatschappij] heeft na verloop van tijd - op grond van de verzekeringspolis - geld uitgekeerd aan [persoon] om reden van de diefstal. Als gevolg van deze uitkering is [verzekeringsmaatschappij] - op grond van de verzekeringsvoorwaarden - vanaf 18 augustus 2011 in de rechten van [persoon] op de Porsche 911 getreden.

Artikel 3:86 van het Burgerlijk Wetboek houdt (BW) – voor zover van belang – onder meer het volgende in:

1. Ondanks onbevoegdheid van de vervreemder is een overdracht overeenkomstig artikel 90, 91 of 93 van een roerende zaak, niet-registergoed, of een recht aan toonder of order geldig, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is.

2. (…)

3. Niettemin kan de eigenaar van een roerende zaak, die het bezit daarvan door diefstal heeft verloren, deze gedurende drie jaren, te rekenen van de dag van de diefstal af, als zijn eigendom opeisen, tenzij:

a. de zaak door een natuurlijke persoon die niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelde, is verkregen van een vervreemder die van het verhandelen aan het publiek van soortgelijke zaken anders dan als veilinghouder zijn bedrijf maakt in een daartoe bestemde bedrijfsruimte, zijnde een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan met de bij het een en ander behorende grond, en in de normale uitoefening van dat bedrijf handelde; (…)

b. (…)

4. (…)

Gelet op het bepaalde in het derde lid van dit artikel heeft naar het oordeel van de rechtbank te gelden dat [verzekeringsmaatschappij] in principe het recht heeft om de eigendom van de Porsche 911 op te eisen. Dat leidt slechts uitzondering, in welke situatie klager eigenaar van de auto is geworden, indien de auto anders dan om niet aan klager is verkocht, deze te goeder trouw is geweest en voorts is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3:86, derde lid, sub a, BW. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde in raadkamer, voorshands onvoldoende gebleken of aan al deze voorwaarden is voldaan, zodat [verzekeringsmaatschappij] redelijkerwijs als rechthebbende op de Porsche 911 moet worden aangemerkt.

Bij bovenstaande beslissing heeft de rechtbank betrokken dat volgens jurisprudentie van de Hoge Raad (zie onder meer zijn arrest van 27 maart 2012, LJN BQ8590) de rechter in een procedure als de onderhavige civielrechtelijke aspecten mag betrekken, maar dat van hem niet wordt verlangd dat hij treedt in de beslechting van burgerrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties. Het gaat in de beslagprocedure om een voorlopig oordeel omtrent de eigendoms- en bezitsrechten ten aanzien van het in het geding zijnde voorwerp.

Het bovenstaande brengt met zich dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het klaagschrift ongegrond.

Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. S. Jongeling, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.M.L.A. Zwiersen-Dekker, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2012.