Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3764

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-08-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
15/740927-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak in megazaak Vista. In Litouwen verblijvende Nederlandse verdachte veroordeeld ten aanzien van medeplichtigheid van het voorhanden hebben en telen van hennep in een pand dat eigendom was van de leider van de criminele organisatie. Verdachte huurde het pand van de leider van de organisatie en diens vrouw en stelde dit beschikbaar, maar was niet direct betrokken bij het telen. Verdachte is veroordeeld tot de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740927-10 (Onderzoek Vista)

Uitspraakdatum: 2 augustus 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 februari 2011, 8 mei 2012 en 19 juli 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te ([land]) [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair

[Zaaksdossier 15: Aantreffen hennepkwekerij, hennepgruis en geperste hash in de kelderruimte aan de [eigendom leider criminele organisatie] op 18 mei 2010]

hij op of omstreeks 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom leider criminele organisatie],

- ongeveer 390, althans een hoeveelheid, henneplanten en/of

- ongeveer 573 gram, althans een hoeveelheid, hennep(gruis) en/of

- ongeveer 309 gram, althans een hoeveelheid, (geperste) hasjiesj,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 1 subsidiair

één of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom leider criminele organisatie],

- ongeveer 390, althans een hoeveelheid, hennepplanten en/of

- ongeveer 573 gram, althans een hoeveelheid, hennep(gruis) en/of

- ongeveer 309 gram, althans een hoeveelheid, (geperste) hasjiesj,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door opzettelijk voornoemde (kelder)ruimte te huren voor en/of ter beschikking te stellen aan voornoemd(e) onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of te blijven huren voor en/of ter beschikking te blijven stellen aan voornoemd(e) onbekend gebleven perso(o)n(en);

Feit 2 primair

[Zaaksdossier 15: het kweken van hennep in de kelderruimte behorende bij het pand aan de [eigendom leider criminele organisatie] vóór 18 mei 2010]

hij in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom leider criminele organisatie] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk hennepplanten, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2 subsidiair

één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom leider criminele organisatie] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk hennepplanten, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door opzettelijk voornoemde (kelder)ruimte te huren voor en/of ter beschikking te stellen aan voornoemd(e) onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of te blijven huren voor en/of ter beschikking te blijven stellen aan voornoemd(e) onbekend gebleven perso(o)n(en).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en 2 primair ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe dat niet is gebleken dat verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking met een ander dan wel anderen deze ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder feit 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Het bedrijfspand met grond gelegen aan de [eigendom leider criminele organisatie] te IJmuiden, gemeente Velsen, is eigendom van medeverdachten [medeverdachte 13] (hierna: [medeverdachte 13]) en [leider criminele organisatie] (hierna: [leider criminele organisatie]). [medeverdachte 13] en [leider criminele organisatie] zijn eigenaar sinds 3 februari 2006.2 Het pand [eigendom leider criminele organisatie] bestaat uit een boven- en benedenwoning en een bedrijfsruimte (hierna: de loods).3 [medeverdachte 13] en [leider criminele organisatie] hebben het pand gekocht van [betrokkene 22]. Zij verhuurde de loods vanaf februari 1998 tot en met de verkoop in februari 2006 aan [betrokkene 23] (hierna: [betrokkene 23]) en kreeg in verband met de verhuur omstreeks 1999 ook te maken met '[betrokkene 24]'. Zowel [betrokkene 23] als [betrokkene 24] ([betrokkene 24]) hadden te maken met [bedrijf 3].4 Zij stonden beiden vanaf 1 oktober 2004 geregistreerd als vennoot van [bedrijf 3], gevestigd aan de [adres], te IJmuiden.5 [betrokkene 23] is per 1 augustus 2010 uitgeschreven als vennoot. Sinds 2 april 2008 is [medeverdachte 13] tevens eigenaar van de garages met grond, gelegen aan de [eigendom leider criminele organisatie].6

Verdachte heeft blijkens een zich bij de stukken bevindende huurovereenkomst de loods met ingang van 2 februari 2006 voor een periode van vijf jaar gehuurd voor € 650,00 per maand. De huurovereenkomst is gesloten en getekend door [medeverdachte 13] in hoedanigheid van verhuurder en verdachte in hoedanigheid van huurder.7 Verdachte heeft het huren van de loods bevestigd.8

Op 18 mei 2010 werd een doorzoeking verricht in voornoemd perceel.9 Met betrekking tot de loods werd het volgende geconstateerd. De politie trof achterin de loods, achter een verrijdbare stellingkast met daarachter een houten plaat, onder meer een zogenaamde droogruimte aan. In deze droogruimte werden - onder meer - aangetroffen:

- twee grote plastic zakken met in totaal 573 gram hennepgruis;

- drie zakjes met geperst hash, met een totaal gewicht van 309 gram.10

Voorts werd achter een vernuftig en heimelijk uitgevoerde wand van een aparte kantoorruimte voorin de loods achter een bureau een deur aangetroffen, die toegang gaf tot een kleine ruimte. In deze ruimte bevond zich een vloerluik, dat vervolgens toegang gaf tot een kelder. In deze kelder werd een in werking zijnde hennepkwekerij met 390 planten aantroffen.11

Ook in de bovenwoning, welke gehuurd en bewoond werd door vader ([betrokkene 25]) en zoon ([betrokkene 26]), werd een hennepplantage aangetroffen.12 Deze maakt geen onderdeel uit van de tenlastelegging.

Op 17 november 2009 hebben [leider criminele organisatie] en zijn zwager [betrokkene 23] een gesprek in de auto van [leider criminele organisatie], waarin zij spreken over de inkomsten van [leider criminele organisatie] uit de [eigendom leider criminele organisatie]. Dit gesprek tussen [leider criminele organisatie] (F) en [betrokkene 23] (T) houdt onder meer het volgende in:

T: Hou alsteblieft op.

F: Ja maar buiten dat ik wil het niet eens over hun hebben maar het gaat me nou gewoon om datgene. Ik wil gewoon, kijk ik heb ze achter ook heb ik gekocht, huren ze voor tweeënhalf meier, daar gaat het allemaal niet om. De tuin hebben ze erbij. Ik wil helemaal niet het vel over hun neus maar als ik nou het pand toch niet kwijt raak dan moet ik wel zorgen dat het pand afbetaald wordt.

T: Luister [leider criminele organisatie], we gaan het zo doen. We gaan natuurlijk we gaan het heel slim aanpakken en dat is het volgende. Wat jij nou net zei over [betrokkene 24]. Kijk der zijn bepaalde dingen, dat weet jij ook, dat mensen mij ook nog uit de tijd dat ik eruit was, bepaalde dingen bij mij neergelegd hebben, ook betreffende hem. Daarom zien ik die mensen ook niet meer want die zijn bang dat ik hun daar op aan ga spreken. Je snapt precies wat ik bedoel want daarom komen mensen niet bij me omdat ze een slecht geweten tegenover me hebben.

F: Ja.

T: Oke dat weet ik want ik ben veel slimmer als hun. Laat maar gaan. [betrokkene 24] heb het ook een beetje, een klein beetje laten verwateren maar die ...(ovs) jongen heb een geweten dat merk ik. Hij was vorige week met die Rene bij me kwamen ze werk brengen en alles. [betrokkene 24] die wil echt, maar die wordt ook geremd, je weet net hoe het gaat. Dan ga ik natuurlijk heel slim. Ik heb het toen [betrokkene 24] al eens een beetje door laten schemeren. Dan ga ik eerst met [betrokkene 24] even praten en zeg ik [betrokkene 24] luister. Laten we even met zijn tweeën heel verstandig praten. [leider criminele organisatie] is niet meer tevreden, heel simpel en ik heb het al eens een keertje bij hem aangekaart een jaar geleden. Heb ik gezegd we moeten eens binnenkort om de tafel met zijn allen. Reageren ze niet op want ze weten hoe het zit.

F: Ja nu reageert hij ook niet weet je. Ik heb gezegd.. je moet je naam ...Want hij staat ingeschreven op het clubhuis.

T: Ja.

F: Die [betrokkene 25]. Wist je dat?

T: Nou dat weet ik.

F: Nou waarom staat ie daar niet ingeschreven. Ik zeg zet het maar op je zoons naam, kan mij het verrotten op wiens naam ie het zet. Maar nou heb ik het op mijn naam.

T: Ja.

F: En hij denkt dat hij dan gevrijwaard is als hij gepakt wordt met zijn weedhokkie daar boven. Nou echt niet want ik zeg à la minuut. Hij woont daar. Of denk ie dat ik de kat ga laaien voor hem?

T: Nee natuurlijk niet.

F: Hij kan voor mij een dikke lul krijgen. Dus dat doen ik echt niet.

T: Maar jij staat wat dat aan gaat toch ook volledig in je recht ben je gek. Ik bedoel je hebt het toen voor mij gedaan.

F: Voor jou ja en niet voor hun nee.

T: En niet voor hun nee. En toen heb ik nog voor hun heb ik nog heel mans tegen je zitten zeggen. Ja en straks verkoop je het met een klap winst hoe zit het dan. En toen was je ook nog zo bereidwillig om te zeggen, jongens dan delen we. Dus ik bedoel onthoud dat ook even [leider criminele organisatie] als je in gesprek terecht komt, maar laat mij eerst effentjes met [betrokkene 24] effentjes. Want kan ik mijn mond houden.

(fragment)

F: (onverstaanbaar).....met hun te maken. Helemaal niets. Maar dank denk ik bij me eigen. Kijk (onverstaanbaar)...ik weet niet ongeveer wat ze draaien dat maakt me helemaal geen bal uit. Ik ben tevreden met wat je hebt. Maar kijk ik betaal niks af. Ik betaal alleen maar rente.

Dat ging erom dat ik dat pand op een gegeven moment kon verkopen. Nou het is niet te verkopen. Dinge zegt ik doe dat niet want ik heb hoe heet het gesproken. Dan denk ik bij mijn eigen ik heb er nu met die garageboxen erachter in zitten voor 280.000 euro, 380.000 euro, Ja? Nou ehh zeg maal ehh 5 of 6 procent, hoeveel rente is dat per jaar. Buiten de aflossing he.

T: Ja ja.

F: Heb ik het alleen maar over rente. Nou dat is achttien ruggen rente of iets dergelijks. Ja? Ik heb geen belastingvoordeel omdat het is een tweede pand. Je onroerend goed belasting, je verzekeringen ehh.

T: Je hele pakket.

F: Je hele pakket dan tel je dan gewoon allemaal bij mekaar op. Wat had ik nou nog meer want ik had nog iets. Kosten wat erbij kwam.

T: Verzekering?

F: Gas, licht en water, want dat betaal ik van die bovenste weet je wel, apart. Van [betrokkene 25]. Nou dan krijg ik zevenenhalf meier van [betrokkene 25], vierenhalf meier van die gozer die er beneden in zit. Tweeënhalf meier van het pandje erachter, die garageboxen en dan krijg ik een rug voor die ehh loods. Dat is natuurlijk goed betaald. Maar al met al was dat even kijken hoor, zevenenhalf, ehh

T: Eenentwintig meier zeg maar, tweeëntwintig meier.

F: Ja.

T: En dan die honderd knaken ehh, is vijfentwintighonderd euro.

F: Honderd knaken, waarvan?

T: Van die achterloods.

F: Ja zevenenhalf, vier is twaalf, twee, ja zeg maar vijfentwintig meier.

T: Ja. Voor het gemak.

F: Voor het gemak.

T: Gaat af, energie.

F: Der gaat af die ehh energie tweeënhalf, driehonderd.

T: Verzekering.

F: Nee dan moet je gewoon het hele jaar neem je, dat is vijfentwintig meier, dat is dertig ruggen per jaar en ik zat op kosten zo'n beetje ik geloof van zevenentwintig of achtentwintig, want ik heb het op zitten tellen. Buiten mijn aflossing, los ik niks af.

T: Nee ehh dat snap ik.

F: Nou dus eigenlijk wat ik aan extraatje krijg, die twee rooitjes, dat zou eigenlijk dat is mijn aflossing. Dus wat schiet ik nou met dat hele gebeuren dan eigenlijk op. Dat ik een extra deeltje krijg, helemaal niks. Nou dan gaan ze de club maar minder lopen geven dan gaan ze mij maar meer lopen geven. Ik ga gewoon de huur omhoog schroeven want ik wil gewoon wit geld daardoor creëren. Want die [betrokkene 25] (fon) wil niks betalen want dat kan ik niet verantwoorden bla bla bla. Ik zeg je zoon werkt toch ook dan doe je toch of je samenwoont daaro. Trouwens niemand, geen haan die er naar kraait wat jij aan huur betaald.

T: Wat bedoel je?

F: Als [betrokkene 25] als ik tegen [betrokkene 25] zeg gaat gewoon een rug betalen dan betaalt de club maar tweeënhalf meier meer mee, snap je.

T: Oh op die toer ja.

F: Ja en dan heb ik een rug wit inkomsten van boven, dan kan ik afbetalen. Nu wat ik nu vang dat is eigenlijk mijn rente.

T: Ja.

F: Dus ik kan niet verantwoorden, waar haal ik dat geld nou vandaan om het af te betalen.

(fragment)

F: Je zegt gewoon: anders verkoopt ie het. Dan kunnen jullie er gewoon allemaal eruit gaan. Dan gaat het gewoon weg. Dat doen ik ook. Dan zet ik het op een katvanger (fon) zijn naam kan mij niet schelen. Dan doe ik het zogenaamd weg doen. Dan hebben ze niks. Moeten ze zelf weten

T: Dus ik ga eerst [betrokkene 24] even inlichten

F: Verleden keer met Henkie, toen stonk het naar weed daar.

T: Dat heb ik al een paar keer gehoord.

F: Maar dat komt van hem boven af.

T: Ja dat weet ik.

F: En niemand durft wat te zeggen tegen hem.

T: Waarom niet dan.

F: Weet ik veel, die [betrokkene 24] moet toch eigenlijk ook zeggen, joh dat gaat niet. We zijn bezig beneden, kun je boven niet een beetje lopen kweken. Sodemieter lekker op. Ja maar het is niks, zijn maar twee kastjes. Het gaat niet om die twee kastjes, het is niet dat ik het niet gun.

T: Het is een vieze egoïst man een vieze gore egoïst.

F: .....(onverstaanbaar)

T: Een jankert, een jankert is het.

F: Ik zeg je moet het op je naam nemen. Ja ja ja. Kan het eigelijk niet verantwoorden. Ik zeg, je zoon werkt toch ook, dan neemt die het op zijn naam.

T: Weet je wat het is, hij heb een ehh bovengemiddeld inkomen vandaag de dag met zijn voorschot.13

4.3. Bewijsoverweging

Uit bovenstaand gesprek van 17 november 2009 leidt de rechtbank af dat [leider criminele organisatie] niet € 650,00 doch € 1000,00 ("een rug") krijgt voor de verhuur van de loods. Voorts leidt de rechtbank uit de verschillende fragmenten van dit gesprek - in onderling verband en samenhang bezien - af dat [leider criminele organisatie] en [betrokkene 23] in ieder geval op 17 november 2009 op de hoogte zijn van de hennepplantage in de kelder van de loods. [leider criminele organisatie] verklaart immers dat hij het toen voor [betrokkene 23] heeft gedaan. Hiermee doelt [leider criminele organisatie] kennelijk, zo leidt de rechtbank af uit de verdere inhoud van het gesprek, op de aankoop door [leider criminele organisatie] en [medeverdachte 13] van [eigendom leider criminele organisatie]. [betrokkene 23] was destijds huurder van de loods. Verder zegt [betrokkene 23] dat hij met [betrokkene 24] gaat praten en zegt [leider criminele organisatie] dat het naar weed stonk en - in dat verband - dat [betrokkene 24] moet zeggen "joh, dat gaat niet. We zijn bezig beneden, kun je boven niet een beetje lopen kweken." Uit het gesprek is verder af te leiden dat er een relatie is met de 'club'. Kennelijk wordt daarbij gedoeld op het bedrijf [bedrijf 3], welk bedrijf op [eigendom leider criminele organisatie] een winkel had voor onderhoud van Harley Davidson motoren, en welk bedrijf de garages aan de [eigendom leider criminele organisatie] huurde voor € 250,00 per maand.14 In dit verband wijst de rechtbank tot slot nog op de uitspraak van [leider criminele organisatie] dat "ze" achter huren voor tweeëneenhalf meier en dat ze de tuin erbij hebben. Met de tuin wordt hier kennelijk op de hennepkwekerij in de kelder van de loods gedoeld. Met [betrokkene 24] wordt kennelijk bedoeld eerdergenoemde [betrokkene 24].

Verdachte heeft ontkend dat hij wist dat er zich onder de door hem gehuurde loods een hennepplantage bevond. Verdachte heeft aanvankelijk aangegeven de loods te hebben gehuurd voor de opslag van spullen van zijn (overleden) moeder, dat hij daarvoor € 650,00 per maand contant aan [medeverdachte 13] betaalde, dat hij de inboedel van zijn moeder in januari of februari 2010 uit de loods heeft gehaald, dat hij van plan was de ruimte daarna te gebruiken voor de opslag van oude auto's, dat dat niet van de grond is gekomen en dat hij toen de sleutel van de loods heeft gegeven aan een kennis van hem, die de ruimte wilde gebruiken voor het kweken van ongeveer zes hennepplanten voor eigen gebruik. Verdachte heeft de naam van deze kennis niet willen noemen. De rechtbank acht deze verklaringen van verdachte niet geloofwaardig en wijst daarbij op het volgende.

Verdachte heeft wisselend verklaard omtrent de huurperiode. In eerste instantie heeft hij, tijdens zijn verhoor op 5 oktober 2010, verklaard dat hij de opslagloods ongeveer anderhalf jaar geleden had gehuurd en, later, toen hij werd geconfronteerd met de huurovereenkomst van 2 februari 2006, heeft hij verklaard dat hij in februari 2006 is begonnen met het huren van de loods.

Voorts is het opvallend dat het huurcontract één dag eerder is opgesteld dan de verkrijging in eigendom van het het pand door [medeverdachte 13] en [leider criminele organisatie], dat [medeverdachte 13] heeft verklaard het pand te hebben gekocht voor de opslag van haar strandstoelen (B15 009102), terwijl het gehele pand vanaf het moment waarop zij het in eigendom heeft verkregen wordt verhuurd15 en dat verdachte heeft verklaard het pand te hebben gehuurd voor de opslag van de inboedel van zijn overleden moeder, terwijl zijn moeder pas op 11 januari 200716 is overleden en toen reeds vier jaar uit haar woning was verhuisd (naar het Vissershuis)17. Daarbij acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte voor een relatief hoge huur van € 650,00 per maand een loods huurde voor een periode van vijf jaar voor de opslag van de inboedel voor zijn moeder, mede gelet op het beperkte inkomen van verdachte.18

Daarbij komt dat verdachte sinds 2006 woonachtig in Litouwen is.19 Uit onderzoek is gebleken dat verdachte in de periode vanaf juli 2008 tot en met mei 2010 ongeveer slechts zes keer in Nederland is geweest.20 Dit komt niet overeen met de verklaring van verdachte dat hij ongeveer één keer in de vijf weken naar Nederland komt (B15 009118), noch met verklaring van [medeverdachte 13] dat verdachte bijna maandelijks naar Nederland komt (B15 009115) en de huur altijd contant betaalt (B15 009115), noch met de betaaldata voor de loods, vermeld in het notitieblok van [medeverdachte 13].21 Ook ligt het niet voor de hand dat verdachte de huur cash in plaats van via de bank betaalde, nu hij in Litouwen woont. Daarbij komt de huuradministratie van [medeverdachte 13] omtrent de ontvangen betalingen van verdachte de rechtbank ook anderszins niet aannemelijk voor, gezien het OVC-gesprek van 17 november 2009 tussen [leider criminele organisatie] en [betrokkene 23], waarin gesproken wordt over de opbrengsten van de [eigendom leider criminele organisatie] maar niets naar voren komt omtrent de huur van € 650,00 die door verdachte zou worden betaald, terwijl wel wordt gesproken over een rug die betaald wordt voor de loods, en waarin wordt gesproken over '[betrokkene 24]' en niet over verdachte in relatie tot beneden.

Voorts acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij in 2010 de sleutel van de loods aan een derde had gegeven, van wie hij de naam niet wenst te verklaren, ongeloofwaardig. Het ligt immers niet voor de hand dat verdachte deze persoon de hand boven het hoofd houdt, terwijl hijzelf vervolgd wordt voor de aanwezigheid van de hennepplantage, waarvan hij zegt niets van te hebben geweten. De door verdachte hiervoor aangegeven reden, te weten dat de persoon een zieke vrouw en kinderen heeft, overtuigt de rechtbank niet, nu verdachte zelf een ernstig zieke vrouw in Litouwen heeft en met deze strafzaak een gevangenisstraf riskeert. Bovendien leidt de rechtbank uit het OVC-gesprek tussen [leider criminele organisatie] en [betrokkene 23] van 17 november 2009 af dat toen reeds een hennepplantage was gevestigd in de loods. Dit wordt bevestigd door de in de kelder van de loods gevonden bon van [bedrijf 6], welke bon betrekking heeft op apparatuur die gebruikt kan worden in een hennepkwekerij en welke bon volgens de eigenaar van dit bedrijf moet zijn uitgeschreven vóór november 2007.22 Tot slot leidt de rechtbank uit een OVC-gesprek van 18 juli 2009 tussen [leider criminele organisatie] en verdachte af dat verdachte niet beschikte over de sleutel van de loods. In dit OVC-gesprek zegt [leider criminele organisatie] namelijk dat even langs die jongens gegaan moet worden voor de sleutel van dat hek en een sleutel van dat loodsie.23

Op grond van al deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat het niet anders kan dan dat de huurovereenkomst welke verdachte met [medeverdachte 13] heeft gesloten vals was en dat verdachte wist, al dan niet in voorwaardelijke vorm, dat zich in de loods op de [eigendom leider criminele organisatie] een hennepkwekerij bevond en dat hij als een katvanger heeft gefungeerd voor deze hennepkwekerij door de huur van de ruimte op zijn naam te zetten. Aldus is verdachte medeplichtig geweest aan het voorhanden hebben en kweken van de hennep.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 subsidiair

één of meer onbekend gebleven personen op 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, opzettelijk aanwezig hebben gehad in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom leider criminele organisatie],

- ongeveer 390, althans een hoeveelheid, hennepplanten en

- ongeveer 573 gram, althans een hoeveelheid, hennep(gruis) en

- ongeveer 309 gram, althans een hoeveelheid, (geperste) hasjiesj,

zijnde hennep en/of hasjiesj, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk behulpzaam is geweest en tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door opzettelijk voornoemde (kelder)ruimte te huren voor en ter beschikking te stellen aan voornoemde personen;

Feit 2 subsidiair

één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom leider criminele organisatie] meermalen opzettelijk hennepplanten, althans hoeveelheden van meer dan 30 gram hennep, hebben geteeld en verwerkt en aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij het plegen van welke misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk behulpzaam is geweest en tot het plegen van welke misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door opzettelijk voornoemde (kelder)ruimte te huren voor en ter beschikking te stellen aan voornoemde personen en te blijven huren voor en ter beschikking te blijven stellen aan voornoemde personen.

Hetgeen aan verdachte onder 1 subsidiair en 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 subsidiair:

medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 2 subsidiair:

medeplichtigheid aan het tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan het aanwezig hebben en het telen van hennep door anderen, door die anderen daartoe opzettelijk de gelegenheid te verschaffen. Verdachtes rol bestond hierin dat hij een loodsruimte huurde welke voor het kweken van hennepplanten werd gebruikt. Weliswaar is verdachte zelf niet direct betrokken geweest bij het telen van hennep, maar zijn rol als 'katvanger' is wel van wezenlijk belang geweest om het telen mogelijk te maken.

De rechtbank neemt bij de strafoplegging in overweging dat verdachte de zorg heeft voor zijn vrouw die hulpbehoevend is en in Litouwen verblijft.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 48, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

artikel 3, 11 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair en 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van DRIE (3) MAANDEN, met bevel dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. P.M. Wamsteker en mr. M.E. Fortuin, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier C.A. de Koning,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 2 augustus 2012.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen en maken deel uit van het dossier met nummer PL1200/08-537057 (Onderzoek Vista).

2 Een schriftelijk stuk inhoudende een akte van levering d.d. 3 februari 2006 (dossierpagina B15 009187-009194)

3 Proces-verbaal relaas d.d. 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008983), een geschrift inhoudende een plattegrond (B15 009251-009252) en proces-verbaal luchtfoto's en indeling [eigendom leider criminele organisatie] IJmuiden (B15 009483-009484).

4 Proces-verbaal getuigenverhoor [betrokkene 22] d.d. 1 maart 2011 (B15 009511-009512) en proces-verbaal aanvullend getuigenverhoor [betrokkene 22] d.d. 12 april 2011 (B15 009521).

5 Proces-verbaal [bedrijf 3] d.d. 15 juni 2011 (B15 009485) en schriftelijke stukken inhoudende een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (B15 009487) en een handelsregisterhistorie van de kamer van koophandel (B15 009488).

6 Een schriftelijk stuk inhoudende een akte van levering d.d. 2 april 2008 (B15 009217-009222).

7 Een geschrift inhoudende een huurovereenkomst kantoorruimte d.d. 2 februari 2006 (dossierpagina B15 009128-009131).

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 oktober 2010 (dossierpagina B15 009118) en verklaring verdachte ter terechtzitting.

9 Proces-verbaal relaas 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008983-008985), een schriftelijk stuk inhoudende een mutatierapport d.d. 18 mei 2010 (B15 008981-008982) en proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 mei 2010 (B15 009061-009089).

10 Proces-verbaal relaas 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008984).

11 Schriftelijk stuk inhoudende een mutatierapport d.d. 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008982, proces-verbaal relaas d.d. 18 mei 2010 (B15 008985).

12 Proces-verbaal relaas d.d. 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008983).

13 Proces-verbaal OVC-journaal 17 november 2009 d.d. 24 januari 2010 (dossierpagina B15 009281-009284).

14 Loop-proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij [eigendom leider criminele organisatie] IJmuiden, d.d. 21 juni 2011 (3e nazending, dossierpagina B15 009270-009271).

15 Proces-verbaal huurbetalingen [eigendom leider criminele organisatie] d.d. 11 april 2011 (dossierpagina B15 009438-009458).

16 Loop proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij [eigendom leider criminele organisatie] IJmuiden d.d. 21 juni 2011 (dossierpagina B15 009269).

17 Verklaring verdachte ter terechtzitting.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 oktober 2010 (dossierpagina C48 001221).

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 5 oktober 2010 (dossierpagina C48 001220).

20 Proces-verbaal huurbetalingen [eigendom leider criminele organisatie] d.d. 11 april 2011 (dossierpagina B15 009441-9446).

21 Proces-verbaal huurbetalingen [eigendom leider criminele organisatie] d.d. 11 april 2011 (dossierpagina B15 009439).

22 Proces-verbaal onderzoek naar bon en visitekaartje, aangetroffen in de hennepkwekerij in de kelder van de [eigendom leider criminele organisatie] IJmuiden d.d. 15 juni 2011 (B15 009332-009334).

23 Proces-verbaal [verdachte] is "katvanger" van [leider criminele organisatie] d.d. 12 april 2011 (B15 009435).