Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3723

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-08-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
15/740944-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak in megazaak Vista. Litouwse verdachte veroordeeld ten aanzien van het tezamen en in vereniging met zijn Litouwse medeverdachte voorhanden hebben van ruim 200.000 pillen bevattende kort gezegd 2C-B. Verdachte is veroordeeld tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740944-10 (Onderzoek Vista)

Uitspraakdatum: 2 augustus 2012

Tegenspraak (ex artikel 279 Sv)

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 februari 2011, 14 mei 2012 en 19 juli 2012 in de zaak tegen:

[verdachte] (GEBOREN ALS [oorspronkelijke naam]),

geboren op [geboortedatum] te Litouwen,

wonende te (Litouwen) [adres],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

[Zaaksdossier 04G: 2C-B pillen Badhoevedorp]

hij op of omstreeks 01 september 2009 te Zandvoort en/of te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 201.330 pillen/tabletten, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende 2C-B (4-bromo-2,5-dimethoxyfenetylamine), zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 1 september 2009 omstreeks 17:36 uur wordt een groene personenauto, merk Audi, type A6, model station, met Litouwse kentekenplaat [kenteken 10] (de Audi), geparkeerd op de Zeestraat te Zandvoort. De bestuurder van de Audi wordt later geïdentificeerd als verdachte.2 Omstreeks 17:38 uur lopen [betrokkene 3] en verdachte een pension gelegen aan de Zeestraat binnen om vervolgens om 17:41 uur dit pension weer uit te komen. Verdachte draagt een rode plastic tas met een witte opdruk van Dirk van den Broek. [betrokkene 3] draagt een blauwe tas. De rode plastic tas en de blauwe tas worden op de achterbank van de Audi gezet. Om 17:42 uur stapt verdachte als bestuurder in de Audi en rijdt de Audi weg. Enige tijd later, omstreeks 18:08 uur, wordt de Audi geparkeerd op de Einsteinlaan te Badhoevedorp. Verdachte stapt uit de Audi en pakt de rode tas en de blauwe tas uit de Audi. Omstreeks 18:09 uur loopt verdachte de portiek van een flat gelegen aan de Einsteinlaan binnen. Omstreeks 18:10 uur loopt hij over de galerij van de derde etage van deze flat en omstreeks 18:11 uur gaat hij de woning Einsteinlaan [perceelnummer] (de woning) binnen. Hierbij neemt verdachte de genoemde tassen mee naar binnen. Beide tassen zijn gevuld.3

Omstreeks 18.31 uur komt verdachte met twee mannen, die later zijn geïdentificeerd als [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18],4 uit de woning. Verdachte draagt een rode tas met opdruk van Dirk van den Broek en [medeverdachte 17] draagt genoemde blauwe tas. Beide tassen zijn gevuld. Vervolgens staan verdachte, [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] in de portiek van de flat. Omstreeks 18:32 uur komen [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] uit de portiek van de flat lopen en komt verdachte, zonder de rode tas, uit de richting van de centrale boxeningang (de boxeningang) lopen. Daarna, omstreeks 18:33 uur, staan verdachte, [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] bij de achterzijde van een lichtblauwe personenauto, merk Opel, type Zafira, met Litouwse kentekenplaten [kenteken 11] (de Opel), die geparkeerd staat ter hoogte van de ingang van de boxeningang. [medeverdachte 17] doet de blauwe tas in de kofferbak van de Opel. Hierna, omstreeks 18:34 uur, stappen verdachte, [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] in de Audi en rijdt de Audi weg.

Omstreeks 19:17 uur wordt de Audi op de Einsteinlaan naast de Opel geparkeerd en stappen verdachte, [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] uit de Audi waarna zij tussen de Opel en de Audi staan. Vervolgens, omstreeks 19:20 uur, wordt de achterklep van de Opel geopend, waarna verdachte de genoemde blauwe tas uit de Opel pakt. Verdachte loopt vervolgens met de gevulde blauwe tas de boxeningang in. Omstreeks 19:21 uur lopen [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] de portiek van de genoemde flat aan de Einsteinlaan binnen. Drie minuten daarna, omstreeks 19:24 uur lopen verdachte, [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] de woning binnen. Verdachte heeft de blauwe tas op dat moment niet meer bij zich. Omstreeks 19:39 uur loopt verdachte met twee andere mannen de woning uit, stapt hij met deze twee mannen in de Audi en rijdt hij weg. Omstreeks 21:59 komen [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] de woning uit, roken zij voor de woning een sigaret en gaan omstreeks 22:01 uur weer naar binnen.5

De Opel staat op naam gesteld van [medeverdachte 17].6

Omstreeks 23:00 uur wordt kelderbox 31, welke behoort bij de woning,7 doorzocht. Hierbij worden rechts achterin de kelderbox op de onderste plank van een stellingkast twee grote tassen, te weten een blauwe Ikea tas en een rode Dirk tas, aangetroffen. Beide tassen zijn gevuld met transparante plastic zakken, in totaal tweeëntwintig, waarin zich blauwe en gele pillen bevinden.8 Zowel de gele als de blauwe pillen hebben aan de ene zijde een paddenstoel als stempel en aan de andere zijde een streep.9 Het totale netto gewicht van de pillen bedraagt ruim 30 kilogram. Uit elke zak zijn tien tabletten gewogen, teneinde het gemiddelde gewicht van een tablet uit de betreffende zak te kunnen vaststellen. Op grond van deze gegevens is het totaal aantal pillen vastgesteld op 203.760.10 Van de tweeëntwintig aangetroffen zakken zijn monsters genomen en deze zijn naar het NFI verzonden.11 Alle monsters bevatten 2C-B (4-broom-2,5-dimenthoxyfenetylamine), welke stof is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.12

[medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] hebben beiden verklaard dat zij op 31 augustus 2009 in de middag vanuit Litouwen zijn aangekomen in de woning, dat zij aldaar logeerden en dat zij een paar dagen in Nederland zouden verblijven.13

4.2. Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit. Weliswaar kan bewezen worden verklaard dat verdachte de tassen in zijn handen heeft gehad, maar niet wettig en overtuigend kan bewezen worden verklaard dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de pillen in de tassen en van het feit dat deze pillen het materiaal 2C-B bevatten.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Uit de foto's 10, 11 en 13 van de rode tas en de blauwe tas, welke foto's zijn gevoegd bij het proces-verbaal sporenonderzoek van 6 oktober 2009, welke foto's zijn gemaakt van het aantreffen op 1 september 2009 van de tassen in de kelderbox, blijkt dat beide tassen duidelijk zichtbaar zijn gevuld met doorzichtige zakken gevuld met gele en blauwe pillen.14 De tassen zijn niet voorzien van een ritssluiting dan wel enige andere sluitvoorziening. Op grond van het voorgaande kan het niet anders zijn dan dat verdachte, die beide zware, niet afgesloten tassen uit de Audi heeft getild en naar de woning heeft gebracht en vervolgens tezamen met [medeverdachte 17] weer naar beneden heeft gebracht en uiteindelijk beide tassen in de kelderbox heeft gebracht, de inhoud van de tassen heeft gezien. Daarbij acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat verdachte, die zelf de twee tassen met pillen in zijn auto heeft geplaatst en later heeft opgeborgen in de kelderbox van de woning, waar hij op dat moment verbleef, niet zou hebben geweten wat zich in de tassen bevond. Mede gezien de vormgeving en de kleur van de pillen en gezien de hoeveelheid pillen heeft verdachte door aldus te handelen minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat voornoemde pillen een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten 2C-B, zouden bevatten. Voorts is verdachte niet verschenen op de behandeling van zijn strafzaak ter terechtzitting teneinde zijn verhaal te doen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich te samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een grote hoeveelheid pillen van een materiaal bevattende 2C-B.

4.3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 1 september 2009 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 201.330 pillen/tabletten bevattende 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenetylamine), zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid, te weten ruim 200.000 zogenoemde 2C-B pillen. 2C-B (4-broom-2,5-dimethoxyfenetylamine) staat op lijst I van de Opiumwet en is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De hoeveelheid aangetroffen pillen was van dien aard was dat deze bestemd moeten zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Door zijn handelswijze heeft verdachte een actieve bijdrage willen leveren aan de instandhouding van het al om aanwezige drugscircuit.

De verspreiding van en handel in 2C-B pillen gaat bovendien gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Verdachte heeft door deze stof te verhandelen een actieve bijdrage geleverd aan het ontstaan van dit soort overlast.

Gezien het feit dat het een grote hoeveelheid pillen betreft, het feit dat verdachte, [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] van Litouwse afkomst zijn en [medeverdachte 17] en [medeverdachte 18] daags voor het aantreffen van de 2C-B pillen in de woning van verdachte zijn aangekomen en de intentie hadden binnen een aantal dagen weer terug te gaan naar Litouwen en gelet op de in zaaksdossier 4 vermelde contacten tussen verdachte en de in Kiel wonende [betrokkene 3], is het aannemelijk dat de intentie van verdachte er op was gericht om voornoemde pillen Nederland uit te voeren. Dit laatste is echter niet ten laste gelegd en bewezenverklaard. Bij de strafoplegging zal dan ook - anders dan de officier van justitie in haar eis heeft meegewogen - de internationale component van het bewezenverklaarde geen rol spelen. De rechtbank komt dan ook tot een lagere strafoplegging dan de officier van justitie heeft gevorderd. Ook ziet de rechtbank - anders dan de officier van justitie - onvoldoende aanknopingspunten te veronderstellen dat verdachte bij het aanwezig hebben van de verdovende middelen een grotere rol zou hebben gehad dan zijn medeverdachte [medeverdachte 17].

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en

artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde feit oplevert.

Verklaart dit feit strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) JAREN.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. P.M. Wamsteker en mr. M.E. Fortuin, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van donderdag 2 augustus 2012.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen en maken deel uit van het dossier met nummer PL1200/08-537057 (Onderzoek Vista).

2 Proces-verbaal van vaststelling identiteiten van diverse personen uit ZD-04 E, F en G d.d. 19 maart 2012, (dossierpagina B04 004997-004999) en proces-verbaal van verhoor [betrokkene 27] d.d. 3 september 2009 (dossierpagina B04 003464).

3 Dat de tassen gevuld zijn blijkt uit de onderste foto opgenomen op dossierpagina B04 004856 als bijlage bij het proces-verbaal van observatie d.d. 1 september 2009 dossierpagina B04 004847.

4 Proces-verbaal van vaststelling identiteiten van diverse personen uit ZD-04 E, F en G d.d. 19 maart 2012 (dossierpagina B04 004999).

5 Proces-verbaal observeren dinsdag 1 september 2009 d.d. 2 september 2009 met de daarbij behorende fotobijlagen (dossierpagina B04 004847-004856).

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 september 2009 (dossierpagina B04 003357).

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2009 (dossierpagina B04 003304-003305).

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2009 (dossierpagina B04 003306) en proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 6 oktober 2009 inclusief de daarbij behorende fotobijlagen (dossierpagina B04 003308-003309 en B04 003315-003318).

9 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 6 oktober 2009 (dossierpagina B04 003326).

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2009 (dossierpagina B04 003482-003483).

11 Proces-verbaal vervolg sporenonderzoek d.d. 6 oktober 2009 (dossierpagina B04 003327).

12 Een schriftelijk stuk, te weten het deskundigenrapport van het NFI d.d. 8 september 2009, NFI zaaknummer 2009.09.04.022 (dossierpagina B04 003346-003348).

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 18] d.d. 3 september 2009 (B04 003382B04-003384) en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 17] d.d. 3 september 2009 (dossierpagina B04-003422-003424).

14 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 6 oktober 2009 (dossierpagina B04 003316-003317).