Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3464

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-08-2012
Datum publicatie
03-08-2012
Zaaknummer
15/740693-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Vista. Uitspraak in megazaak Vista. Leider criminele organisatie veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf. Verweren met betrekking tot infiltratietraject onder regie van Amerikaanse DEA in Polen verworpen. Er is niet gebleken van betrokkenheid van het Openbaar Ministerie bij het infiltratietraject. Evenmin is gebleken van schending van het EVRM. Veroordeling voor (voorbereidingshandelingen met betrekking tot) handel in cocaïne, handel in andere verdovende middelen, witwassen, vuurwapenbezit, betrokkenheid bij hennepkwekerij en leiderschap van een criminele organisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740693-08 (Onderzoek Vista)

Uitspraakdatum: 2 augustus 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 31 augustus 2010, 25 november 2010, 11 februari 2011, 19 april 2011, 11 mei 2012, 16 mei 2012, 15 juni 2012, 25 juni 2012, 29 juni 2012, 17 juli 2012 en 19 juli 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

[Zaaksdossier 01: voorbereiding van invoer van een hoeveelheid cocaïne vanuit Polen]

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2008 tot en met 19 februari 2009 te IJmuiden en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Polen en/of in Duitsland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om (een) feit(en), bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of vervoeren en/of verstrekken en/of afleveren van een hoeveelheid, cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- (een) ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk

- één of meer telefoongesprekken gevoerd en/of één of meer SMS-berichten verzonden en/of uitgewisseld, waarin bij hem en (één of meer van) zijn mededader(s) bekende ontmoetingsplaatsen (in Amsterdam) al dan niet gecodeerd en/of versluierd ('locatie 1, 2 of 3') werden afgesproken en/of aan elkaar werden doorgegeven en/of

- één of meer ontmoetingen bijgewoond op die al dan niet gecodeerd en/of versluierd aangeduide en/of aan elkaar doorgegeven ontmoetingsplaatsen (in Amsterdam) en/of in het bedrijf [bedrijf 1], gevestigd aan de Vissershavenstraat te IJmuiden en/of

- één of meer telefoontoestellen aangeschaft en/of overgedragen en/of in ontvangst genomen (specifiek en/of uitsluitend) bestemd en/of bedoeld voor de onderlinge communicatie tussen één of meer (van de deelnemende) mededader(s) en/of

- één of meer afspra(a)k(en) gemaakt over de wijze van gebruik van de/een aangeschaft(e) en/of overgedragen en/of in ontvangst genomen telefoontoestel(len) en/of

- één of meer telefoongesprekken gevoerd en/of één of meer SMS-berichten verzonden en/of uitgewisseld en/of één of meer afspra(a)k(en) gemaakt omtrent

* het tijdstip, waarop en/of de termijn, waarbinnen de hoeveelheid cocaïne in Polen zou (moeten) worden overgedragen en/of afgeleverd en/of vervoerd (naar Nederland), en/of

* de (eventuele) bezichtiging en/of inspectie van de af te nemen hoeveelheid cocaïne (in Polen) en/of

* het (met elkaar) in contact brengen van personen in Polen (waaronder de/een chauffeur(s) van het voorgenomen transport) en/of

* het (in persoon en/of fysiek, in elk geval niet telefonisch) overdragen en/of in ontvangst nemen van een telefoonnummer van een (contact)persoon in Polen en/of

* (de noodzaak van) het activeren van een telefoontoestel in gebruik bij die (contact)persoon in Polen en/of

* de naam van één van de chauffeur(s), die de hoeveelheid cocaïne zouden (moeten) gaan vervoeren ("Ziggy"),

waarbij en/of waarna (één of meer van) zijn mededader(s), te weten: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], zich opzettelijk

- (per auto) naar Warschau (Polen) heeft/hebben begeven teneinde aldaar één of meer persoonlijke ontmoetingen te hebben met één of meer (andere) mededader(s) en/of

- van Warschau (Polen) naar Kiel (Duitsland) heeft/hebben begeven teneinde aldaar aan hem, verdachte, (persoonlijk) verslag uit te brengen van en/of te berichten omtrent de ontmoeting(en) en/of afspra(a)k(en) gemaakt in Polen;

Feit 2:

[Zaaksdossier 03: Uitvoer ongeveer 30.000 pillen MDMA naar Litouwen]

primair:

hij in of omstreeks de maand januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Litouwen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 30.720 pillen/tabletten MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiair:

[medeverdachte 3] en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of een of meer ander(en) in of omstreeks de maand januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Litouwen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of

heeft/hebben vervoerd en/of aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer 30.720 pillen/tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 september 2003 tot en met 26 januari 2004 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 september 2003 tot en met 26 januari 2004 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichting heeft verschaft door opzettelijk

- voornoemde [medeverdachte 3] te introduceren bij en/of in contact te brengen met een producent/leverancier/verkoper van pillen/tabletten MDMA, en/of

- voornoemde [medeverdachte 3] mee te nemen en/of te vergezellen naar die producent/leverancier/verkoper van MDMA (voor het bestellen van een hoeveelheid pillen/tabletten MDMA);

Feit 3:

[Zaaksdossier 04 E: Uitvoer van ongeveer 90.000 2C-B pillen door [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5]]

hij op of omstreeks 09 augustus 2009 te IJmuiden en/of te Zoetermeer en/of (elders) in Nederland en/of te Bunde (Duitsland) en/of elders in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad ongeveer 90.793 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 4:

[Zaaksdossier 04 J: Uitvoer van 43 kilo amfetamine naar Duitsland door [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 6]]

primair:

hij op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland en/of te Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad ongeveer 43 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair:

[betrokkene 6] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 3] op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland en/of te Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met gebruik van een auto (BMW met Duits kenteken) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft/hebben gebracht en/of heeft/hebben vervoerd en/of aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer 43 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op of omstreeks 11 februari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gelegenheid

en/of middelen en/of inlichting heeft verschaft door opzettelijk

- aan [medeverdachte 4] te vragen of en/of

- te organiseren en/of te regelen en/of te bewerkstelligen dat (één of meer van) voornoemde

perso(o)n(en) een (gedeelte van een) loods (van het bedrijf [bedrijf 1]) mocht(en) en/of kon(den) gebruiken voor het inbouwen en/of verbergen en/of plaatsen van (zakken met) amfetamine in voornoemde auto, althans voor het (tijdelijk) stallen en/of onderbrengen van voornoemde auto;

Feit 5:

[Zaaksdossier 05A tot en met 5D: meerdere leveringen van bollen cocaïne]

hij in of omstreeks de maand januari 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans (telkens) alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft verstrekt en/of afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of

aanwezig heeft gehad (een)(aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I (waaronder

- de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [betrokkene 7]) (ZD 05A) en/of

- de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [betrokkene 3] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (ZD 05B) en/of

- de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [betrokkene 7]) (ZD 05C) en/of

- de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 1 'bol' cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (ZD 05D) (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7]) (ZD 05D) en/of

- de verstrekking aan en/of aflevering aan en/of het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 4 'bollen' (van elk ongeveer 250 gram) cocaïne, althans een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 8]) (ZD 05D));

Feit 6:

[Zaaksdossier 06: bij [medeverdachte 1] aangetroffen 183.940,-- Euro contant]

hij op of omstreeks 30 maart 2010, te Nieuwegein en/of te Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een (contant) geldbedrag van ongeveer 183.940 Euro, althans een (contant) geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van voornoemd voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

Feit 7:

[Zaaksdossier 12: Witwassen 4 grote hoeveelheden contant geld ten behoeve van investering in de [bedrijf 2]]

hij in of omstreeks de periode van 01 december 2009 tot en met 18 mei 2010, te IJmuiden en/of te Velsen-Zuid, en/of te Amsterdam, in elk geval (telkens) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) voorwerp(en), te weten een of meer (aanzienlijke) contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 850.000,-- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

Feit 8:

[Zaaksdossier 13: In de kelder van de garage van de woning van [medeverdachte 8] aangetroffen contant geldbedrag van 665.000,-- Euro]

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2009 tot en met 18 mei 2010, te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten een (aanzienlijk) contant geldbedrag (in totaal ongeveer 665.000,-- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

Feit 9:

[Zaaksdossier 14: in de [woning verdachte] aangetroffen contante geldbedragen (totaal 179.368,-- Euro)]

hij op of omstreeks 18 mei 2010, te IJmuiden, gemeente Velsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten (een) (aanzienlijk(e)) contant(e) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 179.368,-- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

Feit 10:

[Zaaksdossier 14: Revolver in de [woning verdachte]]

hij op of omstreeks 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in een woning aan de [woning verdachte]) een vuurwapen van categorie III onder 1°, te weten een vuurwapen in vorm van een revolver (Smith & Wesson; kaliber .38) en/of (bij dat wapen behorende) munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad;

Feit 11:

[Zaaksdossier 15: het kweken van hennep in de kelder behorende bij het pand aan de [eigendom verdachte]]

Primair:

hij in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom verdachte] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk henneplanten, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Subsidiair:

[medeverdachte 9] en/of één of meer (andere) perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom verdachte] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk henneplanten, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of

(elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door opzettelijk - aan voornoemde [medeverdachte 9] en/of (één of meer van) voornoemde (andere) perso(o)n(en) voornoemde (kelder)ruimte te verhuren en/of ter beschikking te stellen en/of te blijven verhuren en/of ter beschikking te blijven stellen;

Feit 12:

[Zaaksdossier 11: criminele organisatie]

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2003 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en/of te Amsterdam en/of elders in Nederland en/of in Polen en/of in Duitsland en/of in Litouwen als leider en/of oprichter heeft deelgenomen aan een organisatie,welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en/of

- het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en/of

- het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk aanwezig hebben van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en/of

- het meermalen, althans eenmaal, witwassen van (een) (door een of meer van bovengenoemde misdrijven verkregen) geldbedrag(en).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

2.1. Inzet Mono door DEA en Polen en de relatie met het Vista-onderzoek

In het dossier met betrekking tot zaaksdossier 01 zijn processen-verbaal opgenomen van de dienst IPOL van januari en februari 2009 inhoudende informatie van de Amerikaanse opsporingsdienst de Drugs Enforcement Agency (hierna: de DEA), dat in januari 2009 ongeveer 1000 kg cocaïne in Warschau, Polen aan zal komen. Als mogelijke betrokkenen worden genoemd [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]), [betrokkene 9] en [betrokkene 10], ook bekend als [betrokkene 10] (hierna: [betrokkene 10]).

Gedurende het onderzoek Vista, in het bijzonder na de verhoren van [betrokkene 9] en andere in Polen aangehouden verdachten, is naar voren gekomen dat in de Verenigde Staten en in Polen sprake is geweest van optreden van een 'cooperating source (CS)' van de Amerikaanse DEA met de naam Mono (hierna te noemen: de infiltrant), die een rol zou hebben gespeeld in zaaksdossier 1.

Teneinde meer duidelijkheid te krijgen over de rol van deze infiltrant en relatie van deze infiltrant met de verdachten in het Vista-onderzoek alsmede over de mogelijke rol van het Nederlandse Openbaar Ministerie in verband met de inzet van de infiltrant heeft de rechtbank op 1 maart 2011 en op 25 juni 2012 op verzoek van de verdediging diverse onderzoekswensen, waaronder een aantal getuigenverzoeken toegewezen.

Zo heeft de rechtbank op 1 maart 2011 beslist dat de rechter-commissaris de infiltrant diende te horen. Het horen van de infiltrant door de rechter-commissaris is echter niet mogelijk gebleken, nu de Amerikaanse autoriteiten een beroep hebben gedaan op een in een verdragsbepaling genoemde grond om het betreffende rechtshulpverzoek te weigeren. Naar aanleiding van de beslissing van de rechtbank bevinden zich wel brieven van het Amerikaanse Ministerie van Justitie in het dossier, te weten de brieven van 31 mei 2011, 19 september 2011 en 4 januari 2012. In deze brieven wordt ingegaan op de werkzaamheden en de rol van de infiltrant en de relatie met het Vista-onderzoek.

Samengevat houden de brieven in:

- Rond 2008 is de CS in contact gekomen met een gevestigde drugsorganisatie in Colombia. Deze organisatie wilde dat de CS het vervoer zou regelen van een partij cocaïne van Zuid-Amerika naar Europa. Op grond van deze informatie hebben de DEA en de Poolse politie een gecoördineerd onderzoek gestart. Alle activiteiten van de CS in Colombia en Polen werden gecoördineerd door respectievelijk de Colombiaanse en de Poolse autoriteiten (brief 31 mei 2011).

- Ongeveer in december 2008 heeft de drugsorganisatie in Colombia circa 1.200 kg cocaïne geleverd aan de CS en aan undercoveragenten van de Colombiaanse nationale politie. Vervolgens is begin 2009 deze cocaïne naar Warschau vervoerd met volledig medeweten en medewerking van de Colombiaanse en Poolse autoriteiten. Eenmaal in Polen heeft de CS undercoveragenten van de Poolse politie voorgesteld aan personen die uit verschillende landen waren gekomen om een deel van de cocaïne te krijgen (brief 31 mei 2011).

- Na bestudering van alle stukken zijn de Amerikaanse autoriteiten tot de conclusie gekomen dat de Amerikaanse dossiers niets bevatten wat relevant is voor het Nederlands onderzoek. Er heeft in het bijzonder op geen enkel moment een infiltratieoperatie plaatsgevonden in Nederland in opdracht van de DEA. De CS is niet in opdracht van de DEA naar Nederland gereisd en heeft daar ook geen ontmoetingen gehad in opdracht van de DEA. Bovendien heeft de CS geen ontmoetingen of contacten gehad met in Nederland opererende agenten van de DEA (brieven 31 mei 2011 en 4 januari 2012).

- Medeverdachte [medeverdachte 2] is op geen enkel tijdstip aangezet tot of gestrikt voor het deelnemen aan een smokkeloperatie die uiteindelijk heeft geleid tot een gecontroleerde doorlevering van ongeveer 1.000 kg cocaïne naar Warschau. De DEA noch de informant hebben [medeverdachte 2] aangezet of hem op andere wijze ertoe gebracht om deel te nemen aan criminele activiteiten. Mede-samenzweerders van [medeverdachte 2] hebben de informant in Colombia gezegd dat [medeverdachte 2] eigenaar was van 70 kg cocaïne welke deel uitmaakte van de 1.000 kg die naar Europa gezonden zou worden.(brief 19 september 2011).

- Van de verdachten van het Vista-onderzoek komt alleen [medeverdachte 2] voor in de Amerikaanse stukken. [medeverdachte 2] komt alleen voor in de stukken naar aanleiding van zijn activiteiten in Polen en Colombia. (brief 4 januari 2012).

De verdediging heeft - kort gezegd - aangevoerd dat nog immer onvoldoende duidelijkheid bestaat over het infiltratietraject, de activiteiten van de infiltrant en een eventuele tweede CS en de rol van het Nederlandse Openbaar Ministerie in een en ander. Onder andere is gesteld dat er aanwijzingen zijn dat de infiltrant in Nederland is geweest en contact heeft gehad met verdachte en een of meer van zijn medeverdachten. Voorts acht de verdediging de stelling van het Openbaar Ministerie dat het niet heeft samengewerkt met de DEA en/of de Poolse autoriteiten in het kader van het inzetten van de infiltrant ongeloofwaardig en vermoedt de verdediging dat het Openbaar Ministerie bewust bepaalde informatie buiten het dossier heeft gehouden.

Ter onderbouwing wordt daartoe gewezen op de verklaring van [betrokkene 9] die spreekt over betrokkenheid van Nederlandse autoriteiten en een DEA-rapport, een publicatie in een Poolse krant, printlijsten van twee aan de infiltrant toegeschreven telefoons en de verklaring van [betrokkene 9] dat hij in het voorjaar van 2008 een appartement aan, onder andere, Mono heeft verhuurd in Amsterdam in combinatie met één sms-bericht aangetroffen in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 10] met als inhoud de tekst 'mono' van 20 mei 2008. Voorts wijst de verdediging erop dat uit het verhoor van [getuige 1] (destijds teamleider van het team van de Nationale Recherche waar het onderzoek Monoceros werd belegd), naar voren komt dat sprake is geweest van het bijwonen van een bijeenkomst tussen het Monoceros-team en Vista-team door een functionaris van de DEA te Den Haag. De verdediging acht het in dit verband opmerkelijk dat officier van justitie [getuige 2], destijds zaaksofficier in het Monoceros onderzoek, geen melding heeft gemaakt van de aanwezigheid van een DEA functionaris bij enige bespreking. Voorts wijst de verdediging erop dat officier van justitie [getuige 2] melding maakt van een rechtshulpverzoek van de Verenigde Staten waarin gesproken wordt over een undercovertraject. Dit rechtshulpverzoek is [getuige 1] onbekend en in het IPOL proces-verbaal dat is opgesteld naar aanleiding van het rechtshulpverzoek wordt niet gesproken over een undercovertraject. Tot slot wijst de verdediging erop dat er onduidelijkheid bestaat over de hoeveelheid cocaïne die naar Polen is getransporteerd.

Een en ander moet, nu verdachte is geschaad in zijn recht op een eerlijk proces, volgens de verdediging leiden tot, primair niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, subsidiair tot uitsluiting van al het bewijs, en meer subsidiair tot aanhouding van de zaak voor het doen van ander onderzoek (in de vorm van het horen van getuigen en het toevoegen van stukken aan het dossier).

Oordeel rechtbank

Toetsing van de van buitenlandse autoriteiten verkregen informatie en wetenschap Nederlandse Openbaar Ministerie.

Uit de - mede naar aanleiding van de toegewezen onderzoekswensen - ontvangen informatie van de Amerikaanse autoriteiten komt naar voren dat op Nederlandse bodem geen infiltratietraject heeft plaatsgevonden onder regie van de Amerikaanse autoriteiten of de DEA. Ook heeft volgens de uit de Verenigde Staten van Amerika ontvangen informatie het traject tussen Colombia en Polen plaatsgevonden, zonder medeweten dan wel betrokkenheid van de Nederlandse autoriteiten.

In beginsel dient de rechtbank op de juistheid van deze informatie te vertrouwen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat speelt bij het verlenen van rechtshulp geeft daarbij volgens vaste jurisprudentie de doorslag. Een uitzondering op dit vertrouwensbeginsel wordt gemaakt indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin sprake zou kunnen zijn van het niet respecteren van verdedigingsrechten zoals die voorvloeien uit het EVRM. (vgl. EHRM 27 juni 2000, NJ 2002, 102 en HR 31 januari 2006, NJ 2006, 365)

De rechtbank is van oordeel dat de feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier blijken en zoals die door de verdediging naar voren zijn gebracht niet leiden tot het oordeel dat twijfel bestaat omtrent de juistheid van de beantwoording van de rechtshulpverzoeken door de Verenigde Staten. De verklaring van [betrokkene 9] dat 'Nederland erbij betrokken is', wordt door niets onderbouwd en is derhalve niet meer dan een suggestie. Voor eenzelfde stelling opgenomen in een Poolse krant geldt hetzelfde. De Verenigde Staten, maar ook de betrokken functionarissen bij Monoceros, officier van justitie Rip en teamleider [getuige 1] - via welk onderzoek de IPOL-informatie vanaf de DEA in Vista kwam - en de liaison-officieren in de Verenigde Staten, [getuige 3], en Polen, [getuige 4], stellen dat geen sprake is geweest van samenwerking van de Nederlandse autoriteiten met de DEA en/of de Poolse geheime dienst (ABW) terzake het infiltratietraject. Tenslotte heeft ook de officier van justitie in het Vista-onderzoek telkens aangegeven dat geen sprake is geweest van samenwerking met Amerikaanse en/of Poolse autoriteiten inzake het infiltratietraject. Ook van een vermeende tweede infiltrant is niets gebleken.

Officier van justitie [getuige 2] heeft verklaard dat hij in een relaas bij een rechtshulpverzoek heeft gelezen dat bij het transport van cocaïne naar Europa sprake was van een undercoveroperatie, maar dat met betrekking tot deze undercoveroperatie geen informatie met de DEA is uitgewisseld en dat hij niet wist wie de undercoverpersoon was en dat hij helemaal niet wist van de inzet van Mono. Voorts heeft [getuige 2] verklaard dat hij over het algemeen voorzichtig is met het doorgeven van informatie over een undercovertraject omdat in dergelijke trajecten doden kunnen vallen. Hiermee heeft [getuige 2] zijn beleidsmatige keuze om deze informatie buiten het onderzoek te houden afdoende toegelicht en verantwoord.

Dat bij een bespreking met Nederlandse functionarissen van het Monoceros-team en het Vista-team in februari 2009 een DEA-verbindingsofficier aanwezig was, duidt naar het oordeel van de rechtbank nog niet op een samenwerking tussen het Nederlands Openbaar Ministerie en de DEA. In dit verband acht de rechtbank van belang dat [getuige 1] niet eens wist waarom de DEA-official bij de bespreking aanwezig is geweest. Van een vermeende samenwerking tussen de DEA en/of de ABW en het Nederlands Openbaar Ministerie is dan ook uit deze verklaring niet gebleken. Voorts is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan nader onderzoek door het Openbaar Ministerie naar het undercovertraject in de rede lag.

De rechtbank komt op basis van deze bevindingen tot de conclusie dat niet is gebleken en dat er ook geen aanwijzingen zijn dat het Nederlandse Openbaar Ministerie op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de inzet en werkzaamheden van de infiltrant. Voorts is niet gebleken dat het Openbaar Ministerie in enige fase van het onderzoek kennis droeg van een vorm van criminele burgerinfiltratie in Nederland of daarvan een ernstig vermoeden had moeten hebben.

Zo er al sprake zou zijn geweest van een mogelijke vorm van criminele burgerinfiltratie in Nederland, kunnen eventuele gebreken daarin niet leiden tot niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, nu immers niet is gebleken dat het Openbaar Ministerie daarvan op de hoogte was.

Toetsing van door buitenlandse autoriteiten verrichte opsporingshandelingen.

Rest de vraag of en in hoeverre buitenlandse autoriteiten bij hun opsporingshandelingen mensenrechtelijke bepalingen hebben geschonden die een ongeclausuleerde en absolute bescherming bieden aan verdachte. Hierbij stelt de rechtbank voorop dat het niet zo is dat onregelmatigheden in een buitenlands opsporingsonderzoek nimmer tot één van de in artikel 359a Sv voorziene sancties kunnen leiden. Wel is het zo dat een dergelijke sanctie eerst in beeld komt indien jegens verdachte onrechtmatig is opgetreden, waardoor aan het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan. Dat sprake is geweest van een schending van een mensenrechtelijke bepaling in het buitenlands opsporingsproces, waardoor ten aanzien van verdachte zou moeten worden geoordeeld dat het recht op een eerlijk proces niet zou zijn gewaarborgd, is niet gebleken. In dit verband merkt de rechtbank nog ten overvloede op dat een mogelijke uitlokking van [betrokkene 9] door de infiltrant niet een belang van de verdachte raakt.

Een eventueel op Nederlands grondgebied uitgevoerd infiltratietraject zonder medeweten van het Nederlands Openbaar Ministerie zou wellicht een schending van de Nederlandse soevereiniteit kunnen opleveren, hetgeen echter geen belang van een van de Nederlandse verdachten in het onderhavige strafproces raakt.

Fair trial / uitlokking.

Door de verdediging is voor wat betreft zaaksdossier 01 (Polen) voorts gesteld dat sprake is van uitlokking door inzet van de infiltrant en/of een mogelijk andere infiltrant, dan wel dat in het dossier onvoldoende informatie is opgenomen over de activiteiten van de infiltrant(en) om een uitlokkingsverweer te kunnen voeren.

De rechtbank constateert dat de verdachten bij de politie en de rechter-commissaris zich zonder uitzondering voor wat betreft het Polen-dossier hebben beroepen op hun zwijgrecht en/of alle betrokkenheid bij cocaïnehandel hebben ontkend. Anders dan de verdediging kennelijk van oordeel is, volgt uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) niet dat - ook bij een volledig zwijgen - elk (mogelijk) uitlokkingsverweer zonder meer dient te worden onderzocht. Slechts indien sprake is van een niet geheel onaannemelijke stelling dat is uitgelokt, dient nader onderzoek plaats te vinden.

De rechtbank wijst op het arrest Bannikova van het EHRM van 4 november 2010 (LJN BP1611):

54. As the starting-point, the Court must be satisfied with the domestic courts' capacity to deal with such a complaint in a manner compatible with the right to a fair hearing. It should therefore verify whether an arguable complaint of incitement constitutes a substantive defence under domestic law, or gives grounds for the exclusion of evidence, or leads to similar consequences. In Ramanauskas (cited above) the Court held as follows:

"69. Article 6 of the Convention will be complied with only if the applicant was effectively able to raise the issue of incitement during his trial, whether by means of an objection or otherwise. It is therefore not sufficient for these purposes, contrary to what the Government maintained, that general safeguards should have been observed, such as equality of arms or the rights of the defence.

70. It falls to the prosecution to prove that there was no incitement, provided that the defendant's allegations are not wholly improbable. In the absence of any such proof, it is the task of the judicial authorities to examine the facts of the case and to take the necessary steps to uncover the truth in order to determine whether there was any incitement. Should they find that there was, they must draw inferences in accordance with the Convention ..."

55. The Court will generally leave it to the domestic authorities to decide what procedure must be followed by the judiciary when faced with a plea of incitement.

De rechtbank is van oordeel dat de stelling dat (mogelijk) sprake is van uitlokking, zo deze al niet in strijd is met de ontkenning door verdachte van enige betrokkenheid bij drugshandel - mede gezien de inhoud van het dossier - onvoldoende is onderbouwd. Verdachte heeft niet aangegeven waar, wanneer, op welke wijze en door wie sprake geweest zou zijn van uitlokking. De verdediging heeft gesuggereerd dat de infiltrant(en) in Nederland zijn geweest. Met deze enkele suggestie wordt evenwel nog geen (begin van een) uitlokkingsverweer aangevoerd.

Gezien bovenstaande overwegingen verwerpt de rechtbank de verweren ten aanzien van het thema 'uitlokking' en acht een verder onderzoek hieromtrent niet noodzakelijk.

Een en ander betekent dat de rechtbank geen aanleiding ziet voor toepassing van een van de in artikel 359a Sv bedoelde sancties, zoals niet ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie of bewijsuitsluiting, noch voor aanhouding van de zaak teneinde nader onderzoek te doen.

2.2. Beroep op niet-ontvankelijkheid ten aanzien van feit 2

De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van zaaksdossier 3 (feit 2) wegens tijdsverloop. Volgens de raadsman is sprake van schending van artikel 6 EVRM om dat de verdediging door het tijdsverloop een getuige niet meer goed heeft kunnen ondervragen en de betrouwbaarheid heeft kunnen toetsen.

De rechtbank verwerpt dit verweer, nu de verdediging wel in de gelegenheid is geweest om de getuige bij de rechter-commissaris te horen. Dat de getuige zich aldaar op zijn verschoningsrecht heeft beroepen, is niet te wijten aan tijdsverloop. De rechtbank ziet dan ook niet in dat er sprake is van schending van artikel 6 EVRM.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 3, 4 primair en 11 primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 subsidiair en 12 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag, te weten € 179.368,00.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat hetgeen verdachte onder 3 ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen is en moet hij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier is gebleken dat [betrokkene 3] op 9 augustus 2009 een kort bezoek brengt aan verdachte, welk bezoek lijkt te passen in een patroon, en dat [betrokkene 3] op 10 augustus 2009 in versluierd taalgebruik aan verdachte lijkt terug te koppelen dat [betrokkene 5] in Duitsland is aangehouden met 90.793 2C-B pillen ([betrokkene 3] laat immers aan verdachte weten dat het slecht weer is, terwijl het die dag in Kiel geen slecht weer is). Hiermee kan echter niet wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat verdachte bewust en nauw met een of meer anderen heeft samengewerkt in het kader van dit pillentransport. Bij gebrek aan wettig bewijs zal verdachte dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4 primair en 11 primair ten laste gelegde feiten is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. Niet is gebleken dat verdachte hetzij alleen hetzij in een nauwe en bewuste samenwerking met een ander dan wel anderen deze ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder feit 5 ten aanzien van het onderdeel zaaksdossier ZD 05C ten laste is gelegd is de rechtbank van oordeel dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Weliswaar is medeverdachte [medeverdachte 1] op 19 januari 2010 tot twee keer toe bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 6] en heeft hij de tweede keer een witte plastic tas bij zich en verlaat hij vervolgens zonder plastic tas de woning van [medeverdachte 6], maar - mede gezien het aantal mensen dat de woning van [medeverdachte 6] bezoekt - is niet vast te stellen dat dit dezelfde witte tas is die [betrokkene 7] twee dagen later, op 21 januari 2010, uit de woning van [medeverdachte 6] meeneemt. In dit zaaksdossier zijn voorts geen (versluierde) telefoongesprekken bekend, op grond waarvan een bewezenverklaring van dit feit op gesteund zou kunnen worden. Derhalve kan niet wettig en overtuigend bewezen worden hetgeen verdachte ten aanzien van zaaksdossier 5C ten laste is verklaard.

Voorts zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 9 ten laste gelegde feit, te weten witwassen van € 179.368,00, aangetroffen in de woning van verdachte. Met betrekking tot dit geld kan enkel worden vastgesteld dat verdachte dit voorhanden heeft gehad en dat - gezien verdachtes rol bij de hierna bewezenverklaarde feiten - dit afkomstig moet zijn uit door hem zelf gepleegde strafbare feiten. In het geval van geldbedragen afkomstig van een (mede) door verdachte zelf begaan misdrijf kan het enkele voorhanden hebben door verdachte van die geldbedragen niet hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen (vgl. HR 26 oktober 2010, LJN: BM 4440 en HR 17 april 2012, LJN: BW 1481), zodat die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd. Derhalve komt de rechtbank tot een vrijspraak van feit 9.

4.2. Bewijs(middel)verweer

Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank onder 2.1 heeft overwogen ziet de rechtbank geen aanleiding tot het uitsluiten van bewijs.

4.3. Redengevende feiten en omstandigheden en bewijsoverwegingen1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 10, 11 subsidiair en 12 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Ten aanzien van feit 10

[zaaksdossier 14: revolver in de [woning verdachte]]

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 10 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit op grond van artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 november 2010, dossierpagina B14 008658;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 mei 2010, dossierpagina B14 008722-008723;

- het proces-verbaal van bevindingen van 18 mei 2010, dossierpagina B14 008724;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 mei 2010, dossierpagina B14 008725-008736;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2010, dossierpagina B14 008741 en 008742.

Ten aanzien van feit 1

[zaaksdossier 01: voorbereiding van invoer van een hoeveelheid cocaïne vanuit Polen]

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit 1 op grond van het volgende.

Vanaf 24 november 2008 hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte 11] (hierna: [medeverdachte 11]) al dan niet via medeverdachten [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]) meer malen contact met een Colombiaan genaamd [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]), ook medeverdachte. Dit contact bestaat uit telefoongesprekken dan wel ontmoetingen bij een internetcafé op de De Clercqstraat te Amsterdam, op het Leidseplein te Amsterdam, in het Mariott Hotel te Amsterdam en bij [bedrijf 1] te IJmuiden.2

De inhoud van een aantal van de opgenomen tapgesprekken is als volgt:

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 29 november 2009: "ik ben met [medeverdachte 11]", "ik maak wel een afspraak met hem dat hij er moet wezen want anders moet hij naar zijn troep rotten" en "het is toch een hoop geld ervoor, ja, snap je wat ik bedoel"3;

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 10 december 2008: "twee was het toch"4

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 18 december 2008: "[medeverdachte 5] zegt dat hij zei dat hij in februari moet komen en dan wordt hij geholpen. [verdachte] vindt het perfect. [medeverdachte 5] zegt dat hij bij drie is5;

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 4] op 22 december 2008: "Ja, want hij, eh, acht uur belangrijk, 1... of eh 3"6;

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] op 17 januari 2008, waarin verdachte vraagt of [medeverdachte 5] "die [medeverdachte 2] nog te pakken kan krijgen"7;

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 24 januari 2008: "that is alle arranged. For me, I, I am ready to work"8

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 28 januari 2008: "Number two I go I drive nog to number two"9;

- gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] op 31 januari 2008: "When it is for me I know when go and I also arrange my papers then. I am not gone arrange my papers when there already for three weeks. I am not an idiot you understand.(...) we speak now because I can not sleep. Because I am sitting whith al kind of people now and this is too long. I get problems now, believe me! This is no good! They make problem now for me you understand. And I can not say no no maybe next week... or next week. Now already three (3) weeks you tell me next week".10;

- gesprek tussen [medeverdachte 11] en [medeverdachte 2] op 4 februari 2009: "your friends still on the ehh schedule?" en "and eh also I need ehh..for the ....for the courier, you know, the company" en "yeah, that we can do, but anyway, thanneh my friend also back than, we do that Saturday"11;

- gesprek tussen [medeverdachte 11] en [medeverdachte 2] op 5 februari 2009, waarin [medeverdachte 11] met [medeverdachte 2] wil afspreken op de plaats waar hij [medeverdachte 2] de laatste keer heeft gezien, dat [medeverdachte 2] dat niet wil en begint met het noemen van het adres, de Cler .., dat [medeverdachte 11] er tussendoor komt en zegt dat hij weet waar het internet is12.

Op 22 januari 2009 is uit onderzoek gebleken dat verdachte gebruikt maakt van een ander telefoonnummer dan zijn gebruikelijke nummer eindigend op 1333, te weten [...2021]. Voorts is uit onderzoek gebleken dat dit nummer nagenoeg alleen wordt gebruik om contact te houden met het mobiele nummer [...2028]. Dit nummer blijkt vervolgens in gebruik bij [medeverdachte 2].13

Door het observatieteam wordt gezien dat op dinsdag 10 februari 2009 omstreeks 19.01 verdachte, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] aan een tafel in het Mariott Hotel te Amsterdam zitten. Het observatieteam hoort flarden van het gesprek dat genoemde personen met elkaar voeren, waaronder de volgende zinnen van verdachte, te weten "I can send somebody to pick it/him up", "I need 24 hours", "normally the pay half first", "in Belgium they get 8 years for this".14

Op woensdag 11 februari 2009 om 00.24 uur heeft [medeverdachte 2] een lang telefoongesprek met [betrokkene 10] (alias [betrokkene 10]) (hierna te noemen: [betrokkene 10])15, die in de periode 6 tot 8 februari 2009 blijkens observaties met [medeverdachte 2] in Amsterdam is geweest.16 Dit gesprek, dat in de Spaanse taal wordt gevoerd, bestaat onder meer uit de volgende zinsneden: "Hoe gaan we de vertaling betalen (...) Omdat zo te plaatsen, om de vertalingen vooraf te betalen, is erg gecompliceerd. Begrijp je? (...) ben ik naar de ontmoeting gegaan, heel goed! Ze hebben mij de vertalingen laten zien, alles, op 100, 100 (verm. %), de computers om de vertalingen te verrichten, de programma's om te vertalen, uitstekend, begrijp je? (...) het enige dat ik nodig heb is een voorschot voor de vertalers, zodat ze meer vertrouwen hebben en zien dat het contract serieus is. (...) Het is stom om garanties te vragen als je het merendeel houdt (...) Wat ik niet wil, is dat Mono nu gaat zeggen dat ik het heb verzuurd (...) de enige mensen die vragen dat de vertalingen vooruit betaald worden, zijn die lui van de regering. Dat weet je toch wel? (...)juist, ik moet het uitgeven. Wil jij dat ik je boek uitgeef? klaar, dan geef ik die uit, maar ik zal het niet corrigeren , mijn werk is niet de correctie, maar het uitgeven. U brengt het, ik geef het uit. (...) ik zeg het je uit mijn ervaring, (ntv) als een persoon van dat kaliber is, als de vertaler zo belangrijk is of dat ze zo belangrijk zijn... dan willen zij op geen enkel moment te maken hebben noch met de mensen die de boeken verkopen noch met de boekenwinkel, geen van die zaken want dat vinden zijn afschuwelijk want daar houden zij niet van. Wat zij willen is simpelweg, "breng jij mij de vertaling maar, ik geef het aan je uitgegeven / uitgeprint, en u neemt dan de boeken mee en zorgt voor, de distributie (...) Ik zal zeggen "mijn heren, de enige die 'dat' vooruit betaald vragen, zijn die lui, van je weet wel". (...) dat we hier met Mono aan het praten zijn. (...) niemand weet wat er gebeurd van server 1 tot dat het aankomt bij server 2. Dat is een minimale garantie, man! (...) we hebben het hier over een heleboel vertalingen, (...) Nu mijn vraag is, jij begint eenmaal met de vertalingen in ontvangst te nemen en onmiddellijk met de vertalingen... Wat ik dan nodig heb, is dat je meteen "daarginder" een voorschot stort voor de vertalers. (...) kan het niet zo gaan dat ik de vertalers alvast 1 miljoen betaal? Toen noemde ik jullie, want ik was alleen in vertegenwoordiging van Mono (...) (...) het zou beter zijn als Mono dit allemaal regels (...) Hoe kan je nou zeggen dat je onzeker bent als je 2.000 woorden hebt om te vertalen, simultaan, en ze gaan 100 of 200 woorden weghalen (...) want jij houdt de helft van het boek, geef me dan de helft van het boek. (...) Toen zei hij "meneer, het is simpel, die man doet investering in het bedrijf en wil vertalingen, hij wil zo'n 70 simultane vertalingen (...) Zoals Lalo nu zei, ik moet niet wachten ik moet niets vooraf/vooruit betalen, geef mij gewoon hetgeen van mij is, Mono heeft al een percentage eraf getrokken van de vertalingen die van mij zijn, geeft me gewoon wat van mij is, ik pak hetgeen van mij is (...) dat ze komen met garanties terwijl ze meer dan de helft van de vertalingen houden (...) morgen zal die andere die in de ontmoeting was bellen en zal iets gelijks vertellen, toch? als hij dit hoort, zal ik zeggen dat het beter is als hij onderhandelt en dat hij al is het maar de boeken krijgt die van de kleinste zijn. Laten ze hem alvast die vertalingen geven dan kan hij vooruit, onder zijn eigen verantwoordelijkheid"17

Op 11 februari 2009 om 20.24 uur stuurt [medeverdachte 2] naar verdachte een sms-bericht met de volgende tekst: Tomorrow in the holiday inn there i give Phone a.m18.

Donderdag 12 februari 2009 om 14.52 uur spreekt verdachte met [medeverdachte 2] af dat [medeverdachte 2] om zes uur in de ochtend wordt opgehaald en dat hij dan om zes uur in de avond er is. Verdachte geeft aan dat 'My friend coming, you know him yeah. He brings you telefoon yeah. He knows you too. Six 'o clock in the morning19'.

Op 12 februari 2009 reist [betrokkene 9] naar Warschau, Polen20. Na aankomst in Polen belt [betrokkene 9] naar Mono21 en in Polen heeft [betrokkene 9] contact met Mono22. In Warschau verblijft [betrokkene 9] in het Holiday Inn hotel.23

Om 22.51 uur wordt vanaf telefoonnummer [...2161] (hierna: nr. 2161), gebruikmakend van een mastlocatie in Nieuwegein, een sms-bericht verstuurd naar de zich in Polen bevindende [betrokkene 9]. Nr 2161 is alleen actief geweest in de periode van 12 februari 2009 tot 20 februari 2009 en wordt toegeschreven aan [medeverdachte 12].24 In het geheugen van de onder [betrokkene 9] in beslaggenomen telefoon staat nr. 2161 onder de naam "Patr".25 [betrokkene 9] heeft verklaard dat hij tijdens dit verblijf in Warschau onder andere contact heeft gehad met 'Patric' om afspraken gemaakt in Warschau door te geven.26 Ook heeft hij verklaard dat Patric een van de personen was voor wie hij de cocaïne zou testen en dat Patric een van de personen was van wie Mono geld verwachtte.27

Vrijdag 13 februari 2009 reizen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar Warschau. [medeverdachte 1] haalt [medeverdachte 2] op in Amsterdam om zes uur in de ochtend - conform de afspraak tussen verdachte en [medeverdachte 2] 'six o'clock in the morning' - en ze reizen dan af.28 In Warschau verblijven ze in het Holiday Inn hotel29 en reizen 14 februari 2009 via Kiel - waar verdachte op dat moment verblijft - naar Nederland terug.30 [medeverdachte 2] heeft in het Holiday Inn hotel in Warschau een ontmoeting met [infiltrant] (Mono)31. [betrokkene 10] heeft in Polen en bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in februari 2009 in een hotel in Warschau [medeverdachte 2] heeft ontmoet en dat [medeverdachte 2] daar ook met [infiltrant] (Mono) heeft gesproken over zaken van [infiltrant] in Polen. Voorts heeft hij verklaard dat hij op 13 februari 2009 in het Holiday Inn hotel in Warschau verbleef, tezamen met [infiltrant]. [infiltrant] had hem verteld dat hij voor een Poolse generaal werkte, dat het over drugs ging, dat hij met een grote deal in Polen bezig was, dat hij de eigenaar van de cocaïne was en dat de generaal hem assistentie verleende om de partij drugs in Polen te laten aankomen.32

[betrokkene 9] stuurt op 13 februari 2009 om 12.22 uur een SMS-bericht naar [medeverdachte 12]. De telefoonpaal die [betrokkene 9] gebruikt heeft als locatie het adres van het Holiday Inn hotel te Warschau. [medeverdachte 12] maakt op dat moment gebruik van een mastlocatie in Nieuwegein.33

Op 13 februari 2009 om 14.41 uur belt [medeverdachte 12] naar de zich op dat moment nog steeds in Warschau bevindende [betrokkene 9]34. [betrokkene 9] stuurt [medeverdachte 12] een SMS-bericht om 15.19 uur en om 15.47 uur belt [betrokkene 9] naar het Poolse nummer van Mono. [betrokkene 9] is dan onderweg naar het vliegveld van Warschau. Om 19.05 uur belt [betrokkene 9] naar [medeverdachte 12], [betrokkene 9] bevindt zich dan op Schiphol. [medeverdachte 12] maakt op dat moment gebruik van een basisstation Amsteldijk 35 Amsterdam. Later om 20.07 uur maakt [betrokkene 9] ook gebruik van het basisstation Amsteldijk 35 Amsterdam.

[betrokkene 9] heeft verklaard dat hij vanuit Warschau terug kwam naar Nederland omdat Mono had gezegd dat pas op maandag de controle van de cocaïne kon worden uitgevoerd.35

Zaterdag 14 februari 2009 belt [betrokkene 9] om 10.41 uur met [medeverdachte 12], die zich dan blijkens de mastlocatiegegevens in Nieuwegein bevindt. Ook om 17.43 uur belt [betrokkene 9] met [medeverdachte 12], die zich inmiddels blijkens de mastlocatiegegevens in Amsterdam bevindt. Een dag later, 15 februari 2009, belt [betrokkene 9] om 11.15 uur met [medeverdachte 12]. Om 16.35 uur belt [betrokkene 9] naar Mono.

Maandag 16 februari 2009 maken de telefoons van [medeverdachte 12], [betrokkene 9] en [medeverdachte 10] rond 16.00 uur gebruik van hetzelfde basisstation in Amsterdam.36 Omstreeks 17.36 uur stuurt verdachte een SMS-bericht naar [medeverdachte 2] met de inhoud dat hij gehoord heeft dat 'de turk' naar zijn vrienden gaat.37 [medeverdachte 2] zendt daarop een SMS-bericht naar verdachte waarin sprake is van geld naar de grens brengen en de mededeling dat 'more people go see this tomorrow'. Dezelfde avond omstreeks 19.00 uur vertrekt [betrokkene 9] naar Warschau. Dit blijkt uit vluchtgegevens en uit het feit dat [betrokkene 9] om 18.50 uur vanaf Schiphol belt naar Mono.38 Na aankomst in Warschau belt [betrokkene 9] naar Mono en tweemaal naar [medeverdachte 12].39 Ook nu verblijft [betrokkene 9] in het Holiday Inn hotel alwaar hij contact heeft met Mono.40

Op 18 februari 2009 vindt er in Polen een 'kijkdag' plaats ter inspectie van de te verhandelen cocaïne. Om 01.13 uur op 18 februari 2009 belt [betrokkene 9] naar [medeverdachte 12] die zich blijkens de mastlocatiegegevens dan in Nieuwegein bevindt.41 Op 18 februari 2009 omstreeks 11.01 uur is de inspectie van de cocaïne.42 Om 12.31 uur belt [medeverdachte 2] naar verdachte, er wordt gezegd door [medeverdachte 2] 'the man is for displaying', verdachte zegt 'he cannot call to him but the otherone must call to him' en 'you know about the transport?'43. Om 12.32 uur en 12:33 uur belt [medeverdachte 12] naar [betrokkene 9] en om 12.33 uur belt [betrokkene 9] naar [medeverdachte 12].44 [medeverdachte 12] bevindt zich dan in Nieuwegein. Ook om 14.06 uur is er contact tussen [medeverdachte 12] en [betrokkene 9].45 Tussen 14.25 en 14. 35 uur is er SMS-contact tussen verdachte en [medeverdachte 10]. Vervolgens wordt [betrokkene 9] gebeld door [medeverdachte 12], die zich dan blijkens de mastlocatiegegevens in Amsterdam bevindt, om 14.46 uur.46 Om 14.57 uur is geobserveerd dat verdachte, [medeverdachte 11] contact hebben met [medeverdachte 10] in café Nieuwendijk te Amsterdam.47

Duidelijk is geworden dat de chauffeurs die in Polen waren niet in contact konden komen met Mono. Verdachte heeft om 17.03 uur contact met [medeverdachte 2] en meldt dat de telefoon uit is. [medeverdachte 2] geeft aan dat verdachte hem 20 minuten moeten geven. Om 17.13 uur belt [medeverdachte 2] naar Mono. Tussen 17.15 en 17.20 uur vindt dan SMS-verkeer plaats tussen [medeverdachte 10] en verdachte. Vervolgens is er tussen 17.21 uur en 17.32 uur SMS-verkeer tussen [medeverdachte 12], die zich dan blijkens de mastlocatiegegevens in Amsterdam bevindt en [betrokkene 9].48 Om 18.13 uur vraagt [medeverdachte 2] aan verdachte om een naam. Om 18.19 uur stuurt verdachte aan [medeverdachte 2] een SMS-bericht met de inhoud 'name Ziggy'49. Om 18.22 uur wordt [medeverdachte 12] gebeld door [betrokkene 9].50 [betrokkene 9] heeft verklaard dat hij zich tussen 19.22 en 22.08 uur bevond in een restaurant in gezelschap van de chauffeurs [betrokkene 11] (Ziggy) en [betrokkene 12] en Mono. In een telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 2] om 20.34 uur zegt verdachte als [medeverdachte 2] tegen hem zegt "de vriend van jou is nu samen met mijn vriend": "Ik weet het al, ze hebben elkaar al gezien, ik weet het al. De Turk sprak al met hem.".51

Om 22.20 uur is er telefonisch contact tussen [betrokkene 9] en [medeverdachte 12]. [betrokkene 9] geeft aan 'die vrienden van je lekker eten gegeven, ze hadden honger. (...) ik heb ook de situatie helemaal goed uitgelegd'. Vijf minuten na het contact tussen [medeverdachte 12] en [betrokkene 9] vindt er een reeks SMS-contacten plaats tussen verdachte en [medeverdachte 10].52

Op 19 februari 2009 om 00.27 uur vindt er telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 12] (P) en [betrokkene 9] (T)53:

T: (...) Ik heb net een gesprek gehad eh we hebben twee plekjes.

(...)

T: Het is dan de bedoeling om het gelijk aankijken, betalen eh alleen eh, ik weet dan niet of dat ook gelijk betekent, dat wij na één uur gelijk sleutels krijgen en gang kunnen gaan

P: Ja, ja

(...)

P: Ja maar hoor dan. Je moet ook heel strak tegen ze zijn. Je moet zeggen: 'Luister, jullie hebben dingen wat je eigenlijk nooit doet. Weet je dat je eerst papieren eh ondertekent en eh afgeeft. Weet je!

T: Hum, hum.

P: Dan moet je ook gewoon heel strak zeggen: 'Zo gaat het gewoon natuurlijk niet.' Weet je!

(...)

P: Ja maar weet je wat het is, kijk voor hem is heel belangrijk, hij zegt van: 'Luister, daar heb ik voor betaald en waarom krijg ik het nu niet', weet je? Snap je wat ik bedoel en dat is gewoon het hele rare en dat brengt een beetje die hoe heet het? Ik zal je echt zeggen, wij houden hem hier rustig, he!

T: Ja hou maar rustig, geloof maar op mijn woord. Hou maar rustig. Rustig houden.

(...)

P: Doe voorzichtig he!

T: Ja.

P: Voorzichtig.

T: Ja.

P: Oke toe. Doei doe.

Op 19 februari 2009 wordt [medeverdachte 12] om 13.20 uur gebeld door [betrokkene 9]. Om 13.45 uur is er contact tussen [betrokkene 9] en chauffeur [betrokkene 11].54 Om 16.11 uur stuurt [medeverdachte 12] een SMS-bericht naar [betrokkene 9].55

Op 19 februari 2009 vanaf 19.00 uur tracht [medeverdachte 12] meermalen [betrokkene 9] te bereiken.56 [betrokkene 9] is niet meer bereikbaar omdat in Polen verdachten waaronder [betrokkene 9] zijn aangehouden door de Poolse autoriteiten. Op 19 februari 2009 is [betrokkene 9] aangehouden in het gezelschap van de chauffeurs [betrokkene 11] en [betrokkene 12].57 Tevens wordt ongeveer 1.000 kg cocaïne in beslaggenomen.58

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Op grond van de redengevende feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de aankoop van cocaïne in Polen, en derhalve aan het medeplegen van voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien genoegzaam worden afgeleid dat zowel verdachte als [medeverdachte 2] in de periode vanaf eind november 2008 tot 19 februari 2009 intensief hebben samengewerkt ter voorbereiding van een cocaïnedeal. De gesprekken die zij hebben gevoerd kunnen niet anders dan in het licht van de later in Polen aangetroffen cocaïne worden geduid. Daarbij betrekt de rechtbank dat de gesprekken geen duidelijke gespreksonderwerpen hadden behalve voor het maken van afspraken, dat afspraken werden gemaakt op locaties, die op een versluierde manier aan elkaar werden doorgegeven, dat verdachte en [medeverdachte 2] van verschillende telefoons gebruik maakten, dat voor relatief kortdurende afspraken naar Amsterdam werd gereden, dat gebleken is dat [medeverdachte 2] contact heeft gehad, zowel in Amsterdam als in Warschau, met de later in Polen aangehouden [betrokkene 10] en met Mono, dat [medeverdachte 2] op 11 februari 2009 om 00.24 uur een lang telefoongesprek had met deze [betrokkene 10] in versluierd taalgebruik, dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 13 februari naar Warschau zijn gegaan, alwaar [medeverdachte 2] contact had met [betrokkene 10] en Mono, dat verdachte de naam van de chauffeur in Polen (Ziggy) per sms op 18 februari 2009 aan [medeverdachte 2] heeft doorgeven, dat er intensief telefoon- en sms-verkeer plaatsvond op 18 februari 2009, de kijkdag, tussen verschillende medeverdachten en - via [medeverdachte 12] - met [betrokkene 9], die in Polen de cocaïne inspecteerde en - tot slot - dat er op 19 februari 2009 een partij cocaïne werd in beslag genomen in Polen.

Daarbij komt dat verdachte gedurende het onderzoek niet heeft willen verklaren. Hij heeft zich ten aanzien van zaaksdossier 1 steeds op zijn zwijgrecht beroepen. Volgens vaste jurisprudentie kan de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet bijdragen tot het bewijs (HR 10 november 1998, NJ 1999/139), maar een rechter mag wel - indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven - zulks in zijn overwegingen omtrent het bezigde bewijsmateriaal betrekken (HR 15 juni 2004, NJ 2004/464; EHRM 8 februari 1996, NJ 1996/725 Mur[betrokkene 13] tegen het Verenigd Koninkrijk). Onlangs heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 5 juni 2012 (LJN BW7372, NJ 2012/369) overwogen dat de stelling dat zulks alleen mag indien sprake is van een 'formidable case' geen steun vindt in het recht.

Tot slot merkt de rechtbank op dat, hoewel het er alle schijn van heeft dat de voorbereidingshandelingen gericht waren op de invoer van cocaïne in Nederland, hiervoor geen wettig bewijs is. Weliswaar was de beoogde afnemer gevestigd in Nederland, doch dit brengt niet noodzakelijkerwijs met zich dat de cocaïne ook bestemd was voor Nederland. Niet valt uit te sluiten dat de Nederlandse afnemer de intentie had de cocaïne elders dan in Nederland verder te verhandelen. Voor een bewezenverklaring voor voorbereidingshandelingen, zoals bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, maakt zulks echter niet uit, aangezien ook voorbereidingshandelingen voor vervoeren van cocaïne in het buitenland valt onder artikel 10a van de Opiumwet (zie onder meer HR 19 juni 2007, NJ 2007, 364).

Ten aanzien van feit 2

[zaaksdossier 03: Uitvoer ongeveer 30.000 pillen MDMA naar Litouwen]

9 januari 2004

Om 19.31 uur belt medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna te noemen: [medeverdachte 3]) (T) met verdachte (F). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

T: He, ehh [verdachte], heb jij die gozer met die vonger nog gezien of niet?

F: Ja.

T: Oh. Heb je het geregeld?.

F: Ik spreek hem van het weekend, na het weekend komt ie weer terug.59

Blijkens HKS gegevens heeft [betrokkene 13] een litteken aan zijn linkerhand.60

12 januari 2004

Om 18.51 uur stuurt [betrokkene 1] een sms-bericht aan [medeverdachte 3], met de volgende inhoud:

"Hallo mijn vriend, ik kan dinsdag komen. Misschien kun je 20 visse-eieren regelen. Misschien kan je rode vriend me ontmoeten".61

Om 18.54 uur stuurt [betrokkene 1] een sms-bericht aan verdachte, met de volgende inhoud:

"Het zal 15 januari zijn, ik kan in je land (?) zijn." 62

Omtrent bovengenoemde berichten heeft [medeverdachte 3] verklaard dat als [betrokkene 1] het over 20 eieren heeft, hij 20.000 xtc-pillen in gedachten heeft en dat hij [betrokkene 1] heeft teruggebeld en gezegd dat de datum 15 januari 2004 goed is.63

Om 21.36 uur belt verdachte naar [medeverdachte 3]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

T: Ja hallo?

F: Waarom heb je dat Hollandse nummer niet aan?

T: Nou die heb ik niet aan.

F: Waarom niet?

T: Daar heb ik toch geen kaart meer van.(...)

T: Ga je naar [medeverdachte 9] toe?

F: Nee ik ga nou effe langs die jongen.

T: Oh.

F: Daarom.

T: Ehh, moet ik mee?

F: Nou ja dat is makkelijker voor je. Dan weet je het meteen.

T: Dan kom ik effe naar je toe. Goed?

F: Goed. Hoi.

T: Oké ik ben er binnen tien minuten."64

[medeverdachte 3] heeft hierover het volgende over verklaard dat verdachte hem tijdens dit gesprek heeft aangeboden om bij [betrokkene 13] of [betrokkene 13] langs te gaan in verband met XTC. 65

14 januari 2004

Op 14 januari om 16.34 uur belt verdachte (X) naar [betrokkene 1] (T). Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

X: Hoe laat kom je?

T: Weet je, ik kan niet gaan omdat, ik problemen heb aan deze grens, mijn vrienden in aantocht, hij komt per schip, weet je.

X: Morgenavond, laat?

T: Niet laat, 7 uur, weet je, want hij rijdt direct naar je toe, omdat zijn andere auto volgt, weet je.

X: Hij weet waar hij naartoe moet komen?

T: Ja, ja, ja.

X: Ja?

T: Ja.

X: Ga je hem geld geven?

T: Ja, ja, alles.

X: Okay. Dan is het goed.

T: Alles mijn vriend, wat denk je.66

Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij [betrokkene 1] had gebeld om te vragen wanneer hij precies op de 15e januari naar Nederland kwam want [medeverdachte 3] moest de overhandiging van de pillen organiseren.67

15 januari 2004

Op 15 januari 2004 om 11:58 uur stuurt verdachte een sms-bericht aan [betrokkene 1] met de volgende inhoud:

"[betrokkene 1], we hebben 30 zacht gekookte eieren".68

Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij hierbij 30.000 XTC-pillen in gedachten heeft, omdat [betrokkene 13] hem 10.000 pillen meer heeft gegeven dan hij had besteld en dat [betrokkene 1] hem vervolgens heeft geantwoord dat dat goed is.69

Op 15 januari 2004 wordt de auto van [betrokkene 14] bij het afrijden van de veerboot door de douane in Duitsland gecontroleerd en in zijn auto wordt een verborgen ruimte aangetroffen. Uit de passagierslijst blijk dat [betrokkene 2], rijdend in een Alfa Romeo, kenteken [KENTEKEN 1], op dezelfde boot zit.70

Om 14.43 hebben verdachte en [medeverdachte 3] telefonisch contact. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in.

F: Waar zit je nou?(...)

F: Oh, ja, want je had met die jongen afgesproken. Die komt straks.71

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij dacht dat het hier om [betrokkene 13] of [betrokkene 13] ging.72 In de telefoon van [medeverdachte 3] is onder de letter R het telefoonnummer [...2235] vermeld. Dit telefoonnummer behoort aan [betrokkene 13].73

Om 21.28 uur belt [medeverdachte 3] (X) naar [betrokkene 1] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in.

X: [betrokkene 1], weet je wanneer mensen is hier?

T: Wat? Wat?

X: Wanneer mensen is hier, dan is deze jongen hier, in de avond?

T: Wacht een paar minuten, ik zend je een bericht.

X: Okay. En van de andere auto.

T: Morgen 7 uur.

X: Is hier.

T: Ja, ja hij is hier.

X: Zeker, omdat nu...

T: Ja, ja, zeker.

X: Okay.

T: Ja, ja, zeker.

X: Morgenavond 7 uur is hij op deze plek.

T: Ja, ja.

X: Waar we eerder zijn?

T: Hij zal naar deze plek komen, omdat mijn vriend, hij zal deze plaats [medeverdachte 3]en.

X: Okay, goed.74

Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] het navolgende verklaard:

[betrokkene 1] heeft gezegd dat [betrokkene 2] komt, het geld overhandigt en dat hij terug gaat naar vrienden in Duitsland, want er hoeft niet op de tweede auto gewacht te worden. Later zou, zoals ik begrepen heb, een andere auto komen die de pillen zou ophalen. (...) Nog steeds diezelfde dag om 20.15 uur heef hij mij terug gebeld en gezegd dat hij een auto gestuurd heeft die ook gepland was om de pillen op te halen, daarom komt [betrokkene 2] met een vriend morgen om 7 uur in de avond. 75

Om 23.33 uur belt verdachte naar [medeverdachte 3]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

T: Nou, moet je luisteren, die boot.

F: Ik ben bij [medeverdachte 9].

T: Oh die boot heeft vertraging vanwege het stormweer.

(...)

F: Ken jij die rooie te pakken krijgen?

T: Nee dat heb ik net gedaan.

F: Hè?

T: Nee, nee, die krijg ik niet te pakken.

F: Oh.

T: Nee, dus het wordt wel... ([verdachte] onderbreekt)

F: Ik zie je morgen wel, het maakt mij geen bal uit.

T: Ja euhh, en anders kom ik wel langs als hij er is.

F: Nee man, morgen is ook goed joh."76

16 januari 2004

Op 16 januari 2004 om 01.19 uur (Nederlandse tijd77) belt [medeverdachte 3] (X) naar [betrokkene 1] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in.

T: Hallo, hallo.

X: Ja, [betrokkene 1], jij....hotel Paradise.

T: Weet je, hij is niet ver van deze "Rado" bank. Weet je bank? Rado, Rado, Radobank.

X: Ja, dan kunnen we naar deze Shell tankstation rijden, ik ken deze Paradise niet erg goed.

T: Ken je niet?

X: Nee.

T: Weet je, weet je, hij rijdt ik vertelde hem waar hij moest rijden, weet je. Maar hij...zoals de laatste keer, weet je, omdat het moeilijk is, weet je, alles te vinden.

X: Ja.

T: Hij belt me elke keer, ik vertelde met hem een half uur geleden, weet je,Ik praat met hem en ik probeer het hem uit te leggen, maar hij zegt tegen me, weet je, het is moeilijk te vinden. Begrijp je dat?

X: Ja, maar ik ken geen hotel Paradise.

T: Je kent het niet? Maar Radobank, bank, bank, bank.

X: Ja, dat weet ik.

T: Weet je die?

X: Ja, Radobank.

T: Radobank, hij kan komen. Het is niet ver van hotel Paradise, weet je. Het is niet ver weg, hij belt me te zeggen, jij belt mij, ik was aan het praten op een andere lijn, weet je, met hem, en hij probeert me uit te leggen dat hij 3 of 5 minuten van, weet je, verweg van deze Radobank. Hij komt naar deze Radobank.

X: Okay, bel hem, laat hem naar de Radobank rijden.

T: Okay,okay, ik ben nu direct aan het bellen, weet je. En hij wacht op jou, weet je dat hij met zwart auto "Alfa Romeo", weet je?

X: Ja,ja, okay.

T: Je gaat alleen en pikt geld op en vertel morgen, weet je.

X: Ja, okay, goed.

T: Okay, okay, omdat hij rijdt met geld.

X: Okay, goed.

T: Ja, rij naar de bank Rado.

X: Okay.

T: Hij wacht op je.

X: Okay. Dag.

T: Okay, dag.78

Om 01.42 uur (Nederlandse tijd) stuurt [betrokkene 1] een sms-bericht aan [medeverdachte 3], met de volgende inhoud:

Lange "njuvstrat". Voor de bank klok.79

Door het observatieteam werd vanaf 15 januari 2004 te 22.15 uur tot 16 januari 2004 te 02.00 uur, een observatie verricht. Daarbij werd het volgende waargenomen:

01.38 uur: De Alfa Romeo, type 164 zwart, met het Litouwse kenteken [KENTEKEN 1], komt weer terug naar de parkeerplaats bij de Rabobank aan de Lange Nieuwstraat te IJmuiden en wordt geparkeerd.

01.40 uur: Een Audi 80, kenteken [KENTEKEN 2], kleur zilvergrijs, rijdt over de Lange Nieuwstraat in IJmuiden.

01.42 uur: De Audi 80 wordt geparkeerd bij de Rabobank in de Lange Nieuwstraat te IJmuiden.

01.43 uur: Een man stapt uit de zilvergrijze Audi 80 met het kenteken [KENTEKEN 2]. Op basis van de aan het tactische team ter beschikking gestelde foto wordt de man herkend als An[medeverdachte 3]ius Lodevicus [MEDEVERDACHTE 3], geboren op 1 maart 1942.

01.44 uur: [medeverdachte 3] loopt in de richting van de Alfa Romeo, type 80, met het kenteken [KENTEKEN 1] en maakt contact met de bestuurder van de Alfa Romeo. De bestuurder van de zwarte Alfa Romeo, kenteken [KENTEKEN 1] geeft iets aan [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] maakt een beweging alsof hij geld aan het tellen is en gaat terug naar de Audi 80 met het kenteken [KENTEKEN 2].

01.46 uur: De zilvergrijze Audi 80 met het kenteken [KENTEKEN 2] vertrekt en dan vertrekt de zwartkleurige Alfa Romeo, type 164, met het kenteken [KENTEKEN 1], eveneens.

01.50 uur: De zilvergrijze Audi 80, kenteken [KENTEKEN 2] wordt geparkeerd in de [straat] te IJmuiden, ter hoogte van perceel nummer [nummer].

01.52 uur: [medeverdachte 3] zit in de woning [woning] te IJmuiden.80

Om 01.50 uur (Nederlandse tijd) stuurt [betrokkene 2] een sms aan [betrokkene 1] met de volgende inhoud:

Ik heb geld gegeven die plaats heb ik gevonden waar wij de vorige keer hebben gestaan.81

Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard:"Ik heb [betrokkene 2] in een Alfa Romeo gevonden op de Lange Nieuwstraat in IJmuiden. Hij heeft aan mij 7000 euro gegeven. Het gekregen geld heb ik naar [verdachte] [verdachte] gebracht." 82

Om 11.25 uur belt [medeverdachte 3] naar verdachte. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

F: Waar ben je?

T: Bij Hamburg.

F: Bij Hamburg.

T: Ja [medeverdachte 9] heb die alles hè, [medeverdachte 9].

F: Maar ga jij nou al weg jij?

T: Ja ik moet weg (...).

T: Ja maar alles is bij [medeverdachte 9] hè.

F: Ja, ja, dat begrijp ik wel."83

[medeverdachte 3] heeft hierover verklaard: "[medeverdachte 9] is een vriend van [verdachte]. [verdachte] [verdachte] was de contactpersoon tussen mij en [betrokkene 13]. [verdachte] was aanwezig gedurende de hele deal. [verdachte] heeft 7.000 euro gekregen en dat was bedoeld om XTC-pillen te kopen."84

17 januari 2004

Om 14.55 uur belt [medeverdachte 6] (K) naar [medeverdachte 3] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in.

K: Nou ik heb d'r van zevenen tot half twaalf gestaan maar ik heb niemand gezien hoor.

T: Zijn zij niet gekomen?

K: Nee..85

Om 14.57 uur belt [medeverdachte 3] (X) naar [betrokkene 1] (T). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in.

X: Hai [betrokkene 1], waar zijn de mensen?

T: Ik weet het niet. Je vriend is niet gekomen, hij is gekomen en hij heeft gewacht. Hij kwam naar Klaipèda, niet?

X: Ja, hij...mijn vriend stond er van 7 uur tot 12 uur en niemand is gekomen....

T: Misschien komen ze naar de verkeerde plaats, ik weet niet, omdat ze komen....

(...)

X: ja ik moet mijn vriend bellen want hij moet nieuwe dingen organiseren.86

Om 14.58 uur belt [medeverdachte 3] (T) naar [medeverdachte 6] (K). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in.

T: Ja [medeverdachte 6] met mij. Nou zij hebben op de verkeerde plaats gestaan.

K: Ja.

T: Ja jongen, nou jij wil alleen praten, niet over de euhhhh telefoon weet je wel.

K: Ja.

T: Hij zegt....praten wel als we in Klaipèda ben. Maar dat is pas om een uur of zes, half zeven. Weet je wel dat is half acht in Nederland. Hoe laat moet jij weg?

K: Ik ga zo weg.

T: Hé geef die gozer dan mijn telefoonnummer.

K: Dat heeft die al. Dat heb ik al geregeld.87

Hieromtrent heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij tegen [medeverdachte 6] heeft gezegd dat de Litouwers aan de andere kant van de afgesproken plaats hebben gestaan, dat [medeverdachte 6] tegen hem heeft gezegd dat hij de pillen aan een andere persoon heeft overhandigd en dat die zijn telefoonnummer heeft gekregen voor het onderhouden van het verdere contact en dat [medeverdachte 6] hem later heeft gebeld en hem heeft gevraagd of hij [betrokkene 15] had bereikt in verband met de vragen over het overhandigen van de pillen en dat hij heeft gezegd dat hij [betrokkene 15] gaat bellen als hij alles heeft afgesproken met de Litouwers.88

19 januari 2004

Om 21.31 belt [medeverdachte 3] (T) met [betrokkene 15] (D)89. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

T: ze komen morgenavond tussen 6 en 7. Is dat goed?

D: Ja dat os goed

T: Bij de pont weet je wel

D: Ja precies. Wat we afgesproken hebben.90

20 januari 2004

Op 20 januari 2004 vindt tussen 17.58 uur en 23.00 uur een observatie plaats. Daarbij werd onder meer waargenomen dat rond 18.07 uur een Alfa Romeo, met kenteken [KENTEKEN 1] een aan Seat Toledo met Duits kenteken worden geparkeerd op de parkeerplaats bij de pont te IJmuiden, dat de bestuurder van deze auto [betrokkene 2] betreft, dat rond 18.11 uur een Opel dezelfde parkeerplaats op rijdt, dat een blanke man uit de Opel en contact maakt met [betrokkene 2], dat nadat er heel even met elkaar is gesproken de Opel vertrekt met een man als bestuurder en dat rond 18.34 uur [betrokkene 2] naar de Alfa Romeo loopt en instapt en dat een ander man in de Seat Toleda stapt. Beide auto's worden gevolgd tot in Duitsland.91

Om 19.15 uur belt [betrokkene 15] (D) met [medeverdachte 3] (T). Dat gesprek houdt onder meer in:

T: Ja [betrokkene 15], met mij. Ze staan eehh

D: Je het is al geregeld. Het is al geregeld. (..)

T: Oke jongen/ Dat is fantastisch.

D: Alles is rond.92

Om 19.16 uur belt verdachte (X) met [betrokkene 1] en zegt tegen hem dat alles okay is.93

[betrokkene 15] heeft tegenover de politie verklaard dat in januari 2004 [medeverdachte 6] hem heeft gevraagd of hij een tas kon wegbrengen, dat hij daarmee heeft ingestemd, dat hij vervolgens een tas kreeg met daarin een dicht getapet pakket, dat hij niet wist wat daarin zat, maar het uiteraard geen legale goederen waren, dat hij later werd gebeld door [medeverdachte 3] dat hij de tas moest brengen naar de parkeerplaats bij de pont te IJmuiden, dat hij met zijn auto van het merk Opel is gereden naar de genoemde parkeerplaats en daar de tas met inhoud aan een man heeft gegeven. 94

26 januari 2004

Op 26 januari 2004 werd de personenauto Alfa Romeo, met kenteken [KENTEKEN 1] aan getroffen in het district Kaunas in Litouwen. De chauffeur [betrokkene 2] en de passagier [betrokkene 1] werden aangehouden. In de auto werden pillen gevonden.95 Uit het proces-verbaal conclusie van deskundigen van het crimineel onderzoekscentrum in Litouwen van 27 januari 2004 is gebleken dat de op 26 januari 2004 in de Alfa Romeo, met kenteken [KENTEKEN 1] aangetroffen pillen MDMA bevatten. Het totaal aantal pillen bedroeg 30.720.96

Op 1 december 2009 om 19.33 uur vindt een gesprek plaats tussen [medeverdachte 4] (B) en verdachte (F), waarbij ook [betrokkene 13] aanwezig is. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

"[medeverdachte 4]: Jij zit er niet meer in, in die handel?

[verdachte]: Ja, niet in die auto [medeverdachte 4], effe, doen we buiten straks, goed?

[medeverdachte 4]: hè?

[verdachte]: Praten buiten

[medeverdachte 4]: dat is een paar jaartjes geleden [betrokkene 13] (fon)

[betrokkene 13]: ja,

[verdachte]: ja ...... Hoe lang heb je binnen gezeten?

[betrokkene 13]: alles bij elkaar met bandje erbij ben ik vanaf juni weer buiten, Vanaf 2006. Tot juni dit jaar.

[verdachte]: dat is drie jaar.

[betrokkene 13]: ja 32 maanden

[verdachte]: Gelukkig is van [medeverdachte 3] van de baan geveegd bij hem, anders had ie nog meer gekregen.

[betrokkene 13]: ehhja, dat is van de baan geveegd. Ze wilden me export naar Litouwen helemaal ntv

[verdachte]: vieze tyfuslijer.

[betrokkene 13]: en over hém steeds vragen ... ja maar we weten heus wel wat daar .. Ik zeg. Jongens waar heb je het over? Ja ...

[medeverdachte 4]: Ken Je nagaan dat toch je naam vaak genoemd is [verdachte] ook he.

[verdachte]: Ja hij woont in een mooi huis en jij zit vast.

[betrokkene 13]: Heb je geen wrok en wil je niet parten....

[medeverdachte 4]: Dat ze dat ook allemaal weet.

[betrokkene 13]: Ja, wat denk je dat die [medeverdachte 3] allemaal gezegd heeft jongen, dat wil je niet weten.

[verdachte]: Vieze tyfuslijer."97

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Gelet op bovengenoemde tapgesprekken en observaties in samenhang met de door [medeverdachte 3] in Litouwen afgelegde verklaringen, die nauw aansluiten bij de inhoud van de tapgesprekken en de observaties - in tegenstelling tot de verklaring die [medeverdachte 3] op 23 april 2007 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd - en de verklaringen van [betrokkene 13] is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte in januari 2004 zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de uitvoer van 30.000 XTC-pillen. Het door de verdediging gedane beroep op de uitspraak van het EHRM van 10 juli 2012 (Vidgen v The Netherlands) gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op, nu de bewezenverklaring van bovengenoemde feit niet uitsluitend of in doorslaggevende mate (de 'sole or decisive-rule') is gebaseerd op de verklaringen van [medeverdachte 3], afgelegd in Litouwen.

Ten aanzien van feit 4

[Zaaksdossier 04 J: Uitvoer van 43 kilo amfetamine naar Duitsland door [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 6]]

In de periode 2 oktober 2008 - 26 april 2010 heeft het onderzoeksteam Vista 23 bezoeken van [betrokkene 3], die door verdachte ook wel "Idiotka" werd genoemd, vaak samen met zijn zoon [betrokkene 3] aan verdachte in Nederland waargenomen. Deze bezoeken aan verdachte duren vaak niet langer dan enkele minuten. Indien [betrokkene 3] in Nederland is neemt hij met regelmaat via een telefooncel contact op met verdachte.98 [medeverdachte 13] heeft verklaard dat [betrokkene 3] en verdachte over en weer grote geldbedragen uitwisselden, van wel 20.000 - 50.000 euro.99

7 februari 2010:

Op 7 februari 2010 om 20.46 uur ontvangt verdachte van [medeverdachte 14] een sms-bericht, onder meer inhoudende:

"Idiotka come dinsdah to u. If its ok."100

Verdachte heeft ter zitting hierover het volgende verklaard:

"[betrokkene 4] en [betrokkene 3] kwamen naar mij toe op een dinsdag. Zij waren met vrienden en een vriend had een auto, een BMW, die iets mankeerde. Zij vroegen of zij mijn garage konden gebruiken. Ze vroegen of het dan bij [medeverdachte 4] kon. Ik heb toen gezegd dat ik het aan hem zou vragen. De reparatie mocht uiteindelijk bij mijn broer plaatsvinden.

De andere dag reed ik naar het pakhuis van mijn broer. [medeverdachte 4] was er niet, maar kwam later. De jongens waren er toen nog niet met de auto. [medeverdachte 4] belde mij later op en zei dat hij nog op kantoor zat. Ik vroeg hem nog naar de jongens. [medeverdachte 4] zei toen dat ze nog bezig waren."101

11 februari 2010:

Op 11 februari 2010 om 12.11 uur belt verdachte naar [medeverdachte 4]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

"B: Ja hallo

F: Ja ik sta bij je maar je bent er niet

B: ik kom eraan

F: Ik sta bij [betrokkene 16]

B: Ik kom eraan." 102

Blijkens inlichtingen van de Kamer van Koophandel is [medeverdachte 4] samen met [betrokkene 16] betrokken bij het bedrijf [bedrijf 1]' gevestigd te IJmuiden in de Vissershavenstraat.103

Om 12.05 wordt een BMW voorzien met het Duitse kenteken [KENTEKEN 3] (hierna: de BMW) geparkeerd aan de Burgemeester Engelbertsstraat in Zandvoort. De bestuurder, [betrokkene 6], stapt om 12:12 uur uit en loopt richting de supermarkt Dirk van den Broek. Om 12.16 uur schudt [betrokkene 3] de hand van [betrokkene 6] en stapt als bestuurder in de BMW. [betrokkene 6] neemt als passagier in de BMW plaats. Om 12.38 arriveren zij bij Grand Café La Belle in IJmuiden. [betrokkene 6] stapt uit en [betrokkene 3] vertrekt met de BMW. Om 12.48 uur komt [betrokkene 3] met de BMW aan bij [bedrijf 1] aan de Vissershavenstraat in IJmuiden, rijdt richting de roldeur van [bedrijf 1] en verdwijnt uit beeld van de observant. De blauwe Mercedes van [medeverdachte 4]. staat dan op dat moment voor de deur van [bedrijf 1]. Om 13.19 uur komen [medeverdachte 4]. en [betrokkene 16] uit [bedrijf 1]. [betrokkene 16] sluit de roldeur af.104

Om 13.37 uur belt verdachte (F) naar [medeverdachte 4]. (B). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

"F: ga je zo naar huis of niet?

B: wat dan?

F: weet ik veel, ik dacht misschien ben je klaar al?

B: nee, ik zit nog met [betrokkene 16] een beetje te praten hiero.

F: ok

B: zo meteen dan ga ik weg, dan ga ik naar huis

F: ok, zijn die jongens al weg?

B: nee, nog niet, alleen [betrokkene 16] is hier nog."105

Om 15.10 uur rijdt voornoemde BMW op de Vissershavenstraat te IJmuiden. Om 15.15 uur parkeert [betrokkene 3] de BMW bij Grand Café La Belle en gaat naar binnen. Om 15.30 uur stapt [betrokkene 6] in de BMW [KENTEKEN 3] en rijdt naar Driehuis en stopt op de Da Costalaan. Vervolgens stapt hij uit en opent de kofferbak. In de kofferbak liggen een zwarte sporttas en een vuilniszak. [betrokkene 6] opent de motorkap van de BMW en doet deze op een gegeven moment weer dicht en rijdt weg.

Om 18.20 uur rijdt hij de grensovergang de Lutte over naar Duitsland en wordt staande gehouden door de Duitse politie. De BMW is tussen 15.10 en 18.20 uur constant onder observatie geweest.106

Bij de controle door de Duitse douane bleek dat in de kofferruimte van de auto twee kartonnen dozen stonden met inhoud in totaal 41 kilo amfetamine. Bij nadere controle bleek dat er in de wielkast aan de linker voorzijde nog ongeveer 5 kilo amfetamine was verstopt.107

[betrokkene 6] heeft tegenover de Duitse politie onder meer het volgende verklaard:

dat [betrokkene 4] hem in december 2009 had gevraagd om 180 kilo cocaïne van Frankrijk naar Nederland te brengen waar hij €30.000,- mee kon verdienen;

dat hij dat niet wilde doen;

dat hij begin januari 2010 ineens kreeg te horen dat hij de € 2500,- voor een auto, die hij in december 2009 op aanbetaling van ene Mats had gekocht, aan [betrokkene 3] moest betalen;

dat hij kon kiezen, of betalen of 2 kilo 'Gras' uit Holland halen;

dat hij op 11 februari 2010 in zijn BMW samen met [betrokkene 4] naar IJmuiden is gereden;

dat [betrokkene 4] handschoenen droeg;

dat [betrokkene 4] hem afzette bij 'La Belle' en weg reed met de BMW;

dat [betrokkene 4] bijna drie uur wegbleef;

dat hij dacht dat er 2 kilo marihuana in de auto zou liggen. 108

dat toen hij naar Holland reed er in de kofferbak van zijn auto slechts kleding en gereedschap lag;

dat toen hij het restaurant in IJmuiden verliet, zag dat er twee kartonnen dozen in de kofferbak stonden. 109

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 4

Op grond van de redengevende feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich op 11 februari 2010 heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan het amfetaminetransport naar Duitsland van die dag. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Op grond van de inhoud van bovengenoemde tapgesprekken, de observaties en het aantreffen van de amfetamine in de BMW van [betrokkene 6] in Duitsland kan worden geconcludeerd dat de loods van [bedrijf 1] op 11 februari 2010 is gebruikt voor het inladen en inbouwen van amfetamine in de BMW. In dit verband weegt de rechtbank mee dat de BMW van [betrokkene 6] was, dat [betrokkene 6] heeft verklaard dat in kofferbak van de BMW slechts kleding en gereedschap lag toen hij naar Nederland kwam en dat hij ([betrokkene 6]), onder dwang, voor [betrokkene 3] iets, waarvan hij dacht dat het marihuana was, moest vervoeren naar Duitsland. Ergens tussen het moment van overdragen van de BMW aan [betrokkene 3] en de aanhouding van [betrokkene 6] in Duitsland moet de amfetamine in de BMW geplaatst zijn. In het licht van de observaties van de BMW kan het niet anders dan dat de amfetamine in de loods van [bedrijf 1] in de BMW is geplaatst. Dat verdachte enkel als tussenpersoon is opgetreden in het kader van een vermeende reparatie van een auto van [betrokkene 3] acht de rechtbank ongeloofwaardig. In dit verband weegt de rechtbank mee dat verdachte veelvuldig korte contacten had met familie [betrokkene 3 en 4] wanneer zij in Nederland waren. Deze contacten duurden vaak slechts enkele minuten en waren derhalve te kort om in het teken van vriendschappelijke bezoekjes te staan. Voorts werden grote geldbedragen over en weer uitgewisseld. Het kan derhalve niet anders dan dat verdachte betrokken was bij de door familie [betrokkene 3 en 4] georganiseerde verdovende middelen transporten. Deze betrokkenheid bestaat er bij het onderhavige transport uit dat verdachte heeft geregeld dat [betrokkene 3] de amfetamine in de BMW kon plaatsen in de loods van [bedrijf 1]. Dit wordt bevestigd doordat verdachte op 11 februari 2010 om 12.11 uur, ruim een half uur voordat [betrokkene 3] met de BMW arriveert, bij de loods van [bedrijf 1] staat en bij [medeverdachte 4] informeert of hij eraan komt, alsmede door het feit dat verdachte vlak voor zijn vertrek naar Litouwen, diezelfde dag, informeert of die jongens al weg zijn. Daarbij komt dat verdachte ook enkele weken eerder op 14 januari 2010 verdovende middelen, te weten een bol cocaïne heeft overgedragen aan [betrokkene 3] (zie hierna feit 5).

Ten aanzien van feit 5

[zaaksdossier 05A]

In een gesprek, opgenomen met apparatuur tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) in de BMW X6 met kenteken [kenteken 4] van verdachte (hierna: de BMW) van 22 december 2009 vraagt [medeverdachte 1] aan verdachte: "kan ik die Pol één of twee bolletjes geven?".110 Een OVC-gesprek van 23 december 2009 in de BMW tussen verdachte ([verdachte]), [medeverdachte 11] ([medeverdachte 11]) en [medeverdachte 1] ([medeverdachte 1]) houdt onder meer in:

[medeverdachte 11]: He nog effe, wat loop je nu weer allemaal op te schrijven wat ik heb, ik heb hier helemaal niks meer mee genomen.

[medeverdachte 1]: wat?

[medeverdachte 11]: bij hem allemaal op te schrijven dat, ik heb bij jou alleen dat doosje meegenomen.

[medeverdachte 1]: ja tuurlijk, ja

[medeverdachte 11]; wat

[medeverdachte 1]; ik schrijf alles op

([verdachte] lacht)

[medeverdachte 11]: wat, hoe bedoel je? Ik schrijf alles op

[medeverdachte 1]: ik schrijf alles op

[verdachte]: twee bollen, twee bollen,

[medeverdachte 1]: twee plus twee plus ehh zestig

[medeverdachte 11]: jaaa

[medeverdachte 1]: I never eh... het is me een paar jaar geleden gebeurd, maar dat gebeurt me nu niet meer. Ik schrijf alles op. Meteen.

[medeverdachte 11]: Ja, dan zul je wel een verkeerde naam erachter geschreven hebben......

[medeverdachte 1]: Ja, tuurlijk

[medeverdachte 11]: ......Met je twee plus twee. Een keer twee ken ik herinneren. Niet twee keer twee

[medeverdachte 1]: en die andere twee ook. Die heb ik gebracht namelijk. Die heb je aangepakt.

[medeverdachte 11]: Aangepakt...Oh dan zijn ik ze vergeten. Oh, je bent bij hem ge... jaja, nou snap ik het, nou weet ik het weer ja. Ja dat klopt, ik heb ze een keer gehaald en een keer heb ze gebracht.

[medeverdachte 1]: Ja

[medeverdachte 11]: dan snap ik het. Dan heb je het goed opgeschreven111.

14 januari 2010

Op 14 januari 2010 om 13.46 uur vindt in dan wel bij de auto van de verdachte een gesprek plaats tussen verdachte (F) en [medeverdachte 6] (K). Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

F: Maar ik bepaal de prijs, en niemand anders.

K: drie- en dertig heb jij ehh?

F: half

K: drie en dertig half

F: dus hun lopen ze hem aan te bieden voor vier en dertig, vier en dertig half, snap je

K: kun je er eentje regelen?

F: wat, een bol?

K: een bol, ja

F: is geen probleem

K: dan ga ik naar die Fransman

F: wie

K: die Fransman

F: welke Fransman?

K: die met Simon mee was, maar die wil met Simon niks te maken hebben.

F: ntv,

K: ja

F: Nou... ik eh die kreeg nog geld van die Simon.

F: Ja maar wil je effe mijn naam nergens in noemen..

K: nee

F: .. want ik wil helemaal niks met dit te maken hebben, met dat eh met die bollen ook niet, ik zeg het tegen jou dat je wat kan doen, maar voor de rest ehh.

K: Ken ie dat met mijn regelen dan?

F: Ja, dat is allemaal geen punt

K: Oh nou

F: Zie je hem morgen?

K: Nou, omdat die bollen van [betrokkene 8] zijn. Ik heb met hem afgesproken, voor morgen om te laten zien. Maar kijk als ik hem hier goedkoper heb, ik moet bij hem vijfendertig betalen.

F: Ja, ok maar dan moet je dat zeggen he, nou je hebt dat toch gezegd dus eh..

K: Kijk dat scheelt effetjes ehhh

F: Ja

K: want ik heb hem voor zesendertig aan hem aangeboden.

F: ok, maar je zegt, je moet zeggen, kijk je moet gewoon zeggen, dat is alleen als je er een paar koopt...

K: Ja

F: .. als je er twintig of dertig koopt, dan ken ik gewoon wat aan de prijs doen. Nou en dan verdien je dat toch gelijk, geld. Ja, ok.112

Ten tijde van dit gesprek bevindt zich de auto (BMW X6 met kenteken [kenteken 4] van verdachte (hierna: de BMW van verdachte) op de Waalstraat te IJmuiden. Na het gesprek is te horen dat de BMW van verdachte wegrijdt.113 [medeverdachte 6] woont op de Waalstraat te IJmuiden.114

Tot ongeveer 16.21 uur is de BMW van verdachte nabij zijn woning op de [woning verdachte] te IJmuiden.115 Even later, rond 16.25 uur, stappen vervolgens eerst verdachte en daarna [medeverdachte 11] in de BMW van verdachte.116 Om 16.32 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen verdachte, en het telefoonnummer [...6445], welke nummer behoort aan [medeverdachte 14].117 In dit gesprek geeft verdachte aan de ze naar [medeverdachte 1] gaan.118 De BMW van verdachte is vervolgens rond 16.42 uur in de Reggestraat te IJmuiden. In deze straat woont [medeverdachte 1].119 Vervolgens stappen verdachte en [medeverdachte 11] uit de BMW van verdachte en om 16.52 uur stappen zij weer in.120

Om 16.53 uur vindt in dan wel bij de BMW van verdachte een gesprek plaats tussen verdachte (F), [medeverdachte 11] (P) en [medeverdachte 6] (K). Dat gesprek houdt ondermeer het volgende in:

Die rooie? Vraagt [medeverdachte 11]

Die rooie die achter je staat, zegt [verdachte].

(...)

P: (ntv) je hem, niet de hele wereld aanbieden? Gewoon beperkt houden. Hoe is het? Alles goed?

[medeverdachte 6] (sh) stapt in c.q. staat bij het voertuig

P: goed zo vriend

K; weet jij wel wat?

F: niet zo weggeven he! ...

K: nee

F: Oke, dat je dat weet

(...)

F: (ntv) met hem...... Morgen eh hoor ik het he.

K; ja.121

Met de bijnaam 'rooie' wordt [medeverdachte 6] bedoeld.122

15 januari 2010

Op 15 januari 2010 om 11.06 uur komt [betrokkene 7] aanlopen bij de woning van [medeverdachte 6] en gaat vervolgens de woning binnen. Om 11.22 uur komt hij samen met [medeverdachte 6] de woning weer uit.123

Om 11.26 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (K) en het nummer […1980], welk nummer toebehoort aan [betrokkene 17] (H)124. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Hee die fiets is goed hoor!

H: Is t wat?

K: Mooie fiets! Mooie fiets

H: nou das mooi, hoeveel wil ie der?

K: nou ik ga er nu nog eentje bijhalen

H: ok

K: dusse...dan heb ie er eh...dan hebben hun er 2 om mee te starten, weet je wel voor in de showroom..

H: ja

K: nou en dan eh.. hoor ik het wel..maar het is goeie kwaliteit, zegt ie.125

Om 11.48 uur belt [medeverdachte 6] (K) met het nummer […9366], welk nummer toebehoort aan [medeverdachte 8] (J)126. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Maar, goeie fiets hoor, goeie kleur.

J: ja?

K: ja perfect.

J: ok, nou das mooi

K: eh..dus ik eh..ze willen eh..voor die showroom willen ze nog meer fietsen hebben.

J: nou dat is heel mooi.

K:ik zeg dan moet je wel snel derbij zijn..

J: ja

K: want eh...weg is weg.127

Om 13.39 uur belt [medeverdachte 6] (K) met het nummer […9359], welke nummer toebehoort aan [betrokkene 18].128 Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: ehhh, ik heb, hoe heet het, ehhh, hoe noem je dat nou, ik heb vis voor hem.

J: ja, he??

K: ik heb vis voor em...

J: (stilte)..ok, ok,.....ok.

K: 3, euro 60 de kilo

J: hoeveel???

K: 3 euro 60

[betrokkene 18] lacht...

J: vis wordt duur betaald! ([betrokkene 18] lacht weer)

K: Ja

J: nou, nou, ok...maar wel hele goeie verse???

K: ja,

J: ok

K: tuurlijk! zijn vanmorgen binnengekomen.

J: ok, ok, nou ik geef het wel effe door en dan eh...eh, dan hoor je van me

K: ja

J: ik neem wel ff contact met je op, vanavond.

K: is goed.

K: kijk moe je luisteren, mehhh als ik ehhh, veel .. (ovs)wijze afneem in de vis..(ovs)..dan eehhhh, ken er altijd wat gerommeld worden, denk ik.

J: ja, weet ik,weet ik, weet ik...ja, ik kijk wel effe

K: het komt bij de groothandel vandaan.

J: goed, ok, afgesproken

K: ..(ovs)... groothandel, dussehh kijk maar eh...

J:ok

K: omdat hij voor die viswinkel vis moest hebben...

J:ja, nee ok....ik spreek je.. (verbinding is slecht)

K: ok.129

Ten aanzien van feit 5

[zaaksdossier 05B]

14 januari 2010

Op 14 januari 2010 om 19:56 uur begeeft de BMW van verdachte zich blijkens de daarin geplaatste GPS baken op de locatie Zeeweg te IJmuiden, gemeente Velsen.130 In dan wel bij de auto van de verdachte vindt een gesprek tussen verdachte en [betrokkene 4] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

J: Kann gehen (fon)

F: Ja

J: ntv

F: Klein bisschel ja. Kann nur ein bol nehmen. (navigatiestem is te horen)

Weisst du wo eh..Bist du allein, oder

J: ich bin allein, Mein Vater ist im Hotel

F: Ok dan eh.... wir fahren nach [medeverdachte 1]

F: Ich muss gerade nach Amsterdam. Ich fahre Navigation. Weil Ich weiss wo die Strasse ist wo ich hin muss.

F: Aber das ist nicht ein klein bisschel. Zwei hundert funfzig

J: oh

F: Gramme

J: Na Zoviel?131

Om 20:02 uur is te horen dat het portier van de BMW van verdachte open en dicht gaat. Voorts blijkt uit de bakengegevens van voornoemde BMW van verdachte dat de auto zich om 20:03 uur in de Hunzestraat te IJmuiden bevindt. Vanaf deze straat loopt een voetpad naar de woning van verdachte, namelijk de Reggestraat [perceelnummer] te IJmuiden.132

Om 20:04 uur gaat de portier van de BMW van verdachte weer open en dicht, waarna het volgende gesprek tussen verdachte (F) en [betrokkene 4] (J) plaatsvindt:

F: vingerafdrucke he...

J: Ja

F: ist Zwei Hundert Funfzig. ([verdachte] zucht hoorbaar, een ritssluiting is te horen.)

F: Und haben die Geld die Leute?

F: Vorsicht he

J: Ja

F: Tschuss

J: Tschuss

Vervolgens gaat het portier van de BMW van verdachte open en stapt Latakas uit.133

Ten aanzien van feit 5

[zaaksdossier 05D]

27 januari 2010

Op 27 januari 2010 om 16.19 uur vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J). [betrokkene 8] woont in Utrecht.134 Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

J: Ja, ja.... oh.. hee, hee, hee....neem je eh...weet je nog die kado die je mij laatst eh..thuis eh..liet zien bij jou?

K: Ja

J: Die bij jou thuis, weet je nog

K: Ja

J: Ik eh had er ook een...

K: Ja

J: Ken jij ff eh.., dat ik ff kan kijken?

K: Nee, die is al weg

J: Nee, nee gewoon een eh.....

K: Ja, ik heb m al afgegeven

J: Begrijp je? Oh je hebt helemaal niets? Helemaal niets?

K: Nee, nee maar ik ken wel regelen, daar gaat het niet om

J: Ja...als je kan regelen, gewoon..je weet toch...heel....

K: Maar niet nu

J: Ok, oke, ja is goed, ja doe maar

K: Ja?

J: Ja ok is goed, ja doe maar..ik heb nu iemand ff eh...

K: Oke oke is goed, is goed, regel ik morgen voor je.135

28 januari 2010

Op 28 januari 2010 om 14.09 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door [betrokkene 8] (J). Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

[betrokkene 8] zegt dat hij [medeverdachte 6] zijn kant op rijdt om te kijken of [betrokkene 8] die 'tekeningen' kan inzien, '1 tekening' kan inzien, wat [medeverdachte 6] gister tegen [betrokkene 8] zei, dan rijdt [betrokkene 8] ff op en neer, daarna. [betrokkene 8] wacht op een belletje van [medeverdachte 6] wanneer hij een tijdstip weet. [betrokkene 8] hoopt dat [medeverdachte 6] het vandaag gaat redden. [medeverdachte 6] hoopt het ook. [medeverdachte 6] zegt dat hij [betrokkene 8] belt zo gauw hij bij 'hem' is, dan ken hij gelijk de tijd zeggen.136

Om 16.50 uur en 16.56 uur belt [medeverdachte 6] naar verdachte. In het eerste gesprek vraagt [medeverdachte 6] aan verdachte of hij even naar buiten komt.137

Diezelfde dag, om 16.57 uur, vindt opnieuw een telefoongesprek tussen [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) plaats. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Het wordt na achten als die uhh autotrailer terug is.

J: Ja

K: Zie je trailer, dan kennen we uh dan ken ik hem meenemen, dan kunnen ze hem zien die auto.

J: Oke.

K: En anders is die uhh morgenochtend.

J: Oke, nou als het kan vandaag in ieder geval.

K: Nou ja goed, die jongen die uh die hebt nog twee adressen waar hij uh uh auto's op moet halen.

J: Ja

K: En het ene model als je dat specifiek dat is ie nu aan het halen.

J: Ja nee geen probleem, na achten (8) dat is ook geen enkel probleem

K: Ja maar goed hij zegt onder voorbehoud, hij zegt het kan ook dat onderweg in de file terechtkom.

J: ja

K: Hij zegt uh ik kan niet hard rijden met die trailers met die auto's erop uh.

J: Ja

K: Dus eh.

J: Nee, geen probleem, geen enkel probleem uh wat ik dan doe, in ieder geval als jij zo ver bent dan kom ik wel effe langs.

K: Ja goed

J: Ik denk wel dat het geen enkel probleem is als ik hem effe mee kan nemen.

K: Nee, die auto kan je zo meenemen. De papieren zitten er bij dus geen enkel probleem.

J: Nou perfect perfect.

K: Maar.. het gaat er alleen om, ja, of die jongen uh, want hij moet hem ook nog loskoppelen natuurlijk of ie hem nou hier bij mij neerzet of dat nou vanavond is of anders is dat morgenochtend vroeg.

J: Oke is goed.

K: 1 van de 2. Maar goed ik hou je effe op de hoogte.

J: Nou perfect.

K: En hij is van 2004

J: Oke, nou perfect

K: Die andere. andere, die andere die Renault Espace die is van 2006 maar ja dat is te duur denk ik voor hun

J: Ja dat is net de duurdere klasse, nee dat komt goed joh.

K: Is goed. Nou je hoort nog.138

Die avond hebben [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) om 22.21 uur opnieuw telefonisch contact, in welk gesprek onder meer het volgende wordt gezegd:

J: Hai kerel, nog geen nieuws he?

K: Nee, anders had ik je wel gebeld he.

(...)

J; O ja oke maar ik denk ik bel je effe voor de zekerheid omdat ik zelf al een paar keer ben gebeld.

(...)

K: Ik denk ik denk dat het morgenochtend is.

J: Ja dat is zo goed als zeker?

K: Ja.

J: Oke. Anders moet ik, anders moet ik ook een aantal mensen namelijk teleurstellen.

K: Nee nee maar dan moet je wel richting mij komen hoor.

J: Ja.

K: Ik moet ik moet morgen werken.

J: Ja oke, in het ergste geval, effe kijken, stuur ik heel misschien m'n maat omdat ik om 12 uur zelf een afspraak heb met een klant.

K: Ja.

J: Dat is in het ergste geval. Effe kijken hoe ik dat dan ga doen. Maar uh ja effe kijken. Laten we het morgenochtend. Hoe laat heb jij zelf ongeveer in gedachten. Wat denk jij zelf?

K: Ja ik denk vroeg.

J: Heb je een indicatie?

K: Ik denk vroeg.

J: Oke. Is goed. Oke is goed.

K: Ja. Maar ik laat het je het gelijk weten morgenochtend.

J: Is goed gap.139

29 januari 2010

Op 29 januari 2010 om 9.38 uur belt [medeverdachte 6] (K) naar verdachte (F).140 Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

F: Meneer [medeverdachte 6]

K: Goeiemorgen, ben jij straks nog thuis.

F: Ja, ik ben straks nog thuis.

K: Nou ik zit op Anton te wachten en die is er nog niet.

F: Waar is ie dan?

K: Weet ik niet. Ik krijg hem niet te pakken. we zouden de auto omruilen want ik heb zijn auto. Hij zou hier om negen uur zijn. Hij is er nog niet. Dus eh. Dus ik bel nou Natash effe op. Misschien is z'n telefoon weer stuk.

F: Oke

K: Dus als ik de auto heb omgeruild dan kom ik gelijk naar jou toe.

F: Ja. Nou ik zie je wel.

K: Is goed man.

F: Geen haast. Afscheid.141

Om 10.34 uur belt verdachte naar [medeverdachte 1]142. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

[verdachte]: [medeverdachte 1] ben je thuis?

[medeverdachte 1]: Nee, nee, nee nee bijna

[verdachte]: Bijna? (...)

[verdachte]: Hoe lang nog [medeverdachte 1] denk je?

[medeverdachte 1]: Nou een kwartiertje, twintig minuten143

Om 10.46 uur wordt [medeverdachte 6] gebeld door [betrokkene 8]. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

[medeverdachte 6] vraagt of [betrokkene 8] al wakker is. [betrokkene 8] is al wakker. [medeverdachte 6] zegt dat hij [betrokkene 8] wel 5 keer heeft gebeld. [betrokkene 8] beweert van niet en zegt dat er dan iets mis is met zijn telefoon. [medeverdachte 6] vraagt of [betrokkene 8] met een uurtje anderhalf bij [medeverdachte 6] kan zijn en zegt later rond 12 uur. [betrokkene 8] gaat zijn afspraak met een klant van 12 uur verzetten nu. [medeverdachte 6] zegt dat het ook daarna kan [betrokkene 8] moet naar [medeverdachte 6] komen. [betrokkene 8] vindt dit oke en gaat na 12 uur naar [medeverdachte 6] toe komen. Als blijkt dat het [betrokkene 8] niet lukt om zelf te komen, stuurt hij een vriend.144

Om 14.02 uur wordt [medeverdachte 6] wederom gebeld door [betrokkene 8]. Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Ja

J: Uurtje ..... bij je

K: Tjonge jonge

J: Ja. Waarom? is het te laat? het kan ook later

K: Nee, nee, dan wordt het nog allemaal later en later en later en later

J: Ja, ja, ik kan eh..

K: De afspraak gister eh mijn

J: Ja klopt

K: Kan ik die auto vroeg krijgen, ik zeg .....

J: Ja klopt

K: Ja van mij wel

J: Ja, ik was van plan om zelf te komen maar ik zei ook daarbij tegen jou, van luister, ik ga effe proberen mijn afspraken te verzetten want dan kom ik zelf. Het liefst was ik zelf gekomen.

K: Ja

J: Want ik eh, omdat die andere vriend van ons, waar we laatst mee gegeten hadden, weet je nog?

K: Ja maar jij zegt tegen mij vanavond ben je m'n laatste klant

J: Ja klopt, dat klopt. Maar ik heb er nou 2 kunnen verzetten met een excuus. Omdat hun de papieren nog niet in orde hebben. Ik ben nu net klaar met 1 klant en dus ik zou nu naar Utrecht kunnen rijden en van Utrecht eh met hem meerijden naar jou toe. Maar dan ben je twee uur verder

K: Ja

J: En hij wil nu van Utrecht vertrekken naar jou toe

K: Ja.. maar... en dan kom jij straks?

J: ja... ja

K: Is goed.145

Om 15.22 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door een NN-man (NNman/NNHan), die gebruikt maakt van het telefoonnummer 06-84174979. Het volgende gesprek vindt plaats:

K: Hallo

NNman: Goedemiddag, spreekt hier met Han (fon). Ik heb volgens mij afspraak met je

K: Ja

NNHan: Ja, volgens mij ben ik bij jou voor

K: He?

NNHan: Volgens mij ben ik bij jou voor

K: Hoe laat?

NNHan: Hee ik zeg: "Volgens mij ben ik al bij jou voor denk ik hoor".

K: Oke

NNHan: Ik weet niet of ik goed zit of niet

K: Ja dat weet ik ook niet

NNHan: ...onverstaanbaar... Ik heb alleen begrepen, de derde maar voor de rest weet ik het niet.

K: Oke, ehh

NNHan: Effe kijken. Ken je naar buiten kijken toevallig?

K: Ja, ik ben aan het naar buiten kijken. Ik loop wel effe naar buiten toe

NNHan: Is goed

K: Hoi hoi146

Om 15.20 uur wordt gezien door een dan wel twee observanten dat er een grijze personenauto, merk Volkswagen, type Golf, met kenteken [kenteken 5] voor het perceel Waalstraat [perceelnummer] te IJmuiden stopt, dat de bestuurder (NN1) de woning aan de Waalstraat [perceelnummer] binnen gaat en dat de bestuurder een koffertje in zijn handen draagt. Vervolgens wordt gezien door een observant dat omstreeks 15.29 uur NN1 uit de woning Waalstraat [perceelnummer] komen, dat hij nog steeds een koffertje in zijn handen had en dat hij in de eerdergenoemde auto stapt en wegrijdt.147

De auto met kenteken [kenteken 5] staat op naam van Auto Lease Zwolle.148 De auto is vanaf 17 september 2009 voor een jaar verhuurd aan CuraGroep Utrecht I, een eenmansbedrijf waarvan medeverdachte [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7]) eigenaar is. Voorts is van [medeverdachte 7] een rijbewijsfoto opgevraagd. Aan de hand van deze foto en foto's afkomstig van het observatieteam van de waarneming in IJmuiden op 29 januari 2010 gecombineerd met het gegeven dat [medeverdachte 7] in genoemde periode gebruik maakt van de auto met kenteken [kenteken 5], heeft verbalisant [verbalisant] vastgesteld dat [medeverdachte 7] op 29 januari 2010 gebruik heeft gemaakt van telefoonnummer […4979] en dat hij degene was die op die dag in de woning van [medeverdachte 6] was.149

's Avonds, om 19.28 uur, belt [medeverdachte 6] naar [betrokkene 8]. Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

[medeverdachte 6] wil wat weten van [betrokkene 8]. [betrokkene 8] weet het binnen nu en twee uurtjes. [medeverdachte 6] dacht dat [betrokkene 8] het al vanmiddag wist. [betrokkene 8] zegt: er zijn meerdere gegadigden. Het huiswerk wordt gelijk goed gedaan. [medeverdachte 6] hoort het straks wel. (...) [medeverdachte 6] kan op voorhand niets regelen. [medeverdachte 6] kan pas iets zeggen als ie wat weet. Je gaat niet met een auto onderhandelen als nog je helemaal niks weet, want dan zegt ie wat ben je voor een flapdrol. [betrokkene 8] zegt: als de koper er nog niet is. Ik begrijp het. (...) [betrokkene 8] wacht nog steeds even op zijn gap. Dat is makkelijker. [medeverdachte 6] zegt dat [betrokkene 8] moet komen zodra hij wat weet.150

Diezelfde avond, om 23.44 uur, hebben [medeverdachte 6] (K) en [betrokkene 8] (J) weer even contact. Dit gesprek houdt onder meer in:

K: Hoe laat hoor ik wat van jou?

J: Ik weet niet. Ik zei, Ik weet over een kwartiertje. Over een kwartiertje ongeveer. Heb wat langer geduurd.

K: He?

J: Het heeft wat langer geduurd. Ik spreek je over een uh, wat zal het zijn een kwartiertje ongeveer is ie bij me.

K: Ja, ik ga naar m'n nest.

J: Wat? Ga je naar je nest? Geef mij een belletje. Nee nee jij bent al heel vroeg wakker. Jij bent om zeven uur wakker he?

K: Nee niet zo vroeg hoor.

J: Oke, als je rond een uurtje of negen wakker bent geef mij dan gewoon een belletje.

K: Ja.

J: Kom ik dan jouw kant op. Opstaan douchen, kom ik effe jouw kant op.

K; Oke.

J: Yes.

K: Je wilt uh.

J: Maar je kan gerust. Je kan gerust gaan slapen.

K: Je hebt nog niks gehoord?

J: Ach je weet het toch. Komt wel als ik je zie.

K: Ja, is goed.

J: Maar je kan gerust slapen.

J: Yes.

K: Oke, zie je morgen..151

30 januari 2010

In de ochtend van 30 januari 2010 brengt [medeverdachte 1] een bezoek aan [betrokkene 19].152

Om 11.51 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door [betrokkene 8] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

K: Ja, ik dacht dat je vroeg zei?

(..)

J: Ik stap nu snel onder de douche om bij te komen, gelijk jou kant op rijden.

(...)

K: (...) Hee maar zeg moet je luisteren.

J: Ja uh

K: Alleen 1 ding van je weten

J: Ja?

K: Uh.....eh die auto staat bij jou?

J: Ja ja ja, nee dat zeker

K: Nee dan is het goed. Dat is het enige dat ik wil weten. Die auto staat bij jou?

J: ja ja

K: Oke..153

Om 13.50 uur wordt [medeverdachte 6] (K) weer gebeld door [betrokkene 8] (J). Dit gesprek houdt onder meer het volgende in:

J: Hee, ik kom nu naar jou toe planken.

K: Ja.

J: Hee, die uhmmm, van gister, ehh...ik heb er nog een paar nodig, gaat dat lukken voor zessen (6en)?

K: Ja eh...hoelang duurt het want ik moet boodschappen doen.

J: ja eh..ik kom nu naar je toe planken. Ik geef nu gas. Ik eh..ben met eh, hopelijk eh..ik moet alleen effe tanken, 35 minuten ben ik bij jou. Ik geef echt gas. Ja? Nou het wordt een leuke daggie.154

Om 13.57 uur wordt [medeverdachte 6] (K) gebeld door [betrokkene 17] (H). Dit gesprek houdt onder meer in het volgende in:

K: Nee, is goed is geen enkel probleem. Nee want hoe heet ie is onderweg hier naar toe.

H: Wie?

K: Uit Utrecht.

H: Oh

K: Dus dat moet ik ook weer gaan regelen, dus eh.. die autopapieren.

H: Ja, maar hoe laat ben je terug dan?

K: He?

H: Hoe laat ben je thuis dan?

K: Nou ja het is nu 2 uur en hij is rond tussen uhh (drie) 3 uur half vier (4) is ie hier.

H: Dus dan ben je thuis oke, dan zorg ik dat ik er ook ben.

K: Ja, is goed man doei.155

Observanten houden de woning van [medeverdachte 6] in de gaten en het volgende wordt waargenomen. Omstreeks 14.35 uur komt [betrokkene 8] met zijn auto aan op de Waalstraat te IJmuiden en loopt naar de woning Waalstraat [perceelnummer]. Omstreeks 14.55 uur komt [medeverdachte 6] aan bij zijn woning aan de Waalstraat [perceelnummer] en loopt zijn woning binnen en omstreeks 14.57 uur loopt [betrokkene 8] ook de woning binnen.

Om 15.33 uur belt [medeverdachte 6] naar [medeverdachte 1]. [medeverdachte 6] vraagt [medeverdachte 1] wanneer hij thuis is en [medeverdachte 1] zegt dat hij net van plan was om weg te gaan.156

Om 16.38 uur rijdt [medeverdachte 1] naar de woning van [medeverdachte 6], praat vervolgens even met [medeverdachte 6] op straat en rijdt weer naar zijn huis. Om 17.38 uur is [medeverdachte 1] wederom bij de woning van [medeverdachte 6]. [medeverdachte 6] loopt op dat moment met lege handen zijn woning aan de Waalstraat uit en spreekt met [medeverdachte 1]. Om 17.39 uur loopt [medeverdachte 6] weer naar zijn woning en heeft in zijn rechterhand een wit voorwerp van ongeveer 20x10x10 centimeter vast. [medeverdachte 6] gaat zijn woning binnen.157

Omstreeks 17.46 uur loopt [betrokkene 8] de woning uit en opent de kofferbak van zijn auto. Hij pakt een doos uit de kofferbak en houdt deze doos in zijn linkerhand vast. De observant schat de afmeting van de doos op 50x30x20 centimeter en ziet dat de bovenzijde van de doos is geopend. Hij ziet dat [betrokkene 8] de doos langs zijn lichaam ter hoogte van zijn heupen aan een zijkant verticaal vasthoudt, waarbij de gesloten onderkant van de doos richting zijn lichaam wijst. De observant kan een groot gedeelte van de bodem van de doos zien, doordat de bovenzijde van de doos korte tijd in zijn richting wijst. De observant ziet dat dat gedeelte van de doos leeg is. Vervolgens sluit [betrokkene 8] de kofferbak en loopt met de doos de woning weer in. Hierbij zwaait de doos tijdens het lopen van voren naar achteren. Omstreeks 17.47 uur lopen [betrokkene 8] en [medeverdachte 6] de woning weer uit en [betrokkene 8] tilt een doos met dezelfde vorm en afmetingen als de eerder genoemde doos met twee handen voor zich. De observant ziet dat de bovenzijde en de onderzijde van de doos gesloten zijn. [betrokkene 8] legt de doos vervolgens in de kofferbak van zijn auto en sluit de kofferbak. Omstreeks 18.35 uur wordt [betrokkene 8] door de Ondersteuningsgroep van de regiopolitie Kennemerland aangehouden te Utrecht. [betrokkene 8] is vanaf het moment van wegrijden omstreeks 17.47 uur tot zijn aanhouding in Utrecht constant onder observatie geweest.158

In de auto van [betrokkene 8] wordt een doos van ongeveer 40 cm lang en 20 cm breed met vier bollen met - in totaal 1010,87 gram cocaïne aangetroffen. De bollen hadden het volgende nettogewicht aan cocaïne: bol 1 netto: 254,75 gram, bol 2 netto: 250,19 gram, bol 3 netto: 251,36 gram, bol 4 netto: 254,57 gram. Ook werd in de doos onder meer een krant met het opschrift "Nieuwsblad IJmuiden" gedateerd 27 januari 2010 aangetroffen.159

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 5

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de inhoud van de hierboven opgenomen tapgesprekken, contacten, observaties en het aantreffen van meer dan 1 kilo cocaïne bij [betrokkene 8] op 30 januari 2010 - in onderling verband en samenhang bezien - niet anders geconcludeerd kan worden dan dat hiervoor vermelde gevoerde gesprekken en contacten gaan over de handel in cocaïne. Zowel uit de opgesomde bewijsmiddelen van zaaksdossier 05A als van zaaksdossier 05B blijkt dat vlak nadat verdachte bij [medeverdachte 1] is geweest er direct iets wordt afgegeven door verdachte aan [medeverdachte 6] respectievelijk [betrokkene 3]. Dat 'iets' kan naar het oordeel van de rechtbank niet iets anders zijn dan cocaïne. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Ten aanzien van zaaksdossier 05A wijst de rechtbank op het gesprek van 14 januari 2010, waarin [medeverdachte 6] met verdachte spreekt over het regelen van een bol en over prijzen van tussen de drieëndertig en zesendertig, en waarvan verdachte zegt dat hij de prijs bepaalt en dat hij bij twintig of dertig wel wat aan de prijs kan doen. Later die dag gaat verdachte naar de woning van [medeverdachte 1], waar hij slechts tien minuten is, en gaat direct daarna weer naar [medeverdachte 6], waarbij wordt gezegd 'niet de hele wereld aanbieden, niet zo weggeven'. Nadat de volgende morgen [betrokkene 7], die antecedenten heeft op het gebied van verdovende middelen160, bij [medeverdachte 6] is geweest, belt [medeverdachte 6] met [betrokkene 17] en [betrokkene 8] en spreekt hij over een mooie, goede fiets, die goeie kleur heeft en van goeie kwaliteit is en spreekt hij met [betrokkene 18] over hele verse vis voor 3 euro 60 de kilo en dat als hij veel afneemt er altijd wat gerommeld kan worden.

Algemeen bekend is dat bij de handel in cocaïne in versluierd taalgebruik wordt gesproken. In genoemde tapgesprekken wordt gesproken over een fiets met de goede kleur en van goede kwaliteit dan wel over verse vis. Niet is gebleken dat [medeverdachte 6], wiens huis werd geobserveerd, omstreeks januari 2010 heeft gehandeld in fietsen dan wel in vis.

In zaaksdossier 05B zitten verdachte en [betrokkene 4] samen in de auto van verdachte en zegt verdachte tegen [betrokkene 4] 'kan nur ein bol nemen, aber dat ist nicht ein klein bisschel. Zwei hundert funfzig'. Vervolgens rijden ze naar de woning van [medeverdachte 1], waar in ieder geval één van hen uitstapt en vervolgens twee minuten later weer instapt. Daarna zegt verdachte tegen [betrokkene 4] 'vingerafdrucke, is zwei hundert funfzig en vorsicht'. Dat het hierbij om een bol chocolade zou gaan, zoals verdachte - uiteindelijk pas ter zitting van 25 juli 2012 - heeft verklaard, is - gelet op de inhoud van de gesprekken en observaties en de overige inhoud van het dossier - volstrekt ongeloofwaardig.

In zaaksdossier 5D is zowel op 29 januari 2010 als op 30 januari 2010 iemand bij de woning van [medeverdachte 6] geweest teneinde iets is op te halen. Bij [betrokkene 8] zijn op 30 januari 2010 vier bollen met cocaïne van ongeveer 250 gram per stuk zijn aangetroffen, vlak nadat hij bij de woning van [medeverdachte 6] geweest. Gelet op de telefoongesprekken en observaties van 28 tot en met 30 januari 2010, concludeert de rechtbank dat op 29 januari 2010 door [medeverdachte 6] cocaïne is geleverd aan [medeverdachte 7] en op 30 januari 2010 aan [betrokkene 8]. In de tapgesprekken wordt, in het kader van hetgeen [medeverdachte 6] voor [betrokkene 8] gaat regelen, afwisselend gesproken over 'kado', 'tekeningen', 'autotrailer' en 'auto('s), zonder dat aannemelijk is dat het werkelijk om een kado, tekeningen, een autotrailer of auto's gaat. Met name is niet geobserveerd dat op 29 januari 2010 een auto is opgehaald bij [medeverdachte 6], terwijl [medeverdachte 6] en [betrokkene 8] op 29 januari 2010 spreken over het meegeven van een auto aan de gap van [betrokkene 8] en [medeverdachte 6] op 30 januari 2010 bij [betrokkene 8] informeert of de auto bij [betrokkene 8] staat, waarop [betrokkene 8] bevestigend antwoordt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met bovengenoemde woorden dan ook cocaïne bedoeld, nu niet is gebleken dat een van betrokken personen handelt in auto's dan wel dat genoemde woorden anderszins enige betekenis hebben en gelet op feit dat [betrokkene 8] - die op 30 januari 2010 terwijl hij onderweg is naar [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 6] onder verwijzing naar "die uhmm van gister" laat weten dat hij er nog een paar nodig heeft - op 30 januari 2010 na zijn bezoek aan [medeverdachte 6] wordt aangetroffen met cocaïne in zijn auto.

Nu in zaaksdossier 05A en 05B - in welk dossier wordt gesproken over een bol van 250 gram, hetzelfde gewicht van de bollen die bij [betrokkene 8] zijn aangetroffen - de betrokkenheid van verdachte bij de levering van bollen cocaïne aan [medeverdachte 6] en [betrokkene 4] vaststaat, gelet op de contacten tussen [medeverdachte 6] en verdachte op 28 januari 2010 en 29 januari 2010 en gelet op het feit dat de modus operandi in zaaksdossiers 05A, B en D met elkaar overeenkomen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt van hetgeen onder zaaksdossier 05D ten laste is gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank komt uit het gehele zaaksdossier naar voren dat uitsluitend verdachte de zeggenschap had over bollen cocaïne en dat hij alles daaromtrent bepaalde, zoals de prijs, de afleveringen, etc, en dat hij voor de daadwerkelijke aflevering van de bollen anderen, zoals medeverdachte [medeverdachte 1], inschakelde.

Hierbij wijst de rechtbank nog op het gesprek tussen verdachte ([verdachte]) en [betrokkene 19] van 2 februari 2010, nadat [betrokkene 8] dus was aangehouden, waarin het volgende wordt gezegd en waarin volgens de rechtbank met 'K' [medeverdachte 6] wordt bedoeld:

[betrokkene 19]: die K is toch niet gepakt, hijzelf toch niet?

[verdachte]: Welnee man. Ach hij liegt het gewoon weer. Ik zeg je gewoon dat liegt ie.

[verdachte]: hij is gewoon een leugenaar. Eigen schuld. Dan loopt ie maar te klagen. Ik heb helemaal niks en hij weet natuurlijk, hij weet dat niet, zag dat [medeverdachte 1] reed en ken ik nou niks doen, ik verdien niks meer. Dan laat ie mij die bollen zien, mijn eigen bol, ja die ken ik aanpakken voor zesendertig.

[verdachte]: Hoe maakte ie hem nou, ik kan hem aanpakken voor vijfendertig maar dan heb ik en mijn vrienden nog niks verdiend. Dus hij moest vijfendertighalf of zesendertig hebben. Ik zei ach man loop naar je troep met die dingen, die heb ik zelf. Ja.161 en op het sms-bericht van verdachte aan [betrokkene 19] van 18 mei 2010 omstreeks 06.40 uur (nadat verdachte reeds was aangehouden), inhoudende 'Problemen hier. Alles opruimen.'162 Ook uit dit gesprek en dit bericht blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte in de cocaïne handel zat en voorts dat hij met [betrokkene 19] een geheime opslagplaats voor de bollen cocaïne had afgesproken.

Verdachte heeft verklaard dat waar in gesprekken wordt gesproken over bollen vuurwerkbollen worden bedoeld. Verdachte heeft verklaard dat hij enige tijd in vuurwerkbollen, afkomstig uit België, heeft gehandeld. De rechtbank acht ook deze verklaring - die overigens ook pas ter terechtzitting van 25 juni 2012, zijnde meer dan twee jaar na de aanhouding van verdachte, is gedaan en weinig specifiek en concreet is onderbouwd - ongeloofwaardig. In het onderzoek zijn geen vuurwerkbollen aangetroffen, terwijl wel op 30 januari 2010 na het bezoek van [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 6] en [betrokkene 8], bij [betrokkene 8] wel cocaïnebollen zijn aangetroffen. Ook de verwijzing naar 'vuurwerk' in het gesprek tussen verdachte en [betrokkene 19] in het gesprek van 2 februari 2010 kan de rechtbank niet plaatsen in relatie tot de bollen, waarover eerder in het gesprek werd gesproken. De enkele verklaring van [betrokkene 19] bij de rechter-commissaris dat hij in het verleden wel eens wat met vuurwerk heeft gedaan, is onvoldoende ondersteunend voor de verklaring van verdachte. Bovendien heeft [betrokkene 19] bij de rechter-commissaris, nadat het hierboven vermelde deel van OVC-gesprek van 2 februari 2010 aan hem werd voorgehouden, verklaard dat hij niet meer weet wat met die 'bollen' wordt bedoeld.

Ten aanzien van feit 6

[Zaaksdossier 06: bij [medeverdachte 1] aangetroffen 183.940,-- Euro contant]

Op 30 maart 2010 wordt door verbalisanten van het observatieteam gezien dat [medeverdachte 1] zijn personenauto, te weten een grijze Citroën Picasso voorzien van het kenteken [kenteken 6], in een parkeervak voor het perceel Ernest Claeshove [perceelnummer] te Nieuwegein parkeert.163 Voor de deur van perceel Ernest Claeshove [perceelnummer] te Nieuwegein, de woning van [medeverdachte 10], staat een Lexus met het kenteken [kenteken 7] in gebruik bij [medeverdachte 10] geparkeerd.164 [medeverdachte 1] gaat de woning van [medeverdachte 10] binnen en twee minuten later komt hij de woning weer uit en draagt hij een meerkleurig voorwerp van ongeveer 30 cm x 20 cm x 50 cm in zijn linkerhand. [medeverdachte 1] loopt terug naar zijn auto, plaatst hij het voorwerp linksachter in de auto en rijdt weg.165

Vervolgens wordt [medeverdachte 1] constant onder observatie gehouden en op de Rijksweg A2 in de richting van Amsterdam wordt hij staande gehouden. Bij een vluchtig onderzoek in de auto wordt op de bodem van zijn auto direct achter de bestuurderstoel een plastic tas aangetroffen. De inhoud van de tas is afgedekt met verfrommelde tassen. Na het verwijderen van die tassen wordt een grote hoeveelheid euro bankbiljetten zichtbaar, gebundeld met elastieken in een groot aantal stapels. De tas is tot aan de rand gevuld met bankbiljetten in coupures van twintig, vijftig en honderd euro.166 De inhoud van de tas blijkt na onderzoek te bestaan uit een bedrag van € 183.940,00.167 Hierop wordt de auto en de zich daarin bevindende tas met bankbiljetten in beslag genomen en wordt [medeverdachte 1] aangehouden.168

Tijdens nader onderzoek in de auto werden drie mobiele telefoons, waaronder twee Nokia's, in de auto aangetroffen.169 Met een van deze Nokia's is op 28 maart 2010, de dag dat [medeverdachte 1] verdachte naar Schiphol heeft gebracht, een sms-verstuurd naar telefoonnummer […7089] (hierna nr. 7089), dat in het telefoonboekje onder de naam "Lex" staat, met de tekst "bol heeft de tel". Op 29 maart 2010 is met deze telefoon sms-contact geweest met nr 7089. In deze sms-berichten wordt een afspraak gemaakt voor morgen (30 maart 2010) om 13:00 uur bij de buurtsuper.170

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat het bij [medeverdachte 1] aangetroffen geldbedrag van 183.940 euro van hem was en dat hij het geld aan [medeverdachte 10] had uitgeleend.

Ten aanzien van feit 7

[Zaaksdossier 12: Witwassen 4 grote hoeveelheden contant geld ten behoeve van investering in de [bedrijf 2]]

In de periode december 2009 tot en met maart 2010 heeft [medeverdachte 15] ten behoeve van het houtbedrijf [bedrijf 2] gevestigd te Suriname, van welk bedrijf verdachte indirect mede-eigenaar is viermaal een groot contant geldbedrag met een totaal van 850.000 euro van verdachte ontvangen. In ruil hiervoor zou verdachte twintig procent van de aandelen in [bedrijf 2] ontvangen.171

Tijdens een doorzoeking op 18 mei 2010 in de woning van medeverdachte [medeverdachte 8], de zoon van verdachte, zijn vier overeenkomsten tussen verdachte en [medeverdachte 15] aangetroffen.

In de eerste overeenkomst staat vermeld dat verdachte 200.000 euro aan [medeverdachte 15] heeft gegeven en dat verdachte een belang van twintig procent zal verkrijgen in het bedrijf [bedrijf 2], gevestigd te Suriname, door het inbrengen van 1.000.000 euro, waarvan deze 200.000 euro als eerste betaling kan gelden. Deze overeenkomst is ondertekend door verdachte en [medeverdachte 15] en blijkens de aanhef opgemaakt te IJmuiden op 7 december 2009.172

De tweede overeenkomst is een kopie is van de hiervoor aangehaalde en ondertekende overeenkomst, aangevuld met de vermelding: "extra ontvangen op 13 januari 2010 100.000 euro" met daarachter de handtekening van [medeverdachte 15].173

In de derde overeenkomst staat vermeld dat [medeverdachte 15] bevestigt dat hij en verdachte het volgende hebben afgesproken:

"Jij koopt voor 1.000.000 euro twintig procent van de aandelen van [holding] die honderd procent van de aandelen houdt van [bedrijf 2]. Inmiddels heb je heden, 26 januari 2010, reeds 700.000 euro betaald. Het restant zal voor de aandelenoverdracht die zo spoedig mogelijk zal plaats vinden op Aruba worden voldaan."

Ook deze overeenkomst is zowel door verdachte als [medeverdachte 15] ondertekend.174

In de vierde, handgeschreven, overeenkomst schrijft [medeverdachte 15]:

"Beste [verdachte], zoals afgesproken verklaar ik bij deze ten behoeve van [bedrijf 2] een bedrag ontvangen te hebben van € 850.000 (achthonderdvijftigduizend). Deze verklaring vervangt elk vorig schrijven aangaande de totaalstand."

Deze overeenkomst is ook ondertekend door verdachte en [medeverdachte 15] en is gedateerd IJmuiden op 25 maart 2010.175

[medeverdachte 15] heeft de zich op bovengenoemde overeenkomsten bevindende handtekeningen als de zijne en die van verdachte herkend en verklaard dat hij deze overeenkomsten inderdaad met verdachte heeft gesloten.176 Hij heeft de vier geldbedragen, in totaal 850.000 euro, contant van verdachte te IJmuiden ontvangen. Vervolgens heeft [medeverdachte 15] de geldbedragen naar een woning gelegen op de derde etage van een portiekflat aan de Tjalkstraat te Amsterdam gebracht, alwaar hij de geldbedragen heeft afgegeven aan een hem onbekende man, welke luisterde naar de naam 'Rob'. Deze Rob zou voor de verdere verzending van het geld buiten het reguliere bancaire verkeer om naar Suriname zorgen.177 Van de betalingen van genoemde geldbedragen, zowel van verdachte aan [medeverdachte 15] als van [medeverdachte 15] aan NNRob, zijn - behalve de vier hierboven genoemde overeenkomsten tussen verdachte en [medeverdachte 15] - geen digitale of papieren administratieve bescheiden gevonden.

Ten aanzien van feit 8

[Zaaksdossier 13: In de kelder van de garage van de woning van [medeverdachte 8] aangetroffen contant geldbedrag van 665.000,-- Euro]

Op 18 mei 2010 vindt een doorzoeking plaats in de woning van [medeverdachte 8]. Voorafgaand aan de doorzoeking wordt door de rechter-commissaris aan de in de woning aanwezige personen gevraagd of er geld of waardevolle goederen in de woning aanwezig zijn. De betrokkenen verklaren dat er niets van dergelijke zaken in de woning aanwezig is.178 Vervolgens wordt tijdens de doorzoeking geconstateerd dat in de garage van de woning tegen de achtermuur een kast gebouwd is en dat men via twee kastdeurtjes toegang tot een daarachter liggende souterrain/kelder kan krijgen. In de rechterhoek van de kelder treffen de verbalisanten onder een oranjekleurig dekzeil tuinstoelkussens aan en daaronder een donkerblauwe sporttas, waarvan de rits geopend is. Bovenop de tas ligt een stapel kranten van "De Pers", alle gedateerd vrijdag 6 november 2009. Onder de kranten bevindt zich een aanzienlijke hoeveelheid contant papiergeld in verschillende coupures en verpakt in bundels van verschillende groottes. De verdeling van de coupures en de bedragen zijn als volgt:

236 x € 500,- = € 118.000,-

505 x € 200,- = € 101.000,-

1.710 x € 100,- = € 171.000,-

1.000 x € 50,- = € 50.000,-

4.500 x € 50,- = € 225.000,-

Totaal € 665.000,-.179

[medeverdachte 8] heeft tegenover de politie en de rechter-commissaris verklaard dat hij de sporttas met het geld van zijn vader, verdachte, had gekregen ter bewaring, dat - voor zover hij zich kan herinneren - hij de tas met geld heeft gekregen zoals die bij hem is aangetroffen, dat hij wist dat er geld in zat, dat hij de tas in de kelder heeft gezet, dat zijn vader er bij was toen hij de tas opborg en dat het geld bedoeld was om te investeren.180 In het verhoor van 19 mei 2010 heeft [medeverdachte 8] verklaard dat hij de krant in de tas heeft gelegd en dat hij het veel geld vond.181

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 6, 7 en 8:

Uit de hierboven vermelde redengevende feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat zowel [medeverdachte 8] als [medeverdachte 15] als [medeverdachte 1] zeer grote contante geldbedragen, in diverse coupures, van verdachte voorhanden hebben gehad. Het geld bij [medeverdachte 8] lag verborgen in een niet direct toegankelijke kelderruimte onder een afdekzeil en onder tuinkussens. Het geld bij [medeverdachte 1] in de auto zat verborgen in een tas. [medeverdachte 15] heeft in een tijdsbestek van vier maanden een zeer groot contant geldbedrag, van 850.000 euro ontvangen van verdachte, zonder dat zulks officieel, zoals bij een notaris, is vastgelegd en zonder dat hij hier zekerheid voor verlangde. De geldbedragen zijn contant aan [medeverdachte 15] gegeven.

Het fysiek voorhanden hebben van dergelijk grote geldbedragen is vreemd en ongebruikelijk. Daarnaast brengt het voorhanden hebben van contanten in huis aanzienlijke veiligheidsrisico's, zoals verlies door inbraak, brand of lekkage, met zich mee. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat vele vormen van criminaliteit, en in het bijzonder drugshandel, gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Vorenstaande redengevende feiten en omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden van witwassen. Gelet op dit vermoeden mag van verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld, die concreet en verifieerbaar moet zijn en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.

De echtgenote van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 13] (hierna: [medeverdachte 13]), heeft naar aanleiding van de bij haar zoon [medeverdachte 8] aangetroffen tas met contant geld bij de politie verklaard dat die tas door haar man naar haar zoon was gebracht om aldaar te bewaren en dat haar man haar desgevraagd had geantwoord dat hij het geld had verdiend met drugs.182 De rechtbank acht deze verklaring betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. In de eerste plaats merkt de rechtbank hierover op dat deze verklaring van [medeverdachte 13] niet direct - maar een dag later - is afgelegd nadat zij is geconfronteerd met de buitenechtelijke relatie, en het daaruit geboren kind, van verdachte. Voorts is [medeverdachte 13] voorafgaand aan en op sommige momenten tijdens haar verhoren bijgestaan door een advocaat en heeft zij telkens een dag later, nadat zij daarvoor ruim de tijd had gekregen, haar verklaringen ondertekend.183 Verder heeft [medeverdachte 13] tijdens haar verhoor bij de rechter-commissaris op een vraag van de officier van justitie niet kunnen of willen uitleggen waar de vermeende druk door de verbalisanten op haar tijdens het tweede verhoor, van 19 mei 2010, uit zou hebben bestaan.184 De in de processen-verbaal gerelateerde verklaringen van [medeverdachte 13] en de wijze waarop deze tot stand zijn gekomen, wordt ondersteund door de in het dossier aanwezige geluidsopnamen van de verhoren van [medeverdachte 13].185 Daarnaast wordt de verklaring van [medeverdachte 13] ondersteund door de overige inhoud van het gehele dossier Onderzoek Vista. Zo is uit de zaaksdossiers ZD01, ZD03, ZD04, ZD05, ZD11, ZD12, ZD14 en ZD15 in samenhang met de dossierstukken inzake het financieel onderzoek naar verdachte en [medeverdachte 13]186 en gelet op het proces-verbaal OVC (Opnemen Vertrouwelijke Communicatie)-geldgesprekken d.d. 20 december 2010187 naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam gebleken dat het niet anders kan dan dat het geld, dat afkomstig was van verdachte, geen legale herkomst heeft en afkomstig is van enig misdrijf, te weten drugshandel.

Noch door verdachte noch anderszins is voldoende aannemelijk gemaakt dat het geld een legale herkomst had. De niet concrete en niet verifieerbare verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris op 17 november 2011 dat hij de geldbedragen heeft gekregen van iemand om te investeren, acht de rechtbank hiertoe volstrekt onvoldoende. Ook aan het pas bij brief van 11 april 2012 door de raadsman van verdachte aan het dossier toegevoegde stuk, te weten een verkoopakte d.d. 25 maart 2010, op grond waarvan verdachte vanaf december 2009 een geldbedrag van twee miljoen euro contant zou hebben ontvangen, hecht de rechtbank in dit verband geen waarde. Zo acht de rechtbank het onbegrijpelijk dat verdachte pas na bijna twee jaar nadat hij is aangehouden deze verkoopakte te berde brengt. Dat hij pas medio 2012 - na zijn ontmoeting met [betrokkene 20] in maart 2012 - erachter kwam dat hij thuis de overeenkomsten nog had liggen in een geheim laatje, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte had toen immers al gedurende geruime tijd vastgezeten en was op de hoogte van de beschuldigingen jegens hem.

Daarbij is uit het dossier, en met name uit de tapgesprekken, de OVC-gesprekken van verdachte (met onder andere verdachte dan wel [betrokkene 21]) en de observaties in het geheel niet gebleken dat verdachte in contact zou zijn getreden met de vermeende koper [betrokkene 20], dat verdachte en [betrokkene 20] een verkoopakte zouden zijn overeengekomen en dat verdachte geld - al dan niet via [betrokkene 21] - van [betrokkene 20] zou hebben ontvangen. Ook de verklaring van [betrokkene 20], zoals opgenomen in het proces-verbaal van getuigenverhoor van 17 april 2012, is naar het oordeel van de rechtbank zo weinig concreet en specifiek dat zulks verder afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaring van verdachte en de gestelde verkoopakte van 25 maart 2010. De getuigenverklaringen, zoals afgelegd ter zitting door [betrokkene 20] en [medeverdachte 15] op 15 juni 2012, brengen hierin geen verandering. Zo staat de verklaring van [betrokkene 20] haaks op zijn eerder bij de politie afgelegde verklaring en komt op sommige punten niet overeen met de verklaring van verdachte. Niet valt te begrijpen waarom [betrokkene 20] als getuige op zitting wel concrete en specifieke feiten en omstandigheden wist te vermelden, terwijl hij dat bij zijn verhoren niet wist, en waarom hij op zitting zo anders heeft verklaard. Afgezien hiervan, blijft de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, omdat - behalve de niet geloofwaardige verklaring van [betrokkene 20] bij de politie en ter terechtzitting, nergens in het dossier aanknopingspunten voor deze verklaring te vinden zijn, terwijl verdachte juist in die periode veelvuldig werd geobserveerd en afgeluisterd. Noch in de OVC-gesprekken tussen onder andere verdachte en [medeverdachte 8] en [betrokkene 21], noch in de verklaringen van getuigen dan wel medeverdachten, is hieromtrent iets over terug te vinden. De verklaring van verdachte dat hij zulks niet aan zijn zoon wilde vertellen is ongeloofwaardig, gelet op de nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn zoon met betrekking tot het bedrijf in Suriname. Ook is gelet op het verslag van de bespreking van verdachte met zijn zoon en [medeverdachte 15] van 13 februari 2010 (B13 008206), waaruit blijkt dat het slecht ging met het bedrijf in Suriname, onbegrijpelijk dat verdachte nog eens € 600.000,- zou gaan investeren. Tot slot sluiten de bedragen die verdachte van [betrokkene 20] zou hebben ontvangen van respectievelijk € 350.000,00 (december 2009), € 850.000,00 (januari 2010) en € 800.000,00 (maart 2010), niet aan bij de aan [medeverdachte 15] betaalde bedragen van € 200.000,00 (7 december 2009), € 100.000,00 (13 januari 2010), € 400.000 (26 januari 2010) en € 150.000,00 (25 maart 2010).

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in onderling verband en in samenhang bezien met het enorme contante geldbedrag zoals onder verdachte is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat het geld een criminele herkomst had, zodat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van 183.940 euro, 850.000 euro en 665.000 euro.

Ten aanzien van feit 11

[Zaaksdossier 15: het kweken van hennep in de kelder behorende bij het pand aan de [eigendom verdachte]]

Het bedrijfspand met grond gelegen aan de [eigendom verdachte] te IJmuiden, gemeente Velsen, is eigendom van verdachte en zijn echtgenote [medeverdachte 13]. Verdachte en [medeverdachte 13] zijn eigenaar sinds 3 februari 2006.188 Het pand [eigendom verdachte] bestaat uit een boven- en benedenwoning en een bedrijfsruimte (hierna: de loods).189 Verdachte en [medeverdachte 13] hebben het pand gekocht van [betrokkene 22]. Zij verhuurde de loods vanaf februari 1998 tot en met de verkoop in februari 2006 aan de zwager van verdachte en [medeverdachte 13] [betrokkene 23] (hierna: [betrokkene 23]) en kreeg in verband met de verhuur omstreeks 1999 ook te maken met '[betrokkene 24]'. Zowel [betrokkene 23] als [betrokkene 24] ([betrokkene 24]) hadden te maken met [bedrijf 3].190 Zowel [betrokkene 23] als [betrokkene 24] stonden vanaf 1 oktober 2004 geregistreerd als vennoot van [bedrijf 3], gevestigd aan de [eigendom verdachte], te IJmuiden.191 [betrokkene 23] is per 1 augustus 2010 uitgeschreven als vennoot. Sinds 2 april 2008 is [medeverdachte 13] tevens eigenaar van de garages met grond, gelegen aan de [eigendom verdachte].192

Medeverdachte [medeverdachte 9] heeft blijkens een zich bij de stukken bevindende huurovereenkomst de loods met ingang van 2 februari 2006 voor een periode van vijf jaar gehuurd voor € 650,00 per maand. De huurovereenkomst is gesloten en getekend door [medeverdachte 13] in hoedanigheid van verhuurder en [medeverdachte 9] in hoedanigheid van huurder.193 [medeverdachte 13] heeft het verhuren van de loods bevestigd.194 Ook verdachte heeft zulks ter zitting bekend.

Op 18 mei 2010 werd een doorzoeking verricht in voornoemd perceel.195 Met betrekking tot de loods werd het volgende geconstateerd. De politie trof achterin de loods, achter een verrijdbare stellingkast met daarachter een houten plaat, onder meer een zogenaamde droogruimte aan. In deze droogruimte werden - onder meer - aangetroffen:

- twee grote plastic zakken met in totaal 573 gram hennepgruis;

- drie zakjes met geperst hash, met een totaal gewicht van 309 gram.196

Voorts werd achter een vernuftig en heimelijk uitgevoerde wand van een aparte kantoorruimte voorin de loods achter een bureau een deur aangetroffen, die toegang gaf tot een kleine ruimte. In deze ruimte bevond zich een vloerluik, dat vervolgens toegang gaf tot een kelder. In deze kelder werd een in werking zijnde hennepkwekerij met 390 planten aantroffen.197

Ook in de bovenwoning, welke gehuurd en bewoond werd door vader ([betrokkene 25]) en zoon ([betrokkene 26]) [betrokkene 25 en 26], werd een hennepplantage aangetroffen.198 Deze maakt geen onderdeel uit van de tenlastelegging.

Op 17 november 2009 hebben verdachte en [betrokkene 23] een gesprek in de auto van verdachte, waarin zij spreken over de inkomsten van verdachte uit de [eigendom verdachte]. Dit gesprek tussen verdachte (F) en [betrokkene 23] (T) houdt onder meer het volgende in:

T: Hou alsjeblieft op.

F: Ja maar buiten dat ik wil het niet eens over hun hebben maar het gaat me nou gewoon om datgene. Ik wil gewoon, kijk ik heb ze achter ook heb ik gekocht, huren ze voor tweeënhalf meier, daar gaat het allemaal niet om. De tuin hebben ze erbij. Ik wil helemaal niet het vel over hun neus maar als ik nou het pand toch niet kwijt raak dan moet ik wel zorgen dat het pand afbetaald wordt.

T: Luister [verdachte], we gaan het zo doen. We gaan natuurlijk we gaan het heel slim aanpakken en dat is het volgende. Wat jij nou net zei over [betrokkene 24]. Kijk der zijn bepaalde dingen, dat weet jij ook, dat mensen mij ook nog uit de tijd dat ik eruit was, bepaalde dingen bij mij neergelegd hebben, ook betreffende hem. Daarom zien ik die mensen ook niet meer want die zijn bang dat ik hun daar op aan ga spreken. Je snapt precies wat ik bedoel want daarom komen mensen niet bij me omdat ze een slecht geweten tegenover me hebben.

F: Ja.

T: Oke dat weet ik want ik ben veel slimmer als hun. Laat maar gaan. [betrokkene 24] heb het ook een beetje, een klein beetje laten verwateren maar die ...(ovs) jongen heb een geweten dat merk ik. Hij was vorige week met die [naam] bij me kwamen ze werk brengen en alles. [betrokkene 24] die wil echt, maar die wordt ook geremd, je weet net hoe het gaat. Dan ga ik natuurlijk heel slim. Ik heb het toen [betrokkene 24] al eens een beetje door laten schemeren. Dan ga ik eerst met [betrokkene 24] even praten en zeg ik [betrokkene 24] luister. Laten we even met zijn tweeën heel verstandig praten. [verdachte] is niet meer tevreden, heel simpel en ik heb het al eens een keertje bij hem aangekaart een jaar geleden. Heb ik gezegd we moeten eens binnenkort om de tafel met zijn allen. Reageren ze niet op want ze weten hoe het zit.

F: Ja nu reageert hij ook niet weet je. Ik heb gezegd.. je moet je naam ...Want hij staat ingeschreven op het clubhuis.

T: Ja.

F: Die [betrokkene 25]. Wist je dat?

T: Nou dat weet ik.

F: Nou waarom staat ie daar niet ingeschreven. Ik zeg zet het maar op je zoons naam, kan mij het verrotten op wiens naam ie het zet. Maar nou heb ik het op mijn naam.

T: Ja.

F: En hij denkt dat hij dan gevrijwaard is als hij gepakt wordt met zijn weedhokkie daar boven. Nou echt niet want ik zeg à la minuut. Hij woont daar. Of denk ie dat ik de kat ga laaien voor hem?

T: Nee natuurlijk niet.

F: Hij kan voor mij een dikke lul krijgen. Dus dat doen ik echt niet.

T: Maar jij staat wat dat aan gaat toch ook volledig in je recht ben je gek. Ik bedoel je hebt het toen voor mij gedaan.

F: Voor jou ja en niet voor hun nee.

T: En niet voor hun nee. En toen heb ik nog voor hun heb ik nog heel mans tegen je zitten zeggen. Ja en straks verkoop je het met een klap winst hoe zit het dan. En toen was je ook nog zo bereidwillig om te zeggen, jongens dan delen we. Dus ik bedoel onthoud dat ook even [verdachte] als je in gesprek terecht komt, maar laat mij eerst effentjes met [betrokkene 24] effentjes. Want kan ik mijn mond houden.

(fragment)

F: (onverstaanbaar).....met hun te maken. Helemaal niets. Maar dank denk ik bij me eigen. Kijk (onverstaanbaar)...ik weet niet ongeveer wat ze draaien dat maakt me helemaal geen bal uit. Ik ben tevreden met wat je hebt. Maar kijk ik betaal niks af. Ik betaal alleen maar rente.

Dat ging erom dat ik dat pand op een gegeven moment kon verkopen. Nou het is niet te verkopen. Dinge zegt ik doe dat niet want ik heb hoe heet het gesproken. Dan denk ik bij mijn eigen ik heb er nu met die garageboxen erachter in zitten voor 280.000 euro, 380.000 euro, Ja? Nou ehh zeg maal ehh 5 of 6 procent, hoeveel rente is dat per jaar. Buiten de aflossing he.

T: Ja ja.

F: Heb ik het alleen maar over rente. Nou dat is achttien ruggen rente of iets dergelijks. Ja? Ik heb geen belastingvoordeel omdat het is een tweede pand. Je onroerend goed belasting, je verzekeringen ehh.

T: Je hele pakket.

F: Je hele pakket dan tel je dan gewoon allemaal bij mekaar op. Wat had ik nou nog meer want ik had nog iets. Kosten wat erbij kwam.

T: Verzekering?

F: Gas, licht en water, want dat betaal ik van die bovenste weet je wel, apart. Van [betrokkene 25]. Nou dan krijg ik zevenenhalf meier van [betrokkene 25], vierenhalf meier van die gozer die er beneden in zit. Tweeënhalf meier van het pandje erachter, die garageboxen en dan krijg ik een rug voor die ehh loods. Dat is natuurlijk goed betaald. Maar al met al was dat even kijken hoor, zevenenhalf, ehh

T: Eenentwintig meier zeg maar, tweeëntwintig meier.

F: Ja.

T: En dan die honderd knaken ehh, is vijfentwintighonderd euro.

F: Honderd knaken, waarvan?

T: Van die achterloods.

F: Ja zevenenhalf, vier is twaalf, twee, ja zeg maar vijfentwintig meier.

T: Ja. Voor het gemak.

F: Voor het gemak.

T: Gaat af, energie.

F: Der gaat af die ehh energie tweeënhalf, driehonderd.

T: Verzekering.

F: Nee dan moet je gewoon het hele jaar neem je, dat is vijfentwintig meier, dat is dertig ruggen per jaar en ik zat op kosten zo'n beetje ik geloof van zevenentwintig of achtentwintig, want ik heb het op zitten tellen. Buiten mijn aflossing, los ik niks af.

T: Nee ehh dat snap ik.

F: Nou dus eigenlijk wat ik aan extraatje krijg, die twee rooitjes, dat zou eigenlijk dat is mijn aflossing. Dus wat schiet ik nou met dat hele gebeuren dan eigenlijk op. Dat ik een extra deeltje krijg, helemaal niks. Nou dan gaan ze de club maar minder lopen geven dan gaan ze mij maar meer lopen geven. Ik ga gewoon de huur omhoog schroeven want ik wil gewoon wit geld daardoor creëren. Want die [betrokkene 25] (fon) wil niks betalen want dat kan ik niet verantwoorden bla bla bla. Ik zeg je zoon werkt toch ook dan doe je toch of je samenwoont daaro. Trouwens niemand, geen haan die er naar kraait wat jij aan huur betaald.

T: Wat bedoel je?

F: Als [betrokkene 25] als ik tegen [betrokkene 25] zeg gaat gewoon een rug betalen dan betaalt de club maar tweeënhalf meier meer mee, snap je.

T: Oh op die toer ja.

F: Ja en dan heb ik een rug wit inkomsten van boven, dan kan ik afbetalen. Nu wat ik nu vang dat is eigenlijk mijn rente.

T: Ja.

F: Dus ik kan niet verantwoorden, waar haal ik dat geld nou vandaan om het af te betalen.

(fragment)

F: Je zegt gewoon: anders verkoopt ie het. Dan kunnen jullie er gewoon allemaal eruit gaan. Dan gaat het gewoon weg. Dat doen ik ook. Dan zet ik het op een katvanger (fon) zijn naam kan mij niet schelen. Dan doe ik het zogenaamd weg doen. Dan hebben ze niks. Moeten ze zelf weten

T: Dus ik ga eerst [betrokkene 24] even inlichten

F: Verleden keer met Henkie, toen stonk het naar weed daar.

T: Dat heb ik al een paar keer gehoord.

F: Maar dat komt van hem boven af.

T: Ja dat weet ik.

F: En niemand durft wat te zeggen tegen hem.

T: Waarom niet dan.

F: Weet ik veel, die [betrokkene 24] moet toch eigenlijk ook zeggen, joh dat gaat niet. We zijn bezig beneden, kun je boven niet een beetje lopen kweken. Sodemieter lekker op. Ja maar het is niks, zijn maar twee kastjes. Het gaat niet om die twee kastjes, het is niet dat ik het niet gun.

T: Het is een vieze egoïst man een vieze gore egoïst.

F: .....(onverstaanbaar)

T: Een jankert, een jankert is het.

F: Ik zeg je moet het op je naam nemen. Ja ja ja. Kan het eigelijk niet verantwoorden. Ik zeg, je zoon werkt toch ook, dan neemt die het op zijn naam.

T: Weet je wat het is, hij heb een ehh bovengemiddeld inkomen vandaag de dag met zijn voorschot.199

Op 31 januari 2010 vindt een gesprek plaats tussen [medeverdachte 13] (M) en verdachte (F). Dat gesprek houdt onder meer het volgende in:

M: Nou, hoe vond je het?

F: Ja netjes hoor. Als ik nou dat zie en ik zie dat ding op uh...

M: [eigendom verdachte]?

F: Nee. Op het terrein

M: Hoe bedoel je?

F: Dat ze daar.... Wat ik daar heb

M: Ohhh...Nee ik bedoel de ruimte is dat net zo groot of uh....

F: Neee, dat zijn allemaal hokkies, zijn dat meer. Kleinere appartementen

M: Nee, ik bedoel dat is drie (3) [medeverdachte 3] wat we gekocht hadden. [eigendom verdachte]. Dit kost twee veertig (2 40).

F: Ja, ik moet horen hoeveel het precies kost. Moet nog over hebben eerst.

Stilte

F: Kijk hij hij doet dat kweken daarboven natuurlijk, Ja?

M: Ja [verdachte].

F: Nou dan moet ik mij deel, krijg ik dan toch gewoon.

M: Ja, maar ik kan dat toch niet voor de waarheid op mijn naam nemen.

F: Nee, je hoeft niks op je naam te nemen. Misschien doe ik.....

M: Ik koop het niet hoor.

F: Ik krijg ...Waarom? Het is allemaal uh... nog effe...

M: Ik doe het niet. Ik kan het niet....m'n geweten allemaal. Ik ga me eigen niet nog meer vergiftigen.

F: Nou dat hoeft ook niet.200

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 11:

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het pand [eigendom verdachte] was gekocht voor onder meer het stallen van de strandstoelen en windschermen van zijn echtgenote. De rechtbank acht het onaannemelijk dat verdachte en [medeverdachte 13] het pand zouden hebben gekocht om de strandstoelen kwijt te kunnen, terwijl het huurcontract met betrekking tot de opslagruimte één dag eerder is opgesteld dan de verkrijging in eigendom van het pand door verdachte en [medeverdachte 13].

Voorts acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [medeverdachte 9] voor een relatief hoge huur van € 650,00 per maand een loods huurde voor een periode van vijf jaar voor de opslag van de inboedel voor zijn moeder, terwijl zijn moeder pas op 11 januari 2007 is overleden.201 Daarbij komt dat [medeverdachte 9] sinds 2006 woonachtig in Litouwen is202 en dat uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 9] in de periode van juli 2008 tot en met mei 2010 slechts zes keer in Nederland is geweest.203 Het ligt dan ook niet voor de hand om de huur cash te betalen zoals [medeverdachte 13] heeft verklaard. Ook komt dit niet overeen met de verklaring van [medeverdachte 9] dat hij ongeveer één keer in de vijf weken naar Nederland komt (B15 009118), noch met verklaring van [medeverdachte 13] dat [medeverdachte 9] bijna maandelijks naar Nederland komt (B15 009115) en de huur altijd contant betaalt (B15 009115), noch met de betaaldata voor de loods, vermeld in het notitieblok van [medeverdachte 13].204 Ook anderszins komt de administratie van [medeverdachte 13] omtrent de ontvangen betalingen van [medeverdachte 9] de rechtbank niet aannemelijk voor, gelet op het OVC-gesprek tussen verdachte en [betrokkene 23] van 17 november 2009, waarin gesproken wordt over de opbrengsten van de [eigendom verdachte] maar niets naar voren komt omtrent een huur van € 650,00 die door [medeverdachte 9] zou zijn betaald, terwijl wel wordt gesproken over een rug (€ 1000,00) die betaald wordt voor de loods. Tot slot leidt de rechtbank uit een OVC-gesprek van 18 juli 2009 tussen [medeverdachte 13] en verdachte af dat [medeverdachte 9] niet beschikte over de sleutel van de loods. In dit OVC-gesprek zegt verdachte namelijk dat even langs die jongens gegaan moet worden voor de sleutel van dat hek en een sleutel van dat loodsie.205

Uit voornoemd OVC-gesprek tussen verdachte en [betrokkene 23] leidt de rechtbank af dat er niet € 650,00 doch € 1000,00 ("een rug") ontvangen werd voor de verhuur van de loods. Voorts leidt de rechtbank uit de verschillende fragmenten van dit gesprek - in onderling verband en samenhang bezien - af dat verdachte en [betrokkene 23] in ieder geval op 17 november 2009 op de hoogte zijn van de hennepplantage in de kelder van de loods. Verdachte verklaart immers dat hij het toen voor [betrokkene 23] heeft gedaan. Hiermee doelt verdachte kennelijk, zo leidt de rechtbank af uit de verdere inhoud van het gesprek, op de aankoop door verdachte en [medeverdachte 13] van [eigendom verdachte]. [betrokkene 23] was destijds huurder van de loods. Verder zegt [betrokkene 23] dat hij met [betrokkene 24] gaat praten en zegt verdachte dat het naar weed stonk en - in dat verband - dat [betrokkene 24] moet zeggen "joh, dat gaat niet. We zijn bezig beneden, kun je boven niet een beetje lopen kweken." Uit het gesprek is verder af te leiden dat er een relatie is met de 'club'. Kennelijk wordt daarbij gedoeld op het bedrijf [bedrijf 3], welk bedrijf op [eigendom verdachte] een winkel had voor onderhoud van Harley Davidson motoren, en welk bedrijf de garages aan de [eigendom verdachte] huurde voor € 250,00 per maand.206 In dit verband wijst de rechtbank verder nog op de uitspraak van verdachte dat "ze" achter huren voor tweeëneenhalf meier en dat ze de tuin erbij hebben. Met de tuin wordt hier kennelijk op de hennepkwekerij in de kelder van de loods gedoeld. Met [betrokkene 24] wordt kennelijk bedoeld eerdergenoemde [betrokkene 24].

De rechtbank concludeert op grond van al deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien dat het niet anders kan zijn geweest dan dat [medeverdachte 9] zich met medeweten van verdachte en [medeverdachte 13] 'op papier' als huurder heeft voorgedaan van de bedrijfsruimte aan de [eigendom verdachte] te IJmuiden en dat de feitelijke gebruikers van deze ruimte een hennepkwekerij exploiteerden. Door de loods ter beschikking te stellen, met de wetenschap dat er een hennepkwekerij in was gevestigd, is verdachte naar het oordeel van de rechtbank medeplichtig aan het kweken van de hennep.

Ten aanzien van feit 12

[Zaaksdossier 11: criminele organisatie]

Verdachte wordt, kort gezegd, deelneming aan een criminele organisatie verweten, die als oogmerk had (internationale) handel in verdovende middelen van Lijst I van de Opiumwet, alsmede het witwassen van de hieruit verkregen gelden.

Voor het aannemen van het bestaan van een criminele organisatie moet sprake zijn van een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste één ander persoon.207 Voorts moet worden vooropgesteld dat van deelneming aan een organisatie als bedoeld in de art. 140 Wetboek van Strafrecht slechts dan sprake kan zijn, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk van het plegen van strafbare feiten.208

In deze zaak gaat het om [verdachte] en een aantal verdachten rondom hem dat door het Openbaar Ministerie tezamen wordt aangeduid als 'de organisatie [verdachte]'.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat een groep mensen rondom verdachte zich gedurende de periode van - ten minste - eind oktober 2008 tot en met 18 mei 2010 heeft beziggehouden met handel in harddrugs. De rechtbank verwijst in dit verband naar de zaaksdossiers ZD01, ZD04, ZD05 en ZD06. Voorts wijst de rechtbank op de volgende uit de bewijsmiddelen blijkende feiten en omstandigheden.

Verdachte is de leider van de organisatie. De woning van verdachte werd veelvuldig bezocht door criminele contacten van verdachte, zoals [medeverdachte 11], [medeverdachte 10] en de familie [betrokkene 3 en 4].209 Verdachte was degene die andere ontbood bij hem.210 Niet is gebleken dat verdachte, die vanaf 2004 op de loonlijst stond van [bedrijf 4] verpakkingen voor een salaris van € 1200,00 per maand211, en die op 17 november 2009 verklaarde "ik rentenier"212, daadwerkelijk legale werkzaamheden verrichtte, terwijl hij toch over zeer grote hoeveelheden 'cash' geld beschikte en in vergelijking met een 'modaal gezin' in zeer grote welstand leefde.213 [medeverdachte 13] heeft verklaard dat het geld van haar echtgenoot, verdachte, verdiend werd met handel in drugs.214 [medeverdachte 13] heeft ook verklaard dat verdachte regelmatig met geld thuis kwam, bedragen van 20.000 of 40.000 euro per keer en dat dit best wel wekelijks gebeurde.215

De organisatie van verdachte kende een grote mate van (criminele) professionaliteit; zoals uit zaaksdossier ZD01 volgt werd er gebruik gemaakt van 1-op-1 telefoons, werden afspreeklocaties gecodeerd doorgegeven216, en werd er vaak gewisseld van telefoon. Verder werden inhoudelijke gesprekken zowel per telefoon als in de auto vrijwel niet gevoerd. Als een gesprekspartner iets wilde vertellen over de 'handel' werd vrijwel onmiddellijk door verdachte aangegeven daarmee te wachten en dat buiten de auto te doen.217 Bij verdachte is ook een gsm-jammer aangetroffen.218 Voorts is gebleken dat gepoogd is door verdachte om zijn auto te sweepen (te controleren of er afluisterapparatuur was geplaatst).219 Verder hebben [medeverdachte 11] en verdachte op 4 april 2009 sms-berichten gewisseld over de aanschaf van een crypto telefoon waarbij verdachte aangaf dat dit voor de toekomst handig zou kunnen zijn.220 Dat de organisatie van verdachte professioneel werkte wordt door verdachte bevestigd; hij noemde zichzelf en [medeverdachte 11] immers 'prof'.221

Verdachte had enkele rechterhanden c.q. vertrouwelingen, van wie [medeverdachte 11] en [medeverdachte 1] de voornaamste zijn. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen zoals deze hiervoor bij de verschillende feiten zijn opgenomen dat bij het vervoer en levering van cocaïne, MDMA, 2C-B en amfetamine veel verschillende personen waren betrokken. Van [medeverdachte 11] en [medeverdachte 1] is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat zij deel uitmaakten van de gestructureerde organisatie van verdachte.

[medeverdachte 11] was voor verdachte de rechterhand, met wie hij veel transacties overlegde. [medeverdachte 11] was vaak aanwezig in Amsterdam bij ontmoetingen in het kader van de 'Polen-zaak',222 maar [medeverdachte 11] voerde ook gesprekken met verdachte over 'wit' en 'zwart geld',223 investeringen in bijvoorbeeld een vakantiehuisje,224 sprak lopende trajecten door met verdachte en onderhield contacten met medeverdachten als [medeverdachte 2] en [medeverdachte 10].225 [medeverdachte 11] was van veel op de hoogte. Kenmerkend is het waarnemen van de telefoon als verdachte op vakantie is.226

[medeverdachte 1] werd door verdachte ingezet voor allerhande klusjes. [medeverdachte 1] is naar Warschau gereisd met [medeverdachte 2] (ZD01), is betrokken bij de levering van bollen cocaïne (ZD05) en heeft geld opgehaald bij [medeverdachte 10] voor verdachte (ZD06).227 [medeverdachte 1] maakt ook geld over als een connectie van verdachte in de gevangenis zit.228 [medeverdachte 1] verleent bij alle bewezen verklaarde feiten hand- en spandiensten aan verdachte en dit beperkt zich niet tot enkele momenten, maar vindt plaats gedurende de gehele bewezenverklaarde periode.

Naast (internationale) handel in verdovende middelen van Lijst I van de Opiumwet was ook het witwassen van geld een oogmerk van de organisatie. Verdachte sprak met [medeverdachte 11] maar ook met anderen veelvuldig over geld investeren, 'wit'/ zwart geld, indekken en heeft ook daadwerkelijk geld witgewassen. Onder andere door cash geld te investeren in Suriname, cash geld in een sporttas onder te brengen bij [medeverdachte 8] en geld te laten vervoeren door [medeverdachte 1].229

De rechtbank acht op grond van het bovenstaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, die als oogmerk had (internationale) handel in verdovende middelen van Lijst I van de Opiumwet en witwassen.

4.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 10, 11 subsidiair en 12 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

Ten aanzien van feit 1

hij in de periode van 01 november 2008 tot en met 19 februari 2009 te IJmuiden en te Amsterdam en elders in Nederland en in Polen en in Duitsland tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren en/of verstrekken en/of afleveren van een hoeveelheid, cocaïne, voor te bereiden en te bevorderen,

- zich en/of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen

van dat feit heeft getracht te verschaffen en- voorwerpen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders opzettelijk

- telefoongesprekken gevoerd en SMS-berichten verzonden en/of uitgewisseld, waarin bij hem en zijn mededaders bekende ontmoetingsplaatsen al dan niet gecodeerd en/of versluierd ('locatie 1, 2 of 3') werden afgesproken en/of aan elkaar werden doorgegeven en

- ontmoetingen bijgewoond op die al dan niet gecodeerd en/of versluierd

aangeduide en/of aan elkaar doorgegeven ontmoetingsplaatsen en in het bedrijf [bedrijf 1], gevestigd aan de Vissershavenstraat te IJmuiden en

- telefoontoestellen overgedragen en/of in ontvangst

genomen specifiek bestemd en bedoeld voor de onderlinge communicatie tussen één of meer mededaders en

- telefoongesprekken gevoerd en SMS-berichten verzonden en afspraken gemaakt omtrent

* het tijdstip, waarop en/of de termijn, waarbinnen de hoeveelheid cocaïne in Polen zou worden overgedragen en/of afgeleverd en/of vervoerd, en

* de bezichtiging en inspectie van de af te nemen hoeveelheid cocaïne in Polen en

* het met elkaar in contact brengen van personen in Polen waaronder de chauffeurs van het voorgenomen transport en

* de noodzaak van het activeren van een telefoontoestel in gebruik bij die contactpersoon in Polen en

* de naam van één van de chauffeurs, die de hoeveelheid cocaïne zouden gaan vervoeren ("Ziggy"),

waarbij zijn mededaders, te weten: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], zich

- per auto naar Warschau (Polen) hebben begeven teneinde aldaar persoonlijke ontmoetingen te hebben met andere mededaders en

- van Warschau (Polen) naar Kiel (Duitsland) hebben begeven teneinde aldaar aan hem, verdachte, verslag uit te brengen van en/of te berichten omtrent de ontmoetingen en afspraken gemaakt in Polen;

Ten aanzien van feit 2 primair

hij in de maand januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, en elders in Nederland en te Duitsland en te Litouwen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 30.720 pillen/tabletten MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Ten aanzien van feit 4 subsidiair:

[betrokkene 6] en [betrokkene 3] op 11 februari 2010 te IJmuiden en elders in Nederland en te Duitsland met gebruik van een auto (BMW met Duits kenteken) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland hebben gebracht en hebben vervoerd en aanwezig hebben gehad ongeveer 43 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op 11 februari 2010 te IJmuiden opzettelijk behulpzaam is geweest en tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op 11 februari 2010 te IJmuiden, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door opzettelijk

- aan [medeverdachte 4] te vragen of en

- te regelen dat (één van) voornoemde personen een gedeelte van een) loods van het bedrijf [bedrijf 1] mocht en kon gebruiken voor het inbouwen en plaatsen van (zakken met) amfetamine in voornoemde auto;

Ten aanzien van feit 5

hij in de maand januari 2010 te IJmuiden, telkens tezamen en in vereniging met anderen, meermalen opzettelijk heeft verstrekt en/of afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of aanwezig heeft gehad (aanzienlijke) hoeveelheden cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, waaronder

- de verstrekking aan en aflevering aan en het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van een (aanzienlijke) hoeveelheid cocaïne (ZD 05A) en

- de verstrekking aan en aflevering aan en het aanwezig hebben voor [betrokkene 3] van 1 'bol' cocaïne (ZD 05B) en

- de verstrekking aan en/of aflevering aan en het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van een hoeveelheid cocaïne (ZD 05D) (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 7]) (ZD 05D) en

- de verstrekking aan en aflevering aan en het aanwezig hebben voor [medeverdachte 6] van 4 'bollen' van elk ongeveer 250 gram cocaïne (in verband met een vervolglevering van [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 8]) (ZD 05D));

Ten aanzien van feit 6

hij op 30 maart 2010, te Nieuwegein en te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, een contant geldbedrag van ongeveer 183.940 Euro, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Ten aanzien van feit 7

hij in de periode van 01 december 2009 tot en met 18 mei 2010, te IJmuiden en te Velsen-Zuid en te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen aanzienlijke contante geldbedragen (tot een totaal van ongeveer 850.000,-- Euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en omgezet, terwijl hij en zijn mededaders wisten,dat bovenomschreven geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

Ten aanzien van feit 8

hij in de periode van 01 juni 2009 tot en met 18 mei 2010, te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander, een aanzienlijk contant geldbedrag (in totaal ongeveer 665.000,-- Euro), heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader wisten dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Ten aanzien van feit 10

hij op 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander, in een woning aan de [woning verdachte] een vuurwapen van categorie III onder 1°, te weten een vuurwapen in vorm van een revolver (Smith & Wesson; kaliber .38) en bij dat wapen behorende munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van feit 11 subsidiair:

Eén of meer personen in de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, gemeente Velsen, in een (kelder)ruimte, behorende bij een pand aan de [eigendom verdachte] meermalen opzettelijk hennepplanten hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of aanwezig gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

bij het plegen van welke misdrijven hij, verdachte, in de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, tezamen en in vereniging met anderen, tot het plegen van welke misdrijven hij, verdachte, in de periode van 17 november 2009 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door opzettelijk aan één of meer van voornoemde (andere) perso(o)n(en) voornoemde (kelder)ruimte te verhuren en ter beschikking te stellen en te blijven verhuren en ter beschikking te blijven stellen;

Ten aanzien van feit 12

hij in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 18 mei 2010 te IJmuiden en te Amsterdam en elders in Nederland en in Polen en in Duitsland en in Litouwen als leider heeft deelgenomen aan een organisatie,welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het meermalen opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en

- het meermalen opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en

- het meermalen opzettelijk aanwezig hebben van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst I en

- het meermalen witwassen van door een of meer van bovengenoemde misdrijven verkregen geldbedragen.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 10, 11 subsidiair en 12 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

Medeplegen van voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door

- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen,

- voorwerpen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Feit 2 primair

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 4 subsidiair

Medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 5

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

en

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Feit 6

Medeplegen van witwassen

Feit 7

Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd,

Feit 8

Medeplegen van witwassen

Feit 10

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen en munitie van categorie III.

Feit 11 subsidiair

Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

en

Medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 12

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

7.1. Hoofdstraf

Verdachte heeft zich gedurende een aantal jaren schuldig gemaakt aan het plegen van ernstige strafbare feiten, met name gericht op grootschalige drugshandel en het witwassen van aanzienlijke geldbedragen.

Uit de bewezenverklaarde feiten is gebleken dat verdachte zich reeds in 2004 heeft schuldig gemaakt aan de uitvoer van XTC-pillen vanuit Nederland naar Litouwen. In 2010 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid bij de uitvoer van amfetamine naar Duitsland en de levering van meer hoeveelheden cocaïne. Voorts is gebleken dat verdachte eind 2008/begin 2009 voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de aankoop van een - zeer waarschijnlijk - grote hoeveelheid cocaïne, afkomstig uit Colombia. Verdachte heeft daartoe onderhandelingen verricht met een in Nederland verblijvende Colombiaan en met in Polen en Nederland aanwezige handlangers en medeverdachten. Verdachte heeft zich hiermee begeven in het internationale drugscircuit.

Cocaïne, XTC en amfetamine zijn voor de gezondheid van mensen gevaarlijke stoffen, waaraan gebruikers gemakkelijk verslaafd raken met alle gevolgen voor de gebruikers en voor de maatschappij van dien. Daarbij gaat drugshandel vaak gepaard met geweldscriminaliteit en leidt tot vele vormen van vermogenscriminaliteit bij de drugsgebruikers. Met de handel in deze stoffen wordt veel geld verdiend, hetgeen derhalve ten nadele van de samenleving geschiedt.

Gelet op de hoeveelheden verdovende middelen was deze kennelijk bestemd voor verdere verspreiding en de handel. Verdachte heeft - door te handelen als hiervoor omschreven - uit winstbejag en met voorbijzien aan de risico's voor de gezondheid van veelal jonge mensen een rol gespeeld bij de nationale en internationale drugshandel.

In de woning van verdachte en zijn echtgenote een doorgeladen vuurwapen aangetroffen. Het voorhanden hebben van een dergelijk doorgeladen wapen brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich.

Verdachte heeft voorts met anderen een hennepplantage gefaciliteerd door een kelderruimte ter beschikking te stellen waar een vrij grote vernuftig gecamoufleerde hennepplantage in gedreven werd. Verdachte heeft zich aldus als medeplichtige schuldig gemaakt aan een professionele hennepkwekerij. Het hebben van een hennepplantage is door de wetgever uitdrukkelijk als een strafbaar feit aangemerkt en bekend is dat hennepplantages in de regel voor veel overlast en hinder in de directe omgeving zorgen.

Naast genoemde drugsfeiten heeft verdachte zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het witwassen van grote geldbedragen. Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid geld, afkomstig uit zijn eigen drugshandel, voorhanden gehad en heeft dit proberen te onttrekken aan het zicht van politie en justitie. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en deze vervolgens zonder dat die illegale herkomst daarvan zichtbaar wordt in omloop te brengen, wordt de integriteit van het financieel en economisch verkeer aangetast. Bovendien bevordert het handelen van verdachte het plegen van delicten omdat zonder het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden, het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.

Voorts is komen vast te staan dat verdachte de leider was van een criminele organisatie, die zich had gevormd rondom zijn criminele activiteiten. Verdachte had een zodanige plaats in de organisatie dat hij zelf nauwelijks risico hoefde te lopen, doch anderen voor hem kon inschakelen. Verdachte was en gedroeg zich als de absolute leider van de organisatie. Verdachte bepaalde bij alle bewezenverklaarde feiten de gang van zaken en had de mogelijkheid om anderen in te schakelen bij het verwezenlijken van zijn criminele doelen.

Binnen deze criminele organisatie was sprake professioneel handelen; veelvuldig wisselen van telefoons, versluierd taalgebruik, gecodeerde ontmoetingsplaatsen. Voor verdachte en zijn medeverdachten was heimelijk gedrag een dagelijkse gang van zaken. Opvallend daarbij is de grote loyaliteit van de medeverdachten ten opzichte van verdachte, dit terwijl ogenschijnlijk deze anderen weinig tot niet profiteren van de gepleegde strafbare feiten. Verdachte heeft kennelijk de mogelijkheid en de overtuigingskracht om anderen bij het plegen van crimineel handelen te betrekken. Dit maakt dat de rechtbank de kans op herhaling groot acht.

De rechtbank neemt in aanmerking dat een organisatie als de onderhavige - gelet op haar criminele oogmerk en de daarmee samenhangende handelingen - de rechtsorde ondermijnt. Kenmerkend voor zo'n organisatie is dat het - door het bestaan van een samenwerkingsverband - criminaliteitsbevorderend werkt. Hierbij dient te worden betrokken dat door de ontplooide activiteiten grote illegale geldstromen plegen te worden gegenereerd.

De kans op herhaling van crimineel handelen van verdachte acht de rechtbank te meer groot nu verdachte in de periode dat zijn voorlopige hechtenis geschorst was, gepoogd heeft ontlastend bewijs te creëren door een persoon te benaderen om een verklaring te laten afleggen over bij verdachte aangetroffen en andere aan hem toegeschreven geldbedragen.

Verdachte heeft, naar de rechtbank concludeert, zijn eigen belang, geldelijk gewin, telkens voorop gesteld en geen oog heeft gehad voor de schade voor de samenleving die uit het gebruik van dergelijke drugs en uit witwaspraktijken die daarmee gepaard gaan kunnen voortvloeien. Verdachte, die nauwelijks legale inkomsten genoot, heeft met crimineel geld een zeer luxe leven geleid. Verdachte heeft met zijn door criminaliteit verworven rijkdom onbeschaamd gepronkt met onder meer luxe auto's, boten en investeringen in het buitenland. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk.

Gelet op de houding van verdachte ter terechtzitting, waarbij verdachte of heeft gezwegen of vrijwel alle feiten heeft ontkend, heeft de rechtbank voorts ten nadele van verdachte mede in aanmerking genomen, dat hij het laakbare van zijn handelen nog altijd niet lijkt in te zien.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een langdurige vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

Noch in de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding af te wijken van de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd

7.2. Bijkomende straf

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag, te weten € 179.368,-, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met betrekking tot dat geldbedrag dat aan verdachte toebehoort, is begaan.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 33, 33a, 47, 48, 57, 140, 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

artikel 2, 3, 10, 10a, 11 van de Opiumwet

artikel 26, 55 van de Wet Wapens en Munitie.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 3, 4 primair, 9 en 11 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 10, 11 subsidiair en 12 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 10, 11 subsidiair en 12 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1, 2 primair, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 10, 11 subsidiair en 12 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde feiten opleveren.

Verklaart deze feiten strafbaar.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHT (8) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

Een geldbedrag van € 179.368,-.

Heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. P.M. Wamsteker en mr. M.E. Fortuin, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier C.A. de Koning,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 augustus 2012.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen en maken deel uit van het dossier met nummer PL1200/08-537057 (Onderzoek Vista).

2 Proces-verbaal ZD-01 van 25 juli 2011 in combinatie met proces-verbaal identiteit gebruik 06-20111333 (dossierpagina D00 03702).

3 Tapgesprek TA1333 record 2955 (dossierpagina B01 001446) en tapgesprek TA1333 record 2959 (dossierpagina B01 001447).

4 Tapgesprek TA1333 record 3453 (dossierpagina B01 001451).

5 Tapgesprek TA1333 record 3959 (dossierpagina B01 001453).

6 Tapgesprek TA1333 record 4195 (dossierpagina B01 001454).

7 Tapgesprek TA1333 record 5049 (dossierpagina B01 001459).

8 Tapgesprek IM0070 record 12 (dossierpagina B01 001462).

9 Tapgesprek IM0070 record 29 (dossierpagina B01 001467).

10 Tapgesprek IM0070 record 40 (dossierpagina B01 001470).

11 Tapgesprek IM0070 record 44 (dossierpagina B01 001472).

12 Tapgesprek IM0070 record 51 (dossierpagina B01 001474).

13 Proces-verbaal identificatie [...2028] d.d. 14 oktober 2010 (dossierpagina D00 03854-03871).

14 Proces-verbaal van observatie d.d. 10 februari 2009 (dossierpagina D00 05460-05463).

15 Proces-verbaal identiteit gebruiker […1888] d.d. 23 oktober 2009 (dossierpagina D00 04005-04007).

16 Proces-verbaal bevindingen camera observatie locatie Keizersgracht 489 Amsterdam [6, 7 en 8 februari 2009] d.d. 22 maart 2010 (dossierpagina B01 0001104-0001115), verklaring [betrokkene 10] in Polen d.d. 21 oktober 2009 (dossierpagina B01 000369-000378) en verklaring [betrokkene 10] d.d. 5 april 2012 (dossierpagina G090001212-G090001219).

17 Tapgesprek TA2028 record 98 (dossierpagina B01 001501-001505).

18 Proces-verbaal ten behoeve van de 4e nazending, d.d. 20 maart 2012 (dossierpagina A000000157).

19 Tapgesprek IM0070 record 108 (dossierpagina B01 001515-001516).

20 Vluchtlijst gegevens KLM Amsterdam-Warschau [betrokkene 9] (dossierpagina B01 001400) en verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 13 mei 2009 (B01 000387).

21 Poolse printlijst gegevens [...8008] (dossierpagina B01 001522).

22 Verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 13 mei 2009 (B01 000388)

23 Verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 2 september 2009 (B01 000402).

24 Proces-verbaal identiteit gebruiker [...2161] [medeverdachte 12] d.d. 12 oktober 2010 (dossierpagina D00 04012).

25 Een schriftelijk stuk, antwoord d.d. 5 juni 2009 op rechtshulpverzoek d.d. 3 april 2009 aan Poolse autoriteiten (dossierpagina B01 001347).

26 Verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 13 mei 2009 (dossierpagina B01 000388).

27 Verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 13 mei 2009 (dossierpagina B01 000389).

28 Het proces-verbaal van observatie d.d. 13 februari 2009 (dossierpagina B01 001194-001196).

29 Een schriftelijk stuk, Poolse factuur Holiday Inn Warsaw (dossierpagina B01 001612-001621).

30 Tapgesprek TA1333 record 6052 (dossierpagina B01 001527-001528).

31 Verklaring [betrokkene 10] in Polen d.d. 21 oktober 2009 (dossierpagina B01 000369-000378).

32 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 10] d.d. 5 april 2012 (dossierpagina G09 0001212-1219).

33 Poolse printlijst gegevens […8008] (dossierpagina B01 001523).

34 Nederlandse printlijst gegevens [...2161] (dossierpagina B01 001525).

35 Verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 13 mei 2009 (dossierpagina B01 000385-000390).

36 De Nederlandse printlijst gegevens van [medeverdachte 12], [betrokkene 9] en [medeverdachte 10] (dossierpagina B01 001537).

37 Tapgesprek TA 2512 record 9 (dossierpagina B01 001538).

38 Nederlandse printlijst gegevens [...8008] (dossierpagina B01 001539).

39 Poolse printlijst gegevens [...8008] en Nederlandse printlijst gegevens [...2161] (dossierpagina B01 001542).

40 Verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 2 september 2009, (dossierpagina B01 000403) en verklaring [betrokkene 9] in Polen d.d. 13 mei 2009 (dossierpagina B01 000388).

41 Nederlandse printlijst gegevens [...2161] (dossierpagina B01 001551).

42 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 9] van 19 juni 2009 (dossierpagina B01 000398) en een schriftelijk stuk, stenogram van 18 februari 2009 [weergave videobeelden kijkdag Polen] (dossierpagina B01 001632).

43 Tapgesprek record 52 (dossierpagina B01 001557).

44 Nederlandse printlijst gegevens [...2161] (dossierpagina B01 001557).

45 Nederlandse printlijst gegevens [...2161] (dossierpagina B01 001560).

46 Poolse printlijst gegevens […1619] (dossierpagina B01 001561).

47 Proces-verbaal observatie 18 februari 2009 (dossierpagina D00 05505-05510).

48 Nederlandse printlijst gegevens [...2161] (dossierpagina B01 001565-001566).

49 Tapgesprek TA2512 record 80 (dossierpagina B01 001567).

50 Nederlandse printlijst gegevens [...2161] (dossierpagina B01 001568).

51 Tapgesprek TA2512 record 86 (dossierpagina B01 001570).

52 Sms-berichten [verdachte] - [medeverdachte 10] (dossierpagina B01 001571-001572).

53 Proces-verbaal uitvoeringsstukken RHV Polen d.d. 21 juli 2011 (dossierpagina D00 009736-009737).

54 Tapgesprek TT-12 record 22 (dossierpagina B01 001573).

55 Proces-verbaal ZD-01, versie 2011 inclusief RHV Polen d.d. 21 juli 2011(dossierpagina B01 001576).

56 Nederlandse printlijstgegevens [...2161] (dossierpagina B01 001577-001578).

57 Antwoord van de Poolse autoriteiten d.d. 5 juni 2009 op rechtshulpverzoek d.d. 3 juni 2009 van de Nederlandse autoriteiten (dossierpagina B01 001344).

58 Antwoord d.d. 5 juni 2009 van de Poolse autoriteiten op rechtshulpverzoek van de Nederlandse autoriteiten van 3 april 2009 (dossierpagina B01 001341-001344).

59 Tapgesprek 6 (dossierpagina B03 001761).

60 Proces-verbaal 8 november 2010 (dossierpagina B03 001760).

61 Tapgesprek 100 (dossierpagina B03 001763).

62 Tapgesprek 101 (dossierpagina B03 001763-001764).

63 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 9 december 2004 (dossierpagina B03 002111).

64 Tapgesprek 7 (dossierpagina B03 001764).

65 Proces-verbaal van getuigenverhoor [medeverdachte 3] d.d. 15 november 2004 (dossierpagina B03 002200).

66 Tapgesprek 100 (dossierpagina B03 001763).

67 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 december 2004 (dossierpagina B03 002111).

68 Proces-verbaal aanvulling met betrekking tot ZD-03 d.d. 15 september 2011 (dossierpagina B03 002662).

69 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 9 december 2004 (dossierpagina B03 002112).

70 Proces-verbaal van bevindingen 8 november 2010 (dossierpagina B03 001768) in combinatie met (dossierpagina B03 002509-002510).

71 Tapgesprek 11 (dossierpagina B03 001768).

72 Proces-verbaal van getuigenverhoor [medeverdachte 3] d.d. 15 november 2004 (dossierpagina B03 002201).

73 Proces-verbaal van stemherkenning [betrokkene 13] (dossierpagina B03 002626).

74 Tapgesprek 162 (dossierpagina B03 001773).

75 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 9 december 2004 (dossierpagina B03 002112).

76 Tapgesprek 14 (dossierpagina B03 001775-001776).

77 Proces-verbaal van bevindingen 8 november 2010 (dossierpagina B03 001753).

78 Tapgesprek 195 (dossierpagina B03 001779).

79 Tapgesprek 200 (dossierpagina B03 001780).

80 Observatiejournaal (dossierpagina B03 002514-002516).

81 Tapgesprek 201 (dossierpagina B03 001780).

82 Proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 21 oktober 2004 (dossierparagraaf B03 002095).

83 Tapgesprek 16 (dossierpagina B03 001782).

84 Proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 15 november 2004 (dossierparagraaf B03 002201).

85 Tapgesprek 17 (dossierpagina B03 001787).

86 Tapgesprek 240 (dossierpagina B03 001787-001788).

87 Tapgesprek 18 (dossierpagina B03 001788).

88 Proces-verbaal verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 9 december 2004 (dossierpagina B03 002113-002114).

89 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 15] d.d. 21 december 2004 (dossierpagina B03-002136).

90 Tapgesprek 25 (dossierpagina B03 001795).

91 Observatiejournaal (dossierpagina B03 002523-00256).

92 Tapgesprek 29 (dossierpagina B03 001799).

93 Tapgesprek 280 (dossierpagina B03 001800).

94 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] (dossierpagina B03 002136-002137).

95 Het proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 8 juli 2004 (B03 002548-002550).

96 Proces-verbaal conclusie van deskundigen d.d. 27 januari 2004 (B03 002556-002558).

97 OVC-gesprek (dossierpagina D00 08097).

98 Proces-verbaal duurzame relatie tussen [verdachte] en [betrokkene 3] d.d. 9 november 2010 (dossierpagina B04 004063, 004068, 004070, 004076, 004081, 004082, 004085, 004087, 004091).

99 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 13] d.d. 19 mei 2010 (dossierpagina B04 002893).

100 Tapgesprek, TA1333, record 17520-1 (dossierpagina B04 02820).

101 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 25 juni 2012.

102 Tapgesprek TA1333, record 17649 (dossierpagina B04 002824).

103 Proces-verbaal identiteit [betrokkene 16] (dossierpagina D00 04032).

104 Proces-verbaal van observatie d.d.12 februari 2010 (dossierpagina B04 004860-004867).

105 Tapgesprek TA1333 record 17657 (dossierpagina B04 002827).

106 Proces-verbaal van observatie d.d. 15 februari 2010 (dossierpagina D00 004872-004875).

107 Proces-verbaal van onderzoek Duitse autoriteiten (dossierpagina B04 003867).

108 Vernehmungsniederschrift, Zollfahndungsamt Essen, d.d. 9 april 2010 (dossierpagina B04 003873-003880).

109 Proces-verbaal van Bundeskriminalamt d.d. 9 september 2010 (dossierpagina B04 003885-003889).

111 Proces-verbaal OVC-journaal 23 december 2009 (dossierpagina D00 08199-082000 en B11 007736-007737).

112 Proces-verbaal OVC-journaal 14 januari 2010 d.d. 9 februari 2010 (dossierpagina B05 005569, 005574-005575).

113 Proces-verbaal OVC-journaal 14 januari 2010 d.d. 9 februari 2010 (dossierpagina B05 005569, 005574-005575) en proces-verbaal leveringen cocaïne d.d. 20 mei 2010 (dossierpagina B05 004995).

114 ID-staat verdachte (dossierpagina C02 000037).

115 Proces-verbaal leveringen cocaïne d.d. 20 mei 2010 (dossierpagina B05 004997).

116 Proces-verbaal OVC-journaal 14 januari 2010 d.d. 9 februari 2010 (dossierpagina B05 005575) en proces-verbaal leveringen cocaïne d.d. 20 mei 2010 (dossierpagina B05 004997).

117 Proces-verbaal identiteit [medeverdachte 14] d.d. 13 januari 2009 (dossierpagina D00 03801-0384).

118 Proces-verbaal leveringen cocaïne d.d. 20 mei 2010 (dossierpagina B05 004997).

119 ID-staat [medeverdachte 1] (dossierpagina C11 000333).

120 Proces-verbaal OVC-journaal 14 januari 2010 d.d. 9 februari 2010 (dossierpagina B05 005576).

121 Proces-verbaal OVC-journaal 14 januari 2010 d.d. 9 februari 2010 (dossierpagina B05 005577).

122 Proces-verbaal [medeverdachte 6] heeft bijnaam 'Rooie' d.d. 4 oktober 2010 (dossierpagina B05 005520-005526).

123 Proces-verbaal van bevindingen camera observatie locatie Waalstraat [perceelnummer] te IJmuiden van 15 januari 2010 d.d. 25 januari 2010 (dossierpagina B05 005320-005338) en proces-verbaal identiteit [betrokkene 7] d.d. 25 januari 2010 (dossierpagina B05 005527-005528).

124 Proces-verbaal identiteit gebruiker 06-34621980 [betrokkene 17] d.d. 27 juli 2009 (dossierpagina D00 03960-64).

125 Tapgesprek TA0404C record 19 (dossierpagina B05 004999-5000).

126 Proces-verbaal identiteit gebruiker van o.a. […9366] [medeverdachte 8] d.d. 5 november 2010 (dossierpagina D00 04155-04155).

127 Tapgesprek TA0404C record 21 (dossierpagina B05 005000).

128 Proces-verbaal identiteit gebruiker […6957] en […9356] [betrokkene 18] d.d. 3 november 2008 (dossierpagina D00 03737-03740).

129 Tapgesprek TA0404C record 29 (dossierpagina B05 005001).

130 Proces-verbaal bakengegevens BMW X6 [kenteken 4] [verdachte] d.d. 2 november 2010 (dossierpagina D00 01546).

131 Proces-verbaal OVC-journaal 14 januari 2010 d.d. 9 februari 2010 (dossierpagina B05 005579).

132 Proces-verbaal bakengegevens BMW X6 [kenteken 4] [verdachte] d.d. 2 november 2010 (dossierpagina D00 01546) en het proces-verbaal leveringen cocaïne d.d. 20 mei 2010 (dossierpagina B05 005003).

133 Proces-verbaal OVC-journaal 14 januari 2010 d.d. 9 februari 2010 (dossierpagina B05 005580).

134 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 30 januari 2010 (B05 005178).

135 Tapgesprek TA0404C record 282 (dossierpagina B05 005013).

136 Tapgesprek TA0404C record 296 (dossierpagina B05 005015).

137 Tapgesprek TA0404C record 298 en 299 (dossierpagina B05 005015).

138 Tapgesprek TA0404C record 300 (dossierpagina B05 005015-005016).

139 Tapgesprek TA0404C record 303 (dossierpagina B05 005016).

140 Proces-verbaal identiteit gebruiker 06-20111333 [verdachte] d.d. 26 september 2008 (dossierpagina D00 03701-02).

141 Tapgesprek TA1333 record 17163 (dossierpagina B05 005018).

142 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 31 maart 2010 (dossierpagina B06 005984).

143 Tapgesprek TA1333 record 17169 (dossierpagina B05 005018).

144 Tapgesprek TA0404C record 315 (dossierpagina B05 005018).

145 Tapgesprek TA0404C record 361 (dossierpagina B05 005020).

146 Tapgesprek TA0404C record 362 (dossierpagina B05 005021).

147 Proces-verbaal van observatie vrijdag 29 januari 2010 d.d. 2 februari 2010 (dossierpagina D00 06325-06326).

148 Proces-verbaal ZD5 d.d. 4 november 2010, pagina 33 (dossierpagina B05 005021).

149 Proces-verbaal identiteit gebruiker […4979] zijnde [medeverdachte 7] d.d. 10 maart 2010 (dossierpagina B05 005529 - 005532).

150 Tapgesprek TA0404C record 368 (dossierpagina B05 005022-005023).

151 Tapgesprek TA0404C record 369 (dossierpagina B05 005023).

152 Proces-verbaal levering cocaïne d.d. 4 november 2010 (dossierpagina's 05 005022 en 05 005024) en verhoor van [betrokkene 19] bij de rechter-commissaris op 8 november 2011 (dossierpagina G090001019).

153 Tapgesprek TA0404C record 381 (dossierpagina B05 005025).

154 Tapgesprek TA0404C record 389 (dossierpagina B05 005026).

155 Tapgesprek TA0404C record 390 (dossierpagina B05 005026).

156 Tapgesprek TA0404C record 394 (dossierpagina B05 005028).

157 Proces-verbaal van observatie zaterdag 30 januari 2010 d.d. 1 februari 2010 (dossierpagina B05 005453-005454).

158 Proces-verbaal van observatie zaterdag 30 januari 2010 d.d. 1 februari 2010 (dossierpagina B05 005450-005456) en het proces-verbaal van aanhouding d.d. 30 januari 2010 (dossierpagina B05 005178).

159 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 5 februari 2010 (dossierpagina B05 005197-005227), het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 februari 2010 (dossierpagina B05 005228-005230) en het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 6 mei 2010 (dossierpagina B05 005599-005600).

160 Proces-verbaal [betrokkene 7] in Heemskerk en IJmuiden d.d. 21 januari 2010 (dossierpagina D00 08584).

161 Proces-verbaal OVC-journaal van 2 februari 2010 d.d. 8 maart 2010 (dossierpagina B05 005590).

162 Proces-verbaal sms met telefoon van [verdachte] naar [betrokkene 19] d.d. 27 mei 2010 (dossierpagina D00 01780).

163 Proces-verbaal van observeren dinsdag 30 maart 2010 d.d. 30 maart 2010 (dossierpagina B06 005701-005705).

164 Proces-verbaal identiteit vaststelling gebruikers van diverse telefoonnummers d.d. 20 september 2010 (dossierpagina B06 005679).

165 Proces-verbaal van observeren dinsdag 30 maart 2010 d.d. 30 maart 2010 (dossierpagina B06 005701-005705).

166 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2010 (dossierpagina B06 005949-005950) en proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2010 (dossierpagina B06 006199-006200).

167 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2010 (dossierpagina B06 005954).

168 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 4 april 2010 (dossierpagina B06 005918-005919) en proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte 1] d.d. 30 maart 2010 (dossierpagina B06 005932-005933).

169 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 april 2010 (dossierpagina B06 005711-005712).

170 Proces-verbaal Identiteit vaststelling gebruikers van diverse telefoonnummers (dossierpagina B06 005679).

171 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 15] d.d. 27 juli 2010 (B12 007845-007851).

172 Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van de eerste overeenkomst (dossierpagina B12 007873).

173 Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van de tweede overeenkomst (dossierpagina B12 007887).

174 Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van de derde overeenkomst (dossierpagina B12 007891).

175 Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van de vierde overeenkomst (dossierpagina B12 007896).

176 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 15] d.d. 27 juli 2010 (dossierpagina B12 007845, 007848-007849).

177 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 15] d.d. 27 juli 2010 (dossierpagina B12 007846-48) en proces-verbaal onderzoek Tjalkstraat [perceelnummer] te Amsterdam d.d. 28 oktober 2010 (B12 007911-007915).

178 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 18 mei 2010 (dossierpagina E00 00209-00210).

179 Proces-verbaal aantreffen grote hoeveelheid contant geld d.d. 1 juni 2010 (dossierpagina B13 8297-008298) en proces-verbaal aantreffen verborgen geldtas Groot Abelenbos [perceelnummer] IJmuiden d.d. 5 maart 2012 (dossierpagina B13 008655-008662).

180 Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 20 oktober 2011 (dossierpagina G09 0979) en de processen-verbaal van verhoor [medeverdachte 8] d.d. 18 en 19 mei 2010 (dossierpagina C23 000828-000838).

181 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 mei 2010 (dossierpagina B13 008117).

182 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 mei 2010 (dossierpagina B13 8097).

183 Proces-verbaal van derde verhoor [medeverdachte 13] d.d. 20 mei 2010 (dossierpagina C10 000310).

184 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 13] bij de rechter-commissaris d.d. 10 november 2010, pagina 2 vraag 15 (4e nazending, dossierpagina G09 0001006).

185 DVD 'geluidsfragmenten van verhoor [medeverdachte 13]'.

186 Proces-verbaal belastinggegevens [verdachte] en [medeverdachte 13] d.d. 19 oktober 2010 (dossierpagina B06 005880-005885), proces-verbaal overige legale inkomsten [verdachte] en [medeverdachte 13] d.d. 19 oktober 2010 (dossierpagina B06 005886-005889), proces-verbaal stortingen eigen rekeningen d.d. 3 november 2010 (dossierpagina B06 005736-005835) en proces-verbaal opnamen eigen rekeningen d.d. 4 november 2010 (dossierpagina B06 005836-005851).

187 Proces-verbaal, 101124.0081.FIN, 'OVC geldgesprekken', d.d. 20 december 2010 (dossierpagina D00 009221).

188 Een schriftelijk stuk inhoudende een akte van levering d.d. 3 februari 2006 (dossierpagina B15 009187-009194).

189 Proces-verbaal relaas d.d. 18 mei 2010 (dossierpagina B15 8983), een geschrift inhoudende een plattegrond (B15 009251-009252) en proces-verbaal luchtfoto's en indeling [eigendom verdachte] IJmuiden (B15 009483-009484).

190 Proces-verbaal getuigenverhoor [betrokkene 22] d.d. 1 maart 2011 (B15 009511-009512) en proces-verbaal aanvullend getuigenverhoor [betrokkene 22] d.d. 12 april 2011 (B15 009521).

191 Proces-verbaal [bedrijf 3] d.d. 15 juni 2011 (B15 00 009485) en schriftelijke stukken inhoudende een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (B15 009487) en een handelsregisterhistorie van de kamer van koophandel (B15 009488).

192 Een schriftelijk stuk inhoudende een akte van levering d.d. 2 april 2008 (B15 009217-009222).

193 Een geschrift inhoudende een huurovereenkomst kantoorruimte d.d. 2 februari 2006 (dossierpagina B15 009128-009131).

194 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 mei 2010 (dossierpagina B15 009102) en verklaring verdachte ter terechtzitting.

195 Proces-verbaal relaas 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008983-008985), een schriftelijk stuk inhoudende een mutatierapport d.d. 18 mei 2010 (B15 008981-8982) en proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 mei 2010 (B15 009061-009089).

196 Proces-verbaal relaas 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008984).

197 Schriftelijk stuk inhoudende een mutatierapport d.d. 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008982, proces-verbaal relaas d.d. 18 mei 2010 (B15 008985).

198 Proces-verbaal relaas d.d. 18 mei 2010 (dossierpagina B15 008983).

199 Proces-verbaal OVC-journaal 17 november 2009 d.d. 24 januari 2010 (dossierpagina B15 009281-009284).

200 Proces-verbaal OVC-journaal 31 januari 2010 d.d. 25 februari 2010 (dossierpagina B15 009158).

201 Loop proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij [eigendom verdachte] IJmuiden d.d. 21 juni 2011 (dossierpagina B15 009269).

202 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1]en d.d. 5 oktober 2010 (dossierpagina C48 01220).

203 Proces-verbaal huurbetalingen [eigendom verdachte] d.d. 11 april 2011 (dossierpagina B15 009441-9446).

204 Proces-verbaal huurbetalingen [eigendom verdachte] d.d. 11 april 2011 (dossierpagina B15 009439).

205 Proces-verbaal [medeverdachte 9] is "katvanger" van [verdachte] d.d. 12 april 2011 (B15 009435).

206 Loop proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij [eigendom verdachte] IJmuiden, d.d. 21 juni 2011 (3e nazending, dossierpagina B15 009270-009271).

207 Zie o.a. HR 2 februari 2010, LJN BK5172.

208 HR 21 december 2010, LJN BM4415, en HR 3 juli 2012, LJN BW5178.

209 Verklaring [medeverdachte 13] d.d. 19 mei 2010 (dossierpagina B111 006503).

210 Zie bv Tapgesprek d.d. 23 oktober 2008 1434 (dossierpagina B11 006374).

211 Proces-verbaal belastinggegevens [verdachte] en [medeverdachte 13] d.d. 19 oktober 2010 (dossierpagina B11 007450).

212 Proces-verbaal OVC-journaal 17 november 2009 (dossierpagina B11 007651).

213 Zie de OVC-gesprekken waarin [medeverdachte 13] met verdachte over jacuzzi's praat en dat het van het witte geld moet en dat dat zonde is (OVC 31 oktober 2009 dossierpagina D00 07925-07926) en een gesprek over een huis in welk gesprek [medeverdachte 13] aan [verdachte] vraagt hoe ze aan het witte geld komt (OVC 5 november 2009 dossierpagina D00 07961-07962) en proces-verbaal, PL1200/08-86312, OVC geldgesprekken (dossierpagina D00 009221-009282).

214 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 13], d.d. 19 mei 2010 (dossierpagina C10 000305) en proces-verbaal verhoor [medeverdachte 13] d.d. 20 mei 2010 (dossierpagina C10 000321).

215 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 13] d.d. 19 mei 2010 (dossierpagina C10 000306).

216 Proces-verbaal afspreeklocaties d.d. 19 april 2010 (dossierpagina D00 00495-00510).

217 Bijvoorbeeld proces-verbaal OVC-journaal d.d. 1 december 2009 (dossierpagina B11 007681).

218 Proces-verbaal van vermoedelijke overtreding van artikel 140 wetboek van strafrecht d.d. 25 oktober 2010 (dossierpagina B11 006453).

219 Zie OVC-23 d.d. 11 november 2009 (dossierpagina B11 006393-006394).

220 Zie reeks sms-berichten op 4 april 2009; tap IM-1940, 4 april 2009 (dossierpagina B11 006440).

221 Proces-verbaal van 10 maart 2010 (dossierpagina D00 08045).

222 Proces-verbaal, PL1200/08-086312, ZD-01 (dossierpagina B01 001437-001438).

223 Het OVC-journaal van 1 december 2009 (dossierpagina D00 08089-08090).

224 Het OVC-journaal van 1 december 2009 (dossierpagina D00 08089-08090).

225 Zie de bewijsmiddelen ten aanzien van zaaksdossier 01 zoals opgenomen in het vonnis.

226 Tapgesprekken record 43 tot en met 49 (dossierpagina B11 006393-006394).

227 Zie de bewijsmiddelen ten aanzien van de verschillende zaaksdossiers zoals opgenomen in het vonnis.

228 Het tapgesprek record 14660 (dossierpagina B11 006408).

229 Zie de bewijsmiddelen ten aanzien van de verschillende zaaksdossiers zoals opgenomen in het vonnis.