Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3025

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
30-07-2012
Zaaknummer
550547 CV EXPL 12-3627
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering uit hoofde van een overeenkomst tot energielevering. Wilsgebrek bij het sluiten van de overeenkomst?

Gedaagde voert aan door NEM te zijn misleid bij het sluiten van de overeenkomst, omdat haar bewering goedkoper te zijn dan andere energieleveranciers, niet op waarheid bleek te berusten.

Het verweer van gedaagde wordt verworpen, nu de - overigens door NEM betwiste - enkele mededeling goedkoper te zijn dan andere energieleveranciers, niet kan worden aangemerkt als een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b BW waardoor gedaagde ertoe is gebracht een overeenkomst te sluiten, die hij anders niet zou hebben gesloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/289
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 550547/ CV EXPL 12-3627

datum uitspraak: 25 juli 2012

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE NEDERLANDSE ENERGIE MAATSCHAPPIJ B.V.

te Rotterdam

eiseres

hierna te noemen NEM

gemachtigde Vesting Finance Incasso B.V.

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen [gedaagde]

procederende in persoon

De procedure

NEM heeft [gedaagde] gedagvaard op 6 maart 2012. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft NEM schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarbij zij haar vordering heeft gespecificeerd. Daarna heeft [gedaagde] nog een schriftelijke reactie gegeven.

De feiten

1. Op 18 februari 2010 heeft [gedaagde] met NEM een overeenkomst gesloten ter zake van de levering van elektriciteit en gas voor de duur van 1 jaar.

2. Op 29 april 2011 heeft NEM een afrekennota over de periode 2 april 2010 tot 5 april 2011 aan [gedaagde] gestuurd ten bedrage van € 1.619,57. Het factuurbedrag bestaat uit de, na aftrek van de in rekening gebrachte termijnbedragen over de desbetreffende periode, resterende kosten voor de levering van gas en elektra ad € 1.392,57, vermeerderd met het nieuwe termijnbedrag ad € 227,00 voor april 2011.

3. Op 9 mei 2011 heeft NEM een bedrag van € 227,00 aan [gedaagde] in rekening gebracht als voorschot voor de maand mei 2011.

4. Op 22 mei 2011 heeft NEM [gedaagde] een betalingsherinnering gestuurd met betrekking tot de jaarnota van 29 april 2011.

5. Op 29 mei 2011 heeft NEM [gedaagde] een betalingsherinnering gestuurd met betrekking tot de voorschotnota van mei 2011.

6. Op 8 juni 2011 heeft NEM een bedrag van € 250,00 aan [gedaagde] in rekening gebracht als voorschot voor de maand juni 2011.

7. Op 12 juni 2011 heeft NEM [gedaagde] gesommeerd tot betaling van de openstaande nota’s van 29 april 2011 en 9 mei 2011, vermeerderd met € 50,00 ter zake van aanmaankosten.

8. Op 23 juni 2011 is de overeenkomst tussen partijen beëindigd.

9. Op 27 juni 2011 heeft NEM [gedaagde] een betalingsherinnering gestuurd met betrekking tot de voorschotnota van 8 juni 2011.

10. Bij eindfactuur van 8 juli 2011 heeft NEM een bedrag van € 302,12 aan [gedaagde] gecrediteerd over de periode van 4 april 2011 tot 23 juni 2011.

11. Bij brieven van 1 juli 2011, 11 juli 2011, 19 juli 2011, 17 augustus 2011 en 8 februari 2012 heeft de incassogemachtigde van NEM [gedaagde] gesommeerd tot betaling van de openstaande factuurbedragen, vermeerderd met rente en kosten.

De vordering

NEM vordert, na haar vordering bij conclusie van repliek te hebben gespecificeerd, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.769,45, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. NEM legt aan de vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan NEM gas en elektriciteit heeft geleverd aan [gedaagde]. [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen. [gedaagde] heeft, ondanks aanmaning, de jaarrekening van 29 april 2011 en de voorschotnota’s van 9 mei 2011 en 8 juni 2011 onbetaald gelaten. Op het totaal van € 2.096,57 kan de creditnota van 8 juli 2011 en € 25,00 ter zake van aanmaankosten in mindering strekken.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe het volgende aan. [gedaagde] is naar NEM overgestapt, omdat deze hem had voorgespiegeld dat zij vele malen goedkoper is dan andere energieleveranciers. Bij de jaarlijkse afrekening bleek dit niet waar te zijn: NEM was veel duurder. NEM heeft [gedaagde] dus door haar reclame en bel-acties misleid. [gedaagde] heeft naast het normale maandelijkse voorschot nooit hoeven bijbetalen. De vordering moet daarom worden afgewezen althans gematigd tot 50%.

[gedaagde] heeft de door NEM overgelegde herinneringen en aanmaningen niet ontvangen. Vanaf maart 2011 tot en met februari 2012 heeft [gedaagde] in het buitenland verbleven, maar hij is steeds telefonisch bereikbaar geweest.

De beoordeling

1. Als verst strekkende verweer voert [gedaagde] aan door NEM te zijn misleid. Dit verweer komt erop neer dat [gedaagde] zich beroept op een wilsgebrek ten gevolge waarvan de overeenkomst vernietigbaar is. Dit verweer faalt. De mededeling goedkoper te zijn dan andere energieleveranciers - NEM betwist overigens een dergelijke mededeling te hebben gedaan - is een gangbare reclamepraktijk op een markt waar diverse aanbieders van energie met elkaar concurreren. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, kan deze mededeling niet worden aangemerkt als een oneerlijke handelspraktijk in de zin van artikel 6:193b BW, waardoor NEM [gedaagde] ertoe heeft gebracht een overeenkomst te sluiten, die hij anders niet zou hebben gesloten.

2. [gedaagde] betwist voorts de hoogte van de jaarafrekening. [gedaagde] heeft zijn stellingen dat hij bij andere energieleveranciers naast de voorschotbedragen geen extra kosten hoefde te betalen of dat zijn jaarlijkse verbruik maximaal € 1.850,00 bedroeg, zoals hij bij conclusie van dupliek heeft aangevoerd, niet nader toegelicht en ook niet met stukken aangetoond, zodat dit verweer als onvoldoende onderbouwd moet worden verworpen.

3. Het voorgaande brengt mee dat de (bij conclusie van repliek gespecificeerde) hoofdsom zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid van de facturen, met dien verstande dat bij de berekening daarvan het door NEM gecrediteerde bedrag van € 302,12 dient te worden ingecalculeerd.

4. De kosten verbonden aan de door NEM gestelde - en door [gedaagde] niet betwiste - buitengerechtelijke werkzaamheden zijn aan te merken als redelijke kosten die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen, en wel voor het gevorderde bedrag dat overeenkomt met het in rapport Voorwerk II vastgelegde geldende tarief. De omstandigheid dat [gedaagde] de herinneringen en aanmaningen niet heeft ontvangen dient voor zijn risico te komen, nu gesteld noch gebleken is dat hij NEM van zijn verblijf in het buitenland heeft verwittigd of haar een vervangend adres heeft doorgegeven.

5. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan NEM van € 2.069,45 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.769,45 telkens vanaf de datum van opeisbaarheid van de onderscheiden factuurbedragen tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van NEM tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 83,17

griffierecht € 437,00

salaris gemachtigde € 300,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.