Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3000

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-07-2012
Datum publicatie
30-07-2012
Zaaknummer
550704 CV EXPL 12-3734
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij nietigheid dagvaarding geen verstek. Herstel ex artikel 121 lid 2 Rv. Voor wiens rekening en risico komt, bij voldoening van de hoofdsom (incl. rente en incassokosten) vóór de nieuwe datum, de verschuldigdheid van het griffierecht?

Gedaagde is niet verschenen op de eerst dienende dag. Omdat de dagvaarding aan een gebrek lijdt dat nietigheid meebrengt (onjuist adres rechtbank), verleent de kantonrechter geen verstek tegen gedaagde en stelt eisende partij in de gelegenheid gedaagde per herstelexploot op te roepen tegen een nieuwe datum. Gedaagde betaalt 1 dag voorafgaande aan die nieuwe datum de resterende hoofdsom met rente en incassokosten. Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van het griffierecht, stellende dat zij de zaak niet wenst in te trekken, omdat het griffierecht niet wordt gerestitueerd nu de zaak al inhoudelijk is behandeld.

De kantonrechter is van oordeel dat de nietigheid van de inleidende dagvaarding een voor risico van eisende partij komende omstandigheid is, zodat de gevolgen daarvan, in het bijzonder de blijvende verschuldigdheid van het griffierecht, door eisende partij moeten worden gedragen. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 550704 / CV EXPL 12-3734

datum uitspraak: 26 juli 2012

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SUNSHUTTERS B.V.

gevestigd te Amsterdam

eiseres

hierna te noemen Sunshutters

gemachtigde Work2Pay Juridische Dienstverlening & Incasso

tegen

1. de vennootschap onder firma [XXX] WONEN

gevestigd te Heemstede

en haar vennoten

2. [vennoot 1]

3. [vennoot 2]

beiden wonende te [woonplaats]

gedaagden

hierna te noemen [XXX] Wonen c.s.

procederend zonder gemachtigde

De procedure

Sunshutters heeft [XXX] Wonen c.s. gedagvaard op 2 maart 2012 tegen de zitting van 22 maart 2012. [XXX] Wonen c.s. is niet in het geding verschenen. Ter zitting heeft de kantonrechter geconstateerd dat de inleidende dagvaarding lijdt aan een gebrek dat ingevolge artikel 111 lid 2 sub e Rv j° artikel 120 lid 1 Rv nietigheid meebrengt.

Bij rolbeschikking van 5 april 2012 heeft de kantonrechter overeenkomstig artikel 121 lid 2 Rv bepaald dat de zaak wederom ter rolle zal dienen op 3 mei 2012 met bevel aan Sunshutters dat deze datum bij exploot aan [XXX] Wonen c.s. wordt aangezegd met herstel van het gebrek op kosten van Sunshutters.

Sunshutters heeft [XXX] Wonen c.s. bij herstelexploot van 20 april 2012 opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 3 mei 2012. [XXX] Wonen c.s. heeft mondeling geantwoord, onder overlegging van stukken.

Sunshutters heeft schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarbij zij haar vordering heeft verminderd. [XXX] Wonen c.s. heeft daarna nog een schriftelijke reactie gegeven.

De feiten

1. Sunshutters heeft zaken aan [XXX] Wonen c.s. verkocht en geleverd.

2. Bij factuur van 31 maart 2011 heeft Sunshutters ter zake een bedrag van € 692,09 aan [XXX] Wonen c.s. in rekening gebracht. [XXX] Wonen c.s. heeft de factuur, ondanks aanmaningen, onbetaald gelaten.

3. Op 27 april 2011 heeft de incassogemachtigde van Sunshutters [XXX] Wonen c.s. gesommeerd tot betaling uiterlijk op 4 mei 2011 van het openstaande factuurbedrag, vermeerderd met rente en incassokosten, onder aanzegging van rechtsmaatregelen bij uitblijven van betaling.

4. Op 26 mei 2011 zijn partijen overeengekomen dat Sunshutters [XXX] Wonen c.s. niet in rechte zou betrekken indien deze op uiterlijk 27 mei 2011 € 883,79 aan Sunshutters zou hebben voldaan. [XXX] Wonen c.s. is niet tot betaling van dit bedrag overgegaan.

5. Op 6 juni 2011 heeft [XXX] Wonen c.s. een bedrag van € 200,00 aan Sunshutters voldaan.

6. Op 23 januari 2012 heeft de incassogemachtigde van Sunshutters [XXX] Wonen c.s. gesommeerd tot betaling van € 718,39 ter zake van het restant van het openstaande factuurbedrag, vermeerderd met rente en incassokosten.

7. Op 1 mei 2012 heeft [XXX] Wonen c.s. aan Sunshutters toegezegd vóór 3 mei 2011, de dag waartegen [XXX] Wonen c.s. bij herstelexploot was opgeroepen, een bedrag van € 810,00 te zullen voldoen.

8. Op 2 mei 2012 heeft [XXX] Wonen c.s. € 810,00 aan Sunshutters voldaan.

9. Bij e-mailbericht van 2 mei 2012 heeft de incassogemachtigde van Sunshutters onder meer het volgende aan [XXX] Wonen c.s. medegedeeld:

“Aan het einde van de morgen heb ik telefonisch contact gehad met de griffie van de rechtbank en heb de mededeling gekregen dat u het griffierecht verschuldigd bent […] Nu het griffierecht verschuldigd blijft heb ik de kwestie niet geroyeerd […].”

10. Op 2 mei 2012 heeft [XXX] Wonen c.s. onder meer het volgende geantwoord:

“Jij hebt mij mondeling toegezegd, dat wanneer ik die 810 meteen zou voldoen je de rechtzaak zou stop zetten […].”

11. Op 2 mei 2012 heeft de incassogemachtigde van Sunshutters een e-mailbericht met onder meer de volgende inhoud aan [XXX] Wonen c.s. gestuurd:

“De griffier van de rechtbank vertelde mij vanmorgen dat het betaalde griffierecht niet meer teruggestort kon worden en daarmee bent u het griffierecht verschuldigd […] Ik heb u toegezegd om contact te zoeken met de rechtbank en ik heb u geen verdere toezeggingen gedaan inzake het niet betalen van het verschuldigde griffierecht.”

De vordering

Sunshutters vordert, na haar vordering te hebben verminderd, (samengevat) veroordeling van [XXX] Wonen c.s. tot betaling van het griffierecht. Sunshutters legt aan de (verminderde) vordering het volgende ten grondslag.

Sunshutters heeft [XXX] Wonen c.s. nimmer toegezegd dat zij de zaak zou royeren, alleen dat zij navraag zou doen over terugbetaling van het griffierecht. Bij navraag bij de rechtbank bleek dat het griffierecht niet meer kon worden teruggestort, omdat de zaak al inhoudelijk was behandeld. Er was reeds een tussenvonnis gewezen en Sunshutters heeft een herstelexploot moeten uitbrengen. Het griffierecht dient voor rekening van [XXX] Wonen c.s. te komen, omdat zij, door in gebreke te blijven met betaling, Sunshutters uiteindelijk heeft genoodzaakt een procedure bij de rechtbank te beginnen.

Het verweer

[XXX] Wonen c.s. betwist de (verminderde) vordering. Zij voert aan dat Sunshutters mondeling heeft toegezegd de procedure in te zullen trekken, indien [XXX] Wonen c.s. vóór de zitting van 3 mei 2012 een bedrag van € 810,00 zou hebben betaald. Hoewel [XXX] Wonen c.s. dat bedrag op 2 mei 2012 heeft betaald, heeft Sunshutters de zaak in strijd met haar toezegging niet ingetrokken. Het griffierecht moet daarom voor rekening van Sunshutters blijven.

De beoordeling

1. Bij intrekking van een zaak, nog voorafgaande aan de zitting waartegen is gedagvaard, wordt het griffierecht aan de eisende partij terugbetaald. Indien de zaak eerst nadien wordt ingetrokken, kan het griffierecht niet meer worden gerestitueerd.

2. In het onderhavige geval is de zaak ter zitting van 22 maart 2012 behandeld. Daarbij is gebleken dat de inleidende dagvaarding van 2 maart 2012 leed aan een gebrek dat nietigheid meebrengt. Die nietigheid is een voor risico van Sunshutters komende omstandigheid. De gevolgen daarvan, in het bijzonder de blijvende verschuldigdheid van het griffierecht, moeten dan ook door Sunshutters worden gedragen. De enkele omstandigheid dat partijen de zaak eerst ná het uitbrengen van het herstelexploot van 20 april 2012 in der minne hebben afgewikkeld, brengt hierin geen wijziging. Vast staat immers dat die afwikkeling vóór de zitting van 3 mei 2012 heeft plaatsgevonden.

3. Dit betekent dat het griffierecht voor rekening van Sunshutters dient te blijven. De (verminderde) vordering zal derhalve worden afgewezen.

4. De proceskosten komen voor rekening van Sunshutters omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de verminderde vordering af;

- veroordeelt Sunshutters tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [XXX] Wonen c.s. tot en met vandaag worden begroot op € 25,00 ter zake van reis- en verblijfkosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.P. Ruitinga en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.