Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX2436

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-06-2012
Datum publicatie
24-07-2012
Zaaknummer
193055 / HA RK 12-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Geen sprake van het beletten van de verdediging van het stellen van vragen aan getuigen, zoals verzoeker stelt, maar slechts van een aanmaning om aan de getuige vragen te stellen die betrekking hebben op ‘feiten en omstandigheden, welke hij zelf waargenomen of ondervonden heeft’ (artikel 342 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering). De vragen van de verdediging gingen dat kader een aantal malen te buiten. De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking. Volgt afwijzing wrakingsverzoek met toepassing van artikel 515 lid 4 Sv, omdat - gezien de lichtvaardigheid van het verzoek en de voorspelbare uitkomst daarvan - gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer: 193055 / HA RK 12-72

datum beslissing: 7 juni 2012

Op verzoek van:

[verzoeker],

geboren op [datum] te [plaats] ([land]),

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting [plaats],

hierna te noemen: verzoeker,

raadsman mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.

1. Procesverloop

1.1. Op de openbare zitting van 7 juni 2012 heeft verzoeker de wraking verzocht van mr. C.A. Boom, mr. Th.M. van Wassenaer-Westgeest en mr. J. Snitker, hierna te noemen: de rechters, leden van de meervoudige strafkamer in de bij deze rechtbank, sector strafrecht, aanhangige zaak met parketnummer 973002-11, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2. Van het verhandelde ter terechtzitting is, voor zover van belang voor deze wraking, een (extract) proces-verbaal opgemaakt dat aan de raadsman van verzoeker en aan de officier van justitie is uitgereikt.

1.3. De rechters hebben niet in de wraking berust.

1.4. Verzoeker en zijn raadsman, de officier van justitie en de rechters zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 7 juni 2012. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman. De rechters en de officier van justitie hebben hun zienswijze op het verzoek gegeven.

2. Het standpunt van betrokkenen

2.1. De raadsman heeft ter onderbouwing van het wrakingsverzoek aangevoerd dat de schijn van partijdigheid is gewekt, nu de meervoudige kamer het verzoek van de verdediging om getuige verbalisant 105 te horen, heeft geweigerd. Het horen van deze getuige is noodzakelijk om te kunnen aantonen dat de in het dossier genoemde ‘[…]’ en verzoeker niet één en dezelfde persoon zijn. Tevens heeft de voorzitter de verdediging tijdens het getuigenverhoor ter terechtzitting belet aan getuige […] vragen te stellen die duidelijkheid konden scheppen omtrent de juistheid van de conclusie van verbalisant 105. Hierdoor is de schijn van partijdigheid gewekt.

2.2. De voorzitter en de jongste rechter, mr. Boom en mr. Snitker, hebben er op gewezen dat de beslissing tot afwijzing van het getuigenverzoek een procesbeslissing betreft waarbij de meervoudige kamer zich op geen enkele wijze heeft uitgelaten over de mogelijke schuld van verdachte aan het ten laste gelegde. Tijdens het ruim drie uur durende getuigenverhoor op 7 juni 2012 is geprobeerd de vragen van de raadsman toe te spitsen op wat getuige heeft waargenomen in plaats van op conclusies, vermoedens en gissingen van de getuige. Daarbij was geen sprake van het beletten van vragen door de voorzitter. Geprobeerd is het verhoor te structureren. Er is niet gezegd dat de raadsman zijn vragen niet mocht stellen.

2.3. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. Het verzoek van de verdediging om getuige verbalisant 105 te horen is gedaan na en naar aanleiding van het verhoor van getuige […]. Bij de beslissing op het verzoek van de verdediging is van belang of inwilliging ervan noodzakelijk is voor enige te nemen beslissing. De rechtbank heeft, gelet hierop, kunnen oordelen dat de verklaring van getuige […] voldoende is om een eventueel verweer tot niet-ontvankelijkheid te kunnen beoordelen en dat daarvoor het horen van getuigen verbalisant 105, verbalisant 114 en […] niet noodzakelijk is. Er zijn geen aanwijzingen van enige vooringenomenheid tegen verdachte.

3. Beoordeling

3.1. Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.2. De wrakingskamer maakt uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting en het door de officier van justitie gegeven relaas op dat er geen sprake is geweest van het beletten van de verdediging van het stellen van vragen aan getuigen. Slechts is aangemaand om aan de getuige vragen te stellen die betrekking hebben op ‘feiten en omstandigheden, welke hij zelf waargenomen of ondervonden heeft’ (artikel 342 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering). De vragen van de verdediging gingen dat kader een aantal malen te buiten.

3.3. De feiten en omstandigheden die door en namens verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren zijn gebracht, leveren aldus op zichzelf noch in samenhang bezien grond op voor het oordeel dat het fungeren van de rechters in de hoofdzaak tot schade aan de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen leiden. De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking. De afwijzing van het verzoek getuigen verbalisant 105, verbalisant 114 en […] te horen is een processuele beslissing die mogelijk onwelgevallig is voor de verdachte maar deze kan niet tot wraking leiden.

3.4. De rechtbank zal het verzoek afwijzen.

3.5. De rechtbank ziet voorts aanleiding om toepassing te geven aan artikel 515, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, omdat - gezien de lichtvaardigheid van het verzoek en de voorspelbare uitkomst daarvan - gebleken is van misbruik van het rechtsmiddel wraking.

4. Beslissing

De rechtbank:

4.1. wijst het verzoek om wraking af;

4.2. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen;

4.3. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechters en de officier van justitie een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.4. beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. T.S. Röell, voorzitter, en mr. M.J. Smit en mr. M.J. Kronenberg, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2012 in tegenwoordigheid van mr. J.E. Vernes als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.