Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0997

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
15/800413-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gemotiveerde vrijspraak, airbagmethode, onvoldoende bewijs, geen medeplegen ten laste gelegd.

De meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem spreekt verdachte vrij van de opzettelijke invoer van cocaine.

Vast staat dat verdachte in Ecuador een koffer van 9 kilo heeft ingecheckt, het brutogewicht van de koffer in Nederland is niet vastgesteld, maar de koffer bevatte in elk geval een hoeveelheid van ruim 10 kilogram cocaine, zodat het aannemelijk is dat de koffer die verdachte heeft ingecheckt de cocaine nog niet bevatte. Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij te Schiphol opzettelijk cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Bewijs voor enige door verdachte op invoer van de cocaïne gerichte handeling ontbreekt echter nu niet vast staat dat verdachte in Ecuador een koffer met cocaïne heeft ingecheckt en hij in Nederland geen enkele verrichting met betrekking tot die koffer heeft gedaan. De enkele wetenschap dat derden de cocaïne in zijn koffer zouden doen, acht de rechtbank onvoldoende om hem en hem alleen verantwoordelijk te houden voor de invoer daarvan.

Nu verdachte niet het medeplegen of enige vorm van medeplechtigheid aan de invoer van cocaïne wordt verweten, dan wel het verrichten van voorbereidings- of bevorderingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, dient verdachte van het hem ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800413-12

Uitspraakdatum: 11 juli 2012

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 juni 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Guayaquil (Ecuador),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag Hoorn, locatie Zwaag.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 26 maart 2012 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 10708,2 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen en niet geretourneerde goederen dienen te worden verbeurd verklaard.

4. Vrijspraak

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank het volgende komen vast te staan.

Op 26 maart 2012 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, werd een koffer onderschept die zojuist was gelost uit het ruim van vlucht KL0755 uit Quito/Guayaquil. In de koffer bevond zich naast normale reizigerskleding een blauw-gele stoffen tas met 10.708,2 gram cocaïne. Verdachte heeft verklaard dat de koffer aan hem toebehoort, evenals de kleding in de koffer. De blauw-gele Umbro tas zou niet van hem zijn en hij zou onbekend zijn met de tas en de daarin aanwezige cocaïne. Volgens het bagagelabel dat aan de koffer was bevestigd en volgens het bijbehorende claimtag, is op naam van verdachte te Guayaquil Ecuador een koffer met een gewicht van 9 kilogram ingecheckt.

De officier van justitie hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat er verdovende middelen in zijn koffer zaten. Verdachte is als eigenaar van de koffer in beginsel aansprakelijk voor de inhoud daarvan. De officier van justitie acht het reisverhaal van verdachte leugenachtig en zijn verklaringen ongeloofwaardig. Hij concludeert dat verdachte heeft geweten dat er drugs in zijn koffer zat en houdt verdachte verantwoordelijk voor de opzettelijke invoer van cocaïne. Dat de cocaïne mogelijk door een derde persoon na het inchecken in de koffer van verdachte is gedaan doet daaraan volgens de officier van justitie niet af.

De rechtbank overweegt als volgt.

Bij het beantwoorden van de vraag of de aangetroffen cocaïne opzettelijk door verdachte binnen het grondgebied van Nederland is gebracht, stelt de rechtbank voorop dat een reiziger in beginsel verantwoordelijk is voor zijn eigen bagage en dat hij geacht wordt bekend te zijn met de inhoud van de door hem ingecheckte (hand)bagage.

Uit het aan de koffer bevestigde bagagelabel is op te maken dat verdachte te Guayaquil één stuk ruimbagage heeft ingecheckt met een gewicht van 9 kilogram. Aanwijzingen dat dit gewicht niet juist is of dat er op de luchthaven van Guayaquil een koffer met een ander gewicht is ingecheckt, ontbreken. Uit het dossier valt niet op te maken wat het brutogewicht van de koffer bij aankomst in Nederland is geweest, maar gelet op het totale nettogewicht van de op Schiphol aangetroffen hoeveelheid cocaïne is niet aannemelijk dat de koffer die verdachte heeft ingecheckt de cocaïne reeds bevatte op het moment dat verdachte daar nog de beschikking over had. Aannemelijk is dat een derde of derden, nadat verdachte zijn koffer had ingecheckt, de koffer hebben opengemaakt en de blauw-gele Umbro tas waarin de cocaïne zich bevond in de koffer hebben gedaan.

Indien het bewijs ontbreekt dat een verdachte zelf alle elementen van de delictsomschrijving voor zijn rekening heeft genomen, zal, om hem toch strafrechtelijk aansprakelijk te kunnen houden, hem een deelnemingsvorm ten laste moeten worden gelegd.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij te Schiphol opzettelijk cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Bewijs voor enige door verdachte op invoer van de cocaïne gerichte handeling ontbreekt echter nu niet vast staat dat verdachte in Ecuador een koffer met cocaïne heeft ingecheckt en hij in Nederland geen enkele verrichting met betrekking tot die koffer heeft gedaan. De enkele wetenschap dat derden de cocaïne in zijn koffer zouden doen, acht de rechtbank onvoldoende om hem en hem alleen verantwoordelijk te houden voor de invoer daarvan.

Nu verdachte niet het medeplegen of enige vorm van medeplechtigheid aan de invoer van cocaïne wordt verweten, dan wel het verrichten van voorbereidings- of bevorderingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, dient verdachte van het hem ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

5. Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een blauw-gele tas van het merk Umbro en een KLM-bagagelabel, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het strafbare feit met behulp van die voorwerpen is begaan of voorbereid terwijl voorts niet is kunnen worden vastgesteld aan wie zij toebehoren.

6. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart verbeurd:

- 1.00 STK Tas Kl: blauwgeel;

- 1.00 STK Label, KLM, bagagelabel [bagagelabelnummer]

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Stalenhoef, voorzitter,

mr. J. Snitker en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Valk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juli 2012.

Mr. Hoedemaker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.