Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0782

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-07-2012
Datum publicatie
09-07-2012
Zaaknummer
AWB 12-941
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 oktober 2011 is verweerder niet teruggekomen op zijn beslissing van 2 oktober 2009, waarin hij aan eiseres geen uitkering op grond van de Wet Wajong heeft toegekend.

Op 22 juni 2011 heeft eiseres wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid een Wajong-uitkering aangevraagd. Verweerder heeft op 27 september 2011 besloten eiseres per 6 mei 2011 geen Wajong-uitkering toe te kennen. Eiseres kan deze uitkering alleen maar krijgen na vier weken ziekte als zij korter dan vijf jaar geleden al een wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid heeft doorlopen. Dat is bij eiseres volgens verweerder niet het geval.

De Rb. overweegt t.a.v. het terugkomen op de oude Wajongbeslissing als volgt. Eiseres heeft aangevoerd dat haar beperkingen zijn verergerd en er nieuwe beperkingen zijn bijgekomen, als gevolg van de Spina Bifida. De Rb. ziet hierin geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in vorenbedoelde zin, zodat verweerder bevoegd was om het verzoek af te wijzen. Overigens komt eiseres, onder verwijzing naar de uitspraak van de CRvB van 18 november 2009, LJN: BK3730, niet in aanmerking voor toekenning van een Wajong-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid op grond van art. 19, lid 1, aanhef en onder b, van de (oude) Wajong, omdat zij niet voldoet aan de voorwaarde van ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid aan het einde van de wachttijd. De door eiseres hiertegen aangevoerde beroepsgronden falen derhalve.

T.a.v. de aanvraag op grond van de nieuwe Wajong overweegt de Rb. als volgt.

Voor verweerder is van belang dat eiseres, destijds geen onafgebroken periode van 52 weken heeft doorlopen waarin zij als jonggehandicapte kon worden aangemerkt, zoals volgens hem art. 2:3, lid 2 van de Wet Wajong voorschrijft.

In de MvT, vergaderjaar 2008-2009 31 780, nr. 3 is het volgende te lezen. Als de betrokkene een resterende verdiencapaciteit heeft die hoger is dan 75% van zijn maatmaninkomen, ontstaat in principe geen recht op arbeidsondersteuning. De gezondheidstoestand van de betrokkene kan na de eerste beoordeling echter verslechteren. Als dat binnen vijf jaar na de 18e verjaardag gebeurt en het gevolg is van dezelfde ziekte of gebrek (oorzaak), kan de betrokkene een nieuw verzoek om arbeidsondersteuning indienen. Dit verzoek dient hij wel te onderbouwen met feiten of omstandigheden die aannemelijk maken dat zijn gezondheidstoestand is verslechterd na de vorige beoordeling. Het UWV beoordeelt dan opnieuw of de betrokkene niet meer kan verdienen dan 75% van het maatmaninkomen. Zo ja, dan ontstaat alsnog recht op arbeidsondersteuning. Dit is billijk want de oorzaak van het verlies aan verdiencapaciteit is gelegen in de ziekte die of het gebrek dat de betrokkene al had op zijn 18e verjaardag.

Als aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan, ontstaat in principe een recht op arbeidsondersteuning. Dit is slechts anders als zich een uitsluitingsgrond voordoet op de dag dat het recht zou ontstaan. Uitsluitingsgronden zijn omstandigheden die verhinderen dat een recht op arbeidsondersteuning ontstaat. Er zijn drie omstandigheden waarin geen recht ontstaat. De eerste omstandigheid is detentie, dat wil zeggen dat de jonggehandicapte rechtens zijn vrijheid is ontnomen. In dit geval bestaat geen noodzaak tot arbeidsondersteuning door het UWV. De tweede omstandigheid is dat de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen. De derde omstandigheid betreft het feit dat de jonggehandicapte een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijft in Nederland. In dit geval zou een recht op arbeidsondersteuning het vreemdelingenbeleid doorkruisen.

De Rb. leest in art. 2:3, lid 2 van de Wet Wajong, alsmede in de MvT, geen ruimte voor de beperkte uitleg die verweerder aan het artikel geeft, nu het artikel de mogelijkheid biedt alsnog jonggehandicapte te worden. Voorts kon een voorbeeld van een geslaagd beroep op art. 2:3, lid 2 van de Wet Wajong, ter zitting niet worden gegeven.

De Rb. is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met de wet. Voor toepassing van de bestuurlijke lus ziet de Rb. gelet op het duidelijke standpunt van verweerder geen aanleiding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12 - 941

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2012

in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. A.A. Bouwman, advocaat te Amsterdam,

tegen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 oktober 2011 is verweerder niet terug gekomen op zijn beslissing van 2 oktober 2009, waarin hij aan eiseres geen uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) heeft toegekend.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 16 januari 2012 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 18 april 2012, alwaar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. A.A. Bouwman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door R. Hahn, werkzaam bij het UWV.

2. Overwegingen

2.1 Eiseres, geboren op [...], heeft op 17 juni 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd. De verzekeringsarts achtte het duidelijk dat, gelet op de aard van de aandoening, de arbeidsongeschiktheid is aangevangen voor de 17e verjaardag van eiseres. De arbeidsdeskundige rapporteerde dat eiseres in gangbare arbeid per uur nog (tenminste) het maatgevende loon kan verdienen. Bij besluit van 2 oktober 2009 heeft verweerder vervolgens geweigerd aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen omdat eiseres niet een heel jaar lang meer dan 25% arbeidsongeschikt was geweest.

2.2 Op 22 juni 2011 heeft eiseres wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid een Wajong-uitkering aangevraagd. Eiseres is vervolgens op 14 september 2011 door de verzekeringsarts onderzocht. Deze heeft geconcludeerd dat de toename van de arbeidsongeschiktheid werd veroorzaakt door een zelfde ziekte/aandoening als waarvoor eiseres eerder arbeidsongeschikt is geweest. De verzekeringarts heeft de mogelijkheden en beperkingen van eiseres in een functionele mogelijkhedenlijst (FML) vastgelegd. Er heeft vervolgens, ondanks de planning van de verzekeringsarts het dossier door te sturen naar een arbeidsdeskundige, geen arbeidskundige beoordeling plaatsgevonden. Verweerder heeft op 27 september 2011 besloten eiseres per 6 mei 2011 geen Wajong-uitkering toe te kennen. Eiseres kan deze uitkering alleen maar krijgen na vier weken ziekte als zij korter dan vijf jaar geleden al een wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid heeft doorlopen. Dat is bij eiseres volgens verweerder niet het geval.

Bij de beslissing op bezwaar van 16 januari 2012 heeft verweerder

- het besluit van 27 september 2011 ingetrokken;

- vastgesteld dat de beslissing van 2 oktober 2009 in rechte vaststaat. Om van een in rechte vaststaande beslissing terug te komen moet er sprake zijn van nieuwe feiten of omstandigheden welke ten tijde van de genomen beslissing niet bekend waren of niet bekend konden zijn. Hetgeen eiseres heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om terug te komen op de beslissing van 2 oktober 2009;

- het besluit van 11 oktober 2011 gehandhaafd.

2.2.1. Blijkens het verweerschrift en het verhandelde ter zitting stelt verweerder zich thans op het volgende standpunt.

- Bij een toename op grond van dezelfde ziekteoorzaak kan alleen binnen vijf jaar eventueel een Wajong-uitkering worden toegekend indien verzekerde in het verleden de wachttijd heeft vol gemaakt. Aangezien hiervan geen sprake is, kan er zowel onder de nieuwe Wajong als onder de oude Wajong geen sprake zijn van een toekenning.

- Aangezien eiseres op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag (8 april 2011) ouder was dan 17 en niet studerend kan er geen nieuwe Wajong-uitkering worden toegekend.

- Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zodat niet teruggekomen kan worden op het besluit van 2 oktober 2009.

2.2.2. Eiseres voert in beroep het volgende aan. Omdat per 1 januari 2010 de nieuwe Wet Wajong is ingevoerd en deze op veel punten een wijziging behelst ten opzichte van de “oude” wet had verweerder de aanvraag integraal en inhoudelijk dienen te toetsen aan de nieuwe wet. Eiseres verwijst voorts naar de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2012, LJN:BV7983 en stelt dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Eiseres is uitgevallen voor werk met een arbeidsomvang van 3 uur per week als caissière bij een tuincentrum. Eiseres heeft derhalve minder dan 25% van het minimumloon verdiend. Dat maakt aannemelijk dat er nimmer meer dan 25% van het minimumloon door eiseres is verdiend. Ook om deze reden had een grondig onderzoek en integrale herbeoordeling voor de hand gelegen. Verder is eiseres in het kader van de Ziektewet medisch onderzocht. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat eiseres op 14 september 2011 geen benutbare mogelijkheden had. Deze had zij evenmin op en na 8 april 2011, de dag van de operatie aan haar voeten. Deze behandeling heeft er overigens toe geleid dat de hoofdpijnen en migraineklachten zijn verergerd. Inmiddels is ook de 52-wekentermijn na de ziekmelding van 8 april 2011 nagenoeg verstreken, hetgeen betekent dat er ook uit dien hoofde beroep is op een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De rechtbank overweegt als volgt.

2.3 Nu verweerder zijn beslissing op bezwaar, gelet op het verweerschrift, niet heeft gehandhaafd zal, reeds hierom, het beroep gegrond worden verklaard en het bestreden besluit worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank zal, om (zo mogelijk) tot een definitieve beslissing over het geschil tussen partijen te komen, beoordelen of met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand kunnen blijven.

Terug komen op oude Wajong beslissing

2.4 Het besluit van 2 oktober 2009 staat in rechte vast. Overeenkomstig hetgeen voor herhaalde aanvragen is bepaald in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mag van degene die een bestuursorgaan verzoekt van een eerder genomen besluit terug te komen worden verlangd dat bij dit verzoek nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld die zulk een terugkomen kunnen rechtvaardigen. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan het verzoek zonder nader onderzoek afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluit.

2.5 Eiseres heeft aangevoerd dat haar beperkingen zijn verergerd en er nieuwe beperkingen zijn bijgekomen, als gevolg van de Spina Bifida. De rechtbank ziet hierin geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in vorenbedoelde zin, zodat verweerder bevoegd was om het verzoek af te wijzen. Overigens komt eiseres, onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 november 2009, LJN: BK3730, niet in aanmerking voor toekenning van een Wajong-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder b, van de (oude) Wajong, omdat zij niet voldoet aan de voorwaarde van ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid aan het einde van de wachttijd. De door eiseres hiertegen aangevoerde beroepsgronden falen derhalve.

Aanvraag op grond van de nieuwe Wet Wajong

2.6 Artikel 2:3, van de Wet Wajong luidt voor zover hier van belang, thans aldus:

1. Jongehandicapte in de zin van dit hoofdstuk is de ingezetene die:

a aansluitend op de dag waarop hij 17 jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek gedurende 52 weken niet in staat is geweest met arbeid meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen, terwijl niet aannemelijk is dat hij binnen een jaar volledig zal herstellen;

b na de in onderdeel a bedoelde dag waarop hij 17 jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek gedurende 52 weken niet in staat is geweest om met arbeid meer dan 75% te verdienen van het maatmaninkomen, terwijl niet aannemelijk is dat hij binnen een jaar volledig zal herstellen en hij in het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop het als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.

2. Indien de ingezetene geen jonggehandicapte is en binnen vijf jaar na afloop van de periode van 52 weken bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, niet meer in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen als gevolg van een oorzaak die reeds aanwezig was na afloop van de termijn van 52 weken bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, terwijl niet aannemelijk is dat de ingezetene binnen een jaar volledig zal herstellen., dan wordt de ingezetene alsnog jonggehandicapte met ingang van de dag waarop hij niet meer in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen.

2.7 Voor verweerder is van belang dat eiseres, destijds geen onafgebroken periode van 52 weken heeft doorlopen waarin zij als jonggehandicapte kon worden aangemerkt, zoals volgens hem artikel 2:3, tweede lid van de Wet Wajong voorschrijft.

2.8 In de Memorie van Toelichting vergaderjaar 2008-2009 31 780 nr 3 is het volgende te lezen. Als de betrokkene een resterende verdiencapaciteit heeft die hoger is dan 75% van zijn maatmaninkomen, ontstaat in principe geen recht op arbeidsondersteuning. De gezondheidstoestand van de betrokkene kan na de eerste beoordeling echter verslechteren. Als dat binnen vijf jaar na de 18e verjaardag gebeurt en het gevolg is van dezelfde ziekte of gebrek (oorzaak), kan de betrokkene een nieuw verzoek om arbeidsondersteuning indienen. Dit verzoek dient hij wel te onderbouwen met feiten of omstandigheden die aannemelijk maken dat zijn gezondheidstoestand is verslechterd na de vorige beoordeling. Het UWV beoordeelt dan opnieuw of de betrokkene niet meer kan verdienen dan 75% van het maatmaninkomen. Zo ja, dan ontstaat alsnog recht op arbeidsondersteuning. Dit is billijk want de oorzaak van het verlies aan verdiencapaciteit is gelegen in de ziekte die of het gebrek dat de betrokkene al had op zijn 18e verjaardag.

Als aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan, ontstaat in principe een recht op arbeidsondersteuning. Dit is slechts anders als zich een uitsluitingsgrond voordoet op de dag dat het recht zou ontstaan. Uitsluitingsgronden zijn omstandigheden die verhinderen dat een recht op arbeidsondersteuning ontstaat. Er zijn drie omstandigheden waarin geen recht ontstaat. De eerste omstandigheid is detentie, dat wil zeggen dat de jonggehandicapte rechtens zijn vrijheid is ontnomen. In dit geval bestaat geen noodzaak tot arbeidsondersteuning door het UWV. De tweede omstandigheid is dat de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen. De derde omstandigheid betreft het feit dat de jonggehandicapte een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijft in Nederland. In dit geval zou een recht op arbeidsondersteuning het vreemdelingenbeleid doorkruisen.

2.9 De rechtbank leest in artikel 2:3, tweede lid van de Wet Wajong, alsmede in de Memorie van Toepassing, geen ruimte voor de beperkte uitleg die verweerder aan het artikel geeft, nu het artikel de mogelijkheid biedt alsnog jonggehandicapte te worden. Voorts kon een voorbeeld van een geslaagd beroep op artikel 2:3, tweede lid van de Wet Wajong, ter zitting niet worden gegeven.

2.10 De rechtbank is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met de wet. Voor toepassing van de bestuurlijke lus ziet de rechtbank gelet op het duidelijke standpunt van verweerder geen aanleiding. Verweerder zal worden opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres te nemen. Daarbij dient verweerder zich rekenschap te geven van het volgende. In geval eiseres op grond van artikel 2:3, tweede lid, van de Wet Wajong als jonggehandicapte dient te worden aangemerkt, is het niet uitgesloten dat zij op grond van artikel 2:15 van de Wet Wajong recht heeft op arbeidsondersteuning. De beoordeling van wat eiseres met arbeid kan verdienen, alsmede de beoordeling of zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, dient blijkens artikel 2:5, eerste lid, van de Wet Wajong te worden gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.

2.11 Voorts bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van verweerder.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep gegrond;

3.2 vernietigt het bestreden besluit van 16 januari 2012;

3.3 bepaalt dat verweerder met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;

3.4 veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 874,--, te betalen aan de griffier;

3.5 gelast dat de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door eiseres betaalde griffierecht van € 41,-- aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Terwiel-Kuneman, rechter in tegenwoordigheid van F. Voskamp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2012.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.