Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0181

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-05-2012
Datum publicatie
03-07-2012
Zaaknummer
190955 - KG ZA 12-149
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bewijsbeslag ex art 843a Rv gelegd op gegevensdragers en documenten. Eisers vorderen dat inzage wordt verschaft aan onafhankelijke derde ten behoeve van integriteitsonderzoek. Gezien de onderbouwing van de gevraagde voorziening is deze kennelijk bedoeld om te kunnen nagaan of er voldoende feitelijke grondslag is voor een vordering tegen gedaagden. Dit betekent dat in wezen sprake is van een “fishing expedition”. Gevraagde voorziening wordt geweigerd.

In reconventie wordt opheffing van het bewijsbeslag gevorderd. Nu gedaagden door het beslag op geen enkele wijze worden belemmerd en nu de feiten ook niet zonder meer de conclusie rechtvaardigen dat van onrechtmatig handelen van de zijde van gedaagden geen sprake kan zijn, is de voorzieningenrechter in het kader van een afweging van de wederzijdse belangen van oordeel dat het beslag gedurende de appeltermijn gehandhaafd moet blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 190955 / KG ZA 12-149

Vonnis in kort geding van 4 mei 2012

in de zaak van

de stichting

STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS HAARLEMMERMEER,

gevestigd te Haarlemmermeer,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. E.L. Zondervan te Utrecht,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te Beverwijk,

2. [gedaagde 2],

wonende te Lamswaarde,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

4 SCHOOLS IN CONTROL B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LUCRATIEF B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. H. Manik te Haarlem.

Eiseres in conventie, verweerster in reconventie zal hierna Sopoh worden genoemd.

Gedaagden in conventie, eisers in reconventie, zullen gedaagden worden genoemd en afzonderlijk worden aangeduid als [gedaagde 1], [gedaagde 2], 4SC en Lucratief.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Sopoh

- de pleitnota’s van gedaagden

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Sopoh is een stichting die openbaar primair onderwijs aanbiedt op 23 basisscholen in de regio Haarlemmermeer. Binnen de stichting is conform de statuten het bestuur het hoogste orgaan. Daarnaast heeft de stichting een directeur en een bestuurskantoor die belast zijn met de feitelijke leiding van de organisatie. [gedaagde 1] is per 1 april 2009 in dienst getreden van Sopoh als algemeen directeur.

2.2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] kennen elkaar uit een eerder dienstverband. [gedaagde 2] is als financieel specialist werkzaam voor Comeet en ABConsultancy. ABConsultancy is door Sopoh ingehuurd voor de implementatie van het softwareprogramma Afas. [gedaagde 2] heeft voor Sopoh consultancywerkzaamheden verricht. [accountant] (hierna: [accountant]) is de accountant van Sopoh.

2.3. De vennootschap 4SC, opgericht op 31 maart 2011, is blijkens de inschrijving in het Handelsregister een administratiekantoor c.q. organisatie-adviesbureau, dat zich tevens bezig houdt met bedrijfsopleidingen en -trainingen. [gedaagde 2] is bestuurder van 4 SC. De aandelen in 4SC worden gehouden door Lucratief. [gedaagde 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van Lucratief.

2.4. In november 2010 zijn bij het bestuur van Sopoh en de leden van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van scholen die onder Sopoh vallen brieven ingekomen, ondertekend door “een klokkenluider” en “de klokkenluiders”, waarin is vermeld dat op het adres van [gedaagde 1] een vennootschap is gevestigd die diensten aanbiedt aan onderwijsklanten, dat de bestuurder van die vennootschap veel op het bestuursbureau van Sopoh werkt en woonachtig is in het voormalig woon-werkgebied van [gedaagde 1] en dat de vennootschap niet alleen werkt voor Sopoh, maar ook voor andere scholen. In de brieven werd verzocht dit grondig uit te zoeken.

2.5. Naar aanleiding van deze brieven heeft het bestuur van Sopoh IRS Forensic Investigations & Integrity Services B.V. te Capelle aan den IJssel (hierna: IRS) opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar de integriteit van [gedaagde 1]. IRS is in juni 2011 met het onderzoek gestart.

2.6. In verband met het onderzoek heeft Sopoh een kort geding aangespannen tegen Danet Service BV te Nieuw-Vennep (hierna: Danet), de onderneming die het elektronisch netwerk van Sopoh beheert en ICT-diensten levert die voor het beheer noodzakelijk zijn. Voorts hebben medewerkers van het bestuursbureau van Sopoh een kort geding gevoerd tegen Sopoh en haar bestuursleden.

2.7. In deze beide kort gedingen heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 21 september 2011 één vonnis gewezen. Daarbij werd, voor zover hier van belang, (in de zaak met zaaknummer 184366) Danet op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld om uiterlijk twee weken na daartoe gedaan verzoek van Sopoh of IRS haar medewerking te verlenen aan het maken van een kopie, ook wel ‘dump’ of ‘forensic image’ genoemd, van alle data op de server van Sopoh door IRS ten behoeve van het door Sopoh opgedragen onderzoek en werd (in de zaak met zaaknummer 184723) Sopoh op straffe van verbeurte van een dwangsom verboden om de e-mailberichten en documenten, opgeslagen op de M-schijf, zich bevindend op de server van Sopoh bij Danet, dan wel enige kopie daarvan, zonder toestemming van de betrokken medewerkers te onderzoeken dan wel te laten onderzoeken.

2.8. Nadien heeft Sopoh een kort geding aangespannen tegen de medewerkers van het bestuursbureau, waaronder [gedaagde 1]. Bij vonnis in kort geding van 6 december 2011 zijn de medewerkers van het bestuursbureau hoofdelijk op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld om alle medewerking te verlenen aan het integriteitsonderzoek dat wordt uitgevoerd door IRS, waaronder, maar daartoe niet beperkt, mede dient te worden begrepen het laten onderzoeken van alle elektronische gegevens door IRS die beschikbaar zijn via de server waar Sopoh gebruik van maakt, om, voor zover hiertoe (formeel en feitelijk) bevoegd, onbeperkt aan IRS toegang te verlenen tot Afas, het administratieve systeem van Sopoh, en om zich te onthouden van verzoeken en/of opdrachten aan derden om bij deze derden in bezit zijnde en op Sopoh betrekking hebbende informatie en documentatie niet aan IRS te verschaffen. Tevens werd het de medewerkers van het bestuursbureau verboden het vonnis in kort geding van 21 september 2011 met zaaknummer 184723 ten uitvoer te leggen.

2.9. Tijdens het nadien verrichte onderzoek door IRS is een e-mail ontdekt van [gedaagde 1] aan [gedaagde 2] d.d. 22 oktober 2010 waarin [gedaagde 1] onder meer het volgende schrijft.

(…)

Het zou daarbij heel handig en goed zijn om ook zelf een vaste locatie te hebben waar je wederom gebruik maakt van het aanwezige personeel eventueel aangevuld met eigen personeel om in plaats van uit huis nu die administratie van bovengenoemde besturen IN HUIS te organiseren.

(…)

Een bevriend register accountant van [voornaam accountant] (dit in overleg met [voornaam accountant]) [voorzieningenrechter.: [accountant]] is bereid op formele wijze aan te geven dat jouw administratiekantoor hoewel eerst onder de vlag van Comeet, maar later onder de naam XYZ, een volledig en gegarandeerd goed kantoor is (de termen nog te bedenken {weet [E] nog wel})

Jij geeft hiervan een goede en overtuigende presentatie op de bestuursvergadering van 18 november (…).

De BV wordt snel opgericht. (mijn aandeel wordt nog nader besproken. Bijvoorbeeld de afgesproken 50 % aandelen worden per 1 oktober 2014 overgedragen, maar zijn nu reeds betaald)

Kortom doordenkend op dit concept zie ik nu echt wel een goede kans voor het realiseren van dit kantoor. Als ook nog [E] bij de presentatie aanwezig is, kunnen er heel goed een-tweetjes gespeeld worden.

(…)

2.10. Op 9 maart 2012 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Middelburg aan Sopoh verlof verleend om op de voet van artikel 730 juncto artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtvordering (Rv) ten laste van [gedaagde 2], 4SC en Lucratief conservatoir bewijsbeslag te leggen op, dan wel forensische kopieën te maken van alle (schriftelijke en elektronische) documenten en correspondentie, alle (elektronische of fysieke) bescheiden die behoren tot de administratie van gerekwestreerden die betrekking hebben op de in het verzoekschrift omschreven constructie en/of de gestelde betaling die [gedaagde 1] zou hebben gedaan in het kader van de verkrijging van aandelen in de toekomst, die zich bevinden op de hun ter beschikking staande locatie, zijnde het woonadres/kantooradres van gerekwestreerden, dan wel zich bevinden onder derden die voor gerekwestreerden deze bescheiden houden,

- met bepaling dat de deurwaarder en één of meer onafhankelijke ICTspecialisten van H. Schippers te Gilze (hierna: Schippers) zijn gemachtigd om van de documenten een (forensische) kopie te maken en dat na het maken van de kopieën de documenten en/of gegevensdragers onverwijld aan gerekwestreerden worden geretourneerd,

- met bepaling dat de deurwaarder en één of meer ICTspecialisten zijn gemachtigd om kennis te krijgen van alle toegangscodes en wachtwoorden van de computersystemen, teneinde toegang te krijgen tot de documenten, en dat, indien geen toegang kan worden verkregen en ter plaatse geen kopieën kunnen worden gemaakt, dit ten kantore van de deurwaarder wordt gedaan,

- met bepaling dat de deurwaarder en één of meer ICTspecialisten in voorkomend geval zijn gemachtigd tot het binnentreden van (privé)voertuigen en/of locaties van derden voor zover zich daar documenten en/of gegevensdragers met daarop documenten als hiervoor genoemd bevinden.

2.11. Tevens werd de gerechtelijke bewaring bevolen van de verkregen kopieën van administratieve bescheiden en andere informatiedragers en werd Schippers aangewezen als bewaarder. Voorts werd bepaald dat de inhoud van de in beslag genomen en in bewaring gegeven documenten, bescheiden en digitale gegevensdragers niet aan Sopoh of derden bekend mocht worden gemaakt, totdat in een gerechtelijke procedure zou zijn bepaald van welke documenten of bescheiden of gedeelten daarvan aan Sopoh inzage, afschrift of uittreksel mag worden gegeven. De termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak werd bepaald op 28 dagen na beslaglegging.

2.12. Op 11 maart 2012 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank onder dezelfde voorwaarden en beperkingen verlof verleend voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag ten laste van [gedaagde 1], met dien verstande dat de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak werd bepaald op veertien dagen.

2.13. Op 15 maart 2012 is ten laste van [gedaagde 1], [gedaagde 2], 4SC en Lucratief conservatoir bewijsbeslag gelegd op digitale gegevens op laptops, harde schijven, mobiele telefoons, het hotmailadres van [gedaagde 1], en op een aantal ordners. Van de (digitale) informatie zijn forensische kopieën gemaakt, waarna de originelen en de gegevensdragers aan de eigenaars zijn teruggegeven. De gerechtelijk bewaarder heeft de kopieën onder zich gehouden.

2.14. Bij brieven van 15 maart 2012 heeft mr. Zondervan voornoemd [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verzocht hem te berichten of zij toestemming gaven om de beslagen gegevens in het kader van het reeds lopende onderzoek door IRS te laten bekijken om te beoordelen welke stukken relevant zijn voor dat onderzoek. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben die toestemming niet verleend.

2.15. [gedaagde 1] is sinds 5 december 2011 geschorst als algemeen directeur van Sopoh. [gedaagde 2] heeft per 15 maart 2012 zijn consultancywerkzaamheden voor Sopoh beëindigd.

3. Het geschil in conventie

3.1. Sopoh vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal bepalen dat de gerechtelijk bewaarder van de in beslag genomen bescheiden, al dan niet met inschakeling van een deskundige, aan IRS, dan wel een ander door Sopoh aan te wijzen onafhankelijk onderzoeksbureau, inzage in en afschrift van die bescheiden zal verschaffen en zal bepalen dat IRS, dan wel een ander door Sopoh aan te wijzen onafhankelijk onderzoeksbureau, deze stukken zal mogen onderzoeken in het kader van het lopend integriteitsonderzoek met toepassing van de voor dat bureau gebruikelijke regels en protocollen, althans een zodanige voorziening zal geven als de voorzieningenrechter juist zal achten, met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

3.2. Gedaagden voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Gedaagden vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Sopoh op straffe van verbeurte van een dwangsom zal veroordelen om

- het conservatoir beslag dat ex artikel 843a Rv is gelegd op documenten en gegevensdragers van [gedaagde 1], [gedaagde 2], 4SC en Lucratief op te heffen en

- alle gemaakte kopieën van de elektronische gegevens die zich thans onder de gerechtelijk bewaarder bevinden binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis te vernietigen,

met veroordeling van Sopoh in de kosten van het geding.

4.2. Sopoh voert verweer.

4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Bij de aanvang van de zitting hebben gedaagden bezwaar gemaakt tegen een aantal producties die door Sopoh daags voor de zitting in het geding zijn gebracht. De voorzieningenrechter heeft dat bezwaar verworpen, omdat de desbetreffende producties gedaagden bekend zijn uit eerdere kort gedingen, dan wel zodanig gering zijn van omvang dat gedaagden door de overlegging ervan niet in hun verdediging zijn geschaad.

5.2. Sopoh legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Tijdens het onderzoek door IRS van de forensic image is gebleken dat [gedaagde 1] een groot deel van zijn correspondentie heeft gewist. Slechts een klein deel ervan kon door elektronische herstelprogramma’s worden teruggezet. Uit het tot nog toe verrichte onderzoek is gebleken dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op enig moment het plan hebben opgevat een BV op te richten die zich zou gaan bezig houden met het aanbieden van personeel voor backoffice-werkzaamheden, met name administratief personeel, aan andere onderwijsorganisaties. Om uitvoering te geven aan dit plan is op 31 maart 2011 4SC opgericht. Volgens Sopoh was het de bedoeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat 4SC een ruimte zou huren op het kantoor van Sopoh en gebruik zou maken van alle daar aanwezige faciliteiten tegen een huurprijs van 10 % van de netto omzet. 4SC zou tegen kostprijs personeel van Sopoh inhuren en die medewerkers tegen aanzienlijk hogere tarieven inzetten voor andere schoolorganisaties. Volgens Sopoh zouden op die manier alle kosten en risico’s bij Sopoh worden neergelegd, terwijl alle te behalen winst naar 4SC zou gaan.

5.3. Alle aandelen in 4SC worden thans nog gehouden door [gedaagde 2]. Uit de onder de feiten aangehaalde e-mail van [gedaagde 1] van 22 oktober 2010 blijkt echter dat [gedaagde 1] in 2014 de helft van de aandelen in 4SC krijgt. Daardoor is het in het belang van [gedaagde 1] dat 4SC een succes wordt, aldus Sopoh.

5.4. Resumerend stelt Sopoh dat er op grond van het tot nog toe gedane onderzoek en met name de e-mail van 22 oktober 2010 ernstige vermoedens bestaan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig jegens Sopoh hebben gehandeld in die zin dat zij Sopoh opzettelijk hebben benadeeld ten gunste van 4SC. Tegen die achtergrond vordert Sopoh inzage in de beslagen gegevens.

5.5. Volgens gedaagden is er geen sprake van onoorbare praktijken van [gedaagde 1], [gedaagde 2] en 4SC, noch (indirect) van Lucratief. Ter toelichting voeren zij het volgende aan. In 2010 was Sopoh op zoek naar een manier om extra geldstromen te genereren zonder daarbij risico’s te lopen en zonder daarmee in strijd te komen met de omstandigheid dat het haar verboden is commerciële activiteiten te ontplooien. . In de bestuursvergaderingen is toen gesproken over het in eigen beheer aanbieden van administratieve diensten aan derden. [gedaagde 2] heeft hierover een presentatie gegeven die door het bestuurskantoor enthousiast werd ontvangen. [gedaagde 2] is vervolgens op verzoek van de leden van het bestuurskantoor aan de slag gegaan. 4SC werd opgericht en er zijn conceptovereenkomsten opgesteld. Doelstelling van de constructie met 4SC was dat Sopoh en 4SC beide winst zouden behalen door het uitvoeren van administratieve diensten voor andere schoolbesturen. Sopoh zou van de constructie profiteren doordat 4SC haar zou betalen voor het inhuren van haar personeel en doordat 4SC haar huur zou betalen voor het gebruik van haar locatie. Ook zou Sopoh personeel van 4SC kunnen inzetten in geval van ziekte en dergelijke van haar eigen personeel. De hiertoe opgestelde conceptovereenkomsten zijn echter niet door het bestuur ondertekend, zodat 4SC nooit acties naar de markt heeft kunnen ondernemen. Wat de e-mail van 22 oktober 2010 betreft voert [gedaagde 1] aan dat deze door Sopoh uit zijn context is gehaald en dat Sopoh ten onrechte de reactie van [gedaagde 2] op deze e-mail niet heeft ingebracht. Volgens [gedaagde 1] had [gedaagde 2] destijds twijfels omtrent de plannen met betrekking tot de op te richten vennootschap en is de e-mail relativerend en grappig bedoeld en heeft [gedaagde 2] die e-mail ook als zodanig begrepen. [gedaagde 1] betwist voorts uitdrukkelijk dat hij bestanden van zijn computer in het kantoor van Sopoh heeft gewist om onderzoek daarvan onmogelijk te maken.

5.6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 843a Rv stelt aan een bevel tot inzage of afgifte van afschriften van bescheiden drie cumulatieve voorwaarden:

a. de eiser dient een rechtmatig belang te hebben bij de inzage of afgifte;

b. het moet bepaalde bescheiden betreffen en

c. het moet gaan om bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin eiser of zijn rechtsvoorganger partij zijn.

Deze voorwaarden zijn gesteld om zogenaamde “fishing expeditions” voorkomen. Het onder b genoemde vereiste betekent dat een partij slechts om inzage in of afschrift van bepaalde, zo concreet mogelijk aangeduide, stukken kan vragen. Uit de Parlementaire Geschiedenis bij de totstandkoming van art. 843a Rv en uit jurisprudentie op dat artikel blijkt dat het niet de bedoeling is dat ongespecificeerde en zowel qua omvang als qua tijd onbeperkte verzoeken voor toewijzing in aanmerking zouden kunnen komen.

5.7. Sopoh heeft aangegeven dat het integriteitsonderzoek zich richt op de banden tussen [gedaagde 1], [gedaagde 2], Comeet, ABConsultancy, Lucratief en 4SC en dat het er haar feitelijk om gaat te kunnen onderzoeken wat precies de gang van zaken is geweest met betrekking tot de inschakeling door [gedaagde 1] van [gedaagde 2], [accountant] en 4SC. Sopoh stelt dat [gedaagde 1] [gedaagde 2] en [accountant] bij Sopoh heeft binnengehaald en zij meent dat daarom niet uit te sluiten valt dat er al vóór de indiensttreding van [gedaagde 1] afspraken zijn gemaakt. Mr. Zondervan heeft ter zitting uiteengezet dat er genoeg reden is om nader onderzoek te doen om aan de verwijten die Sopoh heeft jegens [gedaagde 1] meer handen en voeten te geven. Ook heeft hij verklaard dat nog onzeker is of (een of meer) gedaagden in rechte zullen worden aangesproken en dat het al dan niet aanspannen van een bodemzaak afhankelijk is van de uitkomst van het in dit geding gevraagde onderzoek.

5.8. Gezien de onderbouwing van de gevraagde voorziening is deze kennelijk bedoeld om te kunnen nagaan of er voldoende feitelijke grondslag is voor een vordering tegen gedaagden. Sopoh wil een eventuele vordering in een bodemprocedure onderbouwen met de opbrengst van het bewijsbeslag. Dit betekent dat in wezen sprake is van een “fishing expedition” ter voorkoming waarvan, zoals hiervoor werd overwogen, artikel 843a Rv juist beperkingen bevat. Het karakter van "fishing expedition" van het gevorderde blijkt voorts uit het feit dat verlof voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag is verzocht en verleend voor (schriftelijke en elektronische) bescheiden die betrekking hebben op de in het verzoekschrift omschreven constructie en/of de gestelde betaling die [gedaagde 1] zou hebben gedaan in het kader van de verkrijging van aandelen in de toekomst. De thans gevorderde inzage in de beslagen stukken kent echter geen beperking. Ter zitting heeft mr. Zondervan desgevraagd nog verklaard dat als een beperking van de omschrijving van de gevorderde inzage noodzakelijk zou worden geacht door de voorzieningenrechter het onderzoek hooguit zou kunnen worden beperkt in tijd. In dat geval kan het onderzoek worden beperkt tot gegevens uit de periode 1 januari 2009 tot 15 maart 2012, aldus mr. Zondervan. Deze beperking ontneemt aan het gevorderde echter niet het voormelde karakter van "fishing expedition".

Voor zover Sopoh (mede) inzage in de opbrengst van het bewijsbeslag wenst om door haar in een tegen (een of meer) gedaagden in te stellen bodemprocedure de aldaar aan haar vordering ten grondslag liggende (feitelijke) stellingen te kunnen staven, heeft Sopoh op dit moment onvoldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, reeds omdat thans niet vaststaat of en wanneer een bodemprocedure aanhangig zal worden gemaakt.

Op grond van het voorgaande is de gevraagde voorziening niet voor toewijzing vatbaar.

5.9. Sopoh zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op:

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.391,00

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Sopoh heeft bezwaar gemaakt tegen de eis in reconventie, omdat gedaagden wel de eis, maar niet de grondslag daarvan voor de zitting schriftelijk aan de rechtbank en de wederpartij hebben medegedeeld. De voorzieningenrechter heeft de eis in reconventie toegelaten en Sopoh de gelegenheid geboden later tijdens de zitting kenbaar te maken of zij voldoende op de eis in reconventie heeft kunnen reageren. Nu Sopoh hierop niet is teruggekomen gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat zij niet in haar verdediging is geschaad door het feit dat zij pas ter zitting de gronden voor de eis in reconventie heeft vernomen.

6.2. Voorts heeft Sopoh bezwaar gemaakt tegen overlegging van 22 producties namens [gedaagde 2], 4SC en Lucratief, omdat zij die producties niet voor de zitting heeft ontvangen. De voorzieningenrechter heeft die producties geweigerd, omdat Sopoh geen gelegenheid heeft gehad om kennis te nemen van de inhoud daarvan, terwijl het geen recente stukken zijn, die gedaagden eenvoudig eerder aan Sopoh en de rechtbank hadden kunnen toezenden.

6.3. De vordering in het onderhavige kort geding is de eis in hoofdzaak voor het bewijsbeslag. De omstandigheid dat in conventie de vordering tot inzage in de beslagen gegevens wordt afgewezen brengt daardoor met zich dat het beslag vervalt nadat de appeltermijn van vier weken zal zijn verstreken. Om die termijn niet te hoeven afwachten vorderen gedaagden in reconventie opheffing van de bewijsbeslagen, stellende dat summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van het door Sopoh ingeroepen recht. Aan gedaagden kan worden toegegeven dat hetgeen in conventie is overwogen tot die conclusie kan leiden.

6.4. Bij de beoordeling van een vordering tot opheffing van een bewijsbeslag dienen echter ook te worden betrokken de noodzaak of wenselijkheid van het voortduren van het beslag, terwijl voorts - in het kader van de belangenafweging en gelet op artikel 843a Rv - de proportionaliteit en subsidiariteit ervan moeten worden meegewogen.

6.5. Dat gedaagden thans nadeel ondervinden van het bewijsbeslag is gesteld noch gebleken. Evenmin is gebleken dat zij daarvan (thans nog) hinder ondervinden. Er zijn immers kopieën gemaakt van de in beslag genomen gegevens en gedaagden hebben de gegevensdragers en de originele administratieve bescheiden weer in hun bezit, terwijl is bepaald dat Sopoh geen kennis mag nemen van de inhoud van de in beslag genomen informatie. Opheffing van het beslag en vernietiging van de beslagen kopieën zou onomkeerbaar zijn. Nu gedaagden door het beslag op geen enkele wijze worden belemmerd en nu de feiten ook niet zonder meer de conclusie rechtvaardigen dat van onrechtmatig handelen van de zijde van gedaagden geen sprake kan zijn, is de voorzieningenrechter in het kader van een afweging van de wederzijdse belangen van oordeel dat het beslag gedurende de appeltermijn gehandhaafd moet blijven.

6.6. De in reconventie gevraagde voorziening zal daarom worden afgewezen. Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Sopoh worden begroot op EUR 408,00 aan salaris advocaat.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. weigert de gevraagde voorziening,

7.2. veroordeelt Sopoh in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op € 1.391,00,

7.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.4. weigert de gevraagde voorziening,

7.5. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van Sopoh tot op heden begroot op € 408,00,

7.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 4 mei 2012.?