Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0064

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
02-07-2012
Zaaknummer
557867-AO VERZ 12-233
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsontbinding. Verzoek van KLM afgewezen. Cabin Attendant heeft binnen 10 uur voor vertrek gedronken, maar haar leidinggevenden waren hiervan op de hoogte en hebben -na overleg met gezagvoerder- besloten dat zij aan het werk mocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0627
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 557867/ AO VERZ 12-233

datum uitspraak: 29 juni 2012

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

verzoekster

hierna te noemen KLM

gemachtigde mr. N. Kampert

tegen

[A.]

te [woonplaats]

verweerster

hierna te noemen [A.]

gemachtigde mr. M.A. Visser

De procedure

Op 10 mei 2012 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KLM. [A.] heeft een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 15 juni 2012. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van KLM en [A.] hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [A.], 45 jaar oud, is op 27 juni 1996 bij KLM in dienst getreden. Zij was werkzaam als Cabin Attendant tegen een salaris van € 1.555,66 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

2. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor KLM Cabinepersoneel (hierna: de cao) van toepassing.

3. Artikel 6.4 lid 2 van de cao luidt:

“Het is de werknemer verboden alcohol te gebruiken binnen 10 uur vóór de aanvang van een vlucht waarvoor hij als werkend bemanningslid is ingedeeld, dan wel binnen 10 uur vóór de aanvang van een reservedienst.”

4. Artikel 2.12 van de Luchtvaartwet luidt:

“Het is een lid van het boordpersoneel verboden werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te verrichten, indien hij binnen de tien daaraan voorafgaande uren alcoholhoudende dranken heeft gebruikt.”

5. Op 21 maart 2012 was [A.] ingedeeld als Cabin Attendant voor de vlucht KL0592, die om 23.59 uur vanuit Johannesburg naar Schiphol zou vertrekken. De bemanning van de vlucht moest om 22.59 uur (reporting time) op de luchthaven aanwezig zijn om de vlucht voor te bereiden.

6. Enkele dagen voorafgaand aan de vlucht is [A.] met haar collega’s [B.] (Senior Purser), [C.] (Purser) en [D.] (Cabin Attendant) op safari geweest. Zij zijn op 21 maart 2012 teruggereisd naar het crew hotel in Johannesburg. Na aankomst in het hotel, zijn zij gezamenlijk gaan eten in het hotelrestaurant. Tijdens de maaltijd hebben [C.], [B.] en [A.] alcohol gedronken.

7. Omstreeks 16.00 uur is een ander bemanningslid [E.] in het restaurant aan een aangrenzend tafeltje gaan zitten en heeft alcohol (wijn) gedronken.

8. In het restaurant was ook aanwezig collega [F.]. Hij heeft tegen [E.] gezegd dat zij in strijd met de 10-uursregel handelde en dat hij daarvan melding zou maken bij de gezagvoerder. [E.] heeft daarop tegen [F.] gezegd dat [B.] ook alcohol had gedronken.

9. De gezagvoerder heeft, na overleg met (onder anderen) [C.] en [B.], besloten om [E.] ‘non-working’ terug te laten vliegen omdat zij binnen de 10-uursgrens alcohol had gedronken.

10. Tijdens voornoemd overleg is ook ter sprake gekomen dat [B.], [C.] en [A.] ook alcohol hadden gedronken. [C.] heeft buiten aanwezigheid van [A.] tegen de gezagvoerder gezegd dat zij zeker wist dat zij, [A.] en [B.] ‘aan de goede kant zaten’ en niet de 10-uursregel hadden geschonden. Tijdens de vlucht heeft [B.] op vragen van de gezagvoerder te kennen gegeven dat zij zeker wist dat zij en haar tafelgenoten aan de ‘safe side’ zaten.

11. Op 23 maart 2012, een dag na terugkomst uit Johannesburg, heeft [A.] contact opgenomen met haar Unit Manager bij KLM en gemeld dat zij bij nader inzien tot de conclusie was gekomen dat zij alcohol had gedronken binnen de 10-uurs-grens. Ook [B.] en [C.] hebben zich diezelfde dag met dezelfde boodschap tot hun Unit Manager gewend.

12. KLM heeft [A.] diezelfde dag vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden en besloten onderzoek te doen naar de situatie. De betrokkenen zijn door medewerkers van de afdeling Security Services van KLM gehoord.

13. [A.] heeft op 28 maart 2012 tegenover security services het volgende verklaard:

“(…) Ik weet niet meer hoe laat we bij het hotel aankwamen. (…) Ik denk dat het tussen 12.00 en 14.00 is geweest. (…) [C.], ik en [B.] hebben een biertje besteld. (…) Op een gegeven moment kwam [E.] binnen. (…) U vraagt mij of ik heb gehoord of gezien dat [E.] een wijn bestelde? Nee dat heb ik niet gezien. (…) Vlak na calling heeft [B.] mij gebeld, dat [E.] in het restaurant gezien is met wijn. (…) Toen ik in de lobby kwam heb ik afgerekend en ben ik uitgecheckt. Het kader was al in gesprek. (…) Ik heb ze daar zien staan maar niet horen spreken. Ik ben gaan zitten in de lobby. Op een gegeven moment zijn wij met de bus vertrokken. In de bus heeft [B.] bekend gemaakt dat [E.] non working naar huis zou gaan. (…)”

Het verzoek

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden. KLM stelt – samengevat – het volgende.

Uit de verklaringen van de gehoorde getuigen kan worden opgemaakt dat [A.] na 13.00 uur alcohol heeft genuttigd, terwijl in artikel 6.4 lid 2 van de cao en artikel 2.12 lid 2 van de Luchtvaartwet een verbod is opgenomen voor alcoholgebruik binnen 10 uur voorafgaand aan de werkzaamheden.

Des te kwalijker is het dat [A.] heeft geprobeerd haar misstap te verzwijgen. KLM acht het, gelet op de verklaringen, volstrekt ongeloofwaardig dat [A.] zich er niet van bewust was dat zij in strijd met de geldende regels handelde en pas tijdens de vlucht is gaan twijfelen, zoals zij zelf stelt. Ook indien [A.] zich niet bewust was van de schending van de regels tijdens het nuttigen van de alcohol, dan had zij in ieder geval (kort) daarna tot dit besef moeten komen. Er zijn in de aanloop naar de vlucht meerdere momenten geweest waarop [A.] haar conclusies had kunnen trekken en de gezagvoerder had kunnen laten weten dat zij ook ‘fout’ zat.

Voorts heeft [A.] nagelaten melding te maken van het feit dat collega’s in haar bijzijn (ook) de geldende regels hebben overtreden. Dit, terwijl KLM er voortdurend op hamert dat het –omwille van de veiligheid- belangrijk is dat iedere werknemer verantwoordelijkheid neemt en onrechtmatig alcoholgebruik van zichzelf of van collega’s altijd en tijdig meldt.

Door KLM wordt voortdurend op verschillende manieren aandacht gevraagd voor de alcoholregels, het belang van strikte naleving daarvan en de consequenties bij overtreding.

Behalve in de cao is het alcoholverbod ook neergelegd in het Vademecum voor Vliegend Personeel. Verder volgen alle cabineleden volgen twee keer per jaar een Flight Safety Recurrent training, om de benodigde kennis van de veiligheidsvoorschriften en regelgeving op orde te houden. [A.] heeft op 2 en 22 september 2011 en 17 maart 2012 de Flight Safety training gevolgd. Verder wordt via het crew bulletin en de KLM-intranetsite aandacht besteed aan de gevaren van het gebruik van alcohol en het beleid van KLM in geval van overtreding van de daarop betrekking hebbende voorschriften.

De handelswijze van [A.] is voor KLM onacceptabel, te meer omdat de gevolgen daarvan desastreus kunnen zijn voor de passagiers en collega’s aan boord en tot ernstige imagoschade voor KLM had kunnen leiden. KLM heeft daarom besloten het dienstverband met [A.] te willen beëindigen. Voor toekenning van een vergoeding is geen aanleiding, nu de verandering in de omstandigheden volledig aan [A.] is te wijten, althans in haar risicosfeer liggen, aldus steeds KLM.

Het verweer

[A.] concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. [A.] voert aan dat zij weliswaar bij de lunch een glas bier heeft gedronken, maar dat het exacte tijdstip daarvan niet bekend is. Achteraf bezien is het denkbaar dat [A.] de 10-uursregel heeft overtreden. Die overtreding rechtvaardigt echter geen ontbinding; [E.] heeft namelijk ‘slechts’ een berisping gekregen, terwijl bij haar vaststaat dat zij de 10-uursregel heeft overtreden. Het zou in strijd met het gelijkheidsbeginsel zijn indien voor [A.] wel een ontslag zou gelden en voor [E.] niet. Een dergelijk ontslag zou ook onevenredig zijn.

[A.] betwist dat zij heeft geprobeerd haar alcoholgebruik te verzwijgen en heeft nagelaten hiervan melding te maken. Zij diende haar alcoholgebruik allereerst te melden aan haar meerdere, [C.]. Aangezien [C.] bij de lunch aanwezig was, was zij reeds op de hoogte. Bovendien heeft [A.] van [B.] begrepen dat [B.] er melding van zou maken aan de gezagvoerder. In de bus naar het vliegveld hoorde [A.] dat [E.] non-working naar huis zou vliegen. [A.] was zich niet bewust van een mogelijke overtreding. Zij had weliswaar ook alcohol genuttigd, maar dat was veel eerder op de dag. Bovendien was de gezagvoerder van haar alcoholgebruik op de hoogte en had hij besloten om alleen [E.] non-working naar huis te laten gaan. Pas na de vlucht naar huis heeft [A.] de conclusie getrokken dat ook zij waarschijnlijk de 10-uursregel had overtreden, waarna zij contact heeft opgenomen met haar unitmanager.

Tenslotte verwijt KLM [A.] dat zij geen melding heeft gemaakt van het feit dat collega’s in haar bijzijn ook in strijd met de regels alcohol hebben genuttigd, maar dat is een merkwaardig verwijt. De purser, senior purser en gezagvoerder waren op de hoogte van het alcoholgebruik. Bovendien was [A.] niet op de hoogte van het alcoholgebruik van [E.]; zij heeft niet gehoord dat [E.] alcohol had besteld en toen [E.] haar bestelling kreeg, was [A.] op haar hotelkamer.

Het enige dat [A.] kan worden aangerekend is dat zij had moeten verifiëren of het gezien de 10-uursregel nog wel was toegestaan een alcoholisch drankje te bestellen.

KLM heeft ten onrechte geen belangenafweging gemaakt met betrekking tot haar streven de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De aard en de ernst van de veronderstelde reden voor ontbinding moet worden afgewogen tegen de persoonlijke omstandigheden van [A.]. Zij heeft een goede en lange staat van dienst en de gevolgen van een ontslag zullen haar hard treffen. [A.] wil niets liever dan zo snel mogelijk weer haar functie als cabin attendant bij KLM uitoefenen. Daarbij komt dat het beleid van KLM niet duidelijk is. Een eventueel ontslag was niet aan de orde. In het crew bulletin wordt de mogelijkheid van ontslag genoemd, maar het is niet zo duidelijk aan [A.] gecommuniceerd als KLM het thans presenteert. Tijdens het gesprek met KLM over het voorval, kreeg [A.] de indruk dat hooguit een disciplinaire maatregel zou kunnen worden opgelegd.

Subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [A.] om toekenning van een vergoeding van € 23.521,58 bruto (C=1) en de arbeidsovereenkomst niet eerder dan per 1 oktober 2012 te ontbinden.

De beoordeling

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

De kantonrechter stelt vast dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod.

Niet in geschil is dat [A.] als bemanningslid gebonden is aan de 10-uursregel en dat deze regel meebrengt dat het [A.] niet was toegestaan om op 21 maart 2012 na 13.00 uur nog alcohol te gebruiken. In feite betekent de 10-uursregel dat op de dag van vertrek geen alcohol kan worden genuttigd -ook niet bij een vertrek geruime tijd na de lunch- aangezien een mens in gewone doen voor de lunch geen alcohol gebruikt en alcoholgebruik tijdens de lunch in de regel binnen de 10-uursgrens zal vallen.

KLM heeft ter zitting toegelicht dat haar beleid is dat bij overschrijding van de 10-uursregel ontslag volgt, tenzij de betrokken werknemer het alcoholgebruik tijdig (voor vertrek) meldt of wanneer door andere omstandigheden tijdig komt vast te staan dat de grens is geschonden en die schending wordt toegegeven. In dat geval vliegt het bemanningslid ‘non-working’ terug en volgt een disciplinaire maatregel, zoals bij [E.] het geval is. Zij is dus, ondanks de schending van de 10-uursregel, buiten de zogeheten ‘rode weide’ gebleven.

Het standpunt van [A.] dat KLM dit beleid niet zo duidelijk heeft gecommuniceerd als KLM thans presenteert, houdt geen stand. Ook volgens [A.] is immers in het crew magazine vermeld dat bij overtreding van de regels ontslag kan volgen. Dat [A.] zich kennelijk niet heeft gerealiseerd dat het KLM ernst was en met de gevolgen van dit beleid geconfronteerd zou kunnen worden, doet hier niet aan af.

KLM is verantwoordelijk voor strikte handhaving van de veiligheidsregels en haar veiligheidsbeleid, dat erop is gericht veiligheid in de luchtvaart zoveel mogelijk te bevorderen. KLM ontleent daaraan ook voor een belangrijk deel haar imago. Daarmee valt een (mogelijke) overschrijding van de 10-uursgrens niet te rijmen, zeker niet door [A.] als cabin attendant, die al zo lang voor KLM werkzaam is. Zij weet immers dat ieder alcoholgebruik op de dag van vertrek op gespannen voet staat met de 10-uurs grens. Zij hoort daarom eerst zeker te stellen of zij daar nog buiten zit voordat zij alcoholhoudende drank bestelt. Dat was niet zo bij [A.], die niet langer heeft weersproken dat zij na 13.00 uur alcohol heeft gedronken en derhalve de 10-uursgrens heeft overtreden. Dat blijkt ook uit de door KLM overgelegde bonnen van het restaurant; [B.], [C.] en [A.] hebben blijkens deze bonnen om 15.15 uur de alcoholische consumpties besteld.

[A.] is dus niet in de ‘groene weide’ gebleven, omdat niet tijdig voor vertrek is komen vast te staan dat zij binnen de 10-uursgrens alcohol had genuttigd. [A.] zegt dat zij niet op de tijd heeft gelet. Dat is op zich verwijtbaar, want zij is zelf verantwoordelijk voor de naleving van regels die voor haar gelden. Daarbij komt dat het, gelet op meergenoemd uitgangspunt, sowieso al onbegrijpelijk is waarom zij gemeend heeft op de dag van vertrek tijdens de lunch nog alcohol te kunnen gebruiken.

Bij [A.] is evenwel iets bijzonders aan de hand: zij erkent dat zij voor vertrek wist dat het twijfelachtig was of zij aan de goede kant van de 10-uurs grens was gebleven en dat zij dat aan [C.] en [B.] had moeten melden. Zij heeft gezien dat in de hotellobby overleg plaatsvond tussen de gezagvoerder, [B.] en [C.] naar aanleiding van hun alcoholconsumptie tijdens de lunch. Vervolgens heeft zij gezien dat kort na afloop van dat overleg door [B.] werd medegedeeld dat [E.] non-working terugvloog terwijl [B.] en [C.] gewoon aan de slag gingen als senior purser en purser. Uit een en ander heeft zij toen de conclusie getrokken dat het overleg met de gezagvoerder erin had geresulteerd dat alleen [E.] non-working naar huis zou vliegen en dat zij, evenals [B.] en [C.], gewoon aan het werk kon. Zij vond het niet op haar weg liggen omtrent haar eigen positie nog eens navraag te doen bij [B.] of de gezagvoerder nu reeds de omstandigheid dat [B.] en [C.] aan het werk gingen impliceerde dat dat ook van haar werd verwacht: zij hadden gelijktijdig gelunched en evenveel alcohol genuttigd en kennelijk was de conclusie geweest dat zij nog juist aan de goede kant van de streep zaten.

Hoewel de kantonrechter niet kan uitsluiten dat [A.] zich met opzet van de domme heeft gehouden en misschien nog houdt, kan anderzijds niet worden gezegd dat haar lezing niet plausibel is. KLM heeft die lezing onvoldoende kunnen ontzenuwen zodat verder van de juistheid daarvan zal worden uitgegaan. Dit brengt wel mee dat het [B.] en [C.] temeer valt aan te rekenen dat zij klaarblijkelijk zo stellig aan de gezagvoerder hebben voorgehouden dat zij aan de goede kant van de grens zaten; waren zij minder stellig geweest dan had dat, behalve voor hen beiden, naar mag worden aangenomen ook voor [A.] betekend dat zij non-working naar huis was teruggevlogen, zoals het veiligheidsbeleid van KLM in dit soort gevallen voorschrijft.

Ten aanzien van [A.] zal KLM met een andere maatregel moeten volstaan, want zij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij op goede grond het vertrouwen in het functioneren van [A.] heeft verloren.

Al het voorgaande in aanmerking nemende komt de kantonrechter tot de conclusie dat er onvoldoende gewichtige redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek wordt afgewezen.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, omdat dat niet tot een andere beslissing leidt.

Vanwege de aard van deze procedure draagt iedere partij de eigen kosten.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.P. Ruitinga en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.